Hoe stom kun je zijn?
- Eyeopener
In mijn bijbel zwerft al heel lang een knipsel met een citaat van de Deense filosoof Søren Kierkegaard: ‘Het is eigenlijk heel simpel. De Bijbel is makkelijk te begrijpen. Maar wij christenen zijn een stelletje sluwe oplichters: we doen alsof het ons niet lukt om het te begrijpen. Want we weten dat, op het moment dat we het begrijpen, we verplicht zijn om ernaar te handelen.’ Elke keer als ik dat citaat lees is het een wake-upcall. Hoe eerlijk ga ik met de Bijbel om?
In deze tijd is er veel gesprek over hoe je de Bijbel moet lezen. Genesis 1, de ‘zwijgteksten’, Bijbel en homoseksualiteit, zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat is het hart van de Bijbel? Bij het gesprek daarover moeten we ons eigen hart niet uit het oog verliezen.
Inzichtgevend daarbij is het verhaal over de koningen Achab van Israël en Josafat van Juda en de profeet Micha (1 Koningen 22). Midden in dat verhaal gebeurt er iets bijzonders. Koning Achab vraagt aan de profeet: ‘Micha, zullen wij tegen Ramot ten strijde trekken?’ ‘Trek op,’ antwoordt Micha, ‘Uw veldtocht zal slagen en de HEER zal u de stad in handen geven.’ Hierop zegt de koning: ‘Hoe vaak heb ik u niet bezworen om in de naam van de HEER niets dan de waarheid tegen mij te spreken?’
‘De Bijbel is makkelijk te begrijpen’
Met een prachtige psychologische truc legt de profeet het verdeelde hart van Achab bloot. Achab is eigenwijs en gaat toch wel doen wat hemzelf het beste uitkomt. En dus geeft Micha hem als nepprofetie precies wat Achab wil horen. Achab voelt dat echter aan en kan het dan toch niet laten naar de waarheid te vragen, naar een woord van de HEER. Maar wat doet Achab daarmee?
Leugengeest
Veel in 1 Koningen 22 weerspreekt wat Kierkegaard zei: ‘De Bijbel is makkelijk te begrijpen.’ Het is een verhaal dat veel vragen oproept. En omdat het 2850 jaar geleden speelde, vinden we niet op alle vragen een antwoord. Die vierhonderd profeten, wat zijn dat precies voor mensen? Waarom ging de gelovige Josafat naar Achab toe, over wie de Bijbel zegt: ‘Niemand heeft zich er meer dan Achab op toegelegd te doen wat slecht is in de ogen van de HEER.’ En hoe zit dat met die leugengeest verderop in het verhaal? Zet God hier aan tot liegen?
Dit verhaal van lang geleden ging voor mij open toen ik het las vanuit een heel herkenbare vraag: hoe stom kun je zijn? Hoe stom ben je als Gods Woord zo overduidelijk is en je houdt je er toch niet aan?
Alleen
Het verhaal begint met Josafats verlangen naar een woord van de HEER. Achab heeft oorlogsplannen. Hij komt niet op het idee God om raad te vragen. Josafat moet hem daaraan herinneren. Achab laat dan vierhonderd profeten komen. Waarom zo veel? Wat ze doen is wel duidelijk: in een extatische show praten ze de koning naar de mond. Josafat wordt er onrustig van en vraagt: ‘Is hier niet nog een profeet van de HEER die wij kunnen raadplegen?’
In de Bijbel herken je een echte profeet vaak aan het feit dat hij alleen staat. Elia tegenover de Baälpriesters. Jezus tegenover de farizeeën. Paulus alleen op de Areopagus. Voor mij zit daar deze waarschuwing in: als we het in de kerk heel erg met elkaar eens zijn, dan klopt er misschien wel iets niet. Als een heleboel mensen hetzelfde roepen, dan mag jij best argwanend worden. En let dan ook maar op of God niet al een profeet stuurt die misschien nog een roepende in de woestijn is, maar wel gelijk heeft. Profeten in de Bijbel doen bijna altijd pijn.
Profeten in de Bijbel doen bijna altijd pijn
Na Josafats vraagt wordt de profeet Micha opgehaald. Daar staat hij, zonder enige show. Wat gaat hij zeggen? En dan volgt dat prachtige psychologische moment waar Micha koning Achab uit zijn tent lokt. ‘Trek op, uw veldtocht zal slagen en de HEER zal u de stad in handen geven.’ Maar de waarheid van de HEER blijkt anders te zijn: ‘Achab, als je het gevecht aangaat, dan zul je in de strijd omkomen.’ Weer is het heel spannend in het verhaal. Wat doet Achab met dat woord van de HEER waar hij zelf om vroeg? En het ongelofelijke gebeurt. Met één schampere opmerking laat hij deze ernstige profetie van Micha van zich afglijden. ‘Zie je wel Josafat, ik heb gelijk gekregen, Micha is een zuurpruim, van hem kun je dit soort teksten verwachten. Let er verder maar niet op. Zou ik naar God luisteren? Kom op zeg, ik ben niet gek.’
Spiegel
Achab is extreem. De meest goddeloze koning van Israël. Maar het is vaak via extremen dat je een spiegel voorgehouden wordt. Hoe zit het met jouw haat-liefdeverhouding tot wat God te zeggen heeft? Wanneer gebeurt het jou dat je best weet wat God vraagt, maar toch gewoon je eigen zin doet?
Achab blijft moeilijk te volgen. Hij gelooft dat JHWH er is. Hij gelooft dat deze God via Micha spreekt. Hij gelooft dus in een God die de mensen kent en ziet. Maar als het eropaan komt doet hij iets waarvan een kind nog kan begrijpen dat het stom is: hij probeert God om de tuin te leiden met een vermomming. Hij gaat verkleed als gewoon soldaat de strijd in en hoopt zo zijn dood te voorkomen.
Achab is goddeloos. Geen wonder dat hij stom doet, zou je kunnen zeggen. Het is dus heel onthullend dat de meest onbegrijpelijke keus in dit Bijbelverhaal door de gelovige Josafat gemaakt wordt. Je verwacht het niet. Want Josafat vraagt eerst om de raad van God en om een echte profeet van God. Bovendien weerspreekt hij Achab als die Micha belachelijk maakt. Maar als het gaat om daadkracht na die woorden van Micha, dan blijft het oorverdovend stil. Uiteindelijk trekt Josafat gewoon met Achab mee ten strijde. Hoe stom kun je zijn?! Wat bezielde Josafat? Hij wist heel goed wat het woord van God was, maar handelde er niet naar. ‘Luisteren naar God? Natuurlijk. Maar eh…’
Ook als gelovig mens kun je afhaken bij het Woord van God
Misschien is Josafat nog wel de sterkste spiegel in dit Bijbelverhaal. Ook als gelovig mens kun je afhaken bij het Woord van God. Misschien geloof je dapper in de Bijbel ‘van kaft tot kaft’, maar haak je af als het consequenties heeft voor je leven van elke dag.
Eigenwijs
Hoe stom kun je zijn? Er zitten twee krachten in jou als mens. Aan de ene kant de kracht om te willen horen dat er meer is, dat je leven niet voor niets is, dat je geliefd bent; de kracht om over God te willen horen dus. En tegelijk zit er een eigenwijze kracht in jou: je wilt vooral eigen baas zijn, zelf uitmaken hoe je leeft. Als je God al een rol geeft, dan is dat voor zover het jou uitkomt.
Is de boodschap dan dat je moet stoppen met stom doen? Ophouden met dwaas zijn? Nee. De conclusie is dat je dat nu eenmaal bent. Eén van de grootste wijsheden die je als christen bereikt, is beseffen dat je een dwaas bent. Mensen zitten raar in elkaar. Gods boodschap voor jou is niet: stop met stom doen. Zijn boodschap voor jou is: jij kunt niet stoppen, daarom heeft Jezus het voor jou gedaan. Alle wijsheid die je nodig hebt, vind je bij Hem.
En als je keer op keer merkt hoe moeilijk het is om die wijsheid van Hem te ontvangen of vast te houden, dan wil Hij je toch het leven geven! Hoe liefdevol kun je zijn?!
Om over na te denken
1. Wat vind je van het citaat van Kierkegaard?
2. Bedenk twee mensen in de Bijbel die een positief voorbeeld voor je zijn en twee negatieve voorbeelden.
3. Wat is ‘hardnekkig dwaas’ in jouw leven? Wanneer gebeurt het jou dat je best weet wat God vraagt, maar toch gewoon je eigen zin doet?
4. Met welk Bijbelgedeelte heb jij een haat-liefdeverhouding?
5. Bij welke kerkelijke discussie heb jij het idee dat de Bijbel duidelijk is, maar dat ‘we’ geen zin hebben om te luisteren? Hoe zit dat met jouzelf?
6. Wat is Jezus’ belangrijkste levenswijsheid voor jou?
Jeroen Sytsma is predikant van de GKv Middelburg.




