De twee handen van God
- Opinie
Wat is dat toch, dat het voor een christen vaak lastiger is om iets zinnigs te zeggen over de heilige Geest dan over Jezus Christus? Van de Geest kun je je minder gemakkelijk een concrete voorstelling maken. En misschien zijn we eraan gewend geraakt om Christus en alles wat Hij voor ons gedaan heeft op de voorgrond te plaatsen. De Geest zou dan meer achter de schermen bezig zijn: belangrijk, maar niet opvallend, en altijd dienstbaar aan Christus. Maar bewijzen we de Geest op deze manier wel genoeg eer?
Het geeft te denken dat reeds in de vroegste geschiedenis van de kerk de accenten anders gelegd zijn. Zo zegt de kerkvader Irenaeus (geboren omstreeks 140) dat God bij de schepping van de mens als beeld van God twee handen gebruikt: de Zoon en de Geest. Zo’n uitlating doet vermoeden dat Christus en de Geest volgens Irenaeus gelijkwaardig zijn, en dat niet de één op de voorgrond en de ander op de achtergrond staat. Wijst de apostel Paulus daar niet al op als hij spreekt van twee ‘zendingen’: die van zijn Zoon en die van de Geest van zijn Zoon (Galaten 4:4-6, Herziene Statenvertaling)?
In zijn vorig jaar verschenen boek De kracht die hemel en aarde verbindt pleit oud-VU-hoogleraar Jan Veenhof ervoor om meer recht te doen aan de eigen betekenis van de heilige Geest en zijn werk. Dit is niet de plaats voor een overzicht of een beoordeling van deze originele studie, die met grote kennis van zaken geschreven is en tegelijk een warme en persoonlijke toonzetting heeft. Ik volsta met iets door te geven van Veenhofs brede beschouwing over het werk van de Geest in de schepping.
Energie
Reeds Calvijn had er oog voor dat de heilige Geest nauw betrokken is bij Gods scheppingswerk. Hij wijst op de opmerkelijke uitspraak in Psalm 104:30 dat God het gelaat van de aardbodem vernieuwt door zijn Geest uit te zenden. De Geest is Gods eigen levenskracht, waarmee Hij in de lente alle dorheid en doodsheid in de natuur verdrijft en alles weer laat tintelen van leven. Calvijn gebruikt woorden als ‘kracht’, ‘energie’, ‘potentie’ en ‘beweging’ om het eigene van de Geest aan te duiden. Volgens hem gaat niet alleen alle leven in de schepping, maar ook de menselijke creativiteit terug op Hem.
Op dit spoor gaat Jan Veenhof verder. Hij noemt de Geest ‘de bezielende adem, die permanent nodig is om de schepping met al haar delen in stand te houden’. Het boeiende is dat hij daarbij de tegenstelling tussen materie en geest doorbreekt. Verwijzend naar Max Planck typeert hij de materie als ‘geconcentreerde, samengebalde energie’. Maar dat betekent dat de Geest van God zich ook manifesteert in ‘dode stof’ en dat het universum ten diepste ‘geestelijk’ van karakter is.
Reeds Calvijn had er oog voor dat de heilige Geest nauw betrokken is bij Gods scheppingswerk
Even belangwekkend is dat Veenhof vanuit dit ‘kosmische werk van Gods Geest’ lijnen trekt naar de verlossing. De Geest, die leven brengt in de schepping, staat ook aan de oorsprong van het leven en het publieke optreden van onze Heer Jezus (Matteüs 1:21 en 3:16). Met dezelfde Geest als die waaruit alle energie in de schepping voortkomt, is Jezus gezalfd om genezend rond te trekken (Handelingen 10:38). En de gave van bijvoorbeeld genezing, waarmee de opgestane Heer zijn gemeente toerust, is ten diepste geen andere dan de kunde van ‘alternatieve geneeswijzen’.
Maar wordt op deze wijze het verschil tussen ‘christelijk’ en ‘natuurlijk’ niet uitgewist? Daarvan is volgens Veenhof geen sprake. Want hij erkent dat de schepping, hoezeer de Geest van God daarop ook voortdurend inwerkt, is aangetast door de zonde en het kwaad. Zonder het nieuwe initiatief van God om door Jezus Christus de wereld daarvan te redden, zouden wij niet ontkomen aan het verderf en baten ons al die energieën niet die in de natuur voorhanden zijn. Maar bij dat nieuwe begin dat God maakt in Christus gaat Hij zeker niet voorbij aan het kosmische werk van zijn leven gevende Geest. Veenhof drukt het uit in de volgende beeldspraak: de heilsopenbaring is als de warme golfstroom, die nooit van de wijde oceaan te isoleren valt.
Middelaar
Het mooie van deze benadering is dat het werk van de Geest dichterbij komt en herkenbaarder wordt. Het is inderdaad goed om opmerkzaam te zijn op de manifestaties van vitaliteit en creativiteit waar de schepping zo vol van is. Wat valt er veel op zijn plaats als je zowel ontroerende kunstuitingen als de levenskracht in de schepping, zowel doorbraken in de medische wetenschap als de soms verbazingwekkende veerkracht van vluchtelingen in verband mag zien met het kosmische en universele werk van Gods Geest!
We zijn nog steeds niet uitgedacht over die twee zendingen waar Paulus het over heeft
Tegelijk houd ik na lezing van dit boek wel de vraag over of Veenhof van de weeromstuit niet iets te weinig licht laat vallen op die andere hand van God, die van de Zoon. Neem de titel van het boek: De kracht die hemel en aarde verbindt. Die slaat op de Geest, die het contact en de verbinding legt tussen God en de aardse werkelijkheid. Dat doet Hij allereerst in zijn kosmische werking en vervolgens ook in bijvoorbeeld de wedergeboorte van mensen die van God vervreemd zijn. Daarmee biedt Veenhof tal van mooie gezichtspunten. Maar wat mij wel opvalt, is dat hij naar verhouding weinig zegt over die ándere kracht die hemel en aarde verbindt: het offer van Christus. Jezus heet toch niet voor niets de middelaar, die in zijn dood de vijandschap tegen God wegdraagt en in zijn opstanding de verzoening aan mensen aanbiedt?
Het is waar: als de kerk alleen maar weet te benadrukken dat er geen heil buiten de Zoon om is, loopt zij kans het werk van de Geest in te perken. Maar is het omgekeerde ook niet waar: dat de nadruk op het verbindende werk van de Geest niet ten koste mag gaan van de aandacht voor de grote scheur tussen hemel en aarde, die alleen maar overbrugd kan worden door het verzoenend sterven van Christus?
Kortom: we zijn nog steeds niet uitgedacht over die twee zendingen waar Paulus het over heeft. Maar Jan Veenhof heeft er goed aan gedaan om opnieuw, uitvoerig en met liefde aandacht te vragen voor het feit dat God werkelijk ’twee handen’ heeft.
Ad van der Dussen is emeritus predikant van de NGK Eindhoven en docent aan de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.



