‘Ik ben een vrij mens, maar worstel tegelijkertijd nog steeds’

Annemarie van den Berg-Nap | 7 november 2020
  • Interview
  • Special Vrij

Het woord vrijheid heeft veel betekenissen voor ex-gevangene Jules Rasoelbaks. ‘In de gevangenis voelde ik me in zekere zin vrij. Ik hoefde niet steeds achterom te kijken. Maar tegelijkertijd was ik gevangen in verslavingen en trauma’s.’ Nu voelt Jules zich een vrij mens, maar wel eentje met littekens.

(beeld De Hoop (ggz))

(beeld De Hoop (ggz))

De vijftigjarige Jules is het schoolvoorbeeld van waar een beroerde jeugd toe kan leiden. ‘Ik groeide op in onveiligheid. Tegen de tijd dat ik twaalf jaar was, had ik al heel veel meegemaakt. Mijn vader had losse handjes, ik was slachtoffer van seksueel misbruik en werd op school gepest. Zo ontstond bij mij de overtuiging dat ik op niemand hoefde te rekenen. Mijn overlevingsstrategie was: wat zij kunnen, kan ik nog veel beter. Dus als ik gepest werd, sloeg ik keihard terug. Dat leidde er uiteindelijk toe dat ik werd opgesloten, ik heb zeven keer vastgezeten voor geweldsdelicten.’

Gebonden

’Het is misschien gek om te zeggen, maar ik voelde me in zekere zin vrij in de gevangenis. De gevangenis was een plek waar ik tot mezelf kon komen. Ik werd even niet opgejaagd, hoefde niet steeds achterom te kijken. Natuurlijk, ook in de gevangenis moest ik me verhouden tot de andere gevangenen. Er waren mannen met wie ik rekening moest houden, tegelijkertijd was ik van binnen helemaal niet vrij. Ik was een gevangene van mijn emoties en trauma’s.’

‘Ook mijn drugsverslaving maakte me onvrij. Ik gebruikte drugs om tot rust te komen, maar je hebt steeds meer nodig om hetzelfde effect te krijgen. Ik werkte destijds in de bouw en daar werd mijn verslaving gedoogd. Zolang ik mijn werk maar goed deed, was mijn verslaving geen probleem. Ik was me wel degelijk bewust van de onvrijheid die door mijn verslaving kwam. Weet je hoe het voelde: als een mak lammetje dat naar de slachtbank ging. Elke keer weer naar de dealer, elke keer weer naar de coffeeshop. Daar is niks vrijs aan. Ik werd geleefd en was iemand zonder mening of perspectief. Alles draaide om de drugs.’

Psychologen

Dat een ander leven mogelijk was, ontdekte Jules stap voor stap in 2009. ‘Ik kwam binnen bij De Hoop na al twee keer eerder bij een andere instelling een traject te hebben doorlopen om los te komen van mijn verslavingen. Maar steeds viel ik terug. Binnen vijf weken had ik een aanvaring. Een begeleider kwam naar mij toe en zei: “Ik zie dat je boos bent. Mag ik voor je bidden?” Hij bad toen voor me en ik werd rustig. Ik dacht: hoe kan dit? Het ging zo totaal in tegen wie ik was en hoe ik altijd reageerde. Normaal gesproken zou ik door het lint gaan. Ik dacht: als Jezus dit kan, dan ben ik bereid hem te leren kennen.’

‘Normaal zou ik door het lint gaan’

‘Maar’, haast Jules zich te zeggen, ‘het is niet zo dat sindsdien mijn leven ineens gemakkelijk was. Ik leerde God kennen in maart 2009, maar ben pas sinds maart 2017 uit behandeling. Ik heb een hele commissie psychologen en begeleiders om mij heen gehad. Mensen die eindeloos veel liefde en geduld met mij hebben gehad. Weet je, met wilskracht kom je ver, maar je redt het pas met Jezus. Ik leerde de Here Jezus niet kennen via een boekje, maar vanuit ervaring. Ik teer nog steeds op het moment dat ik werd aangeraakt na dat gebed. Daar kan ik telkens weer op terugkijken als ik het moeilijk heb.’

Drie B’s

Tegenwoordig kun je Jules weer vinden in de gevangenis. Maar nu is hij er vrijwillig en werkt als ervaringsdeskundige in dienst van De Hoop ggz. ‘Samen met twee anderen geef ik leiding aan de school voor ervaringsdeskundigen. Ook heb ik, samen met anderen het project ‘Bye, bye, bajes’ opgezet waarin we een-op-eengesprekken voeren met mensen die vastzitten. Mijn rol bestaat uit drie B’s: Ik ben belangenbehartiger, bruggenbouwer en bondgenoot.’

Dat Jules, met zijn strafblad, werkt in de gevangenis, is overigens verre van vanzelfsprekend. ‘Ik ben een rolmodel voor justitie en kom zo bijna alle gevangenissen binnen. Ik ben ervan overtuigd dat God mij hier voor het werk onder gedetineerden wil gebruiken. Zet mij in de gevangenis en ik voel me thuis.’ Hij lacht. ‘Ik mag niet evangeliseren en ze zeggen wel tegen me: “Jules, niet met de Bijbel op schoot”, maar het gesprek komt vaak vanzelf op zingeving. De gevangenis zit vol met verdwaalde zielen. Daarom werk ik vanuit de presentieleer die betekent: afstemmen en aansluiten. Je moet weten wie je voor je hebt. Ik kan een poosje met iemand oplopen en meedenken, maar de ander moet keuzes maken. Ik kan niemand veranderen. Wat ik doe, is zaadjes planten. God gaat verder. Dat is de rust waaruit ik dit werk kan doen. Ik getuig, maar de Geest overtuigt.’

Doopfeest

Jules groeide op in een moslimgezin. Maar toen hij zich liet dopen, anderhalf jaar na het bewuste gebed, organiseerden zijn ouders een groot doopfeest. Hij is zich ervan bewust dat dit bijzonder is en legt uit: ’Ik heb als oudste een bevoorrechte positie in onze Surinaamse familie. Bovendien zagen mijn ouders hoezeer ik in positief opzicht veranderde, nadat ik christen werd. Er kwam geen politie meer aan de deur, ik bleef van de drugs af en ik werd niet meer opgesloten. Mijn moeder zei wel: “Jij hebt jouw God, ik de mijne. We gaan daar niet over discussiëren.”’

‘Ik ben belangenbehartiger,
bruggenbouwer en bondgenoot’

‘De waarheid maakt vrij. Dat is mijn overtuiging. Dus ik heb de afgelopen jaren heel veel moeten belijden. Ik ben een vrij mens, maar worstel tegelijkertijd nog steeds. Van drugs, alcohol en roken ben ik bevrijd. Ik heb dankzij therapie weer een goede relatie met mijn ouders. Maar ik draag nog altijd de littekens van het seksueel misbruik. Ik zou willen dat God mij daarvan ook bevrijdde. Maar dat is nog niet gebeurd. Ook al worstel ik hiermee, ik weet: God is soeverein. Ik maak nog altijd fouten. Als iemand op mijn litteken gaat drukken, of ik krijg te maken met afwijzing, dan raakt me dit wel. Maar het beheerst niet langer mijn leven.’

Knuffel

‘Vrijheid is geen product van je omgeving of van je omstandigheden. Vrijheid zit in je hoofd en je hart. Ik zeg altijd in gesprek met gedetineerden: “De battles vinden plaats in je gedachten.” Als ik mijn gedachten met God of iemand anders kan delen, hoef ik me er niet langer druk om te maken. Dan kan ik me vrij voelen. Daarin werkt de heilige Geest ook mee. Als ik fouten maak, mag ik ze belijden en ben ik weer vrij.’

‘Ja, ik ben iemand met een geschiedenis; ik heb een strafblad. Dat zou me onvrij kunnen maken, maar zo ervaar ik het niet. Ik weet wel dat de maatschappij op een bepaalde manier naar mij kijkt. Dat is stigmatiserend. Maar ik voel het niet zo. Ik heb geen invloed op hoe de maatschappij mij ziet. Waar ik wel invloed op heb, is hoe ik hierop reageer.’ Die stigmatisering werkt overigens ook andersom, legt Jules uit. ‘Voor ‘Bye bye bajes’ heb ik te maken met allerlei jongens, van kortgestraften tot levenslang. Ook jongens die zich bezighouden met kinderporno. Voorheen zou ik die in elkaar slaan, nu kan ik ze een knuffel geven. Dat is niet mijn verdienste, maar de mensen die tegenover mij zitten, zijn ook dwalende zielen. God vraagt mij: wat denk je nu echt van ze? Heb jij geduld? Heb jij liefde voor hen?’

Rasoelbaks en UEFA
UEFA benaderde in 2018 Jules om zijn verhaal te vertellen voor de campagne ‘#equalgame’: een programma van UEFA om voetbal mogelijk te maken voor iedereen, ongeacht afkomst of omstandigheden. Zijn filmpje werd meer dan 500.000 keer bekeken.
Je vindt zijn filmpje op YouTube door te zoeken op: ‘equal game: jules rasoelbaks’.

Over de auteur
Annemarie van den Berg-Nap

Annemarie van den Berg-Nap is journalist en cultureel antropoloog.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief