#DOESVRIENDELIJK
- Eyeopener
Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.
(Filippenzen 4:5a)
Bij de kassa van de supermarkt moet ik altijd even denken aan de #DOESLIEF-campagne van SIRE, die Nederlanders oproept om supermarktmedewerkers vriendelijk te groeten. Het lijkt wel een letterlijke toepassing van de oproep van Paulus in zijn brief aan de Filippenzen.
Langs allerlei kanalen worden we door SIRE geïnformeerd over hoe vaak onaardig gedrag in de dagelijkse omgang voorkomt. Zo blijkt dat elk jaar 8 procent van de OV-medewerkers bespuugd wordt, of dat 72 procent van de weginspecteurs regelmatig de middelvinger krijgt. Op sociale media is het al niet veel beter. In het afgelopen jaar zijn welgeteld 146.571 scheldtweets met het woord ‘kanker’ verstuurd. Op de site van SIRE komt een aantal van dit soort tweets voorbij; best shocking om te lezen.
Het lijkt inderdaad hoog tijd om het tij te keren. We moeten het met z’n allen weer normaal vinden dat respect de basis vormt van iedere communicatie. Alleen al daarom ben ik blij met die campagne. Maar het mooie van een oproep als #doeslief is dat er een actieve houding wordt gevraagd: doe eens lief, toon je positief betrokken op de ander.
Vriendelijkheid
In zijn brief aan de Filippenzen roept ook Paulus op tot vriendelijkheid: ‘Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen’ (Filippenzen 4:5a). De passage waarin het zinnetje voorkomt, lijkt een wat onsamenhangende aaneenschakeling van losse aansporingen: ‘Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank Hem in al uw gebeden’ (Filippenzen 4:4-6).
Bijbelcommentaren op deze passage betrekken de vreugde in de Heer en de vriendelijkheid op elkaar: blijdschap in de Heer dient zich naar christenen en vooral ook naar niet-christenen te vertalen in een vriendelijke houding. Maar hoezo vertaalt onze blijdschap om bij Christus te horen zich richting niet-christenen specifiek naar vriendelijkheid? Je zou eerder iets als ‘enthousiasme voor het evangelie’ verwachten, toch? Waarom roept Paulus hier juist op tot vriendelijkheid? En gaat hij, de grote Paulus, zelf niet ver over de grens als hij nota bene in dezelfde brief een bepaalde groep mensen ‘honden’ noemt (Filippenzen 3:2)?
Vaak zijn dit soort vragen al een aanwijzing dat met de term ‘vriendelijkheid’ – in het Grieks epieikeia – net wat anders wordt aangeduid dan wat wij er vanuit onze achtergrond mee associëren.
Studies naar het gebruik van deze term in de tijd van de Bijbel geven aan dat in veel gevallen iets van status en macht meeklonk. Epieikeia werd vaak gezien als een eigenschap van hooggeplaatsten. In Psalm 86:5 bijvoorbeeld doelt David met dit woord op Gods ‘vergevingsgezindheid’. En in Handelingen 24:4 doet Tertullus, de advocaat van hogepriester Ananias, een beroep op de ‘welwillendheid’ van procurator Felix. Het woord kon zelfs clementie of gratie aanduiden. Voor machthebbers als Julius Caesar en keizer Augustus was epieikeia – clementia in het Latijn – een belangrijke deugd in politieke aangelegenheden. Paulus’ tijdgenoot Seneca, de bekende filosoof, definieert de term clementia als ‘matiging in het zoeken van vergelding ofwel mildheid van een hoger geplaatste naar een lager geplaatste in het bepalen van de straf’.
Eervol
Het is natuurlijk de vraag of Paulus epieikeia hier gebruikt met die connotatie van status en macht. De Statenvertaling en de Lutherse vertaling kiezen er juist voor om te vertalen met ‘bescheidenheid’. Maar het geheel van Paulus’ schrijven aan de gemeente in Filippi zet ons misschien toch op een ‘hoger’ spoor. De hele brief door verzekert de apostel zijn hoorders er immers van dat hun positie in Christus een hoge en eervolle positie is.
Dat is voor hen allerminst vanzelfsprekend, want net als de apostel ondervinden zij tegenstand en lijden (Filippenzen 1:27-30). Paulus zelf schrijft vanuit de gevangenis. Met welk soort tegenwerking de Filippenzen te maken hebben, wordt niet concreet omschreven. Het begin van hoofdstuk 3 suggereert dat zij een joods of joods-christelijk karakter heeft, maar meer valt hierover niet te zeggen.
Wie wil nou geassocieerd worden
met een apostel in de gevangenis?
Het is hoe dan ook wel voorstelbaar dat het lijden waaronder de Filippenzen gebukt gaan voor de buitenwereld een afgang betekent. Het imago van de christenen komt onder druk te staan en daarmee ook hun eigen vertrouwen op het evangelie van Christus. Wie wil nou geassocieerd worden met een apostel die in de gevangenis is beland, of met een boodschap die zo veel weerstand oproept? Daar valt geen eer aan te behalen. Het is eerder beschamend.
Op verschillende momenten in de brief laat Paulus echter een fors tegengeluid horen. De Filippenzen hoeven absoluut niet te twijfelen aan hun eervolle status in Christus. Paulus noemt de gemeente zijn ‘vreugde en erekrans’ (Filippenzen 4:1). Hun inspanningen voor de verspreiding van het evangelie zijn een ‘goed werk’ (Filippenzen 1:6), waarvoor de apostel God dankt. Hij typeert hun lijden omwille van Christus zelfs als een ‘eervol geschenk’ (Filippenzen 1:29). En hij belooft hun als hemelse burgers een grotere, toekomstige eer, die in schril contrast staat met ‘de ondergang van de vijanden van het kruis van Christus’. Jezus zal hen redden en hun ‘armzalig lichaam gelijkmaken aan zijn verheerlijkt lichaam’ (Filippenzen 3:18-21).
Dus hoezo is er bij de christenen te Filippi geen sprake van een hoge status? Integendeel, aldus Paulus, het zijn hun belagers die ten onder zullen gaan (Filippenzen 1:28). Binnen deze retoriek van ‘afzetten tegen’ karakteriseert hij – voor ons misschien wat ongemakkelijk – de tegenstanders met harde, onvriendelijke, woorden. Zo komt de eer van de gemeente scherper in beeld.
Bergrede
Vanuit de context van de brief, waarin status wel degelijk meeklinkt, krijgt Paulus’ oproep waarschijnlijk toch een andere kleur dan het Nederlandse woord ‘vriendelijkheid’. Het lijkt mij een kleur die binnen het spectrum van betekenissen dichter aanleunt tegen de vergevingsgezindheid die in de eerder genoemde Psalm 86 zo karakteristiek is voor God zelf. Vrij weergegeven schrijft Paulus – ondanks alle polemiek – het volgende: ‘Filippenzen, wees onder alle omstandigheden blij met jullie status in de Heer. Ik benadruk het nog eens: wees blij. En wees vergevingsgezind. Zo moeten jullie bij de mensen bekendstaan. Christus’ komst is nabij. Maak je dus over niets bezorgd, maar leg al jullie vragen in gebed en onder dankzegging voor aan God.’
Het is wel duidelijk dat Paulus niet altijd lief doet
Zo opgevat komt Paulus’ boodschap in de Filippenzenbrief dicht in de buurt van Jezus’ eigen woorden in de Bergrede: ‘Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. Gelukkig zijn jullie wanneer ze jullie omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten’ (Matteüs 5:10-12). En: ‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van jullie Vader in de hemel’ (Matteüs 5:43-45a).
Boodschappers
Het is wel duidelijk dat Paulus niet altijd lief doet wanneer hij zegt waar het op staat. Maar zijn woorden werden door zijn eigen tijdgenoten wellicht niet als respectloos ervaren, omdat ze pasten binnen de gebruikelijke retoriek van eer en schaamte. Tegelijk gaat zijn oproep tot vriendelijkheid veel verder dan wat wij daaronder verstaan. Hij duidt op een betrokkenheid die een zekere mildheid in zich draagt, zelfs vergevingsgezindheid.
Met andere woorden: wanneer christenen zelf en onderling vreugde ervaren omdat zij Jezus Christus toebehoren, zal dit zich naar buiten toe vertalen in daden die bij Jezus Christus passen, niet alleen respect en vriendelijkheid, maar zelfs vergevingsgezindheid. Zo roept Paulus ook christenen vandaag op om hun Heer niet los te laten, maar om hun positie juist stevig in Hem te verankeren. Vanuit deze eervolle positie mag een christen getuigen van Gods positieve betrokkenheid op ieder mens. Ook als iemand hem of haar vijandig gezind is. #Doesvriendelijk wil zeggen dat christenen boodschappers worden van de vergeving die zij zelf in Christus hebben ontvangen.
Om over door te praten of na te denken
- Bezoek doeslief.sire.nl/campagne. Waar komt de toename van huftergedrag in onze samenleving vandaan, denk je? Op welke manieren kun je vanuit je christen-zijn een tegengeluid laten horen?
- Hoe ga je ermee om als je mensen hoort spotten over christenen? Wat doet dat met je zelfbeeld? Wat kan een vergevingsgezinde opstelling volgens jou eventueel bijdragen in dit soort situaties?
- Leestip: het hoofdstuk over eer, schaamte en lijden omwille van Christus in het net verschenen boek van Armin Baum en Rob van Houwelingen (red.), Theologie van het Nieuwe Testament in twintig thema’s, Utrecht (KokBoekencentrum), 2019.
Myriam Klinker is universitair docent Nieuwe Testament.



