Afgoden dienen in de Kalverstraat
- Opinie
Heel lang heb ik gedacht dat afgodendienst in de tijd van de Bijbel echt iets anders was dan in onze tijd. Mensen maakten toen beelden en bouwden altaren en tempels. Ik herkende dat niet in de wereld om me heen. Inmiddels ben ik daar niet meer zo zeker van.
In de tijd van de Bijbel aanbaden de heidenen met geheimzinnige rituelen hun goden. Als de Israëlieten daaraan meededen, nam God hun dat kwalijk. Natuurlijk, ook wij hebben onze afgoden: geld, carrière, status, gezondheid enzovoort. Maar ik dacht altijd: de aanbidding van deze afgoden gaat toch heel anders dan toen?
Dat is maar de vraag. De Amerikaanse theoloog James K.A. Smith maakt een vergelijking tussen een bezoek aan een grote shopping mall en een bezoek aan een tempel. Vertaald naar de Nederlandse context ziet dat er ongeveer als volgt uit.
Openbaring
Op de heilige dag waarop je vrijgesteld bent van je werk om je goden te aanbidden en hun zegen te ontvangen, ga je op bedevaart naar de heilige stad. Als je in het religieuze centrum bent aangekomen, ga je op in de menigte pelgrims. Overal zie je uitnodigende afbeeldingen, lichtreclames en uithangborden. Hier moet je zijn. Prachtige etalages wekken verlangen op naar rijke, tastbare zegen. Kleurrijke posters van mooie, gelukkige mensen houden je een spiegel voor: wij zijn gelukkig, maar ben jij dat ook? Ze confronteren je met je eigen beperkingen. Maar dat niet alleen. Ze wijzen je ook hoe je dezelfde zegen als zij kunt ontvangen. Koop dat shirt, die schoenen, dat horloge, die telefoon, die racefiets.
In de massa loop je langs de tempels. Als je belangstelling gewekt wordt, ga je een tempel binnen. Je wordt vriendelijk ontvangen door een priester, die je alle ruimte geeft om jezelf te zijn en je godsdienst vorm te geven op de manier die bij je past. Wil je even rondkijken, wil je advies, wil je iets uitproberen, het mag allemaal. En terwijl je ronddrentelt, ontdek je iets prachtigs. Het is als een openbaring: je wist het nog niet, maar hier was je naar op zoek. Bewonderend neem je het in je handen. Je bekijkt en bevoelt het aan alle kanten. Het is duidelijk dat er een offer voor gevraagd wordt, maar je besluit dat dat het waard is. Bij het altaar neemt de priester je geldoffer in ontvangst. Voldaan en met de zegen van de priester in je oren – ‘Veel plezier ermee’ – verlaat je de tempel en dwaal je verder. Wie weet welk geluk jou deze dag nog wacht.
Verlangen
Misschien vind je het een beetje overdreven om een dagje shoppen in Amsterdam te vergelijken met de dienst aan een afgod. Maar door zo’n vergelijking wordt iets duidelijk wat anders in ons denken over afgoden gemakkelijk verborgen blijft. Shoppen is niet een eenvoudige handeling waardoor je iets verwerft wat je nodig hebt. Het is veel ingewikkelder. Je koopt iets wat je wellicht nodig hebt, maar vaak wordt het idee over wat je nodig hebt, je verlangen, je gevoel over een gelukkig leven, gaandeweg dat proces gevormd.
Dienst aan God of aan de afgoden is niet alleen een zaak van bewust kiezen, maar vooral een zaak van het hart, het verlangen. De enige God vraagt van ons dat we Hem liefhebben, dat wil zeggen: dat we ons verlangen op Hem richten. En dan is de vraag: hoe laat je dat verlangen zo vormen dat het gericht is op God en niet op de afgoden? In nummer 5 van OnderWeg (over persoonlijk contact met God) werden manieren aangereikt om dit in je persoonlijke leven vorm te geven. Maar er zijn ook collectieve manieren, zoals kerkdiensten, gebedsgroepen, of samen zingen.
Fundamentalist
De andere kant is ook waar: er zijn veel manieren waarop ons verlangen naar andere goden wordt gevormd. Een dagje shoppen in Amsterdam is maar een voorbeeld. Wie op internet zoekt naar een nieuwe auto, een telefoon of een vakantie kan hetzelfde ervaren. Het zoeken naar het juiste product roept een verlangen in je wakker dat steeds sterker wordt. Een collega vertelde me ooit dat ze niet langer ‘Fundamentalist’ wilde zijn. Ze wilde ervan af dat ze elke dag op funda.nl zocht naar een nieuw huis en daar haar verlangen en leven mee vulde.
Uiteraard is de wereld van kopen en verkopen maar één afgod. Ook andere afgoden kennen hun eredienst, waardoor onze verlangens gevormd worden. Ook een sportschool kun je gemakkelijk omschrijven als een tempel, waar je verlangen naar een mooi, sterk, gezond lichaam gevormd wordt. Massale sportevenementen hebben veel weg van een religieus gebeuren, waarin aanbidding en dus de vorming van onze verlangens plaatsvindt. Veel grote kantoorgebouwen hebben alles weg van tempels, waar goedgeklede mensen werken, die gemakkelijk het verlangen opwekken daarbij te willen horen.
Naïef
Christenen zijn ‘in deze wereld, maar niet van deze wereld’. Je kunt niet leven zonder boodschappen te doen en werk en sport en vele andere zaken maken deel uit van het leven van christenen. In al die dingen kun je iets van de goedheid van God ervaren. Je kunt God danken voor je boodschappen, je middag in de sportschool of je werk. En tegelijk is het van belang niet om naïef te zijn. Het omgaan met deze terreinen van het leven vult gemakkelijk je verlangen en komt dan op zichzelf te staan.
Afgoden hebben bovendien kanten die ze liever verborgen houden. Het grote consumeren is niet mogelijk zonder uitgebuite (kind)slaven en grote aantasting van het milieu. Andere slachtoffers van deze god zijn mensen met een koopverslaving en gezinnen die in grote schulden terechtkomen. Ook andere afgoden maken slachtoffers die zij liever verborgen houden. Corruptie, machtsmisbruik, bedreiging, depressie en anorexia zijn slechts enkele gevolgen ervan.
Er is maar één die werkelijk uit is op het goede voor jou en deze wereld. Hij bevrijdt van de afgoden. Het is echt heilzaam om je verlangen op Hem te richten.
Bram Beute is redacteur van OnderWeg en voorganger van Oase voor Nieuw-West en De Bron in Amsterdam Nieuw-West.




