De weg van het genoeg
- Eyeopener
‘De bloedzuiger heeft twee dochters: Geef! Geef!’
(Spreuken 30:15a – NBG 1951)
Een bloedzuiger is een bijzonder beest. In vroeger tijden werd het dier in ziekenhuizen gebruikt om allerlei kwalen te genezen. In het boek Spreuken voert Agur het dier ten tonele. Hij gebruikt dit dier om ons te waarschuwen voor een onheilzame weg: de weg van het nooit genoeg.
Van alle schepselen, groot en klein, zet Agur uitgerekend de bloedzuiger in het middelpunt. Een vreemd idee? Zo op het eerste gezicht wel. Maar bij nader inzien: heel heilzaam.
Over heilzaam gesproken: bepaalde bloedzuigers worden op veel plekken in de wereld medicinaal gebruikt ter bestrijding van aandoeningen. Niet meer zoveel als in 1830, toen de Londense ziekenhuizen maar liefst zeven miljoen van deze diertjes gebruikten. Maar juist in de 21e eeuw lijkt er een opleving te komen in het aanwenden van unieke eigenschappen van de Hirudo medicinalis, zoals hij/zij* in het Latijn heet1. Bijt een bloedzuiger zich vast, dan raak je 5-15 cc bloed kwijt voor het beest voldaan weer loslaat. Maar dat niet alleen: de bloedzuiger werkt ook verdovend en bloedvatverwijdend en gaat bloedstolling tegen door bepaalde stoffen die het dier afscheidt. We weten nog niet half welke ingenieuze processen onze Schepper in zijn schepping heeft gelegd! Maar als Agur hier al enigszins weet van had*, het is hem om een ander heil te doen, voor andere patiënten2. Mensen zoals jij en ik.
Haf! Haf!
Agur vindt het heilzaam als wij eens goed naar de bloedzuiger kijken. Van dat beestje leren we namelijk hoe het niet moet. Heel beeldend ontdekt het ons aan een zwakke kant, waarmee we zomaar behept kunnen zijn: hebzucht, begerigheid, ‘nooit-genoeg-hebben’. Daarvan maakt Agur de bloedzuiger tot symbool. Met de twee dochters worden hoogstwaarschijnlijk de twee zuignappen bedoeld waarmee het dier zich vastzuigt aan het slachtoffer. Op het eerste gezicht lijkt het of ze twee zuigmonden hebben waarmee ze bloed zuigen. Dat is in werkelijkheid niet het geval, maar Agur geeft zijn eerste indruk weer: twee dochters, die allebei dezelfde naam hebben, ‘Geef!’ en ‘Geef!’. In het Hebreeuws klinkt het even hebberig: ‘Haf! Haf!’.
Hamsteraars
Ik vermoed dat geen Nederlander het iconische dovengebaar voor ‘hamsteren’, dat doventolk Irma Sluis tijdens de eerste coronapersconferentie gebruikte, ooit nog van het netvlies af kan krijgen. Dit vertellen de millennials over 25 jaar nog aan hun kleinkinderen. Zullen ze er ook bij vertellen dat dit gebaar, net als de bloedzuigerspreuk, een heilzame uitwerking heeft gehad op hun persoonlijke leven en dat van hun directe naasten? Of was het gewoon even leuk, maar had het verder nauwelijks effect? ‘Haf! Haf!’ lijkt in het DNA van onze welvaartsstaat te zitten en heel lastig uit te bannen. Altijd maar meer willen, meer succes, meer aankopen doen, meer (verre) vakanties, meer service-eisen, meer gemak, meer woongenot, rijgenot, ‘vul-maar-in-wat-voor-genot’. Het zit in de haarvaten van onze verwende samenleving en die haarvaten, die zijn wij zelf.
Piggelmee
Nog niet zo lang geleden hoorde ik iemand Nederland vergelijken met ‘Vrouwtje Piggelmee’. * Zij ‘bestaat’ dit jaar precies een eeuw, in 2013 verscheen een herdruk van het bekende prentenboek3 . Maar voor wie haar nog niet kent: dwergvrouwtje Tureluur leefde met haar dwergmannetje Piggelmee in een Keulse pot achter de duinen. Op een dag ontmoet Piggelmee een tovervisje dat alle wensen kan vervullen. En je begrijpt het al: Piggelmee wordt sindsdien dagelijks door zijn vrouw naar zee gestuurd. De wensen worden groter en groter, de hebzucht groeit en groeit. Dat kan natuurlijk nooit goed gaan. De hebzucht van vrouwtje Piggelmee wordt het visje op een dag te gortig en de ‘droom-die-niet-stuk-leek-te-kunnen’ spat uit elkaar. En daar zitten ze weer, in de eenvoudige Keulse pot waarin ze ooit begonnen. Maar nu komt het grootste wonder: ze zijn eigenlijk best tevreden. Ze voelen zich bevrijd van een heel stuk spanning. Bevrijd van de verslaving aan ‘meer-meer-meer’! Ze staan weer met beide beentjes op de grond en zijn blijer met elkaar en met hun huisje dan ooit.
Goudzwaard
Hebben wij westerlingen onze economie niet geregeld beschouwd als het tovervisje, aan wie je alles wel durfde te vragen? Als we de kans krijgen, accelereren we er met z’n allen lustig op los: Haf! Haf! Tot de economie op een gegeven moment zegt: ‘barst!’ en dan zitten we met de scherven en moeten we toegeven: ‘hadden we maar….’. Zou het ons niet net, als het echtpaar Piggelmee, goed doen om terug te gaan naar de eenvoud, terug naar de basis, naar de dingen waar het echt om gaat? Bijna vijftig jaar geleden maakte de econoom professor Bob Goudzwaard furore. De man achter het CDA-programma ‘Niet bij brood alleen’ (1980) geldt als architect van de ‘economie van het genoeg’. Hij zette het concept daarvoor uiteen in boeken als Kapitalisme en vooruitgang (1976) en Genoeg van te veel, genoeg van te weinig (1985). Het laatste boek schreef hij samen met Harry de Lange. Volgens Goudzwaard is de huidige economie in ecologisch en sociaal opzicht niet duurzaam en heeft het onverbiddelijk vasthouden aan het groeimodel fatale gevolgen. Ik vind het een term om te onthouden voor je persoonlijke economie, ‘de economie van het genoeg’.
Genoeg
God vertrouwt je het een en ander toe aan geld en goed, gaven, vermogens en kansen. Jij bent de verantwoordelijke ‘oikonomos’ – je mag ook zeggen ‘rentmeester’ of ‘huishoudster’. Nu komt het erop aan: welke insteek kies je? De weg van Haf! Haf!? Of de weg van het genoeg? Ik geef hieronder wat Bijbelse voorbeelden die laten zien in welk troebel vaarwater je terechtkomt als je de weg van ‘nooit-genoeg’ kiest. Denk vooral niet te snel dat het jou niet overkomt. Wij, Nederlanders of Westerlingen als collectief, plunderen bewust of totaal onbewust de schepping en heel wat medebewoners om ons welvaartsniveau op peil te houden of liefst nog wat op te vijzelen.
Daarnaast geef ik ook Bijbelse notities die ons helpen in Jezus’ spoor ‘de weg van het genoeg’ te gaan. Het is een levensstijl waarvoor discipline nodig is. Je op alle terreinen van het leven maar blijven focussen op ‘genoeg’ valt niet mee. Consequent de verbinding leggen met ‘genoeg’: op je werk, in de kerk, in je familie, in je vrije tijd, bij het doen van boodschappen, bij het kiezen van je goede doelen, in je gebed. Het is even wennen, misschien ben je verder heen dan je had gedacht. Maar zal het uiteindelijk niet een veel ontspannender levensstijl zijn? En veel beloftevoller, guller en vrijgevender? Bevrijd van het ‘meer-meer-meer’ en veel meer ‘leven-zoals-God-het-ons-gunt’. Misschien zelfs wel zoals gezang 466 uit het Liedboek voor de Kerken het verwoordt: ‘Ik heb mijn God, dat is genoeg.’
Ter overweging
- ‘De weg van nooit-genoeg’ staat beschreven in ongemakkelijke Bijbelpassages die je geneigd bent eerder op anderen toe te passen dan op jezelf. Maar hoe terecht is dat?
Bijvoorbeeld Handelingen 5, het verhaal van Ananias en Safira die onverzadigbaar snakken naar aanzien in de gemeente en zelfs bereid zijn de heilige Geest daarvoor te bedriegen. Of Achan (Jozua 7) en Gehazi (2 Koningen 5:20). Gehazi: ‘Hoe kan mijn meester die man zomaar laten gaan en niets aannemen! Bij de levende Heer – ik ga hem achterna en zie nog iets van hem los te krijgen!’ Gehazi kreeg van de levende Heer een huidziekte. Als straf? Vast. Maar zeker ook om mensen in alle eeuwen eraan te herinneren, telkens als wij en zij weer in verleiding komen.- ‘De weg van het genoeg’ wijst Jezus in de Bergrede met name in Matteüs 6.
De teneur is: al die drukte, dat slaven en sloven, al die denkrimpels en gestress, bewaar die voor een betere zaak: de zaak van mijn Koninkrijk. Laat dat je prioriteit zijn. En Ik zal ervoor zorgen dat je genoeg hebt.’ Denk ook aan de raad die Johannes de Doper de soldaten meegaf: ‘Pers niemand af en laat je niet omkopen, neem genoegen met je soldij’ (Lucas 3:14). Of aan Hebreeën 13:5 en aan wat Paulus tegen Timoteüs zegt in 1 Timoteüs 6:6-8 en tegen de gemeente van Korinte (2 Korintiërs 12:8-9). Vertrouw op Gods zorg!
Noten
1. Een bloedzuiger is een ‘hermafrodiet’: tweeslachtig. Voor voortplanting is wel een soortgenoot nodig.
2. Er zijn aanwijzingen dat de medicinale toepassing van bloedzuigers al meer dan 4000 jaar oud is.
3. Een werknemer van het bedrijf Van Nelle bewerkte een sprookje van de gebroeders Grimm. Dit werd uitgegeven onder de naam ‘Het toovervischje’ in 1920. De plaatjes van het boek spaarde je bij de koffie en de thee van Van Nelle.
Han Hagg is predikant van de GKv Zwolle-Zuid.




