Verheij: ‘Conflicten zijn er tot de jongste dag’
- Interview
- Ontmoeting
‘De Bijbelse gedachte van de tienden kan volgens mij ook inspiratie bieden voor de tijd die je aan kerkenwerk besteedt.’ Leendert Verheij, president van het gerechtshof in Den Haag, is zowel plaatselijk als landelijk actief in de Nederlands Gereformeerde Kerken. Zijn krachtbron: elke dag beginnen met een halfuur stille tijd.
Een sollicitatiegesprek met een kandidaat-raadsheer stond vanochtend op zijn agenda. Later op de middag hoort hij iemand die over een rechtszaak heeft geklaagd. Tussendoor is er tijd voor een gesprek over geloven, kerkelijke rechtspraak en benedictijns leiderschap. Het schakelen kost Leendert Verheij (65) geen moeite. Balans is een belangrijk begrip in zijn leven, zo zal blijken.
Veel strafdossiers liggen er niet opgestapeld in Verheij’s werkkamer. Af en toe heeft hij nog een zitting, volgende week is er weer één. Op zijn schouders rust vooral de leiding van het gerechtshof. Rechtspreken is geen sinecure, weet hij. ‘Als strafrechter behandelde ik zaken waarin levenslang geëist werd of waarin artsen van moord werden verdacht omdat zij de regels voor euthanasie zouden hebben geschonden. Iedere vrijheidsstraf die je oplegt, grijpt heel diep in. Ook andere beslissingen kunnen ongelooflijk ingrijpend zijn voor mensen, bijvoorbeeld rond de vraag of iemand iets te verwijten is.’
‘Rechtspraak is balanceren’, zegt Verheij. ‘Enerzijds geldt – ik zeg het in het Latijn: dura lex sed lex. De wet is soms streng, maar het is wel de wet. Daar heb je je in beginsel aan te houden. De andere kant van het spectrum is summum ius summa iniuria. Het hoogste recht kan, te ver doorgevoerd, ontaarden in het hoogste onrecht. Dat balanceren tussen die twee uitersten leer je niet in een paar dagen of een jaar, maar gaandeweg, in het bijzijn van meer ervaren rechters, met scholing, training en intuïtie ontwikkelen.’
U legde de eed af, ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’, die is voor u echt wezenlijk?
‘Absoluut. Van rechters wordt veel gevraagd. Ze moeten zorgvuldig zijn, integer, niet omkoopbaar, onpartijdig. Je moet je altijd realiseren dat je kwetsbaar en feilbaar bent. Je kunt nog zo’n goede rechter zijn, als je heel veel zittingen doet, zijn er dagen waarop het minder gaat, dat je bijvoorbeeld kort door de bocht naar iemand reageert of verzuimt heel essentiële vragen te stellen, wat van invloed kan zijn op de uitkomst van een zaak.’
Dan helpt die eed?
‘Het hangt uiteindelijk niet van mij af. Dat geeft toch een zekere rust. Je moet doen wat je kunt, je moet nauwkeurig zijn, maar je weet ook dat je af en toe fouten maakt.’
‘Je moet je altijd realiseren dat je kwetsbaar en feilbaar bent’
Wat is geloven voor u?
‘Vertrouwen. Maar toch ook wel weten. Op een gegeven moment is het mijn overtuiging geworden. Elke dag begin ik, als het even kan, met een halfuur Bijbellezen, meditatie en gebed. Ik mis het echt als het er een keer niet van komt. Ik put er veel uit, soms al op dezelfde dag, soms op een heel ander moment. Eerder verzandden pogingen om stille tijd te houden vaak. Een leergang benedictijns leiderschap een jaar of tien geleden hielp me hierin echt verder. Met het benedictijnse gedachtegoed kwam ik in aanraking via een folder die mij werd toegestuurd op het moment dat een leidinggevende positie best spannend was en ik, al besefte ik dat toen niet helemaal bewust, wel behoefte had aan enige reflectie. Een seminar dat ik volgde raakte me erg.’
Wat hield dat in?
‘Onder andere de drieslag in de basishouding die Benedictus van de monniken vroeg. Allereerst obedientia. Dat staat voor gehoorzaamheid, meer nog voor luisteren en gehoor geven, iets wat een leidinggevende heel erg moet doen, een rechter trouwens ook. Goed luisteren. Gehoor geven is niet hetzelfde als iemand gelijk geven. Het is wel laten merken dat je echt goed hebt opgepakt wat de ander bedoelt en dat je daar je oordeel op baseert. De ander voelt zich dan in ieder geval gehoord en rechtgedaan. Dan hoeft iemand nog niet gelukkig te zijn met de uitspraak. In de praktijk kunnen mensen een ongunstige uitspraak veel beter accepteren als ze zeker weten dat je hun standpunt goed gehoord hebt.
Het tweede begrip is stabilitas. Stevigheid, betrouwbaarheid, geworteld zijn, niet snel afhaken als het moeilijk wordt.
Het derde is conversio morum. Je zou daarbij kunnen denken aan het gereformeerde begrip “dagelijkse bekering”, maar het accent ligt meer op het menselijke vermogen om je in kleine stapjes gaandeweg steeds meer te oefenen zodat je ook, binnen zekere grenzen, daadwerkelijk kunt veranderen. Je hoeft niet te zeggen: ik ben nu eenmaal zo, het wordt toch nooit wat. Je kunt en moet eraan werken.’
‘Gehoor geven is niet hetzelfde als iemand gelijk geven’
Dat hebt u ook zo beleefd?
‘Onder meer in de discipline met stille tijd. Daarnaast maakte ik in het luisteren en gehoor geven de laatste tien jaar echt een groei door. Ik ben een luisteraar geworden. Je moet daar de tijd voor nemen en je niet laten afleiden. Dat nemen we mee, zeggen leidinggevenden nogal eens als een medewerker met een goede suggestie komt. Vervolgens hoort hij er nooit meer van. Dat is fataal voor zijn betrokkenheid. Je hoeft niet precies te doen wat wordt voorgesteld. Het is prima als je uitlegt dat er argumenten zijn om de suggestie niet over te nemen, maar laat merken dat je het voorstel echt meenam, dat je erover hebt nagedacht.’
In uw vrije tijd bent u voorzitter van de commissie kerkrecht en beroepszaken binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken. Dan bent u ook nog met recht bezig.
‘Telkens weer ben ik verrast hoeveel het in de Bijbel over rechtspraak gaat. Als de profeet Zacharia na de ballingschap mag aankondigen dat er een goede tijd aanbreekt, zegt hij: zorg voor rechtspraak die de waarheid dient en vrede brengt. Als het met de rechtspraak niet goed gaat, wordt dat in de Bijbel ook genoemd. Goede rechtspraak is blijkbaar een belangrijke pijler van een goed functionerende samenleving. Dat geldt tot op zekere hoogte ook voor een kerkelijke samenleving. Ik heb ervaring met rechtspraak, daarom stel ik me als deskundige beschikbaar.’
Leendert Verheij: ‘Soms zie en hoor ik mensen standpunten innemen waarvan ik denk: tja, dat zou in de kerk toch anders moeten kunnen.’ (beeld Jaco Klamer)
Waar houdt de commissie zich mee bezig?
‘Relatief het meest met problemen rond predikanten. Dat raakt de persoon van de dominee en zijn gezin, maar evenzeer een gemeente, zeker als de vraag aan de orde is of ze uit elkaar moeten. Soms buigen we ons over een preekbevoegdheid of het verlengen van een beroepbaarstelling. Zulke kwesties kunnen heel diep in het individuele leven ingrijpen en zijn ook voor gemeenten belangrijk. De Nederlandse wetgever staat kerkelijke rechtspraak toe, zodat meer recht gedaan kan worden aan het eigene van de kerk, maar dan moet die rechtspraak kwalitatief wel op orde zijn. Dat is nog een hele kunst.’
