Waarom moest Jezus sterven? (2)

Hans Burger | 19 maart 2016
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Over de betekenis van de kruisdood van Jezus Christus raken we nooit uitgedacht. In dit tweeluik gaan Bas Luiten en Hans Burger erover in gesprek.

(beeld Eugene Zagatin/Shutterstock)

(beeld Eugene Zagatin/Shutterstock)

Alweer een aantal jaren vertelt The Passion het verhaal van Jezus’ dood. Dit sociodrama, met al zijn (on)mogelijkheden, vertelt over een cruciaal moment in het grote theodrama van God. Alleen al dat gegeven is een reden om opnieuw te vragen: waarom moest Jezus sterven?

Dit tweeluik over het waarom van Jezus’ dood startte met vragen van Bas Luiten bij mijn artikel in Cruciaal, een bundel over de betekenis van Jezus’ dood (zie pagina 12-15). Een paar vragen van Luiten kan ik meteen beantwoorden. De andere vragen zal ik in het vervolg uitgebreider uitwerken.

Plaatsbekleding

Luiten vraagt of ik het woord ‘plaatsvervanging’ wil opgeven. Ik geef zelf de voorkeur aan de term ‘plaatsbekleding’. Plaatsbekleding omvat namelijk een exclusief element (plaatsvervanging in traditionele termen) en een inclusief element (wij delen in wie Christus is). Overigens volg ik daarin onder anderen K. Schilder (zie zijn Heidelbergsche Catechismus II, pagina 47).

Verder vraagt Luiten zich af of ik niet verzwijg dat Jezus ook gekomen is om de straf van onze zonden te dragen. Ik noem dat motief in Cruciaal zijdelings, maar in een ander artikel ga ik er uitgebreider op in (zie ‘“Door zijn striemen bent u genezen”: een uitweg uit de verstaanscrisis’ in Theologia Reformata nummer 57, 2014). De Bijbel is hierover namelijk helder. Jezus is voor ons tot een vloek geworden (Galaten 3:13) en in Christus heeft God onze zonde veroordeeld (Romeinen 8:3). Meermaals betrekt het Nieuwe Testament ook Jesaja 53 op Jezus: Hij is de knecht van de HEER die onze straf droeg (Jesaja 53:5). Dus nee, dit element laat ik staan.

Tempel

Er is heel veel te zeggen over de verzoening door Christus. Daarbij is het belangrijk om te onderkennen dat mijn bijdrage in Cruciaal geen volledige verzoeningsleer biedt en slechts ingaat op één aspect van Jezus’ dood.

In de dogmatiek is het al enkele decennia gebruikelijk om verschillende beelden te onderscheiden, die elk op hun eigen manier iets zeggen over Jezus’ dood. Je vindt dit inzicht bijvoorbeeld terug in de Alphacursus. Die maakt onderscheid tussen beelden uit het gerechtshof (zonde verdient straf, Christus draagt de straf en wij worden gerechtvaardigd), beelden van het marktplein (zonde heeft macht en maakt ons tot slaven, Christus betaalt de losprijs en maakt ons vrij), beelden uit de tempel (zonde verontreinigt, het bloed van Christus neemt die verontreiniging weg) en beelden uit het gezin (zonde maakt scheiding, Christus herstelt onze relatie met de Vader).

In Cruciaal hebben we verschillende beelden onderscheiden en in mijn artikel heb ik me gericht op beelden uit de wereld van de tempel. Had ik in Cruciaal over het beeld van de rechter geschreven, dan was ik uitgebreid ingegaan op straf en oordeel. Zoals het staat in de inleiding van Cruciaal: je moet de verschillende beelden niet tegen elkaar uitspelen, maar je hebt het totaal van alle beelden nodig. Sterker nog: om het cultische taalgebruik uit de tempel te kunnen begrijpen, heb je andere beelden nodig voor meer uitleg (Cruciaal, pagina 59). Ook in het Nieuwe Testament vind je bijna altijd combinaties van beelden.

Offerbeelden

Tegenwoordig heeft het offerbeeld een slechte reputatie, of je dat nu leuk vindt of niet. Mijn ervaring is dat het altijd zinvol is om dan in de Bijbel te duiken en de vraag te stellen: wat bedoelt de Bijbel precies met het offerbeeld? Daarom stel ik in Cruciaal de vraag: wat willen de schrijvers van het Nieuwe Testament zeggen wanneer ze in offertermen over Jezus’ dood spreken?

Ik heb geprobeerd om eerst de offertermen zelf te onderzoeken en niet te snel woorden uit andere taalvelden (bijvoorbeeld die van de rechtszaal) te gebruiken. Je ontkomt er niet aan om in de theologie woorden uit verschillende taalvelden te combineren – en er is niks mis mee om dat te doen – maar het is wel altijd de vraag of de combinaties waaraan wij gewend geraakt zijn ook recht doen aan de Bijbel. Het is belangrijk om Bijbelse en dogmatische uitspraken van elkaar te onderscheiden en dogmatische uitspraken kritisch vanuit de Bijbel te blijven bevragen.

De kern van het offer is positief en iets om naar te verlangen: volledige toewijding aan God, een heilig leven

Zo is gedurende de geschiedenis van de theologie de volgende uitspraak ontstaan: ‘Jezus brengt een offer door plaatsvervangend onze straf te dragen als betaling van onze schuld. Zo geeft Hij de geëiste genoegdoening aan God en zo verwerft Hij de weldaden van ons heil.’ In deze uitspraak worden ronduit Bijbelse motieven door middel van theologische beslissingen of keuzes als volgt met elkaar verbonden: offer = plaatsvervangend dragen van straf = betaling van onze schuld = God de vereiste genoegdoening geven = weldaden van heil verwerven.

Hier zijn wel theologische vragen bij te stellen:

1. Is dit een adequate manier om te begrijpen wat een offer is?

2. Er wordt hier gesproken over betaling als het betalen van schuld of het betalen voor (weldaden van) ons heil. Maar waarom staat er dan in het Nieuwe Testament dat er ménsen worden vrijgekocht? Is het niet van betekenis dat het betalingsbeeld uit de wereld van de slavenmarkt komt? Dit feit maakt het betalingsbeeld persoonlijker dan wanneer er in onpersoonlijke termen gesproken wordt over het kopen van (weldaden van) heil.

3. Het woord ‘genoegdoening’ heeft zijn plek in de wereld van het boetesacrament. Het is een mooie vorm van contextuele theologie dat theologen uit de middeleeuwen en de Reformatie deze term centraal hebben gezet: niet wij met onze eigen boete zorgen ervoor dat we genade en vergeving ontvangen, nee, Christus doet dit voor ons. Maar wat betekent het in onze tijd dat het woord ‘genoegdoening’ in de Bijbel niet voorkomt?

Vandaar mijn vraag: hoe gebruiken de auteurs van het Nieuwe Testament eigenlijk het offerbeeld? Wat doet een offer volgens de apostelen?

Toewijding

Volgens de apostelen brengt het bloed van Christus een nieuw verbond. Met zijn bloed heeft Jezus, het lam, zondaren vrijgekocht en zo een gemeente gekocht. Bloed reinigt van zonde. Door het bloed is er verlossing en verzoening. Het lam van God neemt de zonde van de wereld weg. Jezus is een verzoening van onze zonden.

Een paar keer wordt een verbinding gelegd met beelden uit de wereld van de rechtbank. Zonde is immers de wet overtreden en daarom heb je een rechtvaardige pleitbezorger nodig (1 Johannes 2:1 en 3:4). Ook bij Paulus worden de taalvelden van de tempel en de rechtbank een paar keer aan elkaar gekoppeld (bijvoorbeeld in Romeinen 3:24-26 en 5:9-11 en in Efeziërs 2:13-16). Jezus’ dood is het middel tot verzoening, waardoor God zijn rechtvaardigheid bewijst. Vooral Hebreeën is expliciet over wat het offer doet: loskoop verkrijgen, gewetens reinigen, mensen heiligen en tot volmaaktheid brengen.

Dierenoffers nemen geen zonde weg, je wordt er geen ander mens van

Traditioneel is op grond van deze teksten in de dogmatiek gezegd: de betekenis van het offer van Jezus is zijn actieve en passieve gerechtigheid. In heel zijn leven en vooral in zijn dood was Hij gehoorzaam, daarom is Christus onze gerechtigheid. Hebreeën zegt dat Christus zich door de Geest als een smetteloos offer aan God gebracht heeft (9:14). Hij heeft Gods wil gedaan en ons met het offer van zijn bloed geheiligd en tot volmaaktheid gebracht (10:7-18).

Aansluitend bij Hebreeën zou je in meer cultische termen evengoed kunnen zeggen: de betekenis van het offer van Jezus is zijn actieve en passieve heiligheid. In heel zijn leven en vooral in zijn dood was Hij toegewijd aan zijn Vader en daarom is Hij onze toewijding (heiliging) aan God. Dit sluit aan bij wat Jezus zelf voor zijn dood bidt: ‘Ik heilig mijzelf, opdat ook zij geheiligd mogen zijn’, of: u toegewijd mogen zijn (Johannes 17:19).

Vandaar dat ik in Cruciaal de toewijding als het centrale element van het offer genomen heb. Die is zo bijzonder omdat hij zo ver gaat: Christus is zo toegewijd aan zijn Vader dat Hij zelfs voor onze zonden wil sterven en volgens de wil van zijn Vader de straf van onze zonden wil dragen. Dat pijnlijke element hoort er wel bij: Hij stierf voor ons om onze zonde te verzoenen en onze vloek te dragen (zie Cruciaal, pagina 59). Maar niettemin is de kern van het offer positief en iets om naar te verlangen: volledige toewijding aan God, een heilig leven.

Dogmatisch gezien zou je dus kunnen zeggen: offer = volledige toewijding aan God = onze toewijding aan God. Maar ook: offer = volledige toewijding aan God (inclusief het door God gewilde dragen van onze straf, het ondergaan van onze veroordeling) = onze toewijding aan God = onze zonden worden weggedaan = wij worden vrijgekocht.

Zwakte?

De positieve kern van het offer is belangrijk. Daardoor kunnen ook wij verlangen naar een leven dat een offer is aan God. Tot zo’n leven worden we ook opgeroepen.

Bovendien kan op deze manier een antwoord worden gegeven op feministische offerkritiek. Volgens verschillende feministische theologen is een offer een vorm van subassertiviteit: iets wat je uit zwakte doet. In naam van Jezus is onrecht gelegitimeerd en slachtofferig gedrag gestimuleerd. Het maakt mensen zwak. Maar als je goed begrijpt wat een offer in Bijbelse zin is, klopt deze offerkritiek niet. Als Jezus het avondmaal instelt, laat Hij zien dat Hij wil sterven. Hij wil zijn bloed geven tot vergeving van zonden. Hij sterft niet uit zwakte. Integendeel, zijn dood is een daad van kracht: zijn sterven komt voort uit gehoorzame toewijding aan God, uit liefdevolle overgave voor mensen.

Effectief

Bas Luiten vraagt of het juist is om te spreken van offerkritiek. Nu heb je offerkritiek in soorten en maten. In Cruciaal kon ik daar niet uitgebreid op ingaan en leek het misschien dat ik alles op één hoop veegde. Maar er is uiteraard verschil tussen bijvoorbeeld feministische offerkritiek en Bijbelse of profetische offerkritiek.

De belangrijkste reden om de term ‘offerkritiek’ in positieve zin te gebruiken, ligt voor mij in Hebreeën 9-10. Daar wordt duidelijk gesteld dat dierenoffers niet méér doen dan herinneren aan zonde, en dat ze slechts heiligen naar het vlees. Dierenoffers nemen geen zonde weg. Je wordt er geen ander mens van. Het is een eindeloze herhaling van zetten. Het offer van Christus daarentegen is effectief: het heiligt ons, reinigt van zonde, brengt ons tot volmaaktheid. Het offer van Jezus is het enige, unieke, eenmalige offer, omdat het effectief is en echt van zonde verlost.

Ik vind dat eerlijk gezegd nogal kritisch tegenover de oudtestamentische offers. Tegelijkertijd kan zulke offerkritiek prima samengaan met de overtuiging dat Jezus de offers vervult en daarmee overtreft en afschaft. Volgens de Hebreeënbrief kan het in elk geval samengaan.

Overigens gaat het hier maar om één woord. In die zin heb ik ook gezegd dat Jezus de belichaming is van de offerkritiek: bij Hem vind je niet alleen mooie woorden of ineffectieve praktijken, maar door zijn volstrekte toewijding aan God verlost Hij ons met zijn bloed werkelijk van zonde.

Jozef

Ten slotte: wilde God de dood van Jezus? Het antwoord daarop moet dubbel zijn, net zoals er twee dingen zijn te zeggen over het verkopen van Jozef als slaaf, een eerdere episode in het grote verhaal van God. Enerzijds lees je in Genesis 50:20 dat Jozef zegt: ‘Jullie hadden kwaad in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd.’ Anderzijds heeft hij eerder gezegd: ‘God heeft mij voor jullie uitgestuurd’ (Genesis 45:5-8). Jakobs familie wordt gered ondanks én dankzij de verkoop van Jozef.

Zo worden ook wij gered ondanks het uit de weg ruimen van Jezus als slachtoffer van grof onrecht (Handelingen 2:36) en tegelijk dankzij God, die heeft gedaan wat Hij nooit van mensen heeft gevraagd (God wil geen mensenoffers!). Omwille van ons allen heeft Hij Jezus prijsgegeven (Romeinen 8:30). Dat heeft God gedaan omdat Hij ons kwaad op deze manier werkelijk weg kon doen en ons in zijn Zoon in zijn hart kon sluiten als zijn lieve kinderen.

Leestips

Hans Burger, ‘Voorbij de offerkritiek’ in: Hans Burger en Reinier Sonneveld (red.), Cruciaal. De verrassende betekenis van Jezus’ kruisiging, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2014.

C. Vonk, De Voorzeide Leer. Leviticus, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 1963.

Hoofdstuk 6 van: C. Trimp, Klank en weerklank, Barneveld (Vuurbaak), 1989.

H. Bakker, Ze hebben lief maar worden vervolgd. Radicaal christendom in de tweede eeuw en nu, Zoetermeer (Boekencentrum), 2005.

H. Nouwen, Bevrijd je verdriet. Troost voor tijden van pijn en rouw, Utrecht (Ten Have), 2012

Miroslav Volf, Onbelast. Geven en vergeven in een genadeloze cultuur, Franeker (Uitgeverij Van Wijnen), 2009.

Miroslav Volf, Een nieuw verleden. Omgaan met herinneringen in een gebroken wereld, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2009.

Hoofdstuk 8-10 van: Tom Wright, Hoe God koning werd. Het vergeten verhaal van de evangeliën, Franeker (Uitgeverij Van Wijnen), 2014.

Webtips

Riewerd Buitenwerf, ‘Het bloed van Christus als een beter offer. De kruisdood als offer in het boek Hebreeën’, op www.theoblogie.nl/het-bloed-van-christus-als-een-beter-offer-de-kruisdood-als-offer-het-boek-hebreeen.

R. van Kooten, ‘Christus ons Brandoffer’, op www.heartcry.nl/artikelen_bijbelstudies_241.

Over de auteur
Hans Burger

Hans Burger (GKv) is docent systematische theologie aan de TU Kampen.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief