Verlangen naar kleur in de kerk
- Opinie
Het debat over racisme is er al jaren, maar was nog niet zo hevig als in onze tijd na de gruwelijke beelden van George Floyd. Natuurlijk hadden we in Nederland al de Zwarte Piet-discussie, maar mijn indruk is dat dit nog niet zo’n issue was in de kerk. Ik merk dat nu ook binnen de kerk over racisme en het slavernijverleden wordt gesproken. We kunnen niet meer om het gesprek heen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me nooit zo bezig heb gehouden met racisme. Ik leef en werk in een multiculturele omgeving, maar zelf heb ik nooit met racisme te maken gehad. En ik geloof ook niet dat ik zomaar onderscheid maak tussen mensen vanwege hun kleur. Toch ben ik daar niet helemaal meer zeker van. Vorig jaar nam ik de colleges diaconaat van mijn voorganger op de TU in Kampen over. Ik kreeg ook wat materiaal dat Peter van de Kamp gebruikte voor zijn colleges. In een van de lessen liet hij een indrukwekkend YouTubefilmpje zien. Drie jonge mannen in dezelfde kleding, maar van verschillende kleur proberen een slot open te maken van een fiets in een park. Het is een schokkend filmpje, omdat het ongenadig blootlegt dat wij etnisch profileren. Ik denk dat niemand in het filmpje een racist is, het zijn mensen zoals jij en ik, maar kennelijk kijken we onbewust anders aan tegen mensen met een andere kleur.
Duidelijk
Hoe is dat in de kerk? Het was natuurlijk mogelijk geweest om iemand met een kleur te vragen dit artikel te schrijven. Dat heb ik ook gedaan. Maar ik kreeg terug: ‘Laat de blanken maar eens met elkaar in gesprek gaan en ontdekken wat er nodig is.’ Dit artikel is dus een aanzet tot een gesprek. Op grond van de Bijbel kun je racisme alleen maar veroordelen. Dat is het punt niet. In Christus is geen ongelijkwaardigheid als het gaat om geslacht, maatschappelijke positie of afkomst (Galaten 3:28). In het prachtige visioen van Johannes staat een onafzienbare menigte uit alle landen en volken voor de troon van God, van elke stam en taal (Openbaring 7:9). Ik herinner me dat de juf op de lagere school ons voorhield dat de Afrikanen van Cham afstammen en daarom een dienstbare rol vervullen. Dat denken is gelukkig verleden tijd. We begrijpen inmiddels dat het Bijbels gezien volkomen absurd is dat blanken een streepje voor zouden hebben bij God.
Eigen taal
Als mensen zijn we volkomen gelijkwaardig, maar niet hetzelfde. Wie de mensheid overziet, ontdekt een grote diversiteit. Daar zit iets moois van God achter. Wanneer in Genesis 11 de mensen in Babel zich niet willen verspreiden, zorgt God voor verwarring. Want Hij houdt van diversiteit. Met Pinksteren zijn de verschillen niet opgeheven, maar bevestigd. De mensen horen niet opeens dezelfde taal, maar ieder hoort in zijn eigen taal over de grote daden van God. In de brief aan de Efeziërs schrijft Paulus over het grote geheim dat God de volken geroepen heeft om samen deel uit te maken van het ene lichaam van Christus. Vol verwondering roept hij uit dat al die mensen met hun verscheidenheid nodig zijn om samen de veelkleurigheid van Christus te ontdekken (Efeziërs 3:18).
Furieus
Toch vinden we diversiteit vaak lastig. Culturele achtergronden laten zich niet verloochenen en het kost inspanning om elkaar echt te begrijpen. Ik zie in het Nieuwe Testament dat de apostelen zich enorm inzetten om de verschillende culturen (christenen uit de Joden en uit de heidenen) samen te houden binnen de gemeente. Als Petrus zich terugtrekt in de Joodse groep en daarmee de indruk wekt dat gelovigen uit de heidenen tweederangs zijn, wordt Paulus furieus (Galaten 2:11-14). Leggen we ons in dat licht niet te makkelijk neer bij de grote scheiding die wij maken als we naar de kerk gaan? Martin Luther King zei al in de jaren zestig dat zondagmorgen 11.00 uur het meest gesegregeerde moment in de week was. Dat geldt nog steeds voor de kerk in Nederland in 2020. OnderWeg-lezers komen samen in Nederlandse kerken, terwijl Afrikanen, Surinamers, Aziaten en Latino’s hun eigen kerken opzoeken. Begrijp me goed, ik gun het hun en ook ons van harte. Toch wringt het.
Hoop
In de week na de dood van George Floyd beluisterde ik de indrukwekkende herdenkingspreek van zijn dominee in Houston. Indrukwekkend omdat de pijn van de zwarte gemeenschap in Amerika zo scherp verwoord werd. Maar ook vanwege de hoop die deze prediker verwoordde. Hij sprak over hoop, omdat er niet alleen in de VS maar overal in de wereld mensen opstonden om te protesteren, niet alleen zwarten maar ook blanken. Zijn woorden raakten me. Je kunt je natuurlijk afzijdig houden van het racismedebat, omdat je denkt dat het jou niet aangaat, omdat jij niet racistisch bent. Maar kennelijk doet het ertoe hoe ik, witte man in Nederland, reageer op het ervaren onrecht van zwarten in Amerika. Er ontstaat hoop als er mensen zijn die luisteren naar elkaar en zich verdiepen in het leven en de pijn van de ander.
Als God een God van diversiteit is, dan wringt het dat de ongeveer miljoen christenmigranten in Nederland kennelijk geen thuis hebben gevonden bij een bestaande Nederlandse gemeente. Ik begrijp goed dat mensen in een vreemd land zoeken naar een vertrouwde manier om God te aanbidden en dus eigen kerken stichten. Maar tot mijn schaamte moet ik zeggen dat wij deze kerken lang niet hebben zien staan. Waar de apostelen streden voor een kerk waar mensen van verschillende culturen samen een plek vonden, hebben wij het ons misschien iets te gemakkelijk gemaakt door God te dienen in onze eigen bubbel.
De kerk als baken van hoop in het racismedebat: dat klinkt wellicht wat te hoog gegrepen. Maar waar we mee kunnen beginnen, is de diversiteit die er al is in onze gemeentes te leren zien als een geschenk. En als ik een stapje verder denk, besef ik dat we onszelf en de ander tekort doen als we onze gekleurde broeders en zusters niet ontmoeten. Zou het misschien zo kunnen zijn dat God, juist nu de Westerse kerk in zwaar weer verkeert, ons levende gemeenschappen geeft om ons te bemoedigen en ons iets te leren?
Peter Strating is predikant van de Havenkerk (NGK) in Den Haag.



