Redactioneel: Zwaaipastoraat
- Column
Mij valt in deze zwoegende tijd het geluk ten deel dat ik bijna dagelijks een paar ansichtkaarten mag schrijven. Op de kaartjes schrijf ik de boodschap die voor mij vaak volslagen onbekenden aan anderen willen doorgeven: ‘We missen u, oma’, ‘hou vol, dit gaat weer voorbij’, of ‘we houden van je’. De kaarten vinden hun weg naar huizen en kamers waar de bewoners één ding gemeen hebben: ze zitten opgesloten, volledig in quarantaine, of met af en toe een stap buiten de deur.
Het elan waarmee we afgelopen weken weer volop kaarten zijn gaan posten, legt een behoefte bloot. Het is de behoefte aan balsem voor onze uit balans gebrachte geesten. Nu onze levens ontmanteld zijn van veel dat eerst gelukbepalend was, is er herwaardering van goede woorden, lieve daden en troostende blikken.
‘We hebben troost nodig,
al is het maar in kleine woorden’
De Frans-joodse filosoof Emmanuel Levinas gaf ooit een fijnzinnige parafrase van veelal ongeziene uitingen van naastenliefde: ‘de kleine goedheid’. We snakken ernaar, zoals de Belgische schrijver Hugo Camps vanuit zijn isolatie zei: ‘We hebben troost nodig, al is het maar in kleine woorden.’ De coronacrisis is alleen daarom al een kans om ons als gelovigen van onze beste kant te laten zien. En dat gebeurt ook. ‘De koning, koningin, minister-president: ze zijn alle drie onder de indruk van wat kerken doen in crisistijd’, schreef Trouw laatst.
Toch past in deze lofzang wel een pas op de plaats. Ik zie namelijk ook wat anders, iets wat lijkt te passen in het principe dat mensen in tijden van onzekerheid houvast zoeken in waar we sterk in zijn: voor een kerkelijk volkje poneren, redeneren en discussiëren. Te vaak erger ik mij aan theologen, predikanten en anderen uit de kerkelijke bubbel die mijn Twitter-tijdlijn vullen met bijvoorbeeld een intensief debat over wel of niet digitaal avondmaal vieren. Beste mensen, denk ik dan: staak je wild geraas, stap op de fiets en rijd naar het verzorgingshuis waar je oudste schapen blij verrast jou voor hun raam zien staan terwijl je met hen belt.
Zwaaipastoraat, daar is het nu de tijd voor. Van meer grote betekenis dan door deze kleine goedheid te betrachten kun je in deze tijd nauwelijks zijn.
Esther de Hek is schrijver, schrijftrainer en oud-hoofdredacteur van OnderWeg.



