Schijnt er een rode maan in Babel?

Pieter Kleingeld | 28 september 2019
  • Opinie
  • Thema-artikelen

‘Heer, wilt U zijn met…’ En dan volgde de naam van iemand. Ik betrapte mezelf er steeds vaker op dat ik zo bad. Dat zat me niet lekker. Ik denk ook bij anderen dit gebed vaker dan vroeger te horen. Of soms de wat actievere variant: ‘Heer, wilt U … zegenen.’ Maar wat bedoel ik als ik dat bid? Waarom bid ik zo veilig? Want wees eerlijk, dit gebed lijkt altijd verhoord te worden. Ja, God is er vast bij geweest, je hebt het alleen niet gemerkt.

De rode maan van Pete Greig is de maan van Joël en Pinksteren. (beeld NorwegianTraveller/iStock)

De rode maan van Pete Greig is de maan van Joël en Pinksteren. (beeld NorwegianTraveller/iStock)

In diezelfde periode ging ik ook kijken naar de gebeden van Paulus. Bijna elke brief van Paulus begint met een gebed. Laat bijvoorbeeld het volgende gebed aan de christenen in Filippi eens tot je doordringen: ‘En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God’ (Filippenzen 1:9-11). Dat klinkt heel anders dan: ‘Heer, wilt U zijn met de gemeente van Filippi.’

Afstandelijk

Terug naar mijn ‘Heer-wilt-U-zijn-met-gebed’. Waarom bad ik dat? Natuurlijk, ik kan hier een betoog opzetten over de kracht van presentie. De vrienden van Job hadden stil aanwezig moeten zijn. Wanneer ik diep in mijn hart keek, zag ik wat anders. Ik zag geen kracht van presentie. Integendeel. Ik verwachtte niet zoveel van Gods ingrijpen. Kortom, mijn ‘Heer-wilt-U-zijn-met-gebed’ vertelde iets over mijn geloof. Het verried een afstandelijk godsbeeld. God die op grote afstand kijkt naar zijn schepping. God die niet echt betrokken is of misschien wat machteloos toekijkt. Wie bidt ‘Heer, zegen…’ hoopt misschien nog dat God in staat is de ander stilletjes iets toe te stoppen wat op de langere termijn zijn uitwerking heeft, zoals zegen op langere termijn groei en genezing schenkt. Maar ik denk dat het ‘Heer-zegen-gebed’ zomaar aan hetzelfde afstandelijke of machteloze godsbeeld zou kunnen lijden.

Psalmen

De gebeden van Paulus en ook de psalmen wezen mij echter een andere weg. Lees de beginregels van drie bijna willekeurig gekozen psalmen maar eens:

‘Ik prijs U hoog, HEER,
want U hebt mij uit de put omhooggehaald;
geen vijand kan nog om mij lachen.’
(Psalm 30:1)

‘Bij U, HEER, kom ik schuilen
beschaam mij nooit ofte nimmer,
bevrijd mij in uw rechtvaardigheid.’
(Psalm 31:1)

‘Gelukkig is de mens
van wie een misstap is vergeven,
en van wie de zonde is toegedekt.’
(Psalm 32:1)

Met deze psalmen krijg je van zijn levensdagen geen ‘Heer-wilt-U-zijn-met-gebed’. Schuilen, vergeving ontvangen, putten om in te vallen en uitgetrokken te worden, modder om in vast komen te zitten, woede en verdriet. Zo veel mooie taal, zo veel indrukwekkende beelden, zo veel perspectief en zo veel verlangen, dankbaarheid, hoop en wanhoop. Als er presentie is, dan is het Gods hand die uitgestoken wordt, dan zijn het Gods vleugels waaronder je kunt schuilen, dan is het Gods stem die vergeving uitspreekt. Waarom bad ik dat niet?

Waar zitten wij in het
verhaal van de ballingschap?

Ik wist niet zeker of bovenstaande diagnose alleen mezelf of alleen een deel van mijn omgeving betrof of breder van toepassing was. Toen kwam ik de titel Pray big. Learn to pray like an apostle van Alistair Begg tegen. Hij kwam tot dezelfde conclusie. ‘Ik hoor mezelf te vaak bidden “Heer, wilt U zijn met…”, maar dat gebed kom ik in de Bijbel niet tegen. Sterker nog: Jezus beloofde dat Hij met ons zou zijn alle dagen. Dus als de inhoud van ons gebed alleen op het herhalen van die belofte neerkomt, dan hebben we nog niet zoveel gevraagd.’ Deze en vergelijkbare observaties gaven mij de vrijmoedigheid om het vervolg van dit artikel te schrijven.

Godsbeeld

Ons gebed verraadt veel van ons beeld van God. Dat is een gedachte die je ook bij anderen tegenkomt, het onderstreept dus het belang van die stelling. Loop je gebeden van de laatste tijd eens langs. Wat verraden ze van jouw beeld van God? Nu wordt ons godsbeeld gevormd door de Bijbel, maar ook door onze ervaringen. Elk kind dat niet geneest, elke echtscheiding, elke kerk die sluit, leidt tot grote vragen. Hoe dichtbij is God? Hoe graag wil God onze gebeden verhoren? Hoe goed kan Hij onze gebeden verhoren? De verhalen rond secularisatie helpen vervolgens ook niet.

Ballingschap

Maar misschien is er meer aan de hand dan onze individuele ervaringen. Een van de manieren waarop christenen secularisatie en ontkerkelijking interpreteren is via het verhaal van de ballingschap. Zou het kunnen dat al ons praten over ‘kerk in ballingschap’ een afstandelijk godsbeeld oproept? Ooit ging Israël in ballingschap, het volk vormde een kleine minderheid in Babel. In Jeremia 29 vinden we een brief die Jeremia aan de eerste ballingen schreef. Deze brief was een belangrijke aansporing voor die eerste ballingen, maar wordt dat dan ook voor ons. Hij schreef dat zij moesten bidden, wonen en werken tot bloei van de stad waar God hen naartoe had gezonden. Zo moeten ook wij als kleine minderheid bidden, wonen en werken tot bloei van de stad.

Dit verhaal vertellen ook Tim Keller en Stefan Paas. Maar nu de catch: de ballingen in Babel hoorden die boodschap niet rechtstreeks van God. Want God was niet in Babel, maar duizenden kilometers van hen verwijderd. God was in Jeruzalem. De ballingen in Babel waren afhankelijk van Jeremia in Jeruzalem. Het enige dat de ballingen restte, was geduld hebben, trouw bidden en hopen dat God hen op afstand zegende. Direct ingrijpen van God konden ze bij wijze van spreken de eerste zeventig jaar op hun buik schrijven. Als wij bij wijze van spreken ook in ‘Babel’ zitten en God nog in ‘Jeruzalem’ is, dan is God ook voor ons ver weg. Dan kunnen wij ook niet anders dan volhouden en wachten op de dag dat God in ons Babel verschijnt. Dan is het wel een beetje gezegd met het Heer-wilt-U-zijn-met-gebed.

Gods aanwezigheid is dynamisch, dus bid!

Tegelijkertijd kunnen we belangrijke vragen stellen. Waar zitten we in het verhaal van de ballingschap? Aan het begin, kort na het schrijven van de brief van Jeremia en is God ver weg? Zit er voor ons niks anders op dan onze adem inhouden tot Gods levenslucht weer komt? Zitten we in het midden of zitten we dicht bij het einde, dicht bij het moment dat God ons verlossend uit Babel bevrijdt, zoals ooit zijn volk uit Egypte? Want dan mogen we Gods profeten, dat is Gods vernieuwende Woord en Gods aanwezigheid, ook verwachten.

Het is belangrijk om deze vraag te stellen, want anders wordt het ballingschapsverhaal een selffulfilling prophecy – God is ver weg, dus bidden heeft geen zin en daarom grijpt God ook niet in en lijkt Hij nog verder weg. Kortom, het gaat niet alleen over ons statische godsbeeld, maar ook over de dynamiek van het verhaal waarin we leven of waarin we onszelf plaatsen en de rol die God daarin speelt.

Rode maan

Een tweede vraag – en nu wordt het helemaal interessant – is: zitten we misschien in een ander verhaal? Let op: we praten nog steeds over gebed. In mijn zoektocht kwam ik het boek Red Moon Rising tegen. In dit boek vertelt Pete Greig het verhaal van het begin van de 24/7-gebedsbeweging. Zijn kleine gemeente in Engeland voelde zich gedrongen om een week lang 24 uur per dag te bidden. Maar die ene week werd een maand, de maand een jaar, de ene gemeente werden er twee en meer en meer… Pete ontdekte bovendien dat ze in een traditie stonden. De hernhutters hadden eeuwen eerder honderd jaar lang 24 uur per dag onafgebroken gebeden. Het experiment groeide uit tot een beweging die draaide om gebed en leidde tot actie. Red Moon Rising vond ik trouwens een vreemde titel. Het duurde meer dan honderd pagina’s voordat de schrijver de verklaring van de titel prijsgaf:

‘Aan het einde der tijden, zegt God, zal Ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten.’
(…)
‘De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.’
(Handelingen 2:17, 20-21; Joël 3)

De rode maan van Pete Greig is de maan van Joël en Pinksteren. Pete leeft niet in ballingschap. Pete leeft in een ander verhaal. Hij leeft in het verhaal waarin jonge mensen profeteren en oude mensen droomgezichten zien. Het verhaal waarin Gods Geest is uitgestort over alle vlees. Daardoor heeft Pete een andere verwachting, meer verwachting dan mensen die leven in ballingschap. Pete heeft een verwachting die teleurgesteld kan worden. Ernstig teleurgesteld. Over dat laatste is hij ook eerlijk in zijn boek Als God zwijgt.

Overlap

Twee op het oog radicaal verschillende verhalen. Is er overlap tussen ballingschap en Red Moon Rising? Ik zie een belangrijke: beide verhalen helpen ons om naar de werkelijkheid te kijken door een andere bril dan die van de secularisatie. Meer nog: beide vertellen dat Gods aanwezigheid dynamisch is. Ja, er zijn tijden dat God meer en tijden dat God minder aanwezig is. Dus bid! Ballingschap begint bij het nog niet van Gods koninkrijk en hoopt op en bidt voor het reeds. Red Moon Rising bidt vanuit het reeds en moet vervolgens het nog niet in gebed verdisconteren. Maar beide roepen op tot gebed. Beide vragen niet langer om een ‘Heer, wilt-U-zijn-met-gebed’, maar onderstrepen wat Walter Wink ooit schreef: ‘History belongs to the intercessors who pray the future into being.’

Uitdaging

Dus hier is de uitdaging: hoe leren we te bidden als een apostel? En hoe leren we te bidden als een psalmdichter? De psalmdichter die God vertrouwt om de storm te stillen en Gods nabijheid en rust zoekt in de storm, omdat Gods liefde genoeg is. Misschien is dit nog wel een grotere uitdaging: hoe leren we te bidden als een profeet? Want er is een dunne lijn tussen profetie en gebed, tussen de vraag: ‘Heer, wilt U vlees op deze beenderen leggen?’ en de declamatie: ‘Dorre beenderen, luister naar de woorden van de HEER!’

Dit zijn grote vragen, maar eigenlijk weet ik er wel het antwoord op. Je leert bidden als een apostel door de woorden van de apostel te herhalen. Je leert bidden als een psalmdichter door te wennen aan zijn woorden. Je leert bidden als een profeet, wanneer je de profetenwoorden gaat proeven. Het gaat over gewoontes. We leren bidden door te bidden. Ons godsbeeld vormt onze gebeden, maar ook andersom: onze gebeden vormen ons godsbeeld. En zo brengen de psalmen, de profeten en de apostelen ons bij de levende God.

In het kort

In een helder moment realiseerde ik me dat mijn gebed meer zei over mijn beeld van God dan over God zelf. Ik concludeerde dat de gebeden van Paulus en de psalmen meer verwachting en meer concrete inhoud hadden dan die van mij, en dat praten over onze omstandigheden als vergelijkbaar met de ballingschap de situatie niet verbeterde. Op zoek naar alternatieve verhalen kwam ik de 24/7-gebedsbeweging tegen. Voor hen geen Jeremia 29, maar Joël 3. Toch blijken die twee Bijbelgedeeltes en de bijbehorende verhalen belangrijke overeenkomsten te hebben. Beide vertellen dat Gods aanwezigheid dynamisch is. De een begint vanuit het nog niet van het koninkrijk, de ander vanuit het reeds. Beide sporen echter aan tot gebed. Die gebeden mogen dan worden geoefend met en geïnspireerd door de gebeden van de psalmdichters, de apostelen en de profeten.


Lees- en doetips

L. Gioia, Zeg het tegen God. Een aanmoediging om te bidden, Utrecht (KokBoekencentrum), 2018.

L. Gioia, Aangeraakt door God. Leven in gebed, Utrecht (KokBoekencentrum), 2019.

P. Greig, Als God zwijgt. Over de stilte van onbeantwoord gebed, Amersfoort (Inside Out Publishers), 2014.

T.J. Keller, Bidden. Vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God, Franeker (Van Wijnen), 2015.

N. Plomp, Contact met God. Meer over bidden, Zoetermeer (Jes!), 2016.

24-7 Prayer en Alpha Nederland ontwikkelden zes interactieve bijeenkomsten voor kleine groepen op basis van het Onzevader. Zie www.alphanederland.org/prayercourse.

Over de auteur
Pieter Kleingeld

Pieter Kleingeld is predikant van de NGK Oegstgeest.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

‘Door de apocriefe boeken ga je de Bijbel met andere ogen lezen’

Leendert de Jong
  • Interview
  • Thema-artikelen

Onbekend maakt onbemind. Dat geldt ook voor de zogenoemde apocriefe boeken die niet hoog op de leeslijstjes van bijbelgetrouwe christenen staan. Terwijl ook die boeken volgens bijbelwetenschapper Arco den Heijer reflecteren op wie God is. 'Er zit in die boeken veel wijsheid, wij kunnen er onze winst mee doen.’

Lees artikel
‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

‘Kan een kind het avondmaal wel echt beleven?’

Embert Messelink
  • Interview
  • Thema-artikelen

Robert Roth (GKv) draait er niet omheen: 'Ik heb een radicale visie op kinderen aan het avondmaal. Kinderen horen er helemaal bij, ook als hun geloof zich nog niet persoonlijk heeft ontwikkeld.' Hij gaat in gesprek met Kees de Groot (NGK). Een gesprek tussen twee theologen die tegenovergestelde standpunten hebben, intens naar elkaar luisteren, elkaar scherp bevragen en samen verder willen komen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief