Genieten met de schepper
- Woordzoeker
De glorie van de HEER moge eeuwig duren,
laat de HEER zich verheugen in zijn werken.
Psalm 104:31 (NBV heeft ‘luister’)
‘En God zag dat het goed was.’ Zeven keer kun je deze woorden horen in het verhaal van de schepping van hemel en aarde (Genesis 1:1–2:4). De laatste keer is het zelfs ‘zeer goed’. De schepper levert vakwerk. Hij geniet ervan. Hij heeft alle recht van de wereld om te zeggen: ‘Ik ben een blij God.’
Het is Hem gegund. Dat is wat de bidder in Psalm 104:31 met zoveel woorden zegt. Het klinkt misschien een beetje raar als een mens dat zegt. Alsof het voor God uitmaakt of mensen het Hem gunnen dat Hij geniet.
Als de bidder dit zegt, dan geeft hij de aangesprokene een groot compliment. Hij spreekt zijn bijzondere waardering uit voor het onmiskenbare vakwerk van de kunstenaar. Door de naam van de schepper te noemen bekent de bidder kleur. Hij heeft zijn keuze gemaakt. Er is maar één die dit kan: JHWH. Hij, de God van Israël, is de schepper. Niet El, niet Marduk, of hoe andere volken hun scheppergod ook maar mogen noemen. JHWH heeft het auteursrecht op de schepping, dan mag Hij er ook van genieten.
Aanstekelijk
Voor de HEER wil ik zingen zolang ik leef,
een lied voor mijn God zolang ik besta.
Moge mijn lofzang de HEER behagen,
zoals ik mijn vreugde vind in Hem.
(Psalm 104:33-34)
Die vreugde van JHWH is aanstekelijk. Zoals JHWH blij wordt wanneer Hij ziet, hoort, ruikt en voelt wat Hij gemaakt heeft, zo wordt de bidder blij wanneer zijn onweerstaanbare drang tot lofprijzing zijn ware bestemming gevonden heeft: JHWH, de God van Israël, de schepper van hemel en aarde.
Het auteursrecht van de schepper loopt niet op een dag af. Bij dat gegeven hoort een lied dat nooit van zijn leven zijn laatste maatstreep bereikt. Wie zijn zintuigen heeft leren gebruiken, vindt altijd weer nieuwe redenen om uitdrukking te geven aan zijn verwondering en waardering voor de schepper.
Genieten van wat de schepper heeft gemaakt is een goede zaak. Maar als onmatig mens moet je je er altijd weer bewust van zijn dat je bij het genieten van het geschapene ook kunt overdrijven. Voor je het weet ben je in een situatie beland waarin je het geschapene een plaats hebt gegeven boven de schepper.
‘Geniet met mate’ – dat gaat alleen maar lukken wanneer je telkens weer begint met vooral en in de eerste plaats te genieten van de schepper. Bij het genieten van de schepper hoef je niet bang te zijn voor onmatigheid. Je kunt nooit te veel van Hem genieten, alleen Hij is ‘prijzenswaard bovenmate’ (Psalm 96:4).
Muziek
Alleen wanneer je met volle teugen geniet van de schepper is er genoeg ruimte om te genieten van al het mooie wat Hij gemaakt heeft. Genoeg: niet te veel en niet te weinig. En dan ontstaat er een bijzondere chemie: de lofzang klinkt de schepper als muziek in de oren en tegelijk is die schepper voor de bidder een bron van vreugde waarvan je de bodem nooit bereikt (‘zoals ik mijn vreugde vind in Hem’).
Genieten van de schepper en vervolgens meegenieten met de schepper is pas echt wat je noemt onbezorgd genieten, mateloos, eindeloos. Wie dat ontdekt, heeft alle recht van de wereld om te zeggen: ‘Ik ben een blij mens.’
Om over na te denken
Je kunt te veel van de schepping genieten, maar ook te weinig. Wat is voor jou de grootste valkuil?
Wolter Rose is universitair hoofddocent Semitische talen, geschiedenis en cultuur van het Oude Nabije Oosten aan de TU Kampen.




