Een pleidooi voor levenslang leren en je leven delen
- Interview
- Thema-artikelen
GKv-predikant Jasper Klapwijk (57) heeft iets met leren. Hij noemt zichzelf een ‘lesboer’ en is veel bezig met de vraag: hoe draag ik het evangelie over? In zijn gemeente in Den Haag-Scheveningen maakte hij voor de gemeentekringen materiaal bij de New City Catechism van Tim Keller, om het wegvallen van de middagdienst te compenseren. Daarvóór ontwikkelde hij als predikant in het Groningse Winsum met anderen een nieuwe catechesemethode. Maar het begon allemaal op Curaçao, waar hij vijftien jaar als missionair predikant werkte.
‘In de Curaçaose samenleving zijn de mensen wel religieus, maar de meesten hebben nooit de Bijbel leren lezen. Als mensen tot geloof komen, is de vraag: wat geloof je eigenlijk? En in wie geloof je? Ik heb me toen afgevraagd: hoe breng ik de kern van het evangelie over? Ik ben daar cursussen gaan geven, heel systematisch, over het Oude en het Nieuwe Testament. Ook in preken ben ik dat element van kennisoverdracht mee gaan nemen en de grote lijn van de Bijbel gaan schetsen.’
Toen kwam je terug in Nederland…
‘En toen dacht ik: in de GKv leert iedereen van jongs af aan alle Bijbelboeken en alle Bijbelverhalen, dus die Curaçaose cursussen zullen wel niet nodig zijn. Maar er bleek juist ontzettend veel belangstelling voor te zijn. Want de systematische kennis van de Bijbel was bij veel mensen helemaal weg. Ze waren vooral hapsnap bezig; hier een tekstje, daar een tekstje. En dan vooral tekstjes die fijn zijn, die je aanspreken. Maar de opbouw en het grote verhaal van de Bijbel waren onbekend geworden.’
Wat je in de missionaire situatie had opgebouwd, bleek in een ‘gewone’ kerk dus heel relevant?
‘Zeker, tot mijn verbazing dus. Er bleek veel veranderd te zijn. De gewoonte om thuis aan tafel Bijbel te lezen – een streepje zetten waar je ophoudt, de volgende avond na de maaltijd weer verder en zo in een paar jaar de hele Bijbel door – die praktijk is bij veel mensen weg. Daarnaast zijn de middagdiensten waar je in een jaar of langer via de catechismus belangrijke onderwerpen regelmatig terug laat komen, vaak slecht bezocht of weg. Persoonlijke Bijbelstudie gaat voor veel mensen aan de hand van een dagboekje, dat dan eens hier, dan weer daar iets uit de Bijbel pakt. En ook bij de catechese bleken er weinig of geen geschikte methodes die systematisch én eigentijds overdragen wat we geloven.’
‘Als je je leven met elkaar deelt, leer je anders dan wanneer je een uurtje naar theorieën zit te luisteren’
Hoe is dat gat in de kennis van de Bijbel ontstaan?
‘Daarin speelt de maatschappelijke ontwikkeling mee: de tijd van de grote verhalen was voorbij, kennis werd minder belangrijk. Voor een deel is dat positief, maar de reactie op de tijd dat kennis, verstand en zeker weten alles waren, is doorgeslagen. Het gaat alleen nog om wat je een goed gevoel geeft, terwijl ik in de missionaire situatie heb geleerd dat voor een goede geloofsbeleving kennis belangrijk is. Om de relatie met God te beleven en te onderhouden, moet je weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Als je niet weet van welke God je houdt en wat het leven met Hem inhoudt, hoe valt er dan iets te beleven? Vergelijk het met een relatie tussen mensen: kennis over je vrouw of vriendin is niet je hoogste doel, maar is wel nodig voor een goede relatie.’
Is dat gat nog wel te dichten?
‘We zullen niet meer teruggaan naar de cultuur waarin je catechismuszondagen uit je hoofd leerde en belijdenis kon doen als je die kon opzeggen. Of je het ook werkelijk geloofde, werd niet gevraagd. Dat is tegenwoordig gelukkig anders. Bij onze jongeren hoor ik dat gevoel van “nu ben ik er” echt niet terug. Ze schrijven allemaal een geloofsgetuigenis en daarin drukken ze uit dat ze nog maar aan het begin staan en verder willen.
De vanzelfsprekendheid is ervanaf. Niet meer iedereen doet belijdenis. Dat is soms pijnlijk, maar ook wel prettig, in die zin dat de anderen het niet doen omdat het nu eenmaal hoort. Het is veel meer een persoonlijke keus geworden. Dus terug naar vroeger? Nee. Maar toch houd ik de behoefte om in preken even een tijdlijn te schetsen: waar zitten we op de Bijbelse tijdlijn? Vaak krijg ik dan de reactie van mensen: hé, nu snap ik het. Ik geef nog steeds die cursussen Oude en Nieuwe Testament. Ik denk dat de wal het schip wel een beetje keert.’
Echt? Is die kloof in de breedte van de kerk overbrugbaar in een cultuur die stijf staat van de beleving? Of alleen bij de happy few die naar jouw cursus komen?
‘Overbrugbaar is een groot woord. Het zal anders zijn dan vroeger. Er is een verschuiving geweest naar het gevoel en naar de vraag: is die kennis ook werkelijk beleefde kennis? Dat is nodig en dat is goed. Ik zeg dus niet: we moeten terug naar vroeger. Leren gaat niet alleen over theoretische kennis, maar ook over ervaren, beleven en voorbeelden zien. En ook over met elkaar het leven en geloof delen. Ik wil dus niet overkomen als iemand die altijd maar loopt te klagen dat er niet genoeg geleerd wordt. Maar ik geloof dat we in het onbelangrijk vinden van inhoudelijke kennis echt zijn doorgeschoten en dat er op dat vlak nog wel wat te winnen is.’
‘Ik snap goed dat de tweede dienst niet meer werkt’
Tegenwoordig wordt de kerk wel als oefenruimte getypeerd. Past dat in jouw pleidooi voor leren?
‘Ja. Je moet niet alleen in een kerkzaal naar een verhaal zitten luisteren, maar met elkaar in kleiner verband daarover praten, je leven delen, voor elkaar bidden en dus een gemeenschap vormen. In een stad als Den Haag zijn nog maar weinig christenen. Je moet tegenwoordig echt leren om Jezus te volgen en daar heb je elkaar voor nodig.
We doen met een paar teams van onze gemeente mee in het discipelschapstraject van Nederland Zoekt. Ik leer daarin hoe belangrijk het is om met een kleine groep van vijf of zes mensen op te trekken. Een “huddel” heet dat. Daarin ontmoet je elkaar regelmatig en praat je over wat God in je leven doet, waar je weerstanden zitten en hoe je daarin verder komt.
Openheid, aanspreekbaarheid en kwetsbaarheid zijn de sleutels om nieuwe stappen te zetten in je geloof. Dat kan in de vorm van zo’n huddel, maar ook in gemeentekringen. Centraal is: je leven delen en elkaar helpen om stappen te zetten. Als je je leven met elkaar deelt, leer je anders dan wanneer je een uurtje naar theorieën zit te luisteren. Meer samen eten dus dan samen vergaderen, leer ik daar.’
Maar hoe kleiner de groep, des te enger. Want dan kun je je niet meer verstoppen.
‘Juist in dat enge ervaar je dat leren niet altijd gemakkelijk is. Tegelijk noem je elkaar in de kerk broers en zussen: dat kleine familieverband, waarin je je hele leven deelt en alles van elkaar weet. Een handvol mensen. Heel kwetsbaar, maar ook ontzettend vormend. En niet alleen maar praatsessies, maar met elkaar eten, samen leuke dingen doen, langs het strand lopen. Dat praat gemakkelijker dan wanneer je opeens met de knieën tegenover elkaar wordt gezet.’
Ik heb begrepen dat je naast het systematische leren ook interactief leren belangrijk vindt. Waarom?
‘Op catechisatie vroeger werd er drie kwartier tegen me aangepraat. En in kerkdiensten werd er gepreekt. Dus heel sterk in één richting. In een samenleving waarin we met zijn allen ongeveer hetzelfde dachten, kon dat nog. Maar om zeker te weten of je aansluit bij waar de persoon in kwestie zit en om hem mee te nemen in het verhaal, moet je vandaag de dag weten wat zijn vragen zijn. Daarom vind ik kringen belangrijk: daarin kun je elkaar leren kennen en reageren op wat er bij anderen leeft.
Ook in kerkdiensten kan dat. Toen ik in Nederland terugkwam, begon net de discussie over de tweede dienst. Toen zijn we met interactieve leerdiensten begonnen om de betrokkenheid te vergroten: aan het begin een stelling neerzetten en de mensen daarover met degenen die naast hen zitten even laten overleggen. En dan een paar reacties vragen en daar in je preek weer naar terugkoppelen. Mensen luisteren niet graag naar een lang verhaal. Ik doe het nu ook vaker met de ochtenddiensten. Hoe interactiever, hoe beter.
