‘Luisteren, gunnen, jezelf in een ander verplaatsen, accepteren’

Leendert de Jong | 16 maart 2019
  • Interview
  • Thema-artikelen

Tot half 2018 werkte Ton Huttenga als studentenpastor in Groningen. In gesprekken met studenten en in contacten met anderen in kerkelijke gemeenten kwam regelmatig het thema ‘homoseksualiteit en kerk’ ter sprake. Van hieruit ontwikkelde hij een visie op het thema die hij graag in het pastorale werk in gemeenten meegenomen ziet worden.

Ton Huttenga: ‘Neem serieus wat (jongere) homo’s en lesbiennes jou als pastor vertellen.’ (beeld Duncan Wijting)

Ton Huttenga: ‘Neem serieus wat (jongere) homo’s en lesbiennes jou als pastor vertellen.’ (beeld Duncan Wijting)

Hoe werkt het studentenpastoraat waarin jij actief was?
‘Er was en is in Groningen een cluster studenten dat lid is van een GKv-gemeente binnen de classis Groningen of elders in het land. Voor deze studenten was ik verantwoordelijk. Ik legde met hen contact, vooral via christelijke studentenverenigingen, zoals de Gereformeerde Studentenvereniging en de Navigators. Zo deed ik ook kennis op over andere studenten voor wie het pastoraat zinvol zou zijn.’

Om hoeveel studenten gaat het?
‘Ik had, naast ander werk binnen het pastoraat, per jaar ongeveer vijftig een-op-eengesprekken met studenten.’

Kwam in zulke gesprekken ook het thema homoseksualiteit ter sprake?
‘Ja. Mijn betrokkenheid bij het thema begon trouwens al eerder. In 2003 werd ik gebeld door de christelijke vereniging voor homo’s en lesbiennes Contrario, van oorsprong een werkgroep binnen de GKv. Zij vroegen of ik wilde spreken op hun landelijke dag; ik was de dertiende predikant die zij hiervoor benaderden! Ik heb ja gezegd. Vanzelfsprekend ga je dan ook kijken naar de situatie van homo’s en lesbiennes en hoe de Bijbel erover spreekt. Mijn bijdrage op die dag kreeg een plek op de site en ook op homoindekerk.nl; op die laatste site staat ook een lezing van mij uit 2016.’

‘Het is een gereformeerde predikant,
dus die zal het wel afkeuren’

Daarna startte je als studentenpastor?
‘Klopt. Daarin merkte ik tijdens gesprekken met studenten echt aarzeling rond het thema: verstopgedrag. Ik merkte en merk dit niet alleen onder studenten maar ook breder in kerken. Misschien werd dit veroorzaakt door mijn rol als pastor, dat mensen dan toch denken: het is een gereformeerde predikant, dus die zal het wel afkeuren. Zelf heb ik sterk het idee dat die houding er in al die jaren is gebleven.’

Hoe verklaar jij die houding? Ergens is die toch vreemd, in deze tijd waarin zo veel dingen openliggen en bespreekbaar zijn.
‘Ik denk dat onder die aarzeling veel eigen moeite schuilgaat. Moeite bij jongeren, en dus ook bij studenten, om onder ogen te zien dat zij homo of lesbisch zijn. Ze willen het vaak nog niet eens delen met zichzelf, laat staan dat ze er met anderen over willen praten. Ik denk dat dit komt door het idee: dan ben ik anders dan normaal, of: dan hoor ik bij een kleine groep.’

Het is ook niet niks, toch?
‘Nee. Neem alleen al het hele idee van liefde op jonge leeftijd, dat je een ander leuk vindt, dat zich stelletjes vormen. Dan begint het al. Dan merk je, als je homo of lesbienne bent, dat het anders loopt. Dan komen vragen op: hoe ziet mijn toekomst eruit? Wat vinden mijn ouders ervan, de kerk, de predikant – zij reageren vast afwijzend. Of ze merken al snel dat hun kerk er weinig over zegt. Ook dat is niet fijn en versterkt het beeld bij die jongere: het zal wel niet goed zijn.’

‘Natuur is niet zomaar hetzelfde als schepping’

Dit hoorde jij regelmatig in gesprekken met studenten?
‘Dat klopt. Ik vertelde tijdens het gesprek ook dat naar mijn idee een relatie met iemand van hetzelfde geslacht wel kan. Ik vertelde iets over de Bijbel, over hoe ik naar bijvoorbeeld een Bijbelhoofdstuk als Romeinen 1 kijk, met de tekst over mannen die “ontucht plegen met mannen”, en de passage over “tegennatuurlijke omgang”. Mijn uitleg van dit hoofdstuk is dat Paulus zich over twee groepen uitspreekt, namelijk heidenen en Joden, die allebei verkeerd handelen. Voor beide groepen wil hij uitkomen bij: zij hebben Christus nodig. Wat Paulus bij de heidenen hekelt, is de afgoderij waarmee ze Gods toorn opwekken. Waar had God de heidenen aan uitgeleverd? Als voorbeeld geeft hij dan “tegennatuurlijke omgang”. Maar, is mijn stelling, dat is op zich niet de reden voor de toorn van God; nee, dat is het gevolg ervan, van Gods toorn over afgoderij. En onder afgoderij verstaat Paulus dat iemand schepselen vereert en niet de schepper.’

Tot welke conclusie leidt jouw uitleg?
‘Dat Paulus schrijft over een situatie die niet op de situatie van vandaag gelegd kan worden. Jongeren met wie ik spreek, zijn christenen die moderne afgoden zoals egocentrisme, hebzucht enzovoorts kennen en zich daartegen willen verzetten. Dat is heel anders dan de situatie die Paulus op het oog heeft.’

Nu zijn er bepaald andere uitleggingen van Romeinen 1. Die concentreren zich vooral op het begrip ‘tegennatuurlijk’ dat Paulus gebruikt en dat verwijst naar de scheppingsorde, de natuur zoals God die in de schepping bedoeld heeft.
‘Ik zou hier twee dingen over willen zeggen. Natuur is niet zomaar hetzelfde als schepping. Op een andere plaats in de Bijbel vraagt Paulus zijn lezers bijvoorbeeld of “de natuur hun niet leert dat lang haar voor mannen een oneer is”. En verder wil ik onderscheid maken tussen tegen wat God wil en tegennatuurlijk. Want wat is immers natuur? Vanzelfsprekend had Paulus toen een ander idee van de natuur dan wij nu.’

Er zijn theologen die hun uitleg van Romeinen 1 ongeveer zo beginnen: ik zou tot de conclusie willen komen dat homoseksuele relaties in liefde en trouw mogelijk zijn, maar dat kan gewoon niet.
‘Ik zie dit anders. In mijn optiek richt Paulus zich in deze verzen direct tot heidenen. Wat hij vervolgens over verlangens en relaties schrijft, is niet algemeen bedoeld: onze tijd en de situatie van huidige homochristenen zijn anders dan toen. Neem bijvoorbeeld het feit dat Paulus spreekt over het “verruilen van de natuurlijke omgang”. Veel homo’s willen hun homo-zijn dolgraag verruilen voor hetero-zijn. Zij willen dus precies het omgekeerde van wat Paulus hier schrijft.’

‘Het allerbelangrijkste is luisteren’

Terug naar het pastoraat, voor studenten en breder in kerkelijke gemeenten. Deze thematiek speelt ook daar. Wat is volgens jou in die gesprekken belangrijk?
’Het allerbelangrijkste is luisteren. Neem serieus wat (jongere) homo’s en lesbiennes jou als pastor vertellen. Pas daarbij op voor vragen als: weet je het zeker? Is er geen sprake van scheefgroei door…? Belangrijk is verder om verdriet te delen. Stel je maar kwetsbaar op. Laat je hart zien, bijvoorbeeld met een opmerking als: zoiets is vast niet gemakkelijk.

Hier komt iets bij, aanvullend op het voorgaande: laat merken dat jij hen niet zielig vindt. Het gaat immers, hoe jong ze soms ook zijn, om volwassen mensen met vaak vele gaven. Die – en ook dat moet jij je als pastor naar mijn idee realiseren – in kerken zomaar te maken hebben met ongelijke behandeling, bijvoorbeeld als het gaat om vervulling van een kerkelijk ambt, meedoen aan het avondmaal, het huwelijk. Zomaar missen zij in het kerkelijke leven dus dingen die anderen wel hebben.’

Nu gaat dit over een-op-eengesprekken of in een kleine groep. Hoe breng je als pastor of kerkenraad zo’n luisterende opstelling rond dit beladen thema binnen gemeenten onder de aandacht?
‘Mijns inziens kan dit door aandacht te geven aan hoofdstukken als Romeinen 14 en 15, over het eten van offervlees. Dat was in die tijd in gemeenten een immens probleem, dat blijkt uit hoe Paulus erover schrijft. Uiteindelijk komt hij tot een conclusie die beide partijen als het ware overschaduwt: de een doet het voor de Heer, de ander laat het voor de Heer. Het is in mijn optiek belangrijk dat we deze conclusie ook toepassen op het thema homoseksualiteit, in het pastoraat en in het gesprek in de gemeente. Dit gaat samen met het vermogen om te luisteren, te gunnen, je in de ander te verplaatsen: wat ligt er achter het gedrag, achter een standpunt, en om te accepteren dat mensen anders zijn en anders (kunnen) handelen.’

En het belang hiervan ligt voor jou in de nood die jij signaleert onder jongeren en onder kerkmensen als het om homoseksualiteit gaat?
‘Ja, die nood is er. Ik merk dat nog steeds door contacten met jongere én oudere kerkleden: mensen durven er niet over te spreken, niet over wie zij zijn, maar ook niet over hoe zij hierover denken. Mensen hebben het gevoel niet begrepen, niet gezien te worden.’

Over de auteur
Leendert de Jong

Leendert de Jong werkt in de media en is oud-hoofdredacteur van
OnderWeg.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief