Ruim uitdelen is de weg
- Opinie
Wij mensen van de westerse wereld zijn consumptieziek. Er is slechts één krant van een willekeurige dag voor nodig om dat aan te tonen. We leven op veel te grote voet. Dat gaat ten koste van de aarde en van mensen elders op de wereld. Hebben wij soms recht op hun deel?
De gemiddelde ecologische voetafdruk van de Nederlander is 6,2 hectare. Voor wie dat niets zegt: als alle mensen ter wereld net zo zouden leven als wij, dan zouden we 3,5 aardbollen nodig hebben om dat leven mogelijk te maken. Nederlanders zijn overigens nog niet eens de grootste verbruikers ter wereld. En toch willen ook wij nog steeds in koopkracht vooruit, protesteren we tegen hogere energieprijzen en willen we blijven vliegen naar recreatiebestemmingen. Voor de armen in ons land kan ik me bij die wensen rond koopkracht en energieprijzen iets voorstellen, maar voor het overgrote deel van de Nederlanders niet.
Aanvaring
Lucas 16:1-13 (misschien handig om het stuk eerst even te lezen) beschrijft een aanvaring tussen een rentmeester en ‘anderen’. Bij mij rijst meteen een vraag: met wie heeft hij eigenlijk een aanvaring? Die vraag levert een wat ander zicht op deze gelijkenis op dan je wellicht gewend bent.
De aanvaring is niet met zijn heer, want die prijst hem om zijn ‘verkwistende’ beleid (zie ook beneden). De heer heeft gehoord dat zijn rentmeester zijn bezit verspilt. Men vond het blijkbaar nodig om dat tegen de heer te zeggen. Maar van wie hoorde de heer dat?
En toch willen we nog steeds vooruit in koopkracht
Waarschijnlijk niet van de schuldenaars. Die vonden de daden van de rentmeester wel best, ze werkten er zelfs aan mee. Zo kwamen ze, zij het naar menselijke maatstaven frauduleus, van een groot deel van hun schuld af.
De heer zelf zal het ook niet zijn, want men moet het hem vertellen. En als de rentmeester er nog een flinke schep bovenop doet, prijst de heer zijn rentmeester zelfs: ‘Je hebt wijs gehandeld.’
Wie kan er dan bezwaar hebben tegen het verspillende beleid van de rentmeester? Het lijkt mij dat we de klagers moeten zoeken onder de mensen die menen dat de erfenis van de heer uiteindelijk van hen zal zijn. Zij zien hun toekomstkapitaal verdampen. Zij vinden dat de rentmeester hun toekomstige kapitaal voor hen moet bewaren. Dat is ook de reden waarom de heer zegt dat de rentmeester geen rentmeester meer kan zijn. Hij is namelijk het vertrouwen van de nabestaanden, van de erfnemers, kwijt. Men heeft zijn handelen doorzien, er bezwaar tegen aangetekend en men zal het steeds dwarsbomen. Het beleid van de rentmeester oogst wel de lof van de erflater, maar niet van de erfnemers. De erfgenamen vinden dat de heer zijn bezit moet beschermen.
Verwijt
Normaal gesproken identificeren we de heer in de gelijkenissen met God. Soms is Hij de vader, soms de koning en nu dus de heer. Maar wie is dan de rentmeester? In mijn ogen is dat Jezus. Hij kreeg vaak het verwijt dat Hij veel te scheutig was met genade en vergeving en dat Hij de wetten van God te grabbel gooide. Hij verspilde als het ware Gods rijkdom, recht en heerlijkheid. Zo had God het (uit)delen van genade nooit bedoeld en Jezus’ handelen was tegen de wil van God. Hij is erom gekruisigd.
Was men van mening dat de erfenis van God beschermd moest worden tegen de verspilling door Jezus van Nazaret? Het zou me niet verbazen. Mensen kunnen het beleid van God vaak niet koppelen aan iemand die zijn leven geeft voor zijn vrienden. Zoiets zouden we uit onszelf nooit doen! God deelt genade blijkbaar op een andere manier uit dan mensen.
Schuldenaars die echt alleen van genade kunnen leven, zullen zich echter meer thuis voelen bij een God die genade uitdeelt, dan bij mensen die niet kunnen delen. Wie uit genade leeft, zal niets anders doen dan uitdelen zoals God. Dat is rentmeesterschap.
Gulzigheid
Met de goede aarde die we van God in beheer kregen, lijkt het precies zo te gaan. Ik noem de aarde de praktische kant van Gods genade. Ook in het beheer van de aarde staat ruim delen niet hoog in het vaandel. De aarde strijdt haar doodsstrijd tegen het consumptiegedrag van de (voornamelijk Noord-Atlantische en Aziatische) mens. Als wij mondiaal ruim met elkaar zouden delen, dan zou het beheerbeleid er totaal anders uitzien. Nu wordt dat beleid bepaald door de gulzigheid van een deel van de mensheid.
Zouden wij ruim delen, dan zouden wij weten van elkaars behoeften en van die van het volgende geslacht. Gods genade zou doorwerken in de genadige manier waarop wij ervoor zouden zorgen dat iedereen (ook onze nakomelingen) voldoende heeft. Maar wie zo wil delen, krijgt al snel de wind tegen, omdat wij menen recht te hebben op ons deel.
We protesteren tegen het delen in Jezus’ naam,
want dat gaat van ons deel af
En zo zie je praktisch gebeuren wat geestelijk gebeurt in de gelijkenis. Het beheer van de goede aarde gebeurt niet meer in de Geest van de Heer. Ook wij protesteren tegen het delen in Jezus’ naam, want dat gaat van ons deel af. Tegelijkertijd verbruiken wij 6,2 hectare per persoon. Dat betekent dat wij naast ons eigen deel ook het deel van 2,4 andere wereldbewoners opeten.
Uitdelen staat bij ons niet hoog in het vaandel. Je leven geven voor je vrienden wellicht ook niet. Als Jezus dat wel doet, mag dat van ons. Maar als Hij ons vraagt om Hem daarin te volgen, klagen we Hem aan bij de Heer. Wellicht zegt de Heer dan ook: ‘Je kunt geen messias meer zijn.’ Niet omdat Jezus het verkeerd doet, maar omdat de mensen het niet pruimen.
Uitdelen
Moeten we dus negatief eindigen? Nee. Jezus zegt dat wie zijn leven verliest in zijn naam, het leven zal vinden. Wij gooien dus ons leven weg als we het proberen te behouden. Het veiligstellen van onze consumptie is dodelijk voor onszelf. Ruim uitdelen in de naam van Heer is de weg naar het ontdekken van wat leven eigenlijk is. Dat geldt zowel geestelijk als praktisch, want die twee zijn één in de Bijbel.
Peter van Dolderen is predikant van de samenwerkingsgemeente van CGK en NGK in Almere.



