Redactioneel: De Tour
- Column
Als je tegenwoordig de Tour de France wint, zit daar bij voorbaat een luchtje aan. Een dopingluchtje. Zo’n luchtje dat je lastig ruikt. Maar toch…
Vervelend, zo’n begin van een stukje over de Tour. Vind ik zelf ook. Ik hou van fietsen, de Tour vind ik leuk en ik word ziek van die dopingverhalen. Maar je kunt er niet omheen. En als het even niet over doping gaat, gaat het wel over stakende agenten die een spaak in het wiel steken. Het wordt allemaal steeds erger.
Ik ontdekte van de week een aparte pagina van Wikipedia over ‘doping in de Ronde van Frankrijk’. Gekker moet het niet worden. Want het is al gek geworden: het eerste ‘wapenfeit’ dateert uit 1966 en sinds 2005 blijkt het zo’n beetje elk jaar raak te zijn.
Als je iemand een knappe rit ziet rijden,
is de eerste vraag of hij doping in z’n lijf heeft
Wie tegenwoordig de Tour wint, moet niet te vroeg juichen. Ik hoef maar de naam van Lance Armstrong te noemen en u weet wat ik bedoel. Drie jaar geleden raakte hij al zijn overwinningen kwijt. Op papier dan. Hij was betrokken bij een immens dopingschandaal. In zijn kielzog trok hij het halve peloton mee. Dat deed hij altijd al, maar nu dus in dat schandaal.
Is het verantwoord om als christen naar de Tour te kijken? Die vraag werd vroeger ook gesteld, maar dat had niks met doping te maken. Toen ging het over sportverdwazing en zondagsport. Nu nauwelijks nog. Toch is de vraag of je ontspannen naar de Tour kunt kijken actueler dan ooit. Want als je iemand een knappe rit ziet rijden, is de eerste vraag of hij doping in z’n lijf heeft. Is dat nog leuk?
Gelukkig, er is een lichtpunt. Chris Froome, kanshebber voor de eindzege, heeft het bedacht: ‘De teleurstelling van vorig jaar is de motivatie voor deze Tour.’ Zo kunnen we hopelijk nog een eind komen. Zonder doping.
Henk Hoksbergen is hoofdredacteur van OnderWeg en predikant van de GKv Spakenburg-Zuid.


