Rien van den Berg over leven in de eindtijd

Leendert de Jong | 28 december 2015
  • Interview
  • Thema-artikelen

Daar zit je dan, tegenover iemand die er niet zo gewoon uitziet. In Bijbelse termen heeft hij wel wat weg van Paulus of, sterker nog, Simson. Bekend is hij van Psalmen voor Nu, de boeken over Aslander en de vaak indringende stukken in het Nederlands Dagblad. En sinds kort is hij ook predikant in de GKv Dronten-Zuid. Hoe ziet Rien van den Berg het leven in de eindtijd? En waar vindt hij houvast?

(beeld Gert Buchner)

(beeld Gert Buchner)

Rien van den Berg, eerst deze vraag: met wie spreek ik eigenlijk? Is dat met Van den Berg als journalist, psalmist, schrijver of predikant?
‘Het lijken inderdaad heel verschillende dingen. Maar ergens hebben ze met hetzelfde te maken: ik wil in het volle leven staan en daar de Bijbel bij opendoen. Het samenkomen van die twee probeer ik woorden te geven, in krant, psalm of preek, in de hoop dat het mensen een beetje verder helpt.’

Die woorden zijn nu nodig voor het thema ’tekenen van de tijd’. Jij schreef daar begin dit jaar over, naar aanleiding van het boek Wake Up. Daaruit blijkt dat het thema jou bezighoudt. Hoe reageer je op deze stelling: ‘Ik heb het gevoel, op grond van wat je vandaag ziet aan geweld, angst, klimaatproblemen en noem maar op, dat de eindtijd nadert?’
‘Dat gevoel deel en herken ik: het leven is vaak in- en intriest. Er is zo veel onomkeerbaar kapot. Neem alleen al het klimaat. Tegelijk wantrouw ik de stelling. Want alles wat je aanwijst, bijvoorbeeld aan geweld (van IS of Boko Haram, dat nog meer slachtoffers maakt!), is er eerder geweest. Er is niets nieuws onder de zon. Al in het jaar 1000 dachten ze: wat een krankzinnige tijd, het zal niet lang meer duren. Dus het zou mij niet verbazen als halverwege dit gesprek inderdaad de trompetten klinken. Maar wat ook goed kan, is dat onze kleinkinderen zich over dit gesprek verbazen.’

De Bijbel noemt zaken als geweld en angst ‘tekenen van de tijd’. En uit diverse Bijbelgedeelten, onder meer 1 Timoteüs 4, blijkt dat die tekenen een bewijs zijn dat God werkt en aanstuurt op voleinding, dat Hij bestuurt. Kun jij je voorstellen dat veel christenen zeggen: ‘Bestuurt God de wereld wel?’
‘Dat kan ik me goed voorstellen. Tegelijk denk ik dat we ons als christenen niet moeten laten inpakken door de vraagstelling van deze wereld. In de wereld zegt men zolang het goed gaat: we hebben niks met God te maken. Zodra het fout gaat, klinkt: als er een God is, waar is die dan?’

Maar die laatste vraag stellen christenen ook…
‘Ja. Maar juist dan moet je ervoor zorgen dat je het héle verhaal van de Bijbel pakt. Dat begint bij God. Hij zoekt Adam na de zondeval op. Adam heeft dan tijd en gelegenheid om ermee voor de dag te komen: God, ik heb niet gedaan wat U vroeg. Maar Adam zegt niets. Uiteindelijk vraagt God: Adam, heb je gegeten, ja of nee? Adam zegt: “De vrouw die U hebt gemaakt…” Eigenlijk helpt Adam zo alle relaties om zeep: met God, met Eva, met zichzelf. Hij loopt weg van zijn verantwoordelijkheid. Het antwoord dat Adam geeft, toont hoe diep de vloek over de schepping ook in onszelf wortelt.’

Toch houd ik die ene vraag, ‘waar is God dan?’, nog even vast. Neem de vrouw, christen, die zich ongelooflijk inzet voor vluchtelingen. Zij stelt juist die vraag als ze denkt aan de kleine kinderen die regelmatig verdrinken.
‘Alles vloekt! Juist dáárom, omdat alle relaties om zeep geholpen zijn, gaf God onmiddellijk aan: om dit te herstellen, zal van Mij het uiterste gevraagd worden, mijn eigen Zoon. Daarbij is opvallend dat Jezus precies het tegenovergestelde van Adam doet. Hij herstelt alle relaties en neemt de vloek weg. Na Pasen mogen wij zeggen: Jezus gaat ons in alles voor.

Dus inzet voor vluchtelingen? Prachtig, ga ermee door, dat is navolging. Maar laten we beseffen: op een wezenlijk onderdeel gaat Jezus ons niet voor en kunnen wij niet volgen. Aan het kruis, het vervloekte hout, gaat Hij voor ons!’

Toch blijft het lastig: enerzijds weet je dat God bestuurt en dit ook door tekenen laat zien, anderzijds doen juist die tekenen pijn en lijkt alles slechter te gaan.
‘Eigenlijk kun je zeggen: Gods antwoord op de zondeval is de diepe erkenning hoe slecht de wereld eraan toe is. God kon niets anders doen dan zijn eigen Zoon inzetten. Die Zoon heeft zijn werk gedaan. En sinds Pinksteren leven wij in de eindtijd. Dat heeft inderdaad iets dubbels. Je leeft volop in de wereld en voelt steeds dat die vervloekt is. Tegelijk: laat je niet lam maken. Doe wat je kunt, juist ook voor anderen, voor vluchtelingen. En bid: Jezus, kom heel snel!’

Nu zeg je dit in een magazine, in gesprek over een thema. Maar dan het alledaagse leven waar wij middenin staan, jij in een pastoraal gesprek…
‘Maar ook dan kan ik, met dit belijden, naast een nog jonge vrouw zitten die weet dat ze gaat sterven. Dan mag ik zeggen: God haalt je thuis. Dan kan ik tegen haar man en kinderen zeggen: dit is een ervaring waardoor je je geloof kunt verliezen, nu kijken we de duivel in het gezicht. En dan zeg ik tijdens de begrafenisdienst maar gewoon: dit roept vragen op waar wij geen antwoord op hebben.’

Rien van den Berg: 'Ik wil in het volle leven staan en daar de Bijbel bij opendoen. Het samenkomen van die twee probeer ik woorden te geven, in krant, psalm of preek, in de hoop dat het mensen een beetje verder helpt.’ (beeld Gert Buchner)

Rien van den Berg: ‘Ik wil in het volle leven staan en daar de Bijbel bij opendoen. Het samenkomen van die twee probeer ik woorden te geven, in krant, psalm of preek, in de hoop dat het mensen een beetje verder helpt.’ (beeld Gert Buchner)

En dan zijn er in die dienst ook niet-christenen…
‘Dan mag ik het bijzondere van het geloof in God laten horen. Dat bijzondere is: als de ramp dichtbij is, als je barst van de vragen, dan hoef je je hand maar uit te steken en te zeggen: “Papa, help me! Pak mijn hand!” Heel gewoon, als een kind dat groter wordt. Ook dan, als jij opgroeit en eigen stappen zet, is je moeder er niet altijd meer. Maar je weet: als het nodig is, is zij er.’

Ik wil nog één spa dieper: jij als journalist of als predikant bent ook mens. Waar ligt jouw houvast?
‘Laat ik dit zeggen: ik ben atheïst geweest. Ik kwam er met al mijn vragen niet meer uit. Ik moet zelfs zeggen dat ik de houding van “er is geen houvast” heerlijk vond. Ergens kan ik het aanbevelen. Neem maar eens een tijdje die houding aan. En betrek daar dan bij dat je niet moet zeuren als er iets naars gebeurt… Niet ineens dan wél God de schuld geven.

Zo leefde ik, toen. Tot het moment waarop ik – ik woonde in Duitsland, het was winter – de zoveelste berg overliep en een bevroren waterval zag. Toch hoorde ik water lopen. Ik dacht: dit kan niet, al het water moet ijs zijn. Maar ergens onder in de waterval hoorde ik water. Toen dacht ik: dit is levend water. En de tweede gedachte: dit ben ik. Sterker nog, ik wist zeker dat er tegen mij gepraat werd, dat Iemand mij iets duidelijk wilde maken.’

Hoe werkt zoiets door in het gewone leven?
‘Alleen hierdoor durf ik te zeggen wat ik hiervoor gezegd heb: alles begint altijd bij God, ook alles rond de eindtijd. Het begint niet bij de moordpartijen van IS of het verdrinken van mensen. Het begint bij God. Hij nam na de zondeval het initiatief en zei: “Ik zet vijandschap tussen jou, slang, en de mens. De mens zal lijden, ja, maar het zal jou, slang, de kop kosten.” Dat is gebeurd, door Christus. Zo greep God beslissend in.’

En in jouw leven, na de waterval?
‘God heeft mij geheeld, op een niveau dat ik nooit voor mogelijk had gehouden, namelijk ook in mijn mens zijn. Hij gebruikte daar ook mensen voor. Ik kreeg hulp, bijvoorbeeld van mijn vrouw, om goed om te gaan met delen van mijn karakter. Als je mij toen had gevraagd: “Wil je predikant zijn?”, dan zou ik gezegd hebben: “Nee, zoiets is ondenkbaar.” Na die waterval en het proces van heling zeg ik: maar als alles bij God begint, kán ook echt alles.’

Je geeft ook catechisatie. Hoe vertel jij jongeren over leven in de eindtijd?
‘Ik merk dat jongeren best gevoelig zijn voor theorieën over de eindtijd, vaak van evangelische medechristenen. Ik begin niet met het weerleggen ervan – zeker niet tijdens catechisatie. Tegelijkertijd ga ik ook niet met die schrijvers mee in de stelling – die jongeren zou aanspreken! – dat het straks op die en die manier gaat gebeuren. Ik geloof niet dat je als mensje op de tafel van God kunt kijken.’

Maar wat vertel je dan wel?
‘Ik kijk naar wat zulke schrijvers ten diepste bezighoudt, wat hen motiveert. Dat is dat zij aandacht vragen voor “elke dag kan Jezus terugkomen, leef dicht bij God” en “ga de wereld in, breng mensen bij Jezus nu het nog kan”.’

Vandaar dat je in jouw kritische recensie van Wake Up schreef: ‘Lees dit boek, Jezus komt eraan.’ Mis je dat gevoel van ‘Jezus komt eraan’ weleens in eigen kring?
‘Ja. Onze verantwoordelijkheid ligt midden in de wereld, terwijl wij als gereformeerde christenen het vaak veel te gezellig hebben met elkaar. En als we het niet zo gezellig hebben, dan nemen we mooi veel tijd om dáármee bezig te zijn. We draaien in eigen cirkeltjes door en missen vaak het gevoel van urgentie: de bruidegom komt echt! Ik vind het terecht dat schrijvers als die van Wake Up daar aandacht voor vragen.’

Stel, ik zeg, kijkend naar wat we om ons heen zien, horen en ervaren: van mij mag die bruiloft snel komen, het is hier echt niet fijn…
‘Eens. De wereld is geen mooie plek. We maken elkaar, bijvoorbeeld in de reclame, wijs dat het wel zo is. Nee dus.

In dit verband denk ik aan Seven, een profetische én verschrikkelijke film. De goede agent pleegt daarin de laatste moord. De film eindigt met een citaat van Hemingway: “The world is a fine place and worth fighting for.” In de film wordt gezegd: “I agree with the second part.” Dus zeg ik: vecht! Vertel over Jezus. Leef dicht bij Hem. En zeg maar vaak: amen, Jezus, kom gauw.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief