‘God zegt: doe maar, leef maar’
- Interview
- Ontmoeting
Ze was kerkelijk werker en adviseur in de GKv en is nu drie jaar wethouder voor de ChristenUnie in Assen. Nadenkend: ‘In de politiek voel ik me beter op mijn plek dan in het kerkenwerk, maar waarom eigenlijk…?’ Wat Harmke Vlieg (43) betreft mogen de ramen van de kerk nog wel wat verder open. Ontwikkelingen volgt ze kritisch. ‘Ik ben ontzettend blij met de toelating van vrouwen in het ambt. Maar hebben we de discussie wel principieel genoeg gevoerd?’
Harmke Vlieg: ‘In mijn leven is de bodem: ik val niet uit Gods hand, ik kan ontspannen leven.’ (beeld Paul Meijer)
Harmke Vlieg woont met haar man Lambert en twee kinderen in een buitenwijk van Assen. Het decor is een ruime tuin met een vijver, een open tuinhuisje (‘Hier lees ik ’s avonds alle stukken’) en drie kippen die allemaal net een ei hebben gelegd. Tijd om kennis te maken, terug te blikken op de discussie over de vrouw in het ambt en te praten over het wethouderschap in Assen.
Hoe ben je gevormd als gelovig mens?
‘Ik ben opgegroeid in Britsum bij Leeuwarden, in de tijd dat het gereformeerd onderwijs opkwam. Later verhuisden we naar Assen en ging ik naar het Gomarus in Groningen. Ik voelde me goed thuis in de gereformeerde wereld. Alles was duidelijk en overzichtelijk. Ik ging rechten studeren, maar ben daar rond mijn twintigste mee gestopt. Depressiviteit speelde een rol. Ik denk dat mijn godsbeeld – God als strenge God – ook meespeelde. Ik worstelde met vragen als: Welke plek mag ik innemen? Mag ik gewoon zijn wie ik ben? Ik had een mening, ik wilde iets. Naar buiten toe was ik lief en rustig, maar van binnen zat er meer power.’
‘Na de geboorte van onze dochter heb ik een cruciale ontwikkeling in mijn geloof doorgemaakt. Ze werd geboren met een heel ernstige hartafwijking. Na drie dagen volgde een noodzakelijke operatie met grote risico’s. Toen dat speelde, heb ik God echt anders leren kennen. Ik kreeg van onze predikant op de dag voor de operatie een boekje over Noach, voor onze dochter. De kern was: God belooft dat Hij alles wat leeft nooit in de steek zal laten. Ik had dat zo sterk nodig, ik heb gemerkt hoe warm die boodschap was. ’s Avonds stond er een prachtige regenboog voor het ziekenhuisraam. Toen dacht ik: dit is God. Hij is zo betrokken op ons leven, dan kan ik het wel loslaten. Ik heb toen geleerd wat volledige overgave is. Ik heb naar God uitgesproken: “Alles is van U, het is goed. Ik vertrouw U.” Dat ben ik daarna nooit meer kwijtgeraakt.’
‘Toen dacht ik: dit is God’
‘In mijn leven is de bodem: ik val niet uit Gods hand, ik kan ontspannen leven. God zegt: doe maar, leef maar. Die eeuwige armen om mijn leven, die zijn er. Ik lig dus ook niet wakker van mijn werk. Al blijven mijn kinderen mijn zwakke plek. De afgelopen jaren kreeg onze dochter een blindedarmontsteking en liep onze zoon een schedelbreuk op tijdens voetballen. Natuurlijk maak ik me dan zorgen. Maar elke keer is het alsof God me vraagt: doe Ik het of doe jij het?’
Andere wereld
‘Ik denk dat ik altijd onderzoekend ben geweest. Ik zocht naar ruimte om dingen zelf te doordenken. Zo kozen we bijvoorbeeld voor onze kinderen een algemene christelijke school. Op de gereformeerde school had een misbruikaffaire gespeeld, dat ijlde nog na. Wij waren niet tevreden over het pedagogisch klimaat, we hebben toen een school gezocht die beter bij onze kinderen paste. Daarmee belandden we in een heel andere wereld: andere contacten, andere ouders. Een groot verschil vond ik de verdraagzaamheid: verschillen mochten er gewoon zijn.’
‘In onze kerkelijke gemeente was die schoolkeuze een groot ding. Het protest tegen onze keuze bleef ondergronds, maar toen mijn man op tal kwam te staan voor ouderling, gaven mensen hun oordeel door massaal blanco te stemmen. Bij een volgende ronde werd hij wel gekozen en hij heeft het toen ook gedaan. Het heeft me geleerd: blijf trouw aan je gevoel en wees moedig. Als je ergens goed over hebt nagedacht en je bent overtuigd van je keuze, laat dan maar komen wat komt.’
Je bent hbo-theologie gaan doen en werd kerkelijk werker en adviseur. Nu zit je hier als wethouder. Hoe is dat gelopen?
‘De ervaringen na de geboorte van mijn dochter speelden een rol. Ik heb bewust gezegd: God, hier ben ik, U mag met mijn leven doen wat goed is. Ik koos voor theologie omdat ik mijn werk dichter bij God en dichter bij mensen wilde zoeken. Ik werd daarna kerkelijk werker in Assen-Kloosterveen. Mijn taak was een structuur met huiskringen opzetten. Ook deed ik ervaring op met jeugdwerk en catechisatie. Die ervaring heb ik de jaren erna ingezet als zelfstandig adviseur voor kerken. In de tussentijd zat ik voor de ChristenUnie in de gemeenteraad. Na de verkiezingen van 2014 ben ik wethouder geworden. Ik voel me in de politiek beter op mijn plek dan in het kerkenwerk. Ik zit nu na te denken waarom dat zo is. Ik denk dat het ‘m hierin zit: als kerkelijk werker zit je niet in de kerkenraad. Terwijl ik het prettig vind om betrokken te zijn bij besluitvorming en daarvoor verantwoordelijkheid te dragen. Een andere reden: ik houd ervan te sturen op resultaten. Maar in de kerk kosten processen veel meer tijd. Ook eventuele weerstand zit op een veel dieper niveau. Dat ligt me minder. Ik ben meer van: ik heb erover nagedacht, ik denk dat we het zo moeten doen, nu aan de slag.’
Hoe doe je dat: wethouder worden zonder bestuurlijke ervaring?
‘Gelukkig heb je heel veel hulptroepen. Communicatieadviseurs, ambtenaren die gepokt en gemazeld zijn in hun vak, collega’s. Je moet goed kunnen luisteren naar adviseurs, dan je mening vormen en knopen durven doorhakken. Realiseer je ook: besturen is leed toebrengen. Dat moet je durven en kunnen. Als je je alles aantrekt, is het een zwaar vak. Het is niet mals wat er soms over je geschreven wordt. Besturen is ook de schuld op je nemen, ook als het niet je schuld is. De wereld is niet volmaakt en als wethouder ben je wel verantwoordelijk. De kunst is op een goede manier verantwoordelijkheid te dragen en meteen na te denken hoe dingen beter kunnen. Dit is echt superleuk werk. Ik zit op mijn plek.’
Harmke Vlieg: ‘De missionaire en diaconale initiatieven zitten nog te veel in de marge. We hebben meer pioniersruimte nodig. De ramen van de kerk mogen nog verder open.’ (beeld Paul Meijer)
Je hebt een brede portefeuille met infrastructuur, afvalbeleid, duurzaamheid, gezondheidszorg en jeugdzorg. Noem eens een echte uitdaging.
‘In Assen heeft 17 procent van alle jongeren een relatie tot de jeugdzorg. Dat is historisch zo gegroeid, maar het is wel erg hoog. We onderzoeken nu hoe dat komt. We ontdekten dat huisartsen veel doorverwijzen naar zorgpartijen, terwijl ze ook wel twijfelen of dat altijd echt nodig is. Zie het probleem echter maar eens in een consult van tien minuten scherp te krijgen. Nu plaatsen we als gemeente bij elke huisartspraktijk een praktijkondersteuner Jeugd. Die heeft een half uur tot een uur om erachter te komen wat er aan de hand is en adviezen te geven. We zien al effect, de huisartsen zijn er blij mee.’
‘Als christen vind ik het belangrijk dat we de eigen kracht van mensen versterken, investeren in de gemeenschap. We hebben een project ‘homestart’ lopen, waarmee we moeders opleiden om andere moeders te ondersteunen. Dat zijn de vormen waarin ik geloof. Volgens mij is dat bouwen aan de samenleving: mensen helpen hun verantwoordelijkheid op te pakken.’
Kennen je collega’s jou als christen?
‘Ambtenaren vertellen me dat altijd volstrekt helder is wat ik vind. Ik wil eerlijk en menselijk zijn. De Bijbel elk moment erbij halen, zo werkt het natuurlijk niet. Als wethouder ben ik van iedereen. Ik vind de schoonmaker even belangrijk als de burgemeester. Iedereen is van waarde en telt mee.’
‘Ik vind dat we als christelijke partij goed moeten bedenken welke normen we willen opleggen aan anderen. Ik zou iedereen heel graag een collectieve rustdag gunnen, maar ik denk ook dat we moeten accepteren dat de wereld om ons heen er nu anders uitziet. Van mij hoeven we dus niet koste wat het kost de winkels op zondag dicht te houden. Wat is echt onopgeefbaar? Ik denk aan de beschermwaardigheid van het leven, duurzaamheid, de zorg voor kwetsbaren, onze inzet voor vrede en gerechtigheid.’
‘Wat is echt onopgeefbaar?’
‘Daar liggen overigens nog grote uitdagingen voor onze kerken. Wij vormen zo’n bubbel met elkaar, we zijn een rijke en welvarende middenklasse. Hebben we echt contact met andere groepen in de samenleving? De missionaire en diaconale initiatieven zitten nog te veel in de marge. We hebben meer pioniersruimte nodig. De ramen van de kerk mogen nog verder open.’
Je hebt drie jaar geleden meegeschreven aan een rapport dat ruimte wilde geven aan de vrouw in het ambt. Dat advies is toen niet overgenomen door de synode. Nu heeft de volgende synode een nieuw advies wel omarmd. Hoe heb je dat beleefd?
‘Ik heb het op de voet gevolgd en vind het moedig wat deze synode heeft gedaan. Ik was even heel gelukkig. Maar mijn zorgen zijn niet helemaal weggenomen. Ons advies van drie jaar geleden kwam voort uit een principiële vraag: hoe lezen we nu de Bijbel? Wij signaleerden een groeiende kloof tussen kerk en maatschappij en tussen leer en leven met betrekking tot de positie van de vrouw. Wat is je overtuigende verhaal als je alleen de ambten gesloten laat voor vrouwen? Wij konden zo’n verhaal niet vertellen.’
‘Onze conclusie was dat de Bijbeltekst in een bepaalde tijd is geschreven en werd gelezen door een specifieke groep in een eigen context. Wij zijn lezers van nu in een andere context. Vanuit die positie mogen we opnieuw kijken naar wat die tekst voor ons betekent. Dat is geen nieuwe hermeneutiek, het is namelijk wat we altijd al deden, we maken het alleen expliciet.’
‘Het huidige rapport heeft die discussie over hermeneutiek van zich af willen houden, terwijl ik denk dat het nodig is om het open te bespreken. Dan kunnen we samen de verhouding tussen ons geloof en onze cultuur onderzoeken. Als we in onze tijd willen werken aan de voortgang van het evangelie, wat kan ons daarbij helpen? Waar kunnen we aansluiten bij de cultuur? Waar moeten we ons juist afzetten tegen de cultuur? Wat mij betreft doen we dat laatste alleen als iets ingaat tegen de kern van het evangelie. Ik denk dat deze benadering ons helpt om het goede leven dat God wil geven te delen met anderen.’
Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.