Dat interactieve is overigens niet de redding van de middagdienst. In mijn eigen gemeente zijn we met de middagdienst gestopt. Mensen kwamen gewoon niet meer. Met de middagdienst valt ook de catechismusprediking weg, waarin geloof, gebod, gebed en dat soort belangrijke onderwerpen regelmatig terugkomen. Dat hebben we opgevangen door voor de kringen materiaal te maken bij de New City Catechism, waarmee je op langere termijn de mensen systematisch door dat soort onderwerpen heen leidt. Bijna alle kringen maken er gebruik van. Vrijwillig, want in onze gemeente werkt er niks meer als je het oplegt.’
Frustreert het je dat die tweede dienst, die een leerdienst was, stopte?
‘Nee, ik lig daar niet wakker van. Je moet reëel zijn. Als zo’n vorm niet meer werkt, moet je naar een andere vorm kijken. Ik snap ook goed dat dat niet meer werkt. Onze ochtenddiensten waren behoorlijk lang. En we drinken altijd koffie na de dienst. Mensen wonen over Den Haag verspreid, zijn druk en willen zondags ook tijd steken in hun gezin. Ik zie het niet als geloofsafval dat ze de tweede dienst niet bezoeken. Wel als diezelfde mensen ook niet meer met de Bijbel bezig zijn en niet meer geïnteresseerd zijn in kringen. Maar dat is niet zo. Het zijn soms mensen die in de file naar een preek van Tim Keller luisteren.’
Zijn dat niet de uitzonderingen? Is de werkelijkheid niet minder rooskleurig?
‘Weet je, vroeger zat de middagdienst vol, maar zat-ie dan vol met mensen die vol overtuiging zaten te luisteren naar een verhaal waar ze in de rest van de week mee aan de gang gingen? Nee toch? Ik ben niet zo negatief over die verandering, maar ik zeg wel: naarmate je als christenen steeds meer een minderheid wordt, wordt het steeds lastiger om bewust gelovig te blijven. Vroeger bleef je wel meedraaien, in onze tijd is het vanzelfsprekende eraf. En daar moet je dus in investeren.’
‘Levenslang leren in de kerk heeft de tijd mee’
In veel gemeenten stopt het leren over wat je gelooft na het belijdenis doen. Wat vind je daarvan?
‘Leren is een levenslang proces. Als je de indruk wekt: als je belijdenis doet, is het klaar, straal je precies het tegenovergestelde uit. De visie op levenslang leren wordt in de kerk volgens mij breed gedeeld. Die past helemaal bij onze tijd. Vroeger was je na je leerperiode klaar en was het levenslang werken, nu is werken ook altijd blijven leren. Levenslang leren in de kerk heeft dus de tijd mee. Maar je moet het wel organisatorisch vormgeven en dat gebeurt te weinig.
In mijn vorige gemeente hadden we een taakgroep leren. Die maakte een plan voor vier jaar: wat creëren we aan leermomenten, wat behandelen we op de kringen, welke cursussen worden er gegeven? Zowel voor jongeren als voor volwassenen. Dat taakgroepplan kwam in het jaarplan van de gemeente en als de kerkenraad dat vaststelde, werd het uitgevoerd. Zo werd de visie verankerd.’
Wat gebeurt er als leren in de kerk stopt na het belijdenis doen?
‘Als je denkt: ik ben getrouwd en nu hoef ik niks meer van je te weten, dan is er echt iets fout gegaan. Met het geloof is het net zo. Als je je als christen wilt ontwikkelen, is het nodig dat je met de Bijbel bezig blijft. Als je dat niet doet en niet meer geïnteresseerd bent in de boodschap van het evangelie, is dat het begin van het einde.
Daarnaast benadruk ik dus het samen met anderen leren. Als je druk bent met je maatschappelijke carrière en geen tijd meer maakt om andere christenen te ontmoeten, gaat de wereld waar je in zit je leven bepalen. Opnieuw: dat is het begin van het einde. Je zult op een gegeven moment keuzes moeten maken: ik vind het belangrijk om deel uit te maken van een christelijke gemeenschap waarin je elkaar echt leert kennen.’
Toch dat Bijbelwoord: mijn volk gaat te gronde bij gebrek aan kennis?
‘Ja. Als je kennis dan maar niet op de smalle, rationele manier invult, maar echt als een relatiewoord. Als kennis gaat ontbreken, gaat de relatie te gronde.’
Ad de Boer is actief in het NGK-kerkverband en was hoofdredacteur van OnderWeg.




