Hoe sportief is de kerk?

Louren Blijdorp | 11 juli 2015
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Sport en kerk hebben meer raakvlakken dan je denkt. De vroege kerkvaders hielden zich er al mee bezig en sindsdien hupt het thema regelmatig het denken van reformatoren, theologen en andere kerkelijke leiders binnen. Hoe heeft de kerk door de eeuwen heen tegenover sport gestaan? En wat heeft dat ons in onze sportgekke tijd te zeggen​?

Abraham Kuyper roept calvanistische jongeren op om hun lichamelijke kracht te ontplooien. Ze moeten zich niet verliezen in het ziekelijke peinzen van gebrilde theoloogjes. Integendeel, de spieren van het geloof moeten tintelen van veerkracht! (beeld dgchpy0/Pixabay.com)

Abraham Kuyper roept calvanistische jongeren op om hun lichamelijke kracht te ontplooien. Ze moeten zich niet verliezen in het ziekelijke peinzen van gebrilde theoloogjes. Integendeel, de spieren van het geloof moeten tintelen van veerkracht! (beeld dgchpy0/Pixabay.com)

Topsport is failliet. De grootste sportbond ter wereld, de FIFA, wordt dezer dagen door de FBI ontmaskerd als een corrupte, maffiose organisatie die over lijken gaat. Het dopingprobleem is in alle sporten onverminderd groot, omdat de controlemechanismes niet opgewassen zijn tegen de zich steeds verder ontwikkelende praktijk. De kampioenen van nu zijn de leugenaars van straks.

Daarnaast krijgt het dossier matchfixing de laatste jaren ook in Nederland steeds meer aandacht, wat zo mogelijk tot nog desastreuzere conclusies leidt dan het dopingdossier. De atleten blijken niet alleen opgevoerd te zijn, het zijn zelfs komedianten in het macabere schouwspel van malafide mensenhandelaren.

Het grote publiek krijgt van deze ijsberg aan problematieken slechts het topje mee. Wat overigens meer dan genoeg is om de huidige staat van de topsport te duiden als moreel failliet. Zo geschetst is het geen milieu waar een christen zich actief of passief in zal willen bewegen.

En toch: topsport is onverminderd populair. De genoemde problemen hebben daar geen enkele invloed op. Zelfs als het Nederlands voetbalelftal zou willen meedoen aan het WK in Qatar (2022), dan nog zal het Oranjelegioen niet afhaken. En dit jaar wordt er in Utrecht onbevangen reclame gemaakt voor de Grand Départ van de Tour de France, waar de veelgebruikers uit de jaren negentig als ploegleiders achter het stuur zullen zitten.

De passieve toeschouwer kan kennelijk van topsport blijven genieten, ook als er een keur aan morele vraagstukken speelt. Zelf mijd ik dit terrein van het leven ook niet, ondanks de dubieuze stand van zaken. Blijkbaar gaat er van topsport een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit.

Riddertoernooien

De ongekende populariteit van sport en spelen is niets nieuws. Een historisch voorbeeld: in 325 na Christus deed keizer Constantijn de gladiatorenspelen in de ban, omdat deze niet verenigbaar waren met het christelijke geloof. Gezien de aard van deze spelen een volstrekt logisch en begrijpelijk besluit. Toch zagen zijn zonen zich in 337 na Christus alweer genoodzaakt om de ban op te heffen, en het duurde tot de vijfde eeuw voordat de laatste gladiatorenscholen gesloten werden. Sport en spel bleken onweerstaanbaar populair te zijn.

Een gelijksoortig patroon trad op rondom de riddertoernooien in de middeleeuwen. De kerkelijke concilies besloten in de twaalfde eeuw om deze toernooien te verbieden, maar ook deze ban had geen effect en werd in 1320 opgeheven.

‘Elk dorp met twee kerken moet er één ombouwen tot sportschool’

De kerkelijke autoriteiten kozen er uiteindelijk voor om de riddertoernooien te gedogen als voorbereiding en oefening voor de kruistochten. Een interessante ontwikkeling: als afwijzing onmogelijk blijkt te zijn, kapselt de kerk sport in en gaat ze het gebruiken voor haar eigen doeleinden. Als sport zo populair is dat het niet te verbannen valt, dan moet het maar gecontroleerd en gekerstend worden.

Fit als Jezus

Het dienstbaar maken van sport aan de christelijke levensovertuiging zie je het duidelijkst terug in de Victoriaanse beweging Muscular Christianity en de aanverwante YMCA-beweging. Beide negentiende-eeuwse bewegingen beogen het lichamelijke, sportieve leven dienstbaar te maken aan het koninkrijk van Christus.

In deze bewegingen heeft men de klassieke overtuiging dat een gezonde ziel woont in een gezond lichaam. Die gedachte wordt zelfs in het extreme doorgetrokken: alle bereikbare gezondheid is een plicht, alle vermijdbare ziekte is een zonde. Elk dorp met twee kerken moet er één ombouwen tot sportschool.

De grondleggers van Muscular Christianity, Charles Kingsley en Thomas Hughes, presenteren Jezus in The manliness of Christ als een moedige, volhardende held, die fit is om te wedijveren. Lichamelijkheid wordt zo het nieuwe brandmerk van christelijke vroomheid. Hedendaagse organisaties als Athletes in Action en de Fellowship of Christian Athletes zijn producten van deze negentiende-eeuwse bewegingen.

Binnen de Amerikaanse YMCA werden zelfs ‘christelijke sporten’ ontwikkeld: teamsporten die in de zomer en winter gespeeld kunnen worden, die minder ruw zijn dan rugby en voetbal en die jonge mannen (en vrouwen?) karakter, fair play, doorzettingsvermogen en allerlei andere deugden aanleren. Tegenwoordig kennen we die sporten als volleybal en basketbal.

Sabelslaan

Ook onder Nederlandse gereformeerden is de noodzaak van lichamelijke ontwikkeling met de opkomst van deze ‘Engelse sporten’ rond de vorige eeuwwisseling erkend. Nederlanders waren rond die tijd al bekend met de Duitse gymnastiekbeoefening, die voornamelijk als weerbaarheidstraining voor latere dienst in het leger diende.

Eén van de meest aansprekende pleidooien voor lichamelijke ontwikkeling onder gereformeerden komt van Abraham Kuyper, die in 1913 gereformeerde jongeren toesprak naar aanleiding van een tekst uit Spreuken: ‘Der jongelingen sieraad is hun kracht.’

‘Een flinke kop zit alleen op een flink gezond lichaam’

Kuyper schroomt niet om zijn eigen sportieve prestaties voor het voetlicht te brengen: ‘Voor op weg naar de 80 kan ik zelf nog meedoen, maar van jongsaf heb ik ‘t lichaam dan ook in de spieren ontwikkeld. Ontwikkeld door gymnastiek, door sabelslaan en batonneeren, door schermen en door zwemmen. Heel mijn lange leven heb ik den plicht van flinke lichaamsbeweging verstaan. En in de beste jaren van mijn mannelijke kracht beklom ik telken jare wekenlang hooge bergtoppen, soms met marschen van over tien en twaalf uur per dag. Daarom heb ik het recht u tot steeds krachtiger lichaamsontwikkeling op te roepen.’

Kuyper roept de jongeren op om evenzo hun lichamelijke kracht te ontplooien, onder het motto: ‘Een flinke kop zit alleen op een flink gezond lichaam.’ Gereformeerde jongeren moeten zich niet verliezen in het ziekelijke peinzen van gebrilde theoloogjes. Integendeel, de spieren van het geloof moeten tintelen van veerkracht. Met deze en andere gepeperde uitspraken dringt Kuyper aan op een samengaan van lichamelijke en geestelijke ontwikkeling.

Kloostertennis

De christelijke omgang met sport en lichamelijkheid kent door de eeuwen heen een breed spectrum aan opvattingen. Dat gaat van vrijwel totale afwijzing tot hartelijke affirmatie op allerlei punten. Maar aan beide kanten van het spectrum is altijd sprake van reserves.

De vroegchristelijke kerkvaders hadden nadrukkelijk hun reserves ten opzichte van sport. Met name Tertullianus bestempelde sport als afgoderij. De Olympische Spelen ter ere van Zeus waren daarvan het duidelijkste voorbeeld. Het sportieve en atletische element stond daar in het kader van een heidense liturgie. (Overigens is dit liturgische element bij de herinvoering van de Olympische Spelen in 1896 bewaard gebleven, in de vorm van een – wellicht zelfs pauselijke – inwijding. Een restant hiervan is nog zichtbaar in de openings- en sluitingsceremonie.)

Luther en Calvijn deden aan bowlen. Luther verleende aan dat spel zelfs een geestelijke betekenis: de noodzaak voor christenen om de duivel omver te werpen. (kgorz/Pixabay.com)

Luther en Calvijn deden aan bowlen. Luther verleende aan dat spel zelfs een geestelijke betekenis: de noodzaak voor christenen om de duivel omver te werpen. (kgorz/Pixabay.com)

Ook de andere grote, klassieke toernooien in Nemea, Delphi en Korinthe werden ter ere van goden georganiseerd, respectievelijk Zeus, Apollo en Poseidon. En sport was niet alleen met de Griekse cultuur verweven, ook in Centraal-Amerika en Afrika vermengden sport en religie zich. Het wantrouwen van de kerkvaders richting sport als afgoderij kwam dus niet uit de lucht vallen.

Het is mede dankzij Thomas van Aquino dat de westerse kerk sport en spel met meer ontspanning begon te benaderen. Hij stelde dat de boog niet altijd gespannen kon staan en dat het dus niet verkeerd was om via sport en spel de zinnen te verzetten. Zo werd in de kloosters bijvoorbeeld een vorm van tennis populair.

En ook de reformatoren waren fysiek actief. Luther deed aan bowlen. Hij verleende aan dat spel zelfs een geestelijke betekenis: de noodzaak voor christenen om de duivel omver te werpen. Calvijn speelde dit spel ook. Dat nam echter niet weg dat beide reformatoren van mening waren dat lichamelijke oefening eerbaar en nuttig moest zijn. Daarbij associeerde Calvijn veel spelen met vleselijk plezier en was hij bereid om ze in de ban te doen, ook vanwege de randcultuur van gokken, drinken en dansen en vanwege het sporten op zondag.

In navolging van Calvijn hadden ook de puriteinen grote moeite met de cultuur rondom sport. De primaire afwijzing van sport als afgoderij verdween in het gekerstende Europa dus weliswaar naar de achtergrond, maar er bleven reserves bestaan.

Eergevoel

In Nederland stonden gereformeerden tot diep in de twintigste eeuw negatief tegenover sport in competitieverband, beroepssport en zondagsport. Om een dam op te werpen tegen deelname aan het sportieve leven werd 1 Timoteüs 4:8 soms betrokken op atletische lichaamsoefening. Calvijn had die exegetische route weliswaar afgesneden, omdat de tekst in het verband staat van de ascetische lichaamsoefening, maar Schilder hoonde die ‘atletische exegese’ weg. Douma nam een genuanceerd standpunt in door niet te kiezen tussen de atletische en ascetische uitleg.

Los van deze exegetische discussie is het de vraag of een enkel Schriftgegeven voldoende is om een dam op te werpen tegen een complex cultureel verschijnsel. De relevante vraag is niet: hoe exegetiseer ik deze tekst, maar: hoe exegetiseer ik hedendaagse sport als dominant cultureel verschijnsel? De exegese van 1 Timoteüs 4 is daarbij ‘van weinig nut’.

Maar om terug te keren naar de kritische gereformeerde houding tegenover sport: zelfs hedendaagse pleitbezorgers van een hartelijke omarming van sport door christenen blijven hun reserves houden. Er is een snel groeiende groep van wetenschappers die zich richten op de verhouding tussen het christelijke geloof en sport. Prominente figuren in dit veld wijzen op de kwalijke aspecten van een ‘winnen-tegen-elke-prijsmentaliteit’, die niet verenigbaar is met het christelijke geloof.

Ook wordt het eergevoel, dat gestreeld wordt in sportieve competitie, nadrukkelijk bekritiseerd. Mag je als christen wel de beste willen zijn, terwijl je geroepen bent om de ander uitnemender te achten dan jezelf? De consensus is vaak dat een christen slechts ‘wed-strijden’ kan in de zin van samen streven naar excellentie, en dus niet in de zin van het verslaan van de tegenstander.

Als je dit brede spectrum aan standpunten over de christelijke omgang met sport overziet, zijn mijns inziens twee waarnemingen van belang:

1. Sportieve activiteiten worden zelden om inhoudelijke redenen bekritiseerd. Vaak is het kader waarbinnen de activiteiten plaatsvinden het probleem.

2. In alle tijden bestaan er reserves ten opzichte van sportieve activiteiten. In de omgang met sport is dus onderscheidingsvermogen nodig.

Spelbederf

Opvallend genoeg lijkt het erop dat hedendaagse gereformeerde christenen als gevolg van hun open houding tegenover onze cultuur iedere reserve ten opzichte van topsport hebben laten varen. De noodzaak van onderscheidingsvermogen lijkt niet te worden onderkend, laat staan toegepast.

Er zou hier sprake kunnen zijn van morele apathie of morele blindheid. Mogelijk komt het niet in ons op dat betrokkenheid op sport en het toeschouwen en volgen van topsport moreel geladen is.

Mag je als christen wel de beste willen zijn, terwijl je geroepen bent om de ander uitnemender te achten dan jezelf?

Op zichzelf zou dit helemaal niet vreemd zijn, omdat een christen bijna onmogelijk alle terreinen van zijn leven moreel kan laden. Bovendien leent sport zich er bij uitstek voor om los te komen van de ernst van het werkende leven. Zowel actief als passief is het een middel tot ontspanning. Je zou het haast spelbederf kunnen noemen om dit levensterrein te belasten met ethische vraagstukken.

Daar komt bij dat er wel meer terreinen van het leven zijn waarover de christenheid en de kerk weinig moreel besef aan de dag leggen. Sommige ethische thema’s staan hoog op de agenda, andere krijgen nauwelijks aandacht. Dat bewijst de kerkelijke praktijk waar ik als voorganger in sta. Vragen rondom het huwelijk en andere samenlevingsvormen zijn hete hangijzers, terwijl gelijksoortige of zelfs zwaarwegender vragen rondom werken of je hypotheek afsluiten bij een ‘dit-kan-niet-waar-zijnbank’ niet spelen.

Rondom topsport kan iets dergelijks aan de hand zijn. Hoewel het fenomeen zelf bijna bezwijkt onder zijn immorele gewicht, blijven wij ermee omgaan alsof onze deelname ethisch onverschillig is, niet meer dan een onschuldig tijdverdrijf.

Hosanna

Als enerzijds geëngageerd liefhebber van topsport en anderzijds moreel verontwaardigde christen vermoed ik nog een diepere oorzaak voor onze morele onverschilligheid tegenover topsport. Namelijk: de toeschouwers zelf zijn gedrogeerd door de manier waarop topsport in de Nederlandse media aangeboden wordt, zeker als je het afzet tegen bepaalde keuzes van de Duitse media.

De Nederlandse journalistiek, vooral zoals die bedreven wordt door de publieke omroep, is een doelbewuste, eenzijdige hup-holland-hupjournalistiek, die de lastige aspecten van sport verzwijgt of minimaliseert en vervalt in openlijk chauvinisme, dat als het even kan ontaardt in een hosanna voor onze helden. Voor de passieve toeschouwer is dit heerlijk. Met het vertrouwde bord op schoot eredivisievoetbal kijken, met de Noorse trui en erwtensoep schaatstoernooien volgen, zwijmelen bij de zang van Dalida tijdens de Avondetappe… Topsport is heerlijk. Topsport is geweldig.

De Duisters hebben echter jarenlang vanwege de dopingperikelen de Tour niet uitgezonden. Om die reden haakten sponsoren en publiek af, waardoor er nu een nieuwe frisse generatie wielrenners is opgestaan, die snapt wat er op het spel staat.

Ook heeft de Duitse zender ARD een fraai stukje onderzoeksjournalistiek verricht, waarin de Russische invloed in de sportwereld – tot in de World Anti-Doping Agency – werd blootgelegd. Juist deze kritische onderzoeksjournalistiek bevrijdt de passieve toeschouwer van een naïeve blikrichting. Het stimuleert het morele besef en het ontwikkelt een alternatieve, kritisch-betrokken omgang met topsport. Helemaal in lijn met veel van onze kerkvaders.

Over de auteur
Louren Blijdorp

Louren Blijdorp is predikant van de Immanuelkerk te Enschede. Daarnaast is hij één van de hoofdredacteuren van Onderweg.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief