Christus centraal in een heilige en veilige kerk
- Interview
- Thema-artikelen
Hoe kijken de millennials Ite, Eline en Martijn aan tegen de vorming van de herenigde kerk van GKv en NGK? Ze praten erover met Maaike Harmsen en Ad de Boer, leden van de regiegroep eenwording NGK en GKv. Wat betekent het kerklidmaatschap voor deze jonge kerkleden en wat willen zij meegeven aan de regiegroep?
De deelnemers aan het gesprek (van links naar rechts): Eline, Martijn, Geranne (voor OnderWeg), Maaike, Ite en Ad.
Ite (24) woont in Rotterdam en werkt als treinmachinist. Eén keer per twee weken, wanneer hij geen dienst heeft, bezoekt hij NGKv De Brug in Nunspeet, waar zijn ouders wonen. ‘Ik heb in Rotterdam niet echt een kerk gevonden waar ik me prettig voelde. In Nunspeet heb ik zo veel connecties, als ik dat loslaat moet ik helemaal opnieuw beginnen.’
Eline (24) woont in Leiden en volgt een master pedagogische ethiek in Nijmegen. Regelmatig woont ze kerkdiensten bij in de PKN-gemeente in het centrum van de stad. ‘Mijn roots liggen in de GKv van Bunschoten, maar ik voel me daar nu niet zo thuis. Ik ben op zoek naar een meer intellectuele uitdaging. Ook al mis ik in de PKN waar ik kom best dingen, bij het gebouw, de sfeer van heiligheid en rust voel ik me goed.’
Martijn (28) werkt als jeugdwerker in de GKv van Assen Kloosterveen, een groeiende Vinex-wijkgemeente in een stad met veel gereformeerde kerken. Hij is getrouwd en vader van een dochtertje van 3 en een zoontje van 1. ‘Ik ben opgegroeid in de GKv en werk er nu ook, maar het verschil tussen de gemeente waar ik opgegroeid ben en waar ik nu werk is erg groot.’
‘Ik ben opgegroeid in de traditie van kerken in het café of in de gymzaal. Vaak hingen de rekstok en de ringen nog naar beneden. Ik heb zelf minder met sacrale ruimtes.’ Aan het woord is Ad de Boer. Hij zit aan een grote tafel met Maaike Harmsen, net als hij lid van de regiegroep eenwording NGK en GKv. Aan dezelfde tafel zitten Ite, Eline en Martijn, drie twintigers die opgegroeid zijn in een gereformeerde kerk. Eline vindt kerken in een gymzaal maar niks. De diensten in de monumentale Hooglandse Kerk in het centrum van Leiden roepen bij haar een wowgevoel op: ‘Dit is zo veel groter dan wij zijn, denk ik, als ik in zo’n kerk ben.’
Shoppen
Als voorbereiding op dit gesprek lazen de drie twintigers de brochure ‘Verlangen naar een nieuwe kerk’ die de regiegroep begin dit jaar publiceerde.
Martijn: ‘Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe dat in de toekomst gaat: als GKv en NGK één kerk zijn. Als je ergens naartoe verhuist dan ga je op zoek naar een kerk die bij je past. Daar wordt nu nog weleens moeilijk over gedaan. Wordt in de toekomst van je verwacht dat je je aansluit bij de dichtstbijzijnde kerk of ben je eigenlijk lid van al die kerken en sluit je je aan bij de gemeente die bij je past?
‘Daar heb ik dingen van het geloof ontdekt
die ik in mijn jeugd niet gezien heb’
Maaike: ‘Ik heb liever dat mensen doelbewust gaan shoppen en zich dan actief aansluiten bij een kerk, in plaats van dat zij direct een attest inleveren maar uiteindelijk nooit in de kerk komen.’
Ad: ‘Ik verwacht zeker niet dat mensen in de herenigde kerk verplicht aansluiting moeten zoeken bij de dichtstbijzijnde kerk. Ik ken de tekst van de kerkorde nog niet precies, die komt binnenkort. Ik hoop wel dat er een gevoel van ongemakkelijkheid blijft wanneer mensen weggaan. Eerlijk gezegd ben ik ongelofelijk allergisch voor de opmerking “een kerk die bij mij past”. Soms passen dingen niet bij mij, maar als iedereen elkaar op gaat zoeken in clubjes, wat dan?’
Verschillen
Eline: ‘Het belangrijkste is, denk ik, om het gevoel te creëren dat er verschil mag zijn. Ik merk bij mezelf en bij sommige leden van mijn studentenvereniging dat er best een allergie bestaat tegen alles wat GKv is: men vindt het niet fijn hoe het daar gaat, dus dan ga je er gewoon niet heen. Die keuze heb ik zelf ook al vrij snel gemaakt. Wanneer jonge mensen het gevoel krijgen dat hun opvattingen er mogen zijn en gedeeld mogen worden, dan kan het zijn dat er een hoop verandert. Maar het blijft lastig: echt leren van elkaar, samen zoeken, zoals op een Bijbelkring. Hoe kunnen we in dit nieuwe kerkgenootschap over de pijn van die scheiding heenstappen en samenwerken?’
Op de tekening van de nieuwe kerk loopt een rolstoelvriendelijk pad, richting de wijk. In de kerk zijn een woonkamer, een keuken, een Xbox en ringleiding aanwezig.
Voorzichtig
Martijn: ‘Wat ik bijvoorbeeld gek vind, is dat onze kinderen nu al ingeschreven staan als mogelijke leerlingen voor de gereformeerde basisschool. Dat geeft mij onder meer het gevoel dat er nog te veel sprake is van een soort vanzelfsprekendheid, een mal waar je in gedrukt wordt.’
Ite: ‘Ik herken dat gevoel wel. Een aantal jaar geleden heb ik een discipelschapstraining in Duitsland gevolgd. Daar heb ik dingen van het geloof ontdekt die ik in mijn jeugd niet gezien heb. Ik heb veel over de heilige Geest mogen leren. Natuurlijk ben ik ook nog zoekende, heb ik nog geen antwoorden hoe het anders kan in onze kerken en weet ik niet waar ik me later zelf aansluit. Maar er kan zo veel meer. Bijvoorbeeld een vast gebedsmoment waarop gemeenteleden samen bidden voor situaties in de wereld. Dat zie ik in onze kerk nog niet zo snel gebeuren. Ik ben toch nog te voorzichtig om dat zelf te organiseren.’
Maaike: ‘Mijn advies bij dat soort dingen is altijd: organiseer het met een klein groepje, alleen is maar alleen. Met een groepje is er veel mogelijk, houd je het beter vol en stimuleer je elkaar.’
Ite: ‘Volgens mij is er al wel een klein groepje. Maar het zou juist zo mooi zijn als dat soort dingen laagdrempeliger zijn en het voor de hele gemeente interessanter en leuker wordt om samen te bidden.’
Keurslijf
Ad: ‘Ik snap helemaal wat Martijn over de gereformeerde basisschool zegt. Dat is niet meer van deze tijd. Dus dat keurslijf, dat uniform: nee. Maar helemaal aan de andere kant staat de vrijblijvendheid en die zie ik ook wel in een aantal gemeenten: jij jouw mening, ik de mijne. Tussen keurslijf en vrijblijvendheid zit het intense gesprek bij het Woord van God: Heer, wat vraagt U van ons? Een gesprek dat gevoerd moet worden in geloofsgesprekken, Bijbelkringen en gemeentelijke settingen. Ik geloof dat daar mooie dingen uit kunnen komen.’
‘Eerlijk gezegd ben ik ongelofelijk allergisch
voor de opmerking “een kerk die bij mij past”‘
Maaike: ‘We moeten op zoek naar het gezamenlijke en dat is spannend: wie zijn wij nu samen als kerken? Als ambtsdrager of kerkelijk werker moet je achter de hele gereformeerde leer kunnen staan, maar als gemeentelid mag je best lid blijven wanneer je afwijkende opvattingen hebt. Maar ben je voorstander van volwassendoop en wil je bij ons geen lid meer blijven? Dan is er een prachtige baptistengemeente om de hoek.’
Vragen
Ad: ‘Ik kijk daar wel wat anders naar. Wanneer mensen actief zoeken naar een kerk, een stijl of een smaak die bij hen past, krijgen we wat je kunt noemen monocultuurgemeentes. Terwijl je in de kerk, als mensen van Christus, aan elkaar gegeven bent. Ik begrijp het dat mensen over willen stappen naar een andere kerk als hun geloof verpietert, kinderen wegkwijnen of wanneer je anderen niet wilt belasten met jouw ideeën. De essentie van kerk-zijn is juist niet of we het allemaal met elkaar eens zijn, maar of we van Christus zijn. Durven we in Christus samen te vragen: Heer, wat vraagt U van ons? Dat kan in een gemeente met heel diverse mensen, vormen en vragen.’
Eline: ‘Ik vind het heel mooi wat je zegt, echt een ideaal, maar zoals ik al eerder zei, in de praktijk lijkt het me lastig.’
Martijn: ‘Het is denk ik belangrijk om echt met elkaar te praten en te delen waarom we bepaalde dingen in de kerk doen. Een aantal jaren geleden was het nog heel gewoon om twee keer per zondag naar de kerk te gaan. Wanneer ik mijn ouders vroeg waarom we twee keer gingen dan zeiden ze: ‘Dat doen we gewoon.’ Achteraf zie ik ook echt wel dat het goed voor me was, maar als ze verteld hadden waarom het goed was, dan had ik het veel beter begrepen. Het was nu een vanzelfsprekendheid, met het verstand op nul.’
De nieuwe kerk is volgens de gespreksdeelnemers vooral een heilige en veilige kerk, waar men respect heeft voor elkaar en Christus centraal staat.
Het is natuurlijk nog niet te zeggen dat het de nieuwe verenigde kerk lukt om die oude tendensen eruit te filteren. Dat kan onder andere jonge mensen ertoe aanzetten om aansluiting bij een andere kerk te zoeken. Wat vinden jullie daarvan?
Ad: ‘Het belangrijkste is dat men aansluiting zoekt bij een kerk. Maar sowieso sluit je je niet aan bij een kerkgenootschap, je sluit je aan bij een lokale gemeente. Het is de taak van deze lokale gemeente om in een stad, dorp of wijk kerk van Jezus Christus te zijn. Ik hoop en verwacht dat de lokale kerken binnen het nieuwe kerkverband dit ruimhartig en verschillend oppakken.’
Maaike: ‘Ik vind het ook belangrijk dat jonge mensen zich aansluiten bij Bijbelstudiegroepen of een studentenvereniging zoeken. Jonge mensen die lid zijn geweest van een studentenvereniging sluiten zich volgens mij sneller aan bij een kring of een kerk. Zij zijn het gewend om mee te doen.’
Eline: ‘Ik denk dat dit meestal wel klopt. Als student zoek je ruimte en die ruimte heb je ook nodig. Dat zie ik binnen de VGSL gebeuren. Mensen die in hun studententijd al afhaken bij christelijk gerelateerde activiteiten, zullen denk ik sowieso kerkelijk afhaken.’
Is het eigenlijk wel goed om zo druk bezig te zijn met dit fusieproces? Kunnen we de tijd en energie niet veel beter steken in ontmoetingen met gemeenteleden, jong en oud?
Ad: ‘Het valt mee hoor, hoeveel mensen hier nu mee bezig zijn. We hebben van mensen uit de PKN het advies gekregen geen veertig jaar te wachten voordat het zover is. We zijn een tijdelijke regiegroep die lokaal kerken wil informeren en adviseren en de landelijke organen adviseert over wat landelijk nodig is. Ook vinden we het belangrijk om kennis uit te wisselen. Martijn, jij bent jeugdwerker. In veel kerken worden jeugdwerkers toegerust en worden generaties met elkaar in contact gebracht, bijvoorbeeld door adviseurs uit de landelijke dienstencentra. Gezamenlijk zijn we sterker, zijn we soms wijzer en zoeken we hulp bij elkaar.’
Contouren
We sluiten het gesprek af met een groot vel papier op tafel. De deelnemers tekenen daarop hun beeld van de fusiekerk. Martijn tekent de contouren van een klassiek kerkgebouw, met een toren en een kruis als torenspits. In de kerk tekent hij ringen en een rekstok. Op het dak tekent Maaike zonnepanelen. Naar de voordeur loopt een rolstoelvriendelijk pad, richting de wijk. In de kerk zijn een woonkamer, een keuken, een Xbox en ringleiding aanwezig. Het is een heilige en veilige kerk, waar men respect heeft voor elkaar en Christus centraal staat. Waar de mensen door de Geest aangemoedigd worden om samen aan de slag te gaan.
Geranne Tamminga is als projectleider valorisatie en nascholing verbonden aan de Theologische Universiteit Utrecht. Zij is ook lid van de kernredactie van Onderweg.



