Johan Schaeffer: ‘Ik zal de kerk nooit idealiseren’

Embert Messelink | 18 maart 2017
  • Interview

Vader Schaeffer was predikant en maakte drie kerkscheuringen mee. Bij de laatste vluchtte hij letterlijk weg. Johan Schaeffer, zijn zoon, werd ook predikant, maar de kerkscheuring in de jaren zestig betekende het einde van zijn studie aan de Theologische Universiteit in Kampen. Kleinzoon Herman Schaeffer volgde in de voetsporen van vader en opa, maar legde na veel spanningen zijn ambt neer.

Johan Schaeffer (69) studeerde theologie aan de TU Kampen en de VU. Hij was predikant van de NGK Deventer, NGK Emmeloord, NGK Apeldoorn en NGK Nunspeet en ging in 2012 met emeritaat. Hij was jarenlang verbonden aan de Theologische Studiebegeleiding, de voorloper van de Nederlands Gereformeerde Predikantenopleiding.

Predikant zijn én keer op keer tegen de kerk aanlopen. Het is bijna een rode lijn in het leven van de Schaeffers. Johan Schaeffer – Nederlands-gereformeerd predikant en al enkele jaren met emeritaat – maakte de afgelopen jaren uitgebreid studie van één van deze ingewikkelde periodes in zijn leven. Voor het boek Verscheurd door trouw verdiepte hij zich tot in detail in zijn Kampense studententijd.

Het is duidelijk niet alleen een zware opgave geweest om notulen op te halen, brieven te herlezen en betrokkenen te interviewen over die tijd. Schaeffer heeft altijd een grote interesse gehad in kerkgeschiedenis. In zijn woonkamer in Nunspeet vertelt hij er geanimeerd over. ‘Ik was in eerste instantie vooral nieuwsgierig. Wat speelde er achter de schermen? Hoe kwamen beslissingen tot stand? Welke motieven speelden een rol?’

Maar gaandeweg kwam ook de pijn weer om de hoek. ‘Het speelde allemaal in de tijd dat ik verkering had met mijn vrouw Saphia. Door de scheur in de kerken – die ook onze relatie onder spanning bracht – konden wij niet kerkelijk trouwen in onze eigen gemeente, Uithuizen. Zonde tegen het vijfde gebod, zei de kerkenraad, die van oordeel was dat ik in Kampen ongehoorzaam was geweest aan de senaat van de Theologische Hogeschool. Wat een periode had moeten zijn waarin je onbezorgd en onbekommerd van elkaar gaat leren houden, werd een tijd van hevige discussies. Die tijd heeft mijn predikantschap gestempeld. Saphia en ik hebben allebei wat we noemen een kerktrauma. Zodra zaken in de kerk op scherp komen te staan, zijn we alleen maar gericht op het bewaren van de harmonie. We strijken het liefst alle plooien glad. Uit pure benauwdheid: het zal toch niet weer…’

Johan Schaeffer: ‘Zodra zaken in de kerk op scherp komen te staan, zijn Saphia en ik alleen maar gericht op het bewaren van de harmonie. Uit pure benauwdheid: het zal toch niet weer…’ (beeld Jaco Klamer)

Johan Schaeffer: ‘Zodra zaken in de kerk op scherp komen te staan, zijn Saphia en ik alleen maar gericht op het bewaren van de harmonie. Uit pure benauwdheid: het zal toch niet weer…’ (beeld Jaco Klamer)

Waar ging het allemaal om? In 1967 en volgende jaren scheuren de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Een grote groep leden met een open houding naar andere kerken, wordt op een zijspoor geplaatst. Zij vormen eerst de ‘buitenverbanders’, later de Nederlands Gereformeerde Kerken. De scheur heeft ingrijpende gevolgen voor de theologische opleiding. Aspirant-studenten en studenten die examen willen afleggen, moeten altijd een attest van hun kerkenraad overleggen. De senaat van de universiteit besluit nu om studenten met een attest van een ‘verdachte’ kerkenraad te onderwerpen aan ‘nader onderzoek’. Het besluit staat sindsdien bekend als ‘het attestenbesluit’. Een groep van veertien studenten, onder wie Schaeffer, tekent protest aan. Ze bereiken echter helemaal niets. Binnen een jaar zien dertien studenten zich gedwongen de opleiding te verlaten. Eén van de veertien onderwerpt zich onder protest aan het besluit.

Hebt u destijds overwogen om mee te werken aan dat attestenbesluit?
‘Nee, ik heb geen moment overwogen om eraan mee te werken en zo de lieve vrede te bewaren. Ik zag het attestenbesluit als onrecht tegen de kerkenraad waarbij ik hoorde. Ik kon er niet in meegaan. Studenten moesten wat mij betreft gelijk behandeld worden.’

U noemt uw boek een egodocument. Kunt u objectief schrijven over die periode?
‘Het is een egodocument, maar ik heb het zo objectief mogelijk geschreven. Ik wil recht doen aan de motieven van degenen die tegenover mij stonden. Het attestenbesluit was een plan van Van Bruggen, die toen net hoogleraar was. Hij vond steun bij zijn collega’s Kamphuis, Doekes en Schilder. Ik heb tijdens het bestuderen van alle stukken gezien dat zij bevangen waren door een grote zorg voor het welzijn van de kerken, die zij door de ondertekenaars van de Open Brief in een verkeerde richting geleid zagen. Ze hebben zich er met hart en ziel voor ingezet om dat te voorkomen. Die zorg is op zichzelf te waarderen. Maar ik vind dat de uitkomsten erg schadelijk zijn geweest. Ik heb zelf mijn opleiding aan de VU moeten afmaken. Terugkijkend maakt deze geschiedenis een bizarre indruk. Want de zaken die toen in geding waren, spelen momenteel geen enkele rol meer.’

‘Terugkijkend maakt deze geschiedenis een bizarre indruk’

U hebt veel mensen gesproken, onder andere de medestudenten die destijds vertrokken. Maar de enige nog in leven zijnde hoofdrolspeler hebt u niet gesproken.
‘Ik heb geprobeerd Van Bruggen te spreken, maar dat is helaas niet gelukt. Ik ben ervan overtuigd dat hij het attestenbesluit bedoelde als compromis, om een verdeelde senaat op één lijn te krijgen. Hij wilde echter niet aan een interview meewerken, omdat hij dan ook over anderen zou moeten spreken die niet meer in leven zijn. Ik heb gezegd dat ik dat niet van hem vraag. Ik wilde wel weten: wat stond hem voor ogen bij het attestenbesluit? Hoe kijkt hij erop terug? Vindt hij dat het aan zijn doel beantwoord heeft? Ook die vragen wilde hij niet beantwoorden. Ik heb niet begrepen waarom niet.’

Met welke gevoelens kijkt u terug op de gebeurtenissen van destijds?
‘Een vraag die mij tot op de dag van vandaag intrigeert is: hoe ga je om met een verleden waarin mensen dit elkaar hebben aangedaan? Hoe kijken we naar de schuldvraag, hoe denken we over verzoening en vergeving? Ik heb me verbaasd over de enorme snelheid waarin de relatie tussen de NGK en de GKv is veranderd. Mijn behoefte aan verantwoording over wat er in het verleden is gebeurd, is daarmee eerder toegenomen dan afgenomen. En intussen is er al de tweede of derde generatie die zegt: wij staan zo dicht bij elkaar, maak je toch niet druk over het verleden. We ervaren nu eenheid.’

Dit is niet de enige keer dat u hard met de kerk werd geconfronteerd. Hoe liep het met uw vader?
‘Mijn vader heeft in zijn leven drie keer een kerkscheuring meegemaakt. Eerst in 1944. Daarna was hij van 1957 tot 1966 predikant in Uithuizen. Mede door de kerkelijke spanningen raakte hij overspannen. Hij ging met vervroegd emeritaat en vertrok naar Zwolle, waar twee jaar later de scheur zich voltrok. Volgens de kerkenraad van Uithuizen maakte mijn vader de verkeerde keuze. Ze ontnamen hem daarom zijn emeritaatsrechten. Hij kreeg geen rooie cent meer. Later kwam het in de NGK Zwolle nogmaals tot een breuk. Bij die laatste breuk was hij zo innerlijk verscheurd dat hij letterlijk is gevlucht. Hij is vertrokken naar Schiedam om niet te hoeven kiezen.’

‘Mijn vader was diepgelovig en zeer vergevingsgezind. Ondanks de diepe pijn bleef hij contact houden met gemeenteleden van Uithuizen en correspondeerde hij met hen. Hij was van mening dat je in de kerk scherp tegenover elkaar kunt staan, maar dat niemand de kerk van Christus uit mag zolang hij bij Christus hoort.’

Ook in recente tijden bent u opnieuw geconfronteerd met de ingewikkelde kanten van het kerk-zijn.
‘Mijn zoon Herman was predikant in Heerenveen en IJsselmuiden. Na veel spanningen heeft hij in IJsselmuiden uiteindelijk zijn ambt neergelegd. Als vader heb ik het daar erg moeilijk mee gehad.’

Johan Schaeffer: ‘Het hart van het evangelie draait om vergeving en verzoening. Als een kerk daartoe niet in staat is, doet zij haar Heer en zichzelf tekort.’ (beeld Jaco Klamer)

Johan Schaeffer: ‘Het hart van het evangelie draait om vergeving en verzoening. Als een kerk daartoe niet in staat is, doet zij haar Heer en zichzelf tekort.’ (beeld Jaco Klamer)

In de afgelopen jaren hebt u meer predikanten gesproken die te maken hebben met spanningen.
‘Ik zie dat het de laatste jaren vaak mis gaat met predikanten. Met Saphia en een ander predikantsechtpaar sta ik de afgelopen jaren predikantsechtparen pastoraal bij als ze in zwaar weer zijn terechtgekomen. We hebben het druk gehad. Als ik zie wat hun overkomt, denk ik: waar gaat het over? In de jaren van de breuk hadden we verschillen van inzicht. Je kon ergens een stevig debat over voeren, dat in elk geval nog ergens over ging. Nu lijkt het of mentaliteit en ongenoegens bepalend zijn. Dat vind ik ongeestelijk en beneden de maat. Ik word er heel verdrietig van. Predikanten lopen stuk, gemeentes worden aan het ongenoegen opgeofferd en gedecimeerd.’

Hoe heeft het uw beeld van de kerk beïnvloed?
‘Ik zal de kerk nooit idealiseren. Dat kan ik niet meer. Ik geloof een heilige kerk, maar de kerk blijft helaas ook een groep mensen, waarin heel veel fout gaat. De kerk is voor mij vaak een onveilige plek geweest. Gelukkig gebeuren er veel mooie dingen in de kerk, maar wat is de gebrokenheid, ellende, kleinzieligheid en kleingeestigheid toch sterk. En dat is dan Christus’ kerk… Ik houd me in die kerk staande door dicht bij Christus te staan, die juist voor dit zootje, waar ik overigens zelf ook bij hoor, naar deze wereld is gekomen.’

Het moet u deugd doen dat er nu zo veel herkenning is over kerkmuren heen.
‘Ik sta er eerlijk gezegd wat dubbel in. Hier in Nunspeet is er de laatste jaren meer contact tussen de NGK en de GKv. Vorig jaar mocht ik voor het eerst voorgaan in een dienst in de GKv. Het was ook nog avondmaal. Ik vond dat heel bijzonder. Ik sprak vooraf een broeder die de jaren zestig heel bewust heeft meegemaakt. ‘Ik schaam mij voor alles’, zei hij. Dat deed me goed. Tegelijk heb ik ook wel eens cynische gedachten: het kan nu, omdat over het algemeen het verleden gemakshalve maar vergeten wordt. In deze tijd van secularisatie is het logisch dat we elkaar zoeken en vinden. Maar ik proef niet altijd dat daar een echt geestelijke verdieping aan ten grondslag ligt. Het is meer: zo gaan de dingen gewoon.’

‘Vorig jaar mocht ik voor het eerst voorgaan in een dienst in de GKv’

Op welke manier kunnen we het verleden recht doen?
‘Je leest in de Bijbel dat profeten schuld belijden in solidariteit met het schuldige volk. Zou dat ook nu niet kunnen? Dat we nu schuld belijden voor wat vroeger is gebeurd? Of als schuld belijden ingewikkeld is omdat de generatie van nu geen schuld ervaart, kunnen we dan misschien schaamte erkennen en uitspreken? Ik zou het op prijs stellen. Het hart van het evangelie draait om vergeving en verzoening. Als een kerk daartoe niet in staat is, doet zij haar Heer en zichzelf tekort.’

Zijn er in uw geval ontwikkelingen op dat vlak?
‘Voor mij was het als kind al een droom om nog eens te preken in Uithuizen, de gemeente waar mijn vader predikant was. Dat is de kerk die mijn vader zijn emeritaatsrechten ontnam en ons huwelijk niet kerkelijk wilde bevestigen. Tot mijn grote verrassing gaat dat er inderdaad van komen. Komende zomer, op 25 juni, mag ik er preken.’

‘Tijdens het schrijven van mijn boek heb ik ook gesprekken gevoerd met Roel Kuiper, rector van de Theologische Universiteit. Hij heeft gezegd: ik wil graag alles weten, misschien kan ik nog iets doen. Intussen hebben vijf studenten van destijds al een informeel gesprek met hem gehad. Hij heeft hun verhalen gehoord en die hebben hem diep geraakt. Hij heeft een meer officieel gesprek van verzoening met de ex-studenten beloofd. Dat gaat in april gebeuren. Allen die er nog zijn van de groep van veertien zijn welkom.’

‘Dit zijn twee bijzondere stappen, die ik ontzettend waardevol vind. Het zou veel voor mij betekenen als de GKv als geheel eenzelfde stap zou zetten. Het zou helpen om het verleden af te ronden en een plek te geven. Ik zou het mooi vinden als die moeilijke tijd een gedenksteen wordt waarbij je met een gerust hart stil kunt staan.’

Mede naar aanleiding van Johan Schaeffer, Verscheurd door trouw. Studentenprotest in Kampen in de jaren zestig, Barneveld (Vuurbaak), 2017.

Over de auteur
Embert Messelink

Embert Messelink is zelfstandig tekstschrijver.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief