Het sprookje van geloof, hoop en liefde
- Opinie
Het was vorig jaar een complete verrassing dat de NPO televisieserie De luizenmoeder een daverend succes werd. Dit jaar keken opnieuw miljoenen mensen op zondagavond naar het tweede seizoen. Het basisschoolplein bleek wederom het decor waar veel menselijks, al te menselijks, zich afspeelt, waar volwassenen, kinderen, volwassen kinderen en, niet het minst, kinderlijke volwassenen beurtelings schitteren.
In De Luizenmoeder werden ragfijn allerlei maatschappelijke thema’s gefileerd. Of het nu ging over racisme, homoseksualiteit, prestatiedruk, faalangst, projectie, (mis)management, individualisme, het kwam allemaal langs. Wat nieuw was ten opzichte van het eerste seizoen was de prominente en serieuze aandacht voor het geloof. Het is een ontegenzeggelijk knappe prestatie van de televisiemakers geweest dat de huidige spanning in onze cultuur tussen geloof en ongeloof geloofwaardig is neergezet.
Veel spelers hebben in dit levensbeschouwelijke veld hun plek. Er zijn aarzelende sympathisanten van het kerstverhaal (directeur Anton), er zijn platte materialisten (koepeldirecteur Pjotr Jan), atheïsten (juf Helma), vage ietsisten (Nancy) en compromisloze nihilisten (de met PTSS worstelende conciërge Volkert), moslims (een stel ouders op deze verder overwegend witte school), en in vele opzichten de held van het verhaal: juf Ank.
De laatste maakt een serieuze bekering door tijdens de kerstaflevering. Natuurlijk, het is duidelijk dat dit programma satirisch is opgezet. En ook het christelijke geloof wordt getekend door dit satirische format. Er zullen daarom best christenen zijn die het moeilijk vinden om te kijken naar juf Ank die zo vals als een kraai het ‘Gloria in Excelsis Deo’ ten gehore brengt. Dat haar geïrriteerde collega’s bonzend op de muur ‘Jezus in je hart, olé, olé!’ zingen zal niet helpen, om over het vele gevloek maar te zwijgen.
Sympathie
Het unieke is niet zozeer dat het christelijke geloof een plek heeft in deze waaier van levensbeschouwelijke posities. Veel Nederlandse films en series hebben orthodox-christelijke personages opgevoerd. Alleen zijn dit vaak niet de karakters die bij de kijker sympathie opwekken. Met juf Ank is dat wel degelijk anders. Zij vertegenwoordigt als het ware de nieuwsgierigheid die de makers hebben voor het verhaal met de oude papieren, het verhaal over Jezus van Nazaret, de Zoon van God.
De piek van de kerstboom moet worden
vervangen door een duim omhoog
De makers laten trouwens ook op subtiele wijze zien dat dit verhaal zijn duizenden niet meer verslaat. Het geplande kerstverhaal redt het niet. De openbare basisschool De Klimop kan geen religieuze symboliek tolereren. De viering wordt dan ook getorpedeerd door de koepeldirecteur Pjotr Jan en eindigt in een kerstmandisco. De ster in de piek van de kerstboom moet worden vervangen door een duim omhoog. De zelfontplooiing (Klimop) wint het van De Strohalm, de school ‘met den Bijbel’ waar juf Ank in de slotscènes van de laatste aflevering voor kiest.
Pastoraat
Juf Ank komt nogal stijf over. Zij vertoont een stiff upper lip, zeker als ze overvallen wordt door ongemakkelijke emoties. Zij heeft soms te vroeg haar oordeel over anderen klaar. Toch wint zij de sympathie van het publiek. Ze weet op gepaste wijze de assertieve ouders van repliek te dienen. Ze heeft oog voor de nood van anderen en heeft als geen ander directeur Anton in de smiezen. Voor Ank loopt de kerstviering uit op een deceptie. Elk kind eet vanwege de eigen voorkeuren het zelf meegenomen voedsel. Er wordt niets samen gedeeld. Er wordt geen kerstverhaal verteld en de anticlimax volgt wanneer Pjotr Jan als de kerstman al zingend binnenkomt.
Als Ank locatiedirecteur Anton teleurgesteld de zaal ziet verlaten, volgt ze hem. Anton blijkt erg verdrietig om de ernstige situatie van zijn moeder, die naar hem zou komen kijken in zijn rol als Jozef. Wat volgt is een uniek staaltje pastoraat van Ank, die zelfs voorstelt om samen te bidden. Als klap op de vuurpijl wordt ook dit gebed onderbroken, waarop beiden, zowel Anton als Ank, hartgrondig vloeken. Het blijft natuurlijk satire.
Heimwee
Bidden is en blijft je vastklampen aan een strohalm. De makers van De Luizenmoeder zijn geen evangelisten. Toch is het hun gelukt om een geloofwaardig, sympathiek karakter te portretteren, dat het geloof op authentieke wijze vertegenwoordigt, zonder het geloof in zichzelf volledig belachelijk te maken. Dat is bijzonder.
Daarmee is christen-zijn in de moderne wereld nog steeds geen serieuze optie. De meesten lopen schouderophalend door. Ook in deze serie. Let maar eens op de brute wijze waarop Volkert het ietsisme van Nancy totaal ontmantelt en de wanhoop die vervolgens in haar ogen te zien is.
Het geloof van juf Ank wordt niet
als iets nostalgisch neergezet
Maar het geloof van juf Ank wordt ook niet als iets nostalgisch neergezet, als iets wat alleen tot het verleden behoort. Het woord dat deze verhouding het best typeert is heimwee. Heimwee is iets voor kinderen. Als je volwassen wordt, schud je het van je af. En de meest kinderlijke van de volwassenen, Anton, weet zich niet van deze heimwee los te maken. Hij is degene die zich laat overhalen om te bidden. Maar die heimwee is niet krachteloos. Dit betekent dat de stem van het evangelie, van de Geest, nog altijd gehoord wordt. Dat men de kracht van het verhaal herkent, al is het dan in hun ogen een sprookje.
Geborgen
Kerken mogen meer dan ooit het geloof uitleven op zo’n manier dat de heimwee niet meer gevoeld hoeft te worden als heimwee naar een ongedeelde christelijke cultuur, naar gemeenschap, maar als heimwee naar niets minder dan God zelf. Deze heimwee is blijkbaar in onze cultuur niet verdwenen. En ze is bepaald niet krachteloos. Ank weet haar in de slotaflevering tamelijk sterk te verwoorden. In haar laatste speech, waarin ze bedankt voor de eer om directeur van De Klimop te worden, spreekt ze Pjotr Jan toe:
‘Basisvertrouwen. Dat is wat hier ontbreekt. Vertrouwen in een goede afloop. In elkaar. In dat het goed is zoals het is. […] Dat we gedragen worden door elkaar. Zodat iedereen zich geborgen en gesteund kan voelen. Ook als je faalt of mislukt, of niet de grootste waffel hebt. […] Dus als jij dan met je dikke portemonnee en je Audi A6 in het sprookje gaat geloven dat je werkelijk wat voorstelt, dan richt ik mij op het sprookje van geloof, hoop en liefde.’
Dr. Jan van Helden is predikant van de NGK Amsterdam-Zuid. Hij promoveerde in 2022 aan de Vrije Universiteit op een proefschrift over het werk van de Geest in de moderne cultuur.