Want?
‘De rechtspraak ligt in onze Nederlands Gereformeerde Kerken deels bij de regiovergaderingen, in handen van amateurs dus. Je ziet dan toch vaak dat er op het gevoel wordt afgegaan, zeker als men de persoon in kwestie een beetje kent. Voordat je het weet wordt uit het oog verloren dat de rechtspraak zonder aanzien des persoons moet zijn, dat er gewoon afspraken zijn.
Soms kan het terecht en begrijpelijk zijn dat een regel aan de kant wordt geschoven, maar dan moet je dat wel goed kunnen uitleggen. Het gaat in de rechtspraak ook om rechtsgelijkheid, stabiliteit, continuïteit. Met alle respect, leken zijn eerder geneigd te kijken naar deze concrete situatie of die concrete persoon en dan een beslissing te nemen. Ze hebben er toch minder oog voor dat een uitspraak in een bepaalde zaak consequenties kan hebben voor een heel andere situatie. Hoe zal een predikant het ervaren als iemand een half jaar later heel anders wordt beoordeeld? En wat betekent een uitspraak voor komende zaken? Rechtspraak kijkt als het goed is breder en vraagt een zekere deskundigheid.’
Ook in de kerk zijn dus conflicten, ondanks het ‘gij geheel anders’?
‘Conflicten zullen er zijn tot de jongste dag, ook in de kerk. De vraag is: hoe ver laat je het oplopen en hoe ga je ermee om? Soms zie en hoor ik mensen standpunten innemen waarvan ik denk: tja, dat zou in de kerk toch anders moeten kunnen. Verschil van inzicht kan heel legitiem en begrijpelijk zijn, maar respecteer de ander en doe elkaar ten minste geen onrecht door eenzijdige informatie te verstrekken.
‘Leken hebben er toch minder oog voor dat een uitspraak consequenties kan hebben voor een heel andere situatie’
Je zou mogen hopen dat we daar in de christelijke gemeente iets verder in zijn dan in de wereld om ons heen, maar dat is niet altijd zo. Soms gaan mensen zo op in details dat de kern van het geschil uit beeld dreigt te raken, of ze gaan enorm op hun strepen staan om tot de laatste komma hun gelijk te halen. Dat zie je in de wereld ook. Gelukkig zijn er ook anderen, die het echt niet op de spits willen drijven en, zo nodig, de minste willen zijn.’
U bent ook voorzitter van de kerkenraad van de Leeuwendaalkerk (NGK Den Haag, Rijswijk en omstreken), een taak die u al eerder had.
‘De Bijbelse gedachte van de tienden kan ook inspiratie bieden voor je tijdbesteding. In mijn hele loopbaan speelde ze een rol. Hoeveel van je tijd geef je aan de kerk en aan verwante zaken? Het mooie van de tienden is dat het daar als het ware mee begint. Je bent niet eerst bezig met je carrière, status en privésituatie en kijkt dan aan het eind of er nog wat tijd over is. Je begint met je beschikbaar stellen voor de kerk, voor de gemeente, voor individuele gemeenteleden die je hulp vragen.
.Overigens is ook de privésituatie echt belangrijk. Mede dankzij Corine, mijn vrouw, die zelf al ruim 45 jaar werkzaam is in de verpleging en daarnaast in en buiten ons gezin op tal van terreinen actief is, kon ik doen wat ik mocht doen. Ik voel me erg bevoorrecht, een extra reden om daarvan met anderen te delen.’
Die tien procent haalt u wel?
‘Ja, maar ik houd dat niet met een tellertje bij. Er zit ook een balans in. Het kan best eens even vijftien of twintig procent zijn, op een ander moment in het leven vijf. Tien procent is een bepaalde maat. God vroeg met de tienden wel iets van mensen, maar Hij overvraagt niet.’
Zo ervaart u het, dat u het letterlijk pro Deo doet?
‘Precies. Dat is een mooie aanduiding.’
Jan Kas is freelance journalist.




