Arie Slob: ‘Ik stond erbij, keek ernaar en kon niets doen’

Sjoerd Wielenga | 7 januari 2017
  • Interview
  • Ontmoeting

Kort nadat Arie Slob de Tweede Kamer had verlaten, werd hij ouderling in de kerk. Hoe blikt hij terug op Den Haag? Waar maakt ‘de mens Slob’ zich druk om, wat houdt hem bezig? En voor welke uitdagingen staat de kerk en staan christenen? Slob: ‘Christenen kunnen op een geestelijke manier heel ongeestelijk zijn.’

Arie Slob (Nieuwerkerk aan den IJssel, 1961) studeerde geschiedenis en werkte als leraar maatschappijleer en geschiedenis in Zwolle. Van 2001 tot en met 2015 zat hij namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer, waarvan acht jaar als fractievoorzitter. Momenteel is hij directeur van het Historisch Centrum Overijssel en de IJsselacademie. Slob is lid van de GKv Zwolle-Zuid.

Arie Slob (55) leeft, zegt hij zelf, in genadetijd. Toen hij vorig jaar de leeftijd bereikte die zijn vader had toen hij stierf, besloot Slob te stoppen als Tweede Kamerlid. Het was tijd voor andere zaken in het leven, vertelt hij in zijn woonkamer. Slob ontvangt, op sokken, in het huis waar hij en zijn vrouw Marjette nu een jaar wonen; de vier kinderen zijn uitgevlogen. De Slobs zijn verhuisd binnen Zwolle en wonen in de buitengebieden van de stad, midden in de natuur, vlak bij de IJssel. De hectiek van politiek Den Haag lijkt hier verder weg dan ooit. Hij kijkt met plezier terug op vijftien jaar in de Tweede Kamer. ‘Het was een mooie en unieke tijd. We stonden de laatste jaren in de voorste linies. Mijn huidige werk is niet minder, maar wel heel anders.’

Nu fietst Slob om acht uur ‘s morgens met zijn broodtrommel achterop naar het werk. ‘De avond voor mijn eerste werkdag in Zwolle vroeg ik de kinderen via Whatsapp: “Maken jullie ‘s morgens of ‘s avonds je lunchpakketje klaar?”’ Hij lacht: ‘Ik dacht dat Den Haag zo’n beetje het middelpunt van het leven was. Gelukkig heeft mijn vrouw, zacht uitgedrukt, geen overdadige interesse in de politiek. Dat relativeerde enorm. Nu ik weg ben, merk ik pas goed dat allerlei Haagse kwesties waar ik vroeger heel druk mee was, het gros van de mensen een zorg zal zijn. Dat heeft wel iets.’

Lukte het u om de politiek los te laten?
‘Toen ik net weg was, vroegen ze me nog weleens advies. Dat hoeft nu niet meer. Fractievoorzitter zijn was een stressvolle baan: de camera’s die op je gericht zijn, grote politieke onderwerpen, wrijvingen tussen partijen onderling en tussen het kabinet en de Kamer. Ik had een latente spanning in mijn lijf; het gevoel dat het wel goed moest gaan. Het is best eenzaam als politiek leider. Dan bid je om wijsheid. Gelukkig werd ik gezegend met rust.

In Den Haag kun je niet iedereen zomaar in vertrouwen nemen over je kwetsbaarheden. Dan kun je net zo goed meteen zelf de krant bellen. Maar met iemand als Alexander Pechtold van D66 kon ik ook vertrouwelijke gesprekken voeren. Als christenen harde woorden over hem spreken omdat ze het niet eens zijn met zijn standpunten, heb ik daar moeite mee. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, maar we moeten wel respect voor elkaar opbrengen. Op een geestelijke manier kunnen christenen soms heel ongeestelijk zijn.’

‘Maken jullie ‘s morgens of ‘s avonds je lunchpakketje klaar?’

Merkte u dat zelf ook in het contact met uw achterban?
‘In een gebroken wereld moeten christenpolitici met de Bijbel als uitgangspunt keuzes maken waar niet iedereen het mee eens is. Dat leidde weleens tot reacties als: “God zal je straffen” en: “Deugt jouw geloof eigenlijk wel?” Ik vond het geen enkel probleem om onze standpunten uit te leggen, maar ik werd er wél moedeloos en verdrietig van als je integriteit door medegelovigen in twijfel werd getrokken. Dat voelde als een aanval waar ik me niet tegen kon verdedigen. Het moeilijkste in vijftien jaar Den Haag waren niet de debatten over bescherming van het leven, onderhandelingen met het kabinet of een tv-debat met twee miljoen kijkers. Het zwaarste was echt om van medechristenen zulke kritiek te krijgen.’

TU Kampen-hoogleraar Ad de Bruijne stelt dat er juist in politieke omgevingen een geestelijke strijd plaatsvindt waarin de machtsvraag domineert.
‘Dat is waar, maar maak Den Haag niet te bijzonder. Zo’n strijd kan ook op een school of in de kerk plaatsvinden. De macht van de gevallen engelen manifesteert zich op plekken waar de invloed het grootst is. In Den Haag voelde ik die strijd juist in debatten over leven, dood en echtscheiding bijna fysiek. Er hing dan zó’n spanning in de lucht dat je de strijd tussen goed en kwaad bijna kon beetpakken. Maar dan dacht ik: dáárom zit ik hier dus.’

Op een gegeven moment regeerde de ChristenUnie mee in het kabinet-Balkenende IV, samen met het CDA en de PvdA. Slob: ‘Aan een kabinet zit niets romantisch, in de sfeer van “we gaan samen iets moois bouwen”. Iedereen zit er met z’n eigen belang. Dat zag je ook toen de PvdA het kabinet liet klappen, zodat ze electoraal konden profiteren en Wouter Bos naar zijn volgende baan kon vertrekken.’

Maar, haast Slob zich te zeggen, ook het tegenovergestelde gebeurde: ‘Als je gelooft dat de mens geneigd is tot alle kwaad kan het alleen maar meevallen. Er zijn in alle partijen mensen die uit oprechte motieven politiek bedrijven. Gelukkig wel.’

‘Ik wil Hem niet ter verantwoording roepen,
maar ik snap het gewoon niet’

Lukte het u zelf om oprecht te blijven?
‘Dat heb ik altijd wel geprobeerd, maar ik ontkwam er niet altijd aan om bijvoorbeeld mezelf in de kijker te spelen. Juist omdat ik op een plek zat waar de strijd manifest was, deed het ertoe dat ik mij geestelijk wapende. Zo zat ik samen met Gert-Jan Segers, zanger Marcel Zimmer, voormalig Opwekking-directeur Joop Gankema en collega Roel Kuiper in een gebedsgroepje. Dat was heel belangrijk voor me. Maar ook hier geldt: maak Den Haag niet te bijzonder. Het is voor iedere christen, op elke plek belangrijk om het gebed niet te verwaarlozen. Vergelijk het met een sporter: als die niet traint, dan wordt het niets.’

Spreekt hier ook de ouderling die u inmiddels bent?
‘In mijn afscheidsinterview in het ND had ik gezegd dat ik nu wat meer in de kerk kon doen. Dat heeft de kerkenraad goed gelezen, want razendsnel kreeg ik de vraag of ik ouderling wilde worden. Kan ik niet eerst even uitrusten?, vroeg ik. De kerkenraad deed toch een beroep op me en liet de keuze aan mij. Omdat ik nee had gezegd tegen veel maatschappelijke bestuursfuncties waarvoor ik was gevraagd, heb ik uiteindelijk ja gezegd. De huisbezoeken vind ik erg mooi. Mijn respect voor mensen die dat altijd al deden, is alleen maar groter geworden.’

Arie Slob: 'Hoe ouder ik word, hoe groter mijn verlangen wordt naar de wereld die helemaal goed zal zijn.' (beeld Jaco Klamer)

Arie Slob: ‘Hoe ouder ik word, hoe groter mijn verlangen wordt naar de wereld die helemaal goed zal zijn.’ (beeld Jaco Klamer)

Voor welke uitdagingen staat de kerk vandaag?
‘Het zijn lastige en verwarrende tijden. Het is ingewikkeld om leiding te geven aan de kerk in een tijd waarin mensen geen leiding willen krijgen. Want als het ze niet bevalt, gaan ze wel naar een andere kerk, en daarna weer een andere. Het is mooi dat blokkades tussen kerken onderling verdwijnen, maar de keerzijde is dat veel mensen vooral op hun eigen verlangens gericht zijn.’

Wat te doen?
‘Je ziet doelgroepenkerken opkomen: we richten de diensten zo in dat gezinnen met kinderen tussen 0 en 17 jaar – of juist jongeren tussen 17 en 30 jaar – maximaal bediend worden. Ook qua tijdstippen. Dan ga je dus maximaal voor de wensen van een generatie. Als je blijft kiezen voor een kerk van alle generaties heb je het zwaar. Maar ik denk dat het goed is dat jongeren en ouderen elkaar ontmoeten. We horen bij elkaar. Dat je doelgroepen de ruimte geeft, ook in aangepaste kerktijden, is logisch. Maar jongeren en ouderen moeten blijven investeren in gezamenlijke ontmoetingen, als je niet meer samen in een kerkdienst zit. Laten we niet in alles een knieval doen aan onze tijdgeest.’

Mensen die van kerk naar kerk shoppen. Het heeft iets weg van de zwevende kiezer.
‘Je blijft ook niet meer heel je leven bij dezelfde supermarkt of energieleverancier of internetaanbieder. Wat de kerk betreft, ben ik zelf heel honkvast, ik ga al heel mijn leven naar een gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Na de vrijgemaakte middelbare school ging ik naar de Evangelische Hogeschool. Ik ontmoette andere christenen, evangelischen, reformatorischen. Dat was heel leerzaam. Later bij de ChristenUnie – de unie van christenen – ontmoette ik ook katholieken. Dan blijkt dat zij even gelovig zijn als een baptist of een vrijgemaakte. Je kunt zeggen: mooi zo veel verscheidenheid. Als je een ingetogen karakter hebt, ga je naar een traditionele kerk, ben je wat expressiever dan word je evangelisch en ben je wat meer mystiek ingesteld dan word je rooms-katholiek. Maar de andere kant is: kerkelijke verdeeldheid is het gevolg van gebrokenheid.’

Of het nu over politiek of kerk gaat, u heeft het regelmatig over ‘gebrokenheid’. Is dat een thema voor u?
‘Van jongs af aan al. Mijn jongste zus is zwaar gehandicapt geboren. Mijn vader kreeg jong kanker, hij overleed toen ik 19 jaar was. De gebrokenheid is levensgroot aanwezig. Ik zag het ook toen ik in Afrika vluchtelingenkampen bezocht. Of bij ruzies in de kerk, spanningen in christelijke organisaties, een predikant die uit het ambt gezet wordt, een huwelijk dat klapt, en het milieuprobleem. Hoe ouder ik word, hoe groter mijn verlangen wordt naar de wereld die helemaal goed zal zijn. Ik herinner me preken die ik als jongen in Capelle aan den IJssel hoorde. Als de oud-predikant van die gemeente over de hemel en de nieuwe aarde sprak, hield hij het nooit droog. Als kind had ik vaak geen idee waar die preken over gingen, maar dat hij zo moest huilen maakte indruk. Dan moest het wel iets heel belangrijks zijn. Nu pas snap ik wat hij bedoelde. De schepping zucht. Ik bid bijna dagelijks: kom terug, Heer!’

Mist u uw vader?
‘Ja. Het is voor kinderen heel intens om hun vader te moeten missen. Het was moeilijk om te zien hoe ziek hij was. Ik stond erbij, keek ernaar en kon niets doen. Maar ook in een vluchtelingenkamp in Afrika sta je erbij en kijk je ernaar. Als ik straks God ontmoet, zal ik Hem hoop ik kunnen vragen naar de zin van het lijden. Nee, ik wil Hem niet ter verantwoording roepen. Maar ik snap het gewoon niet. Als ik zie hoe gehandicapt mijn zusje is, ze kan nauwelijks praten, maakt alleen wat geluiden. Ze zit bij ons in de kerk. Ooit zei de dominee in een preek: “God houdt van ons.” We hoorden haar ineens naast ons “Ja!” zeggen.’ Slob schiet vol. Dan: ‘Mensen kunnen door het lijden God kwijtraken. Dat mij dat niet is gebeurd, is geen eigen verdienste. Daarvan ben ik overtuigd.’

Over de auteur
Sjoerd Wielenga

Sjoerd Wielenga (GKv) is zelfstandig journalist, tekstschrijver en eindredacteur.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief