Waarom moest Jezus sterven? (1)
- Opinie
- Thema-artikelen
Over de betekenis van de kruisdood van Jezus Christus raken we nooit uitgedacht. In dit tweeluik gaan Bas Luiten en Hans Burger erover in gesprek.
Het kruis is een veelzeggend symbool. Heel het christelijke leven is ervan doortrokken. Tegelijk lijkt de betekenis van het kruis moeilijk over te brengen. Velen dragen een kruisje om hun hals, maar waarom eigenlijk? Velen dragen bij The Passion het kruis door de stad, maar wat betekent dat?
In dit tweeluik willen Hans Burger en ik stilstaan bij de bijzondere waarde van Jezus’ dood. Ik trap af door Hans vragen te stellen over wat hij hier eerder over schreef in de bundel Cruciaal.
Oorsprong
Als ik spreek met niet-christenen, overvallen ze me vaak met kritische vragen over God. Waarom is er zo veel ellende in de wereld? Zoals Jan van der Stoep in het interview op pagina 8-10 terecht opmerkte: mensen verlangen ernaar dat die ellende ophoudt en dat voel je in alle emotie rond het grote kruis.
Vaak worden mensen geraakt als ik vertel dat de aarde vroeger goed was. In het begin was er geen ziekte of onrecht, zelfs geen dood. Daarom voelen die dingen ook niet goed aan (ook al wordt gezegd dat de dood bij het leven hoort). God schiep de aarde voortreffelijk en wat er aan kwaad gebeurt, is niet zijn schuld. Maar Hij wil zijn schepping wel volledig herstellen! Dat is de kern van de bijzondere Bijbelse boodschap. Dat is Gods liefde, waar mensen bewust of onbewust naar verlangen.
Dood
Door de zonde kwam de dood in de wereld. Niet omdat God wraakzuchtig is – al is zijn boosheid terecht – maar omdat wij niet meer bij Hem passen. God is heilig, Hij kan zichzelf niet zondig of sterfelijk maken en kan ons niet in zijn heerlijkheid laten komen zoals we nu zijn (1 Korintiërs 15:50). Dood betekent dus: bij God vandaan. Dát is het levensgrote probleem van alle mensen.
Tegelijk heeft God ons innig lief, want ieder mens is uit Hem ontstaan en door Hem geschapen. Daarom wil Hij hier toch zijn! Want zo is zijn naam: ‘Ik ben er’, als wonder van liefde.
Een geweldige stank moet dat hebben gegeven, al dat verbrande vlees. Toch was het voor God een lieflijke geur…
God sloeg zijn tent op onder de mensen, gaf regels om zijn heiligheid te eerbiedigen en stelde in dat mensen offers mochten brengen tot verzoening van hun zonden. Niet bij wijze van betaling – dat zou niet gaan – maar om hen te laten ervaren dat zonde tot de dood leidt, dat offerdieren stierven in hun plaats. Een geweldige stank moet dat hebben gegeven, al dat verbrande vlees. Toch was het voor God een lieflijke geur, want Hij kende de diepere bedoeling als geen ander.
Offers
De verschillende offers waren leerzaam. Er waren grote en kleine reinigingsoffers. Je zou zeggen voor grote en kleine overtredingen, maar zo was het niet. Het ging om de mate waarin iemand verantwoordelijkheid droeg: hoe dichter iemand bij God leefde, hoe groter het offerdier.
Van sommige offers mocht worden gegeten, van andere niet. Als een reinigingsoffer werd gebracht voor een overtreding van heel het volk, moest het bloed in het heiligdom worden gebracht en daar worden gesprenkeld, waarna het vlees buiten de legerplaats moest worden verbrand. Dat was nogal een voorschrift, want bij een volwassen stier kon dat gaan om vele kilo’s goed vlees. Maar zo werd ieders aandacht getrokken naar het bloed, dat in het heiligdom naar de troon van God ging. Het is daarom dat Jezus buiten de poort heeft geleden (Hebreeën 13:10-13), waarna zijn bloed zou komen voor Gods troon in de hemel (Openbaring 5). Deze vervulling is treffend. Vanouds had God dit in het reinigingsoffer gezien.
Achteraf kunnen we zeggen dat Jezus elke dag verkondigd werd in de tempel. Zijn naam was nog niet bekend, maar zijn betekenis wel, op schaduwachtige wijze. Mensen mochten in geloof hun zonden en dood afwentelen op een dier, en ten slotte op méér dan een dier. Zo bekeken waren de offers in het heiligdom vooral een geschenk van God aan de mensen, niet andersom.
Vervulling
Jezus moest sterven om naar Gods plan de dood te ondergaan in onze plaats en alle leed van de wereld te dragen. Bij Hem is de troost en de hoop te vinden die mensen al eeuwenlang verwachten en waar mensen al eeuwenlang naar op zoek zijn. Jezus vervult de wet en de profeten door te doen wat profetisch was gezegd en wat door de offers werd uitgebeeld. Al die verschillende offers zijn als schijnwerpers die elk vanuit een andere invalshoek hun licht werpen op het kruis op Golgota.
Maar hoe kan God dat gewild hebben? Welke vader laat zijn eigen zoon doden? Mensen zeggen: ‘Zo’n vader hoef ik niet.’ Toch is Jezus daar duidelijk over, door zijn uitleg dat Hij geheel vrijwillig is gekomen. ‘Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf’, zei Hij (Johannes 10:18). En de Bijbel zegt ook dat God in alles handelt naar zijn raadsbesluit. Dit duidt op onderling beraad tussen Vader, Zoon en heilige Geest. Van dwang was dus geen sprake. Wel van drie-enige harmonie in eindeloze liefde.
Niet dat Gods plan hiermee voltooid is. Jezus wentelt de dood van ons af met de bedoeling ons een nieuwe start te geven, een nieuw leven. Dát is het doel. Soms geven mensen zo hoog op van Jezus’ offer en de vergeving van hun zonden dat ze vergeten dat Gods plan vervuld wordt in de vernieuwing van hun leven door zijn heilige Geest. Juist als jij je uitstrekt naar dit doel, waardeer je het offer.
Weerstand
Vanuit deze overwegingen heb ik kritisch-opbouwende vragen bij wat Hans Burger schrijft in zijn bijdrage ‘Voorbij de offerkritiek’ in Cruciaal. Hij signaleert dat er in de moderne theologie weerstand bestaat tegen een bloederig offer. Zo’n offer bestaat vandaag alleen nog onder niet-westerse en niet-moderne culturen. Zou God met zo’n offer gemanipuleerd kunnen worden? Is Hij zo wreed? Als je het op die manier ziet, is het offer iets negatiefs.
Volgens Burger staat de oudste offerkritiek al in de Bijbel, in Psalm 40, later aangehaald in Hebreeën 10: ‘Offers en gaven verlangt U niet, brand- en reinigingsoffers vraagt U niet. Nee, in de boekrol is over Mij geschreven, hier ben Ik om uw wil te doen.’ Met die woorden ‘belichaamt’ Jezus volgens Burger de offerkritiek.
Wordt niet te veel verzwegen dat Jezus kwam om onze straf te dragen en dat zijn dood Gods vooropgezette bedoeling was?
Jezus stond ook kritisch tegenover de tempel. Burger zegt: toen Hij haar reinigde, legde Hij de offerdienst stil. In heel de Hebreeënbrief wordt bovendien betoogd dat het bloed van dieren nooit de schuld van mensen kan wegnemen. Burger wil daarom het offer van Jezus vooral positief benoemen. Ik citeer: ‘Zijn offer bestond uit een volledige toewijding aan God; Hij heeft helemaal Gods wil gedaan, en zo mensen definitief aan God toegewijd.’
Dit blijft Burger benadrukken: ‘Wat betekent het om de dood van Jezus als offer te zien? (…) We zien dan een mens die de offerkritiek belichaamt en beantwoordt door helemaal aan God toegewijd te zijn, en die aandringt op een leven dat aan God gewijd is. (…) Daarom riep Hij verzet op. De weerstand liep zo hoog op dat Jezus als politiek en religieus gevaar uit de weg geruimd moest worden. Maar zelfs dan blijft Jezus, tot in de dood, trouw aan zijn Vader. Hij komt niet om dood en verderf te stichten, ook niet bij zichzelf. (…) Jezus’ dood is de uiterste consequentie van een grote en positieve kracht: liefde.’
Vervolgens schrijft Burger dat ‘de Bijbel dus geen strenge God tekent die bloed wil zien. Alsof God wil dat er koste wat kost doden vallen.’ Al eerder trouwens nam Burger afstand van bewoordingen als: ‘Jezus brengt een offer door plaatsvervangend onze straf te dragen als betaling van onze schuld. Zo geeft Hij de geëiste genoegdoening aan God en verwerft Hij ons heil.’ Deze manier van denken zou zijn ontstaan in de middeleeuwen, toen mensen worstelden met boetedoening.
Vragen
Ik waardeer dat Burger de moderne offerkritiek de wind uit de zeilen wil nemen. Toch zie ik hem in zijn formuleringen wel heel ver daarin meegaan, vooral als hij Jezus typeert als ‘de belichaming van de offerkritiek’. Mijn belangrijkste vraag: hoe kan Burger dat zeggen, terwijl Jezus zich zo zorgvuldig hield aan de Schrift, om alles daarin te vervullen, inclusief de tempeldienst? Voor mij betekent vervulling dat Jezus tot stand brengt wat met die offers werd bedoeld. En hoezo heeft God geen offers gewild? Heeft Hij kritiek op de offers die Hij zelf instelde? Dat kan toch niet waar zijn. Als ze maar gebracht zouden worden in geloof. God wilde de offers, niet om die dieren, maar om wie Hij ten diepste daarin zag! Daarom waren ze zelfs allerheiligst.
Wordt in deze vooral positieve benadering verder niet te veel verzwegen dat Jezus kwam om onze straf te dragen en dat zijn dood Gods vooropgezette bedoeling was? Het woord ‘plaatsvervanging’ komt bij Burger wel voor, maar alleen in een zin die hij als geheel afwijst. En de dood van Jezus komt vooral naar voren als gevolg van de afwijzing door mensen. Wordt de Bijbelse boodschap zo niet eenzijdig weergegeven?
Eeuwenlang heeft de uitbeelding van de dood de tempeldienst gestempeld. Petrus zei op de pinksterdag dat Jezus werd gedood ‘overeenkomstig het raadsbesluit en de voorkennis van God’ (Handelingen 2:23, NBG-vertaling 1951). Later schrijft hij dat Jezus ‘in zijn lichaam onze zonden het kruishout op heeft gedragen’ (1 Petrus 2:24). Jezus heeft ook zelf herhaaldelijk gezegd dat Hij naar Jeruzalem moest gaan om daar te lijden en te sterven. Dit moest Hij niet omdat Hij het ons verplicht zou zijn, maar wel om de Schriften in vervulling te laten gaan.
Toewijding
Van harte deel ik wat Burger schrijft over de volledige toewijding van Jezus als de actieve kant van zijn offer. Die wordt vaak over het hoofd gezien, terwijl onze verlosser heel ons leven heeft overgedaan en aan God heeft gewijd, van de moederschoot af aan. Maar laten we die andere kant – de passieve of ‘negatieve’ kant aan zijn offer – niet wegpoetsen of vergeten. In zijn gehoorzaamheid werd Hij verzocht en beproefd door verleiding, miskenning, strikvragen en uiteindelijk helse pijn. Zijn uitroep aan het kruis, ‘Het is volbracht!’, heeft betrekking op heel zijn offer, actief en passief.
Halleluja, lof zij het lam!
Bas Luiten is predikant van de GKv Amersfoort-De Horsten.



