Marjolein Hund over haar eenzame zoektocht naar God
- Interview
- Ontmoeting
Kinderboekenillustrator Marjolein Hund (41) won als kind de ene na de andere kleurwedstrijd met een volstrekt eigenzinnige opvatting over kleur- en materiaalgebruik. Dat de kleuren van de regenboog haar toen al inspireerden, is niet zo verwonderlijk. Maar dat juist dit kleurrijke symbool in een periode van diepe rouw een totaal nieuwe wending aan haar leven zou geven, verwondert haar nog altijd.
Marjolein Hund (1977) woont en werkt in Amsterdam. Ze geniet van de natuur, van fotograferen en stilte. Ze werd na haar kunstacademie-opleiding kinderboekenillustrator. De rode draad van Gods liefde (2018) en de Kinderbijbel HSV (2018) zijn haar meest recente projecten. Marjolein is met haar echtgenoot Gideon actief in de Rafaël Gemeente (www.rafaelamsterdamnoord.nl) en in Hoop voor Noord (www.hoopvoornoord.nl).
Marjoleins woon- en werkplek in Amsterdam-Noord ligt aan de rand van een mooi natuurgebied, waarop zowel de woonkamer als de slaap- en werkkamer uitkijken. Een godsgeschenk, vindt ze zelf, dat ze hier mag leven, met haar man Gideon Smeding, die bij het havenbedrijf werkt, en hun vier opgroeiende kinderen (tussen 2 en 13 jaar oud). Het huis is licht en ademt geborgenheid en rust. De huiselijke rommeligheid die een gezin met kinderen vanzelfsprekend met zich meebrengt, heeft Marjolein handig weten te combineren met kleurrijke accenten én haar lievelingskleur blauwgroen. Maar op zolder, in haar werkkamer, zijn het vooral de regenbogen in allerlei verschijningsvormen die aandacht vragen.
Waar komt jouw fascinatie voor dit kleurrijke symbool vandaan?
‘Als niet-gelovige zat ik in 2010 midden in een burn-out, met ontzettend veel vragen over het leven, geloof en God. Gideon, mijn man, was in positieve zin enorm veranderd sinds hij met God was gaan leven. Hij was wel gelovig opgevoed, maar had zelf geen levend geloof. Door een ingrijpende gebeurtenis in 2009 had hij besloten om op zoek te gaan naar God. Ik vond dat best spannend. Wat zou dat betekenen voor onze relatie?
Via een Alphacursus hoopte ik antwoorden te krijgen op de vragen waar ik mee worstelde. Tijdens een bijeenkomst ging het over Gods verlangen naar een persoonlijke relatie met mensen. Toen mij gevraagd werd om kernwoorden op te schrijven over hoe ik me zo’n relatie zou voorstellen, kwam voor mij alles samen in het woord “regenboog”. Als God zijn aanwezigheid in mijn leven kenbaar zou willen maken, dan moest Hij me dat maar duidelijk maken via een regenboog. Ik verwachtte eigenlijk helemaal geen antwoorden op mijn vragen en zeker niet zo snel en met zo veel impact.’
’De regenboog is de brug waarover God
voor ’t eerst naar mij is toegekomen’
Wat gebeurde er dan?
Marjolein wijst naar een kinderwerkje van zoon Bas (nu 10): een verschoten regenboog van crêpepapiersnippers. ‘Kijk, deze regenboog is de brug waarover God voor ’t eerst naar mij is toegekomen toen ik Hem nog nauwelijks kende en vertrouwde. Daarna heeft Hij mij steeds verrast met nieuwe regenbogen in allerlei vormen, waarmee Hij zijn bestaan tot vandaag toe voortdurend aan mij bevestigt.
De dag na die Alphacursusavond was Bas een beetje ziek. Toch liet ik hem naar school gaan, omdat ik tijd en ruimte voor mezelf nodig had. Bezorgdheid om Bas en schuldgevoel maakten me verdrietig. Die ochtend brak ik en heb ik mij voor het eerst tot God gericht. In mijn eerste gebed riep ik: “God, als U er bent, wilt U het dan laten zien op zo’n manier dat ik het begrijp?” Toen ik Bas later die dag van school haalde, kwam hij me blij tegemoet rennen met deze regenboog in zijn hand. Een groots en stil gevoel van troost kwam over mij heen. Was dit Gods antwoord, enkele uren na mijn vraag aan Hem? Een bijzonder antwoord op de vele nog niet gestelde vragen van mijn hart!’
Hoe heb jij je jeugd beleefd zonder God of geloof?
‘Ik ben beschermd en liefdevol opgegroeid, samen met mijn drie jaar jongere zusje. We woonden in Monnickendam, in een waterrijke omgeving, dicht bij de natuur. Mijn ouders zijn open mensen en waren zeker niet anti-God of anti-geloof. Het speelde eenvoudigweg geen rol in hun leven, dus ook niet in het mijne. Ik had geen beeld van God, maar als ik de schoonheid van de natuur bewonderde, had ik wel het gevoel dat er iets groters moest zijn dan wat ik zelf kon zien en bedenken.
Thuis was een heerlijke en veilige plek. Ik kon me eindeloos uitleven met tekenen, knutselen en verkleedkleren maken. Verder was ik vaak buiten in de natuur om eindeloos materialen te verzamelen die ik kon verwerken in mijn “creaties”.’
Je was van jongs af aan creatief bezig. Droomde je er toen al van om illustrator te worden?
‘Aanvankelijk niet. Mijn vader was goudsmid. Ik had een geromantiseerd beeld van zijn werk, dus ik wilde ook goudsmid worden. Maar mijn wijze vader wist me te overtuigen dat ik beter werk zou kunnen maken van mijn tekentalent. Nu weet ik: hij kende de risico’s en donkere kanten van zijn vak te goed. Zaken waar buitenstaanders meestal niet bij stilstaan.
Toen ik op de kunstacademie was toegelaten, nam ik me heilig voor om kinderboekenillustrator te worden. Het leven om me heen inspireerde mij, ik had altijd tekenspulletjes op zak om iets wat me raakte vast te leggen: mensen op straat, de natuur, een beeld bij een gedachte. Toen in 2002 (nog tijdens mijn opleiding) mijn eerste geïllustreerde boek uitkwam, telde ik ineens mee en kreeg ik van allerlei kanten opdrachten.’
Op een gegeven moment raakte je burn-out, zoals je vertelde. Wat bezorgde je zo veel stress en waaraan merkte je dat je zo niet verder kon?
‘De combinatie gezin en werk werd geleidelijk aan steeds zwaarder. Maar het was vooral mijn gebrek aan focus dat me de das omdeed. Ik vond zó veel dingen leuk en uitdagend, en mijn hart was altijd groter dan mijn fysieke mogelijkheden. Qua werk pakte ik van alles aan, ook als de deadlines te krap waren en een opdracht minder goed bij me paste. Verder was ik samen met Gideon nog altijd actief bij scouting, onze gedeelde liefde waardoor we elkaar hebben leren kennen.
Tijdens een scoutingkamp in de zomer van 2009 zat ik op een nacht in het clubhuis tussen slapende scouts, met baby Bas aan de borst. Ineens drong het tot me door dat ik zo niet verder kon. Ik was op, had rust nodig. De volgende morgen ben ik naar huis gegaan. Ik nam me heilig voor de dingen anders te gaan organiseren. Maar eerst moest ik van mezelf nog het nodige afmaken. Van rust nemen kwam niet veel terecht. Totdat ik een jaar later ineens geconfronteerd werd met evenwichtsstoornissen en verlammingsverschijnselen in mijn gezicht. Mijn lijf zei gewoon: ik ben er klaar mee. Er volgden ziekenhuisonderzoeken, een diagnose en wekenlang bedrust.
‘Mijn lijf zei gewoon:
ik ben er klaar mee’
Een maand later, in oktober 2010, besloten we er even tussenuit te gaan. Maar op een ochtend in die week werd ik wakker met het voorgevoel dat er iets vreselijks stond te gebeuren. Een paar uur later werden we gebeld dat er een roofoverval op de zaak van mijn vader en oom was gepleegd, met dodelijke afloop voor mijn oom. Het stortte mijn familie, mij en ons gezin in een afschuwelijke periode van rouw, verdriet, pijn en niet-begrijpen. De voorgeschreven rust was ver te zoeken.’
Je man geloofde in God, jij niet. Wat deed dat met je?
‘Gek genoeg was ik niet boos op God. Ik kende Hem nog niet persoonlijk, alleen via Gideon. Maar ik voelde me zo verdrietig en verslagen, zo kapot van rouw, dat ik voor het eerst begon te hopen dat er iets mooiers en beters zou bestaan dan alleen dit leven. Zou Gideons God zich daarmee bezighouden? Ineens zat ik met zo veel vragen. Gideon was in die tijd mijn enige baken. Ik was mijn vertrouwen in de rest van de wereld kwijt. Gideons geloof en liefde hielden me overeind. Tijdens de hele periode van mijn burn-out en rouw was hij er. Met liefdevolle zorg en een rotsvast vertrouwen op God.
‘Gideons geloof en liefde hielden me overeind’
Via de school van onze kinderen had ik fijne en betrouwbare christenen leren kennen die de Alphacursus gaven bij Hoop voor Noord, een laagdrempelige multiculturele kerk in Amsterdam-Noord. Hoop voor Noord was betrokken bij veel buurtwerk, ook in onze wijk De Banne. Via die Alphacursus kwam ik in aanraking met christenen en werden zij en de kerk een plek waar ik me voorzichtig weer veilig durfde te voelen na dat verschrikkelijke familiedrama.’
Er kwam een omslag in jouw leven. Wat veranderde er voor jou?
‘Mijn zoektocht naar God was eenzaam: niemand anders dan ikzelf kon die worsteling met mijn vragen aangaan. Bij Hoop voor Noord was er naast lofprijzing en aanbidding gelukkig ook ruimte voor mijn twijfels, gebrokenheid en pijn. Ik leerde te luisteren naar de vragen van mijn hart en in de stilte kwam ik op adem bij God. Er ging een nieuwe dimensie voor me open. God is er en zal er zijn. Ik heb lang geaarzeld voor ik in 2015 besloot me te laten dopen, omdat ik de relatie met mijn ouders niet wilde schaden. Dat gebeurde gelukkig niet, integendeel. Ik zag kleine en grotere wonderen gebeuren in ons leven.
Kort na mijn doop werd ik zelfs gevraagd voor het geestelijke team voor ons buurtwerk. Maar ik kende God nog maar zo kort, zo onvolledig. Toen ik Hem vroeg hoe ik Hem beter kon leren kennen, kreeg ik de opdracht van uitgeverij Royal Jongbloed om illustraties te maken voor de Kinderbijbel bij de Herziene Statenvertaling. Ik was niet vertrouwd met kinderbijbelverhalen en moest door al die geschiedenissen heen kruipen om de emoties te kunnen tekenen. Daar was ik drie en een half jaar intensief mee bezig. Dat heeft me zo dicht bij God en zijn Woord gebracht dat ik – sinds de Kinderbijbel klaar is – aan een sabbatsjaar ben begonnen.
Ik draag de naam van een kruid: Marjolein. Geroepen om te bloeien. Zo wil ik ruimte maken voor het verwerken en doorgeven van wat ik heb meegemaakt. Van wat God mij heeft geleerd over het leven vanuit verwondering en overgave.’
Elise Lengkeek publiceert literaire non-fictie, is tekstschrijver en journalist.




