Over tomaten en keuzestress
- Opinie
- Special Vrij
Onze enorme keuzevrijheid is een kostbare verworvenheid, maar heeft ook een andere kant, vindt Jaap Cramer. ‘Ik sla van die royale overdaad helemaal dicht.’ Hoe ga je om met keuzestress? ‘We hebben zo veel vrijheden, die hoeven we echt niet op elk detail in het leven uit te oefenen.’
Ik sta in de supermarkt, we hebben tomaten nodig en ik loop naar de groenteafdeling. In de schappen zie ik trostomaten, cherrytomaten, snacktomaatjes, vleestomaten – naast de rode heb je ook nog gele. Sommigen zijn voorverpakt, anderen worden per stuk verkocht. Verder zijn er biologische tomaten en die van de lokale tuinder. Dit, besef ik, is de ultieme keuzevrijheid. Wat je maar wilt, meer nog dan denkbaar, is beschikbaar. Wat een variatie in de schepping, wat een vakmanschap om al die verschillende soorten te kunnen kweken, wat een rijkdom om daaruit te plukken. De groenteafdeling bij de supermarkt als symbool voor onze keuzevrijheid.
Gek genoeg pakt het bij mij precies omgekeerd uit: van gekkigheid weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik sla van die royale overdaad helemaal dicht. Ga ik voor de goedkopere of toch voor de biologische? Zal ik de lokale nemen met minder food miles, maar doe ik dan wel of geen plastic zakje erom (een netje van thuis ben ik natuurlijk vergeten)? Ik sta heel lang te aarzelen en twijfel. Dit is nou keuzestress.
Angst
Achter keuzestress ligt angst. Met zoveel opties voelen we ons verantwoordelijk om te kiezen voor het goede. Maar hoe weet je wat goed of verkeerd is? Dat niet-weten, het bang zijn om verkeerd te kiezen, kan verlammen. Je ziet bijvoorbeeld dat jongeren grote levenskeuzes uitstellen. Ik ben bang dat ik niet de opleiding kies die bij me past. Hoe weet ik zeker dat die vriend of vriendin de ware is, ga ik het daar een leven lang mee redden? Deze vragen voelen gelovigen misschien nog wel dieper. Soms worden keuzes gevoed door wat we denken dat God wil. Dat geeft ‘goed moeten kiezen’ een nog zwaardere lading. Maar zou het God iets uitmaken of je belooft trouw te zijn aan persoon A of B, of dat je opleiding X of Y kiest? Heeft God voorkeur voor het soort tomaat dat ik koop?
Geestelijke lading
Theologisch is dit nogal een vraag: hoe zit het met wat ik kies, mijn vrije wil en hoe dat past binnen Gods bestuur van de wereld? Daar is veel over te zeggen, maar voor nu laat ik het bij mijn ervaring in de supermarkt. Ik geloof dat God onze keuzevrijheid, of dat nu een tomaat of een levenspartner betreft, serieus neemt. Tegelijk zit daar precies de spanning: wij hebben gegeten van de boom van goed en kwaad en zitten sindsdien in de puree. Kunnen we nog wel goede keuzes maken? Augustinus zegt van niet: we kunnen niet meer ‘niet-zondigen’, we kunnen het niet laten. Iets daarvan merk ik als in de supermarkt sta, want bij elke keuze voor elke soort tomaat kan ik nadelen bedenken. De tomaten van de lokale tuinder zijn minder vervoerd, maar niet biologisch. Biologische tomaten zijn voorverpakt in plastic. Ik moet kiezen voor de minst kwade optie. Ben ik daarmee verantwoordelijk voor dat kleine kwaad? Deze vragen geven mijn keuzestress een geestelijke lading.
Menukaart
Vroeger, in de tijd dat de schappen minder variatie kenden, was er minder keuze. Sommige keuzes had je niet eens. Je kon bijvoorbeeld niet zelf een vak kiezen als je het bedrijf van je vader over moest nemen. Mijn oma moest werken op de boerderij dus kon, tot haar verdriet, de middelbare school niet afronden. Dat wij zo enorm veel te kiezen hebben, is een voorrecht en het gevolg van onze toegenomen welvaart. Maar is dat echte vrijheid, vraag ik mij af? De schappen staan dan wel vol met goede, gezonde en duurzame producten, maar met een klein budget moet je wel gaan voor de goedkoopste chips met foute vetten. Is dat dan echt je eigen keuze? Onze supermarkten wekken misschien wel de illusie van vrijheid, maar een deel is schijn.
Ik vind dit ongemakkelijk en onrechtvaardig. Maar dwars erdoorheen zie ik ook kracht, al is het uit nood geboren. Het hebben van weinig opties zorgt voor minder keuzestress. Wij hebben de luxe om dat uit te proberen op momenten dat het er niet zo op aan komt. Mijn broertje koos een tijd in restaurants van de menukaart altijd het derde item van de tweede kolom. Een studiegenoot zei wel eens bij kaartspelletjes: als je niet weet welke kaart je moet opleggen, neem je de tweede van links. Daar zit iets in van het onverwachte: verrast worden, niet te veel nadenken, maar focussen op de dingen die belangrijker zijn.
Als je niet weet wat je moet kiezen, kies er dan voor om niet te kiezen. Onze vrijheid hoeven we echt niet op elk detail in het leven uit te oefenen. Het niet-kiezen is voor mij een manier om de boel niet te hoeven ‘over-denken’, om me niet te laten verlammen.
Vaak zijn we blij met onze vrijheid. Soms is het een verworvenheid, vaker is die vrijheid ons zomaar in de schoot geworpen. In mijn ogen laten we ons snel gek maken doordat we ons recht (eigenlijk voorrecht) om te kiezen willen laten gelden. Maar als je je vrijheid overal maar wilt uitoefenen, ben je er niet meer vrij van. Ik begrijp het bij grote beslissingen als studiekeuze, maar moet ik in de supermarkt echt vijf minuten lang mijn hoofd breken over de keuze voor een bepaalde tomaat? Weet je, ik kies voortaan gewoon altijd de tweede van links.
Jaap Cramer is predikant van de NGKV Heerde en redacteur van OnderWeg.




