Serie verandert Godsbeeld: Esther Veerman
- Interview
- Thema-artikelen
Wat we meemaken in ons leven bepaalt mede ons beeld van God. Drie mensen vertellen over hun ervaring met God. Dit is het verhaal van Esther Veerman.
Esther Veerman: ‘Ik had het bange gevoel dat ik niet alleen verdwaald was, maar ook niet gevonden kon worden.’
Als kind heb ik ernstige traumatiserende ervaringen gehad in de vorm van huiselijk en seksueel geweld. Dat doet wat met je geloof, daar is geen ontkomen aan. Als kind kon ik daar geen woorden aan geven, maar in mijn volwassenheid raakte mijn bestaan volkomen ontwricht en daarmee ook het vanzelfsprekende van mijn geloof. Ik probeerde lange tijd ‘normaal’ door te leven en vermeed de ellende diep van binnen.
Ik ging theologie studeren, op zoek naar een barmhartige God. Ik had grote vraagtekens bij dogmatici die de vragen over God zo mooi konden beredeneren. Ik kon me daar niets bij voorstellen. Er waren te veel losse eindjes in mijn bestaan, ik was verdwaald in mijzelf.
Echt mis ging het toen ik moest worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en als moeder niet meer voor mijn jonge kind kon zorgen. Ik herinner me dat een verpleegkundige verwijtend vroeg: ‘Voel je echt niets als je een baby’tje op de afdeling hoort huilen?’, terwijl ik van binnen stierf van pijn en verdriet. Toen ik in de separeer zat, leek het of er voor mij geen plaats was in deze wereld of bij God. Ik was nergens thuis, zoals Jezus geen plaats had om zijn hoofd neer te leggen. In het diepst van mijn eenzaamheid en pijn wist ik niet meer wie God was en of Hij zich ooit om mij bekommerd had.
Gedurende een aantal jaren was ik suïcidaal. Tot ik in traumatherapie langzaam leerde begrijpen welke vreselijke ellende mij was aangedaan, en dat dat kleine meisje niets te verwijten viel. Langzaam leerde ik mezelf los te weken van het schuldgevoel en de schaamte die de daders me hadden opgelegd en die me het gevoel gaven dat ik mezelf nooit zou kunnen vergeven. Door de schuld terug te leggen bij de daders en hen verantwoordelijk te stellen voor hun daden, leer ik langzaam te beseffen dat ook ik als mens gewenst en gewild ben, en dat er misschien, heel misschien, een God is, die ook mijn schepper is.
Tijdens therapie kwam het bange gevoel terug dat ik als meisje had, namelijk dat ik het verloren schaapje was dat niet alleen verdwaald was, maar ook niet gevonden kon worden. Dat de afgrond waarin ik verborgen lag buiten het bereik van God en Jezus was. Nu leer ik dat ik uiteindelijk als door de dood heen teruggevonden word en mag opstaan als een nieuw mens. Ik ben gebutst en gebeukt door een vreselijk moeilijk bestaan en ben nog elke dag bezig met het verwerken daarvan, en toch mag ik leren: ja, ik ben mens, en ik mag er zijn. En: God is met mij.



