Er is leven na de dood

Roel Venderbos | 3 november 2018
  • Opinie
  • Special 2018

‘Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven in de toekomende eeuw’, zegt de Geloofsbelijdenis van Nicea. Toen en vandaag is dat een bijzondere geloofsbelijdenis, want over wat er na dit leven komt, wordt heel verschillend gedacht. Als christenen hopen we niet dat we naar de hemel gaan, maar mogen we weten dat God naar deze aarde terugkeert.

Illustration of butterflies on white background.Veel mensen – misschien wel de hoofdstroom in onze westerse cultuur – zeggen dat met de dood alles afgelopen is. Dood is dood en de dood hoort bij het leven. De dood heeft een nare kant, maar ook een mooie, want ze zorgt ervoor dat er steeds weer nieuwe creativiteit opborrelt. Juist doordat een mens weet dat zijn leven begrensd is in ruimte en tijd, heeft hij de behoefte zich uit te drukken in poëzie, proza, muziek, beelden of schilderijen. De dood heeft daarom in zekere zin een gezonde uitwerking op mensen.

Trouwens, zeggen ze, je moet er toch niet aan denken dat het leven na de dood eindeloos wordt voortgezet? Eindeloos leven staat in hun optiek gelijk aan eindeloos vervelen. Waar zou je je immers druk om maken? Er is tijd genoeg en alles komt vroeg of laat weer terug. Oneindig leven haalt alle spanning weg, je zou snakken naar het einde dat maar niet komt.

Opstanding

Tegelijk zijn er nog steeds mensen die geloven dat het met de dood niet afgelopen is. Dat zijn niet alleen mensen die in God geloven. ‘Ik geloof wel dat er iets is. Er is denk ik ook wel een hemel.’ Of zoals cabaretier Freek de Jonge ergens zingt:

Of je christen, hindoestaan bent, islamiet of jood
er is leven, er is leven na de dood.

Van tijd tot tijd schrijft het populaire tijdschrift Happinez hierover. Vanuit allerlei tradities worden ideeën geplukt en wordt een nieuwe en vaak merkwaardige invulling gegeven aan begrippen als hel en hemel, paradijs, reïncarnatie en geestenwereld. Je leest echter bijna nooit iets over de opstanding van het lichaam. Trouwens, ook veel christenen hoor je daar niet over. Ze geloven wel in een leven na de dood, maar vaak komen ze niet veel verder dan de opmerking dat ze hopen naar de hemel te gaan, waar het vast goed zal zijn, want dan ben je thuis bij God.

Hij komt

Hoe spreekt de Bijbel hierover? Wat kunnen en mogen we verwachten? Wat vooral opvalt, is dat de Bijbel niet zegt dat er straks ‘iets’ zal zijn. Ook wordt niet als eerste genoemd dat we na ons sterven naar de hemel gaan. De toekomstverwachting in de Bijbel is veel groter: het omvat niet alleen mij en mijn zielenheil, maar de hele aarde en hemel (Openbaring 21 en 22). En hij begint niet met een vaag iets, maar met iemand: onze Heer komt terug uit de hemel om alles nieuw te maken: hemel, aarde en mensen. Dus niet: wij gaan naar de hemel, maar: Hij komt naar de aarde. Of we op dat moment leven of begraven liggen is in zekere zin van ondergeschikt belang. Het belangrijkste is dat Hij naar onze aarde komt.

Menigte

Paulus vertelt in zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen (4:13-18) wat er dan gaat gebeuren. Hij vergelijkt Christus’ komst met het bezoek van de keizer aan een stad. Zo’n bezoek wordt voorafgegaan door herauten die zijn komst aankondigen, waarna de stad uitloopt om de keizer te verwelkomen en hem onder gejuich binnen te halen.

Of we dan leven of begraven liggen
is van ondergeschikt belang

Zo zal het straks ook gaan met onze koning Jezus Chris­tus. Voordat Hij komt, zal een engel op een bazuin blazen die alle geluidsbarrières doorbreekt. Een aartsen­gel zal roepen: ‘De Heer komt eraan!’ Iedereen zal dat horen, zelfs de doden in hun graf. Zij die in Christus gestorven zijn, zullen zich geen moment beden­ken, maar direct uit hun graf opstaan. Plotseling staat er een gigantische menigte van mensen die naar dit moment hebben uitgezien. Eindelijk kunnen ze hun koning binnenha­len. Hij heeft definitief de overwinning behaald op Gods grote tegenstander, die alles wat mooi is kapot heeft gemaakt.

En dan? Wel, zegt Paulus, dan gaan we samen met de opgestane doden de Heer tegemoet. Zoals de mensen de stad uittrokken om de keizer tegemoet te gaan en samen met hem naar de stad terug te keren, zo gaan wij samen onze Heer tegemoet om Hem naar onze aarde te begeleiden. Want op déze aarde ligt onze toekomst, met Hem en met elkaar.

Schip

Die verziekte aarde en hemel ondergaan intussen onder zijn leiding een grondige opknapbeurt. Alle vuil moet er vakkundig uit gehaald worden. En God is de enige die dat vak beheerst. De kerkvader Tertullianus vergelijkt God met een reder. Hij heeft een schitterend schip dat de zeeën heeft bevaren, maar zwaar beschadigd is geraakt door stormen en golven. Het is rijp voor de sloop, maar de reder is zo gehecht aan zijn schip dat hij het koste wat kost wil bewaren. Daarom doet hij er alles aan om het nauwkeurig te restaureren.

Tijd noch moeite wordt gespaard en op een dag is het zover: het schip komt uit de loods. Het lijkt gloednieuw, maar het is nog steeds het oude schip. De reder glundert van trots dat het hem gelukt is. Dat prachtige schip waarmee hij zo veel meegemaakt heeft, kan weer varen. Het is mooier dan het ooit geweest is! Zo geeft God zijn schepping een ongekende en geweldige remake.

Verbondenheid

Wat God met zijn schepping in het groot doet, doet Hij ook met zijn schepping in het klein. Hij maakt ons, mensen, weer als nieuw. Paulus schrijft daarover (Filippenzen 3:21): ‘Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam.’

We hebben de eeuwigheid nodig
om te ontdekken hoe geweldig God is

Ons armzalige en aangetaste lichaam gaat eindelijk helemaal functioneren zoals God het bedoeld heeft. Ons lichaam wordt nu nog gestempeld door onze menselijke psyche. Het is zwak, beperkt, moe, ziek en vergankelijk. Straks krijgen we een lichaam dat helemaal door Gods Geest (pneuma) beheerst wordt. Nooit meer verval van krachten, voor altijd leven in verbondenheid met God. We zullen in alles op de Heer Jezus lijken.

Vlinder

De aarde wordt dus niet vernietigd, en ons lichaam evenmin. De Bijbel vergelijkt het begraven van onze doden zelfs met zaaien (1 Korintiërs 15). Tussen het gezaaide zaad en de nieuwe plant zitten continuïteit en discontinuïteit. De korenaar is niet denkbaar zonder die graankorrel, maar is toch ook weer heel anders. Dat is te danken aan God, die aan elk zaad een eigen, nieuwe bestaansvorm geeft.

Zo gaat het ook met ons: we blijven onszelf, maar worden tegelijk ook anders. De korrel wordt korenaar, de bloembol wordt tulp en de rups wordt vlinder. Zo wordt ons lichaam veranderd. Je zou nu wel van alles willen, maar het gaat niet: je bent moe, ziek, oud (zwakheid); en je zou wel van alles niet willen, maar je doet het toch (zonde). We moeten echt anders worden (1 Korintiërs 15: 50-53, 2 Korintiërs 4:17). God zal ons op de dag van de opstanding de laatste eer bewijzen door ons lichaam geestelijk te maken. En vervolgens zullen we als koningen heersen.

We hebben de eeuwigheid nodig om hoe langer hoe meer te ontdekken hoe fantastisch het is om te leven in een wereld vol licht, liefde en leven. En hoe geweldig God is, die bij ons zal wonen. Hoe uitbundig Hij alles in den beginne ook geschapen heeft, zijn herschepping in den einde zal dat nog overstijgen. En het mooie is: in de eeuwigheid kom je nooit tijd tekort. Ik laat me straks graag door Hem verrassen.

Om verder te gaan

‘God laat nooit los wat zijn hand begonnen is.’ Dat zie je volkomen als God alles nieuw maakt. Zet dat voor jezelf eens op een rij bij het lezen van de laatste twee hoofdstukken uit de Bijbel.

Als je een geliefde begraaft aan wie je naast mooie ook moeilijke herinneringen hebt, bedenk dan: dit is nog maar het begin, een zaadje. Leg het in Gods handen en kijk uit naar de dag van de oogst.

Reageer op de stelling: een christelijke begrafenis waarop niet gesproken wordt over de opstanding uit de dood schiet ernstig tekort.

Zou Gods eeuwigheid echt saai zijn? Onze wereld is ‘spannend’ door intriges, overspel, misdaad en oorlog. Probeer je voor te stellen hoe mooi en spannend het is om te leven vanuit en in liefde en bedenk voorbeelden ervan.

Zullen we elkaar straks (her)kennen? Als je je daarin verdiept, kunnen teksten als Matteüs 17:1-13, Lucas 7:11-17, Lucas 13:22-30 en 1 Tessalonicenzen 2:19-20 je wellicht verder helpen.

Over de auteur
Roel Venderbos

Roel Venderbos is deeltijd predikant van de NGK Kampen en deeltijd geestelijk verzorger in een verpleeghuis.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel
Waarom sport van weinig nut is

Waarom sport van weinig nut is

Rob van Houwelingen
  • Opinie
  • Thema-artikelen

'Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst', schrijft Paulus in 1 Timoteüs 4:7b-8 (NBG-vertaling 1951). Anders gezegd: we kunnen beter ophouden te sporten. Of toch niet?

Lees artikel
Over de kerk als bruid van Christus

Over de kerk als bruid van Christus

Hans Schaeffer
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In de uitdrukking ‘gemeente van Jezus Christus’ klinkt door dat de gemeente van Jezus is, zoals een bruid van haar bruidegom is. De gemeente is bruid van Christus. Dat beeld heeft diepe, oudtestamentische wortels. Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer bespreekt verscheidene aspecten van dat Bijbelse beeld van het verlangen naar de bruiloft als bruid van Christus.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief