Column: De ziel
- Column
‘Dank u wel voor de woorden die u sprak, de gedrevenheid waarmee u sprak, en de – af en toe – licht ingehouden woede waarmee u sprak. Ik ben de Heer dankbaar dat Hij mij zegende met de mensen om mij heen. Daar hoort u ook bij.’
Het zijn de eerste zinnen van een briefje dat ik lees op mijn eerste werkdag na de vakantie, achtergelaten door een student van vorig jaar. Mooier kun je niet beginnen, denk ik dan. De woede was overigens niet op deze student gericht, maar op satanische machten en krachten.
Het is elk jaar weer mijn ervaring dat jongeren stinkend behoefte hebben aan volwassenen die ‘langszij’ willen komen, die luisteren zonder (voor)oordeel, die geen verwachtingspatronen opleggen, die niet eisen, maar geven: liefde, veiligheid, perspectief en vertrouwen. Daarom deze vraag die mij al heel lang bezighoudt: als jongeren de kerk verlaten, waar ligt dat dan aan? Aan hen, of moeten we kijken naar de generaties daarboven?
De kerk moet in de eerste plaats
een oefenplaats van verlangen zijn
De kerk zou veel meer moeten zijn dan een instituut dat de gemeenschap verstevigt, leuke activiteiten bedenkt en feestelijke diensten organiseert. Misschien is er bij ons, volwassenen, wel sprake van een innerlijke secularisatie. Doen we ook mee met de amusements-, prestatie- en consumentencultuur waarmee onze samenleving doordrenkt is. Het is niet zo moeilijk om contact te maken met ons uitwendige ik, maar het is veel lastiger om de leegte, de dorst, de angst, de verdwaaldheid in deze wereld en het ‘God-niet-meer-ervaren’-gevoel te herkennen en erkennen.
De ziel redt het niet meer in deze voor de ziel armzalige cultuur en dat verlies wordt wellicht ook in de kerk geleden. En misschien is dat wel wat een aantal jongeren ervaart in de kerk. Want als het verlangen seculariseert of sterft, is de nood groot en haakt een volgende generatie af. Proeven en lezen de jongeren onze heilige verontwaardiging over wat hen en onszelf belemmert om tot Gods bestemming te komen? Zien ze onze gedrevenheid, onze liefde en toewijding? De kerk moet in de eerste plaats een oefenplaats van verlangen zijn. Naar God. Naar de dwaasheid van het evangelie die haaks staat op de gekkigheid van deze wereld. Naar elkaar.
Die kerk? Dat zijn wij!
Els van Dijk is directeur van de Evangelische Hogeschool.



