Je bekommeren om je medemensen
- Wandelen met God
Nu komt het erop aan, zei Anne van der Bijl van Open Doors toen ik hem in 2001 vlak na 9/11 interviewde. Huilen christenen mee met de wolven in het bos of luisteren ze naar de stem van hun Heer? Zetten we moslims weg of hebben we hen lief – ook wanneer zij ons niet goedgezind zijn? Wandelen met God is ook: vluchtelingen liefdevol opvangen en oprechte liefde hebben voor geradicaliseerde moslims.
Wie wandelt met God, gaat de weg van onvoorwaardelijke liefde, zei Van der Bijl. Zelf zoekt hij in islamitische landen niet alleen verdrukte christenen op, maar ook radicale moslimleiders – terroristen zelfs, van Hamas, Hezbollah en Al Qaida. ‘Ik heb “islam” leren spellen als: I sincerily love all muslims. Ik houd oprecht van alle moslims, óók van die geradicaliseerde jongeren, óók van die terroristen. Ze zijn onze medeschepselen van God en Jezus stierf ook voor hen. Als God van moslims houdt, wie zijn wij dan om dat niet te doen?’
Als er in Nederlandse steden en dorpen nieuwe moskeeën worden geopend, dan huilt zijn hart, vertelde Anne. Waarom? Omdat veel christenen hun huizen en harten gesloten houden voor moslims en hen niet in aanraking brengen met de liefde van Jezus.
Eigenbelang
Vijftien jaar later is de toon van de debatten verhard. Het protest tegen de komst van vluchtelingen neemt naargeestige trekken aan – dode varkens, doodsbedreigingen, oproepen tot geweld tegen vluchtelingen, betogers in zwarte shirts met de afbeelding van een agressieve pitbull, mannen met bivakmutsen die een noodopvang bestormen en vuurwerkbommen gooien. In Facebookgroepen van zelfverklaarde PVV’ers giert de retoriek van de jaren dertig en veertig: vluchtelingen moeten worden ‘afgeslacht’, ‘vergast’, ‘door de kop geschoten’, ‘gecastreerd’ of ‘verzopen’. Dit zijn geen neonazistische skinheads, zoals in de jaren tachtig, geen extreemrechtse eenlingen. Dit zijn mijn eigen buren, gewone mensen in mijn volksbuurt.
De samenleving verandert: minder solidariteit buiten de eigen sociale groep, meer eigenbelang. In politiek Den Haag zien we dezelfde tendens. Onbaatzuchtige hulp aan vreemdelingen wordt steeds minder geaccepteerd, mogelijk zelfs strafbaar. Wat doen christenen? Laten we ons voeden door – soms gegronde – angst voor de islam? Of hebben we onze naaste lief, ook als hij mogelijk onze vijand is?
‘In Europa wordt het klimaat rond migranten steeds harder en mensen worden buitengesloten’, constateerde Tim Keller vijf jaar geleden, toen ik hem vroeg naar de grootste uitdagingen voor christenen in Nederland. ‘Gaan christenen mee in die verharde, egoïstische cultuur of onderscheiden ze zich als mensen die opkomen voor vreemdelingen? Zijn ze bereid offers te brengen voor migranten?’
Concreet: ‘Verlenen kerken onderdak aan vreemdelingen die op straat belanden, of het land uitgezet dreigen te worden terwijl ze gevaar lopen? Durven kerken burgerlijk ongehoorzaam te zijn als de overheid onrecht doet? In tal van opzichten zullen kerken een “tegencultuur” moeten vormen in een vervreemde cultuur, als tekenen van het komende koninkrijk van God.’
Zelfonderzoek
Het is dit weekeinde Palmpasen. Een moment van zelfonderzoek: hoe is mijn wandel met God? Roep ik ‘Hosanna voor de Heer’, maar haak ik af zodra het volgen van Jezus mij echt iets gaat kosten? Heb ik veertig dagen vroom gevast en gebeden, maar wil ik geen gekke Henkie zijn als het gaat om liefde en recht voor gevluchte Syriërs, Eritreeërs en Afghanen?
Het is Palmpasen en ik kijk in de spiegel die Jesaja mij voorhoudt:
Is dit niet het vasten dat Ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
Is het niet: je brood delen met de hongerige,
onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt rondloopt,
je bekommeren om je medemensen?
(Jesaja 58:6-7)
Ronald Westerbeek werkt als theoloog voor de charismatische vernieuwingsbeweging New Wine.



