Een mozaïek van kerkplekken

Peter Strating | 2 maart 2019
  • Opinie

Vanaf het begin van deze eeuw is er geëxperimenteerd met missionaire projecten en nieuwe vormen van kerk-zijn. Er is een bont palet ontstaan van meer of minder kerkelijke initiatieven. Ondertussen is er met name in de PKN een bezinning op gang gekomen over de vraag hoe deze plekken binnen het kerkverband hun plaats kunnen krijgen. Met die bezinning kunnen wij als GKv en NGK ons voordeel doen.

(beeld Andrey/Lightstock)

(beeld Andrey/Lightstock)

De inbedding van pioniersplekken in het kerkverband roept verschillende fundamentele vragen op. Het gaat om vragen over wat nu eigenlijk een kerk is, over kerklidmaatschap, over ambten, en over wat voor opleiding mensen die werken in nieuwe kerkplekken moeten hebben.

Nadat er in de GKv en CGK (en in mindere mate de NGK) nieuwe kerkinitiatieven waren ontstaan, is de PKN in 2005 gestart met pioniersplekken, waarvan er ondertussen ongeveer 250 zijn. Interessant is de terminologie die binnen de PKN gebruikt wordt. Ze spreken van pioniersplekken als het gaat om (nieuwe) experimentele projecten waarbinnen de kerk zich op één of andere manier verbindt met de samenleving. Als zo’n plek meer de structuur krijgt van een georganiseerde kerk, bijvoorbeeld omdat er samenkomsten gehouden worden, dan spreken ze van een kerkplek. De vraag is hoe deze kerkplekken passen binnen het grotere geheel van de kerk.

Ambtsdragers

In de bezinning op deze kerkplekken zegt de PKN nu dat deze geloofsgemeenschappen niet zonder het ambt kunnen. Hoe het ambt wordt ingevuld, mag onderwerp van discussie zijn, maar dat volgens het Nieuwe Testament de geloofsgemeenschap ambten nodig heeft, staat buiten kijf. Ik ben blij met deze stellingname. In de tijd dat ik de Havenkerk stichtte, zo’n vijftien jaar geleden, was er nog niet zo’n bezinning op hoe een nieuwe kerk er uit hoorde te zien. Maar ik vond het logisch dat de kerk officieel begon met het instellen van ambtsdragers. We kozen voor twee ‘oudsten’ naast mij als voorganger. Een diaken vonden we niet direct nodig, vanuit de overtuiging dat de hele gemeente diaconaal is.

Onder kerkelijke pioniers bestaat
een zekere aversie tegen het ambt

Die oudstenraad is wat mij betreft een zegen geweest. Langzaamaan is de verantwoordelijkheid voor de kerk van mijn persoon overgegaan naar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Voor mij is het in elk geval heel goed geweest om verantwoording te moeten afleggen in deze oudstenraad. Op dezelfde manier vind ik het wel zo veilig voor het voortbestaan van de Havenkerk dat ze deel uitmaakt van een groter verband, dat mee kan kijken als ik (of later een ander) eigenzinnige wegen ga die niet goed zijn.

In de wereld van de kerkelijke pioniers bestaat een zekere aversie tegen het ambt. Kennelijk is de zichtbare praktijk van het functioneren van de ambten niet zo aanlokkelijk. In plaats daarvan wordt tegenwoordig vaak gesproken over een leiderschapsteam. Dat kan natuurlijk ook, maar het mooie van een bevestigde oudste of ouderling vind ik toch wel dat er een duidelijke geestelijke verantwoordelijkheid in meeklinkt. Een leiderschapsteam kan makkelijk vervallen in een soort managementdenken.

Deelnemers

Ook de bezinning op wie erbij horen in de kerk vind ik van groot geestelijk belang. Veel kerken kennen naast belijdende en doopleden ook gastleden. In een nieuwe kerkplek voldoet dat niet. Dan is het juist mooi dat iedereen mee mag doen en een stukje verantwoordelijkheid mag dragen, lid of niet, gelovig of (nog) niet. Bij een inclusieve kerk, die openstaat naar de buurt, is de vraag naar het formele lidmaatschap niet belangrijk. Wel roept het natuurlijk vragen op over doop en avondmaal. Wanneer dopen we? En wie wordt genodigd aan het avondmaal? Dat zijn vragen waar elke missionaire plek die uitgroeit tot een geloofsgemeenschap mee te maken krijgt.

In de praktijk heeft de ledenlijst bijna geen waarde

In de Havenkerk zijn we met de vragen rond het lidmaatschap nogal pragmatisch omgegaan. Formeel is lang niet iedere deelnemer bij ons ook lid. Iedereen die vanuit een andere kerk komt of in onze kerk gedoopt is, hebben we lid gemaakt. Er zijn ook mensen die al jaren meedoen, maar bijvoorbeeld als kind in de Rooms-Katholieke Kerk gedoopt zijn, en niet op de ledenlijst staan. Dat heeft er ook mee te maken dat mensen op verschillende manieren met ons meedoen. In de praktijk heeft de ledenlijst bijna geen waarde (alleen voor de statistieken van het informatieboekje en de rekening van het kerkverband). Rond de tafel van de Heer ontmoeten we elkaar met vrijmoedigheid.

Voorgangers

Ook de eisen die we stellen aan de voorgangers van nieuwe kerkplekken vormen een belangrijk bezinningspunt. In onze huidige academische setting leiden we niet op tot ondernemende pioniers. Wat vraagt deze specifieke situatie aan vorming van de voorganger? Ik begeleid en coach enkele gedreven pioniers, die mooi werk doen dat ik zelf niet kan. Als er iets van een gemeenschap ontstaat, komen er ook vieringen op gang. Als zo’n pioniersplek doorgroeit naar een kerkplek en misschien naar een kerk, moet er dan een andere voorganger komen, met andere vaardigheden en een andere opleiding? En als het geen bevestigde academisch gevormde predikant is, mag deze dan wel dopen en het avondmaal bedienen?

Uitdagend

Ik vind het prachtig dat de nieuwe missionaire initiatieven zo veel mooie en goede vragen op de agenda van de kerk zetten. Volgens het adagium ecclesia reformata semper reformanda is het ook nodig om telkens weer te zoeken naar vernieuwing die dienstbaar is aan de eer van God. Wat dat betreft leven we in een mooie en uitdagende tijd voor de kerk.

Juist nu we als GKv en NGK naar een eenheid groeien, zal uitgebreid worden nagedacht over de vraag hoe de kerk er in de toekomst uit gaat zien. Misschien is vanwege de diverse (missionaire) experimenten het wat en hoe van de kerk minder duidelijk geworden, en blijft het een kenmerk van de kerk dat ze een grote diversiteit aan vormen en uitwerkingen kent. Juist dan is belangrijk dat we onderling betrokken zijn én ruimte bieden voor nieuwe wegen die de Geest ons wijst.

Over de auteur
Peter Strating

Peter Strating is predikant van de Havenkerk (NGK) in Den Haag.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel
Waarom sport van weinig nut is

Waarom sport van weinig nut is

Rob van Houwelingen
  • Opinie
  • Thema-artikelen

'Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst', schrijft Paulus in 1 Timoteüs 4:7b-8 (NBG-vertaling 1951). Anders gezegd: we kunnen beter ophouden te sporten. Of toch niet?

Lees artikel
Over de kerk als bruid van Christus

Over de kerk als bruid van Christus

Hans Schaeffer
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In de uitdrukking ‘gemeente van Jezus Christus’ klinkt door dat de gemeente van Jezus is, zoals een bruid van haar bruidegom is. De gemeente is bruid van Christus. Dat beeld heeft diepe, oudtestamentische wortels. Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer bespreekt verscheidene aspecten van dat Bijbelse beeld van het verlangen naar de bruiloft als bruid van Christus.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief