Dicky Nieuwenhuis over het jaar van de barmhartigheid
- Interview
- Thema-artikelen
Dicky Nieuwenhuis (NGK) werkte jarenlang voor ontwikkelingsorganisatie Woord en Daad en zet zich nu in voor mensen met een beperking. Thema’s als barmhartigheid en gerechtigheid liggen haar na aan het hart. Hoe reageert zij op de pauselijke afkondiging van het jaar van de barmhartigheid? En wat drijft haar in haar inzet voor mensen in nood?
Dicky Nieuwenhuis was jarenlang één van de gezichten van ontwikkelingsorganisatie Woord en Daad. Na een kort politiek intermezzo is ze nu actief voor een alliantie van organisaties – onder meer Liliane Fonds, Leprastichting en Light for the World – die zich inzetten voor mensen met een beperking. Dicky is lid van de NGK Culemborg.
Eind vorig jaar kondigde paus Franciscus het jaar van de barmhartigheid af. Wat dacht jij toen je dit hoorde?
‘Bijzonder dat de paus dit doet en hier aandacht voor vraagt. Tweede gedachte: zelf heb ik, als het gaat om betrokkenheid met mensen in nood, meer met het begrip gerechtigheid dan met het begrip barmhartigheid. Misschien is dat een calvinistisch trekje in mij, hoewel juist barmhartigheid sterk in mijn opvoeding zat: je wilt er zijn voor anderen. Mijn derde gedachte: het element van barmhartigheid heeft iets heel moois, echt iets van mededogen. Het is een mooi katholiek trekje. Laat dat maar die kant van gerechtigheid aanvullen.’
Zie je die nuance tussen barmhartigheid en gerechtigheid ook terug in de wereld van ontwikkelingssamenwerking?
‘Ja. Opvallend is dat er wereldwijd veel rooms-katholieke organisaties zijn die zich inzetten voor mensen met een beperking. Ongetwijfeld heeft dat te maken met het element van compassie, van mededogen. In mijn eigen werk – eerst bij Woord en Daad en nu voor mensen met een beperking – is het element van gerechtigheid toch meer gaan overheersen. Als je structureel dingen wilt veranderen, heb je ook en vooral gerechtigheid nodig: een rechtvaardige samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt.’
‘Mensen worden uitgesloten, jazeker, en dat gebeurt bewust’
En daar mankeert het op veel plaatsen aan…
‘Ja. Ook in Nederland vallen mensen tussen wal en schip. Wij hebben echter door de eeuwen heen checks and balances ontwikkeld die helpen bij het opzetten of veiligstellen van een rechtvaardige samenleving. In veel andere landen zijn die er niet en komen mensen niet tot hun recht. Juist dan zie je hoe die twee begrippen elkaar aanvullen. Vanuit mededogen zet je je bijvoorbeeld jarenlang in voor beter onderwijs, maar door een corrupte overheid die alleen gericht is op de elite komen arme jongeren ondanks hun goede opleiding niet aan de bak. Dan bereik je weinig. Om echt verder te komen, is er verandering nodig. Individueel, maar ook bij de overheid.’
Ik wil je een aantal uitspraken van de paus voorleggen waarmee hij het jaar van de barmhartigheid motiveert. De eerste: ‘Menselijke barmhartigheid is rechtstreeks terug te voeren op Gods barmhartigheid. Het is de goddelijke wil om te omarmen…’
‘Ik vind dit een bijzondere stelling, die teruggaat naar de bron van ons handelen: God heeft ons lief, dus… Het woord “barmhartigheid” maakt het tegelijk persoonlijk. Dat zie je terug in de Bijbel: daarin worden rijken, en dat zijn wij ook, sterk aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor armen, voor mensen in nood. De wereld is vol van ellende en gebrokenheid, dus compassie is zo nodig. Gelukkig hebben veel christenen die compassie. En ook bij niet-christenen zie ik die “tekenen van barmhartigheid”. Ik heb daar veel voorbeelden van gezien.’
En aan ‘God heeft jou lief, daarom wil jij anderen liefhebben’ voeg jij dus de gedachte van gerechtigheid toe?
‘Ja.’
Omdat, ik citeer de volgende uitspraak van de paus, ‘de mensheid gewond is en diepe kwetsuren draagt’?
‘Ja. Er is zo veel gebrokenheid en er zijn zo veel mensen die lijden en die niet tot hun recht kunnen komen. Daar wil ik iets aan doen. Dat vraagt persoonlijke verandering én verandering van structuren. Om die te veranderen, heb je een lange adem nodig.’
De paus zegt: ‘De wereld heeft barmhartigheid nodig, een “revolutie van tederheid”.’ Wat kan ik, gewoon kerklid, doen met die begrippen barmhartigheid en gerechtigheid?
‘Daar kun je veel mee doen! Doe er iets mee met je portemonnee. En met je stem bij verkiezingen. Doe er iets mee als gewone burger: hoe ga je om met mensen in je straat, met mensen die anders zijn of een beperking hebben? Je kunt er ook als consument iets mee: zorg dat je bewust winkelt en kijkt waar producten vandaan komen. En stel dat je betrokken bent bij het (internationale) bedrijfsleven of de internationale handel: daar speelt zo veel onrecht, doe er iets tegen!
Als je zo bezig bent, als je gewoon allerlei dingen hoort, leest en ziet, dan zul je merken dat de stem van de kwetsbaren nauwelijks gehoord wordt en dat de rijken vaak hun gang gaan. Je hebt tederheid nodig om dit te zien en er iets tegen te willen doen. Want mensen worden uitgesloten, jazeker, en dat gebeurt bewust. Soms gebeurt het onbewust. En het kan ook zijn dat mensen zichzelf uitsluiten. Dat laatste gebeurt ook in ons eigen land. Dat mensen aan de onderkant van de samenleving of mensen met een beperking of een stigma soms al bij voorbaat denken: dat project of initiatief, dat is niet voor mij, daar moet je dit of dat voor hebben, daar kom ik niet voor in aanmerking.’
Dicky Nieuwenhuis, hier tijdens een werkbezoek in Indonesië: ‘De wereld is vol van ellende en gebrokenheid, dus compassie is zo nodig.’ (beeld Dick Nieuwenhuis)
Kun je een voorbeeld noemen van ellende die jou echt geraakt heeft?
‘Er is veel te noemen. Toch kom ik al snel op een gebeurtenis in Ethiopië, drie jaar geleden, in een dorpje niet ver van de hoofdstad Addis Abeba. Het dorp had geen elektriciteit, maar wel een eenvoudig schooltje. Een Ethiopische partner van Woord en Daad probeerde daar de mensen zelf iets te laten opbouwen, in een zogenoemde zelfhulpgroep. We waren te gast in een schoolklas.
Een jongetje, ongeveer 9 jaar oud, stak zijn vinger op en vroeg aan de onderwijzer of hij iets mocht voorlezen. Dat mocht van de onderwijzer en het jongetje begon. Eigenlijk las hij niet voor, hij declameerde. Op een gegeven moment zag ik dat hij tranen in zijn ogen had, net als de onderwijzer en de lokale mensen die bij ons waren. Toen ik hier na het lezen naar vroeg, bleek dat de jongen veel gedichten schreef over zijn dorp, over de armoede en over hoe erg hij die armoede vond. Toen realiseerde ik me: een kind dat in zo’n omgeving opgroeit, beséft het. Het kind voelt en weet: zo hoort dit niet. Dat heeft me diep geraakt.’
Wat is jouw reactie op deze uitspraak van de paus: ‘De kerk is een veldhospitaal dat daar verrijst waar strijd wordt geleverd, waar vele gewonden behoefte hebben aan een luisterend oor, aan begrip, aan vergeving en aan liefde’?
‘Ik vind dit een prachtig beeld! Dit is ook mijn ideaalbeeld van de kerk. Die kerk kan overal zijn: zomaar ergens in Nederland, op de Zuidas van Amsterdam, maar ook in de sloppenwijken van Manilla.’
Maar zien wij dit beeld hier al vaak terug?
‘Nog veel te weinig. Zomaar leef je als kerk en als kerklid voorbij aan de echte nood, dichtbij en verder weg. Natuurlijk zit in het beeld ook iets voor “binnen”: zorg dat je er voor elkaar bent in je kerkelijke gemeenschap, zorg daar voor “gewonden”, voor begrip, vergeving en liefde. Maar inderdaad: het zou prachtig zijn als we dit als kerk veel meer kunnen verbreden. Dat kan heel eenvoudig beginnen. Zet gewoon de deuren van je kerk open tijdens een zondagsmarkt, zoals we onlangs in Culemborg hebben gedaan.
Gelukkig zie je dit al wel veel meer gebeuren. Je proeft het verlangen onder christenen: hoe zijn we open naar de mensen in onze wijk, ons dorp of onze stad, en wat kunnen wij heel praktisch voor hen betekenen? Verder zijn er wereldwijd plaatsen – ik heb er voorbeelden van gezien – waar de kerk ook echt een veldhospitaal is!’
‘Toen realiseerde ik me: een kind dat in zo’n omgeving opgroeit, beséft het. Het kind voelt en weet: zo hoort dit niet. Dat heeft me diep geraakt’
De vijfde uitspraak van de paus: ‘Iedere dakloze heeft recht op werk, dak en grond.’
‘Daar zeg ik vanuit Bijbels oogpunt zonder meer ja op: de drie genoemde zaken zijn essentieel voor je mens zijn. Ik zeg er ook ja op vanuit de kant van de mensenrechten. Tegelijk wil ik oog hebben voor de verantwoordelijkheid van de overheid, die met alle (on)mogelijkheden en regels van de samenleving te maken heeft. Het kan best ingewikkeld zijn om dit ja in de praktijk te brengen.’
Terug naar jouw drive om dit werk te blijven doen. Wil je die nog even samenvatten?
‘Er zijn zo veel mensen die achterblijven. Dat schrijnt. En net zo schrijnend is het dat het vaak niet lukt om daar iets aan te doen, terwijl we in eigen land en wereldwijd zo veel mogelijkheden en talenten hebben. Maar ik wil het wél proberen. Daarbij pas ik ervoor op om met een waarschuwend vingertje door het leven te gaan; niet voor mijzelf en niet naar anderen toe. Laten we liever denken vanuit de gedachte: ik leef niet voor mijn eigen geluk, hoe zet ik mijn mogelijkheden en talenten in voor anderen, dichtbij en ver weg?’
Wat hoop jij dat dit jaar van de barmhartigheid zal bewerken?
‘We leven in een tijd die gekenmerkt wordt door hardheid. Ik hoop dat dit jaar mede aanleiding is tot een omslag naar mildheid en zachtheid, juist richting anderen.’
Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.



