Leven in de laatste dagen (1)
- Opinie
Leven we in de eindtijd? Veel christenen stellen zich die vraag, omdat de recente ontwikkelingen in de wereld ons steeds meer beangstigen. Maar wat verstaan we precies onder de eindtijd? Deel één van een tweeluik.
Jezus Christus sprak over verschrikkelijke gebeurtenissen die aan zijn komst zullen voorafgaan: oorlogen, hongersnoden, epidemieën en aardbevingen. Ook noemde Hij wetteloosheid en christenvervolging (Matteüs 24; Marcus 13; Lucas 21). Is het geen veeg teken dat we deze dingen in onze tijd zien gebeuren?
De christelijke bestseller Wake Up! klaagt dat er in de gevestigde kerken maar weinig gesproken wordt over de wederkomst. Heeft men de hints van Jezus Christus gemist? Een ‘profetische kalender’ is volgens dit boek nodig om iedereen op tijd wakker te schudden.
Enige voorzichtigheid is echter op z’n plaats en misinterpretatie ligt op de loer. Jezus Christus waarschuwde in dezelfde toespraak voor valse profeten, die ons proberen te misleiden. Waakzaamheid is geboden, zei Hij, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen (Marcus 13:33).
De zorgwekkende ontwikkelingen van onze tijd zijn eerder op te vatten als waarschuwingssignalen dan als voortekens. Toen de leerlingen Jezus vroegen naar een betrouwbaar herkenningsteken voor de wederkomst, noemde Hij geen verschijnselen op aarde, maar ‘het teken van de Mensenzoon dat aan de hemel zal verschijnen’. Daarmee kan ofwel bedoeld zijn dat de Mensenzoon zelf het teken is (vergelijk Openbaring 12:1), ofwel dat de komst van de Mensenzoon vanuit de hemel zal worden aangekondigd met een niet mis te verstaan signaal, zoals een opgestoken vaandel of strijdbanier. Over zo’n teken wordt in het boek Jesaja meer dan eens geprofeteerd; heel bekend is de banier voor de volken uit Jesaja 11:10. Hoe dan ook, volgens Jezus komt het herkenningsteken van boven.
Ultieme dag
Wanneer de Bijbel spreekt over wat wij de eindtijd noemen, lezen we vaak de formulering ‘de laatste dagen’. Daardoor kan het lijken alsof de wederkomst een kwestie van enkele dagen is. Maar het meervoud ‘dagen’ duidt in de Bijbel eerder een bepaalde periode aan. Het Nieuwe Testament spreekt bijvoorbeeld ook over de dagen van Noach, van Lot, van Elia, van David, van de vaderen, van Johannes, van koning Herodes en van de Mensenzoon.
Soms lezen we de aankondiging: ‘Er zullen dagen komen…’ Dat worden moeilijke tijden voor christenen (2 Timoteüs 3:1), temeer omdat ‘op het laatst van de dagen’ spotters zullen optreden die sceptisch zijn over het ingrijpen van God in de wereldgeschiedenis (2 Petrus 3:3; Judas 18).
De zorgwekkende ontwikkelingen van onze tijd zijn eerder op te vatten als waarschuwingssignalen dan als voortekens
De periode van de laatste dagen zal volgens het Johannesevangelie afgesloten worden met één bepaalde dag, namelijk ‘de laatste dag’. Dan zullen de doden opstaan en zal het eindgericht voltrokken worden (Johannes 6:39-40,44,54; 11:24; 12:48).
Ook elders in het Nieuwe Testament komt die ultieme dag ter sprake. De apostel Paulus zegt dat God een dag heeft bepaald waarop Hij de mensheid zal oordelen – ook wat in het verborgene gedaan is (Handelingen 17:31; Romeinen 2:16). Verder spreken de nieuwtestamentische brieven over de dag van het gericht of van goddelijke toorn en vuur. Maar we lezen ook over de dag van de verlossing of van de glorie van Christus en de gelovigen. Als christenen zien we deze dag steeds dichterbij komen (Hebreeën 10:25). Die allerlaatste dag zal overgaan in de eeuwigheid (2 Petrus 3:18).
In lijn met het Oude Testament spreken de brieven vaak over ‘de dag van de Heer’ of ‘de dag van Christus’. Dat Hij zal komen als een dief in de nacht, is een belangrijk motief uit het onderwijs van Jezus, opgetekend in de evangeliën en gevolgd door de apostolische traditie (Matteüs 24:42-44; Lucas 12:39-40; 1 Tessalonicenzen 5:2,4; 2 Petrus 3:10). Dit motief komt terug in de verkorte waarschuwing uit zijn mond die we lezen in het boek Openbaring: ‘Ik kom als een dief’ (Openbaring 3:3; 16:15).
Tijdsbesef
Hoe zit het nu, leven we in de laatste dagen? Dat ligt eraan wat iemand daarmee precies bedoelt. In het Oude Testament fungeren de laatste dagen als een profetische uitdrukking voor het toekomstige herstel van Israël (Jesaja 2:2; Daniël 2:28; Hosea 3:5; Micha 4:1). In die dagen zal de HEER zich over zijn volk ontfermen; dan breken gouden tijden aan, bijvoorbeeld vanwege de beloofde en gerealiseerde verbondsvernieuwing (Jeremia 31:31-34, geciteerd in Hebreeën 8:8-12).
Fraai is deze gedachte verwoord in de aanhef van de brief aan de Hebreeën, wanneer de verleden tijd wordt vergeleken met het heden: ‘Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt, heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon’ (Hebreeën 1:1-2a).
De Eeuwige draait aan de knoppen van de tijd, bepaalt de kalender en stuurt de wereldklok aan
Anders gezegd: met Jezus Christus heeft de geschiedenis haar hoogtepunt bereikt (Hebreeën 9:26). Daardoor krijgen christenen meer tijdsbesef, een soort versterkt bewustzijn waardoor elk moment quality time wordt. Dat God zijn Zoon ter wereld bracht en het heelal onder zijn gezag plaatste, markeert de volheid van de tijd(en), aldus Paulus (Galaten 4:4; Efeziërs 1:10). De tijd is volgelopen als een zandloper. Omdat het huidige tijdperk ‘gecomprimeerd’ is, moeten we niet in deze wereld opgaan; de gedaante van deze wereld gaat voorbij (1 Korintiërs 7:29). Petrus schrijft dat Christus geopenbaard is op het laatst van de tijden. Het einde van alles is nabij; wees nuchter en waakzaam, om te kunnen bidden (1 Petrus 1:20; 4:7).
De Eeuwige draait aan de knoppen van de tijd, bepaalt de kalender en stuurt de wereldklok aan. Hij kan de dagen verkorten ter wille van de uitverkorenen (Matteüs 24:22; Marcus 13:20) of uitrekken ter wille van degenen die zich nog moeten bekeren (2 Petrus 3:8-9). In moeilijke omstandigheden, wanneer hun geloof op de proef wordt gesteld, kunnen christenen de redding tegemoet zien die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden (1 Petrus 1:5). Leven in de laatste dagen is leven vol verwachting.
Tekenen der tijden
De uitdrukking ‘tekenen der tijden’, die onder christenen ingeburgerd is wanneer het gaat over voortekens van de eindtijd of van het wereldeinde, komt in de Bijbel in een heel andere context voor. Als de farizeeën en sadduceeën Jezus op de proef stellen door Hem te vragen een teken uit de hemel te tonen, reageert Hij met een impliciete verwijzing naar de wondertekens uit hun eigen tijd. Die hebben een signaalfunctie, net als het avond- of het morgenrood om te voorspellen wat voor weer het wordt. Jezus wil zeggen: er zijn tekens genoeg om jullie heen, je moet ze alleen weten te duiden (Matteüs 16:1-4). Het gaat bij de ‘tekenen der tijden’ dus niet om voortekens van de eindtijd of van het wereldeinde, maar om een correcte interpretatie van de tijd van Jezus Christus en zijn Joodse critici. In de weergave van Lucas wordt dat volstrekt duidelijk: ‘… hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden?’ (Lucas 12:56).
Rob van Houwelingen is emeritus hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen.



