Nadenken over krimpende kerken

Maarten Boersema | 13 juni 2015
  • Reportage
  • Thema-artikelen

Kerk zijn op het platteland is een thema dat attentie verdient in ons nadenken over de toekomst van de kerk. Een urgent thema, want krimp en vergrijzing stellen veel plattelandskerken voor vragen.

Kerk zijn op het platteland. Het is niet bepaald een hip onderwerp. Er is weinig over de thematiek gepubliceerd en tijdens de opleiding theologie (dat zeg ik als ervaringsdeskundige) is er weinig aandacht voor de specifieke aandachtsgebieden en uitdagingen van kerk zijn op het platteland.

Wellicht heeft dit te maken met de gedachtegang die je onder meer bij Tim Keller vindt: de stad is een topprioriteit voor het leven en werk van christenen in de 21e eeuw. Steden worden van een steeds grotere betekenis en daarom is het van belang om de nadruk op stadszending te leggen.

Tegelijkertijd schrijft Keller in zijn boek Centrumkerk dat dit niet betekent dat alle christenen in de stad moeten gaan wonen. ‘Er wordt gezegd dat nu ongeveer de helft van de wereldbevolking in steden woont. Daarom moeten we de verkondiging in al die honderdduizenden dorpen en op het platteland niet ontmoedigen of minderwaardig vinden.’ Toch pleit hij ervoor om meer aandacht te geven aan stadszending, omdat op het platteland vaak meer kerken zijn dan in de stad en omdat we in een tijd leven waarin de stad steeds meer invloed krijgt op hoe mensen op aarde leven.

Gezien de statistieken is de redenering van Keller te begrijpen. Toch schuurt er iets. Want wat als steeds meer kerken op het platteland sluiten en de kerkelijke ‘infrastructuur’ daar verdwijnt (iets wat je niet meer terugkrijgt)? Is het niet waardevol en duurzaam om, juist met het oog op de toekomst, werk te maken van de bezinning op kerk zijn op het platteland?

Vaak wordt gesteld dat de leegloop in de kerken op het platteland veelal veroorzaakt wordt door krimp in de regio, maar is die constatering niet te kort door de bocht? En verdienen de kinderen die op het platteland zijn blijven wonen, maar het geloof van hun ouders vaarwel hebben gezegd, niet ook onze aandacht?

Vitaal klein

Stefan Paas, onder meer hoogleraar missionaire gemeente aan de Theologische Universiteit Kampen, pleitte in 2012 in een column in De Nieuwe Koers voor een missionair masterplan voor dorpskerken, met name gericht op de PKN. ‘In de afgelopen decennia hebben de steden relatief veel aandacht gekregen’, schreef hij. ‘Er is grotestadsbeleid ontwikkeld, er zijn tal van projecten gestart en er zijn gemeenten gesticht. Maar in veel dorpen is de kerk de enige overgebleven publieke voorziening. Zij wordt draaiend gehouden door een krimpende en vergrijzende groep betrokkenen.’

Het masterplan dat hij voorstelde, is er nooit gekomen. En ook binnen de GKv en NGK is van een masterplan geen sprake. Toch zijn er aanwijzingen dat er meer aandacht lijkt te komen voor kerk zijn op het platteland. In het najaar organiseert het Praktijkcentrum bijvoorbeeld een symposium over ‘de krimpende kerk’ (zie kader).

‘Waarom zouden er op het platteland geen diaconale, missionaire en doorstartactiviteiten ontwikkeld kunnen en moeten worden?’

Jannet de Jong, adviseur bij het Praktijkcentrum en medeorganisator van het symposium: ‘In mijn werk probeer ik gemeenten te laten nadenken over de mogelijkheden die er zijn voor een krimpende kerk. We hopen op het symposium enkele praktijkvoorbeelden te laten zien, bijvoorbeeld van gemeenten die “vitaal klein” zijn. Ons doel is allereerst het signaal af te geven dat het tijd wordt om na te denken over kleiner wordende kerken. Daarnaast willen we laten zien hoe er in de praktijk op goede en verkeerde manieren wordt omgegaan met dat kleiner worden. Er liggen grote kansen en uitdagingen voor de krimpende kerk op het platteland.’

Hayo Wijma, ook werkzaam als adviseur bij het Praktijkcentrum, sluit daarbij aan. ‘Ontvolking, ontgroening en vergrijzing zijn redenen genoeg om aandacht te hebben voor gelovigen op het platteland. Waarom zouden daar geen diaconale, missionaire en doorstartactiviteiten ontwikkeld kunnen en moeten worden?’

In het vervolg van dit artikel worden drie voorbeelden beschreven van kerkelijke praktijken op het platteland. De voorbeelden liggen in het verlengde van de woorden van De Jong. Ze zijn een signaal dat het tijd is om na te denken over kleiner wordende kerken en ze dienen als illustratie dat er kansen en uitdagingen zijn voor kerken in een context van krimp om juist ook jongeren te blijven aanspreken. Daarnaast passen ze goed bij deze woorden van Keller: ‘Waar je ook woont, werkt of dient, de stad komt naar je toe. Elke kerk zou een kerk voor haar eigen stad moeten worden – of dat nu een grote metropool is, een universiteitsstad of een dorp. Ik geloof dat je er voordeel van zult hebben als je jezelf en je werk in de kerk bewust laat vormen door het leven en de cultuur van de stad.’

Biddag in de GKv Blije-Holwerd. (beeld uit het fotoproject 'Blije Kerk' van Maarten Boersema)

Biddag in de GKv Blije-Holwerd. (beeld uit het fotoproject ‘Blije Kerk’ van Maarten Boersema)

Drentse krachtenbundeling

In de classis Assen (GKv) zijn vijf gemeenten (Beilen, Hooghalen, Smilde, Oosterwolde en Haulerwijk) in 2014 om de tafel gaan zitten om te onderzoeken hoe ze elkaar kunnen versterken en hoe elke gemeente afzonderlijk in de toekomst kerk kan zijn in haar dorp.

De aanleiding van het project is het feit dat de vijf kerken te klein zijn om zelfstandig een eigen predikant te beroepen. Daarnaast speelt een belangrijke voorvraag mee, stelt Hans Schaeffer, die als één van de adviseurs vanuit het Praktijkcentrum bij het project betrokken is. ‘We proberen de rol van de predikant en de taak van de gemeente helder te krijgen. We dienen ons eigenlijk af te vragen: wat is ons bestaansrecht? En de grootste uitdaging moet zijn: hoe zijn we kerk? Ik proef dat dat voor elk van de gemeenten een geestelijke zoektocht naar Gods roeping is.’

De eerste fase van die bezinning is bijna afgerond. Jannet de Jong, ook als adviseur bij het project betrokken, geeft aan dat iedere gemeente nu voor zich een besluit gaat nemen over het vervolgtraject. ‘Hopelijk komen er één of meerdere vormen van samenwerking uit.’

Schaeffer noemt het idee om twee interim-predikanten aan te trekken voor de duur van drie tot vijf jaar. ‘Zij kunnen het verdere zoekproces op een goede, geestelijke manier begeleiden. Gemeenten moeten als het ware tijd kopen om zich te bezinnen en te kijken waar ze staan.’

Tentenmaker in Neede

Predikant Charly Lodewijk was van 2006 tot 2012 voor de helft van zijn tijd als predikant werkzaam voor de NGK Neede. In 2012 ging hij fulltime aan de slag in het onderwijs. Daarnaast bleef hij echter voor ongeveer een dag in de week onbezoldigd actief als predikant in de gemeente. Hij verricht pastorale werkzaamheden, is voorzitter van de kerkenraad en gaat een aantal keren per jaar voor in de erediensten.

In de afgelopen jaren is hij in zijn vrij unieke positie betrokken geweest bij de samenspreking met de GKv Neede. ‘De planning is dat we vanaf 1 januari 2016 alle diensten samen houden en worden samengevoegd tot een federatieve gemeente.’

‘Elke kerk zou een kerk voor haar eigen stad moeten worden – of dat nu een grote metropool is, een universiteitsstad of een dorp’

Eén van de grootste uitdagingen voor de kerken in Neede is volgens Lodewijk de vraag: hoe houd je in een krimpregio als de Achterhoek een kerk in stand? ‘We zien dat veel jongeren wegtrekken naar meer stedelijk gebied. Daarnaast is het moeilijk om alle functies binnen de gemeente ingevuld te krijgen. Hopelijk heeft de samenwerking met de GKv een positieve uitwerking op de toekomst.’

Blije kerk

Het laatste voorbeeld: het fotoproject ‘Blije Kerk’. In september 2014 begon ik mijn werk als deeltijdpredikant van de GKv Blije-Holwerd. Vanaf het begin ben ik een fotoweekboek gaan bijhouden van mijn werk en leven als predikant op het platteland (zie ook de foto’s bij dit artikel).

Het begon als een creatieve uitlaatklep waarin ik verdieping en achtergrond wilde geven bij een onbekend stuk Nederland. Zowel het leven van een dorpspredikant als het dorpsleven in een krimpregio worden door de foto’s voor (en ook over) het voetlicht gebracht. Een project dat als een mes aan meerdere kanten snijdt, zo heb ik ervaren. Enerzijds werkt het verbindend binnen de gemeente zelf, daarnaast laat het in de regio en ver daarbuiten zien wat er in de kerk gebeurt. Het project brengt het geloven van alledag in beeld en dat is herkenbaar.

Het symposium voor en over krimpende kerken dat het Praktijkcentrum organiseert, vindt plaats op 16 oktober 2015. In aanloop naar het symposium zal het tijdschrift Dienst zijn septembernummer wijden aan deze thematiek.

Over de auteur
Maarten Boersema

Maarten Boersema is fotograaf, tekstschrijver en predikant.

Meest gelezen

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief