Binh Tay Nguyen deelt haar levensverhaal
- Interview
- Ontmoeting
Niet veel mensen kunnen hun eigen geboortedatum kiezen. De Vietnamese Binh Nguyen (72) deed het wel. Ze koos 6 juni: de dag waarop ze zich liet registreren om als overtuigd communiste in Vietnam te gaan vechten tegen de Amerikanen. Dat was in 1967. Haar ouders wisten niet wanneer ze precies was geboren, ergens rond 1947. Tijd om daarbij stil te staan, was er niet. En toen Mao Zedong aantrad als leider van China werd het leven pas echt een hel.
Binh Nguyen: ‘Pas in Nederland begreep ik de enorme impact en de diepere betekenis van vrede en veiligheid.’ (beeld familie Nguyen)
Hoe komt een in China geboren Vietnamese communiste in Nederland tot de ontdekking dat er een almachtige en persoonlijke God bestaat? Is dat de God die haar tot drie keer toe op wonderlijke wijze op het nippertje van de dood heeft gered? En wat hield haar vóór haar vlucht op de been, toen ze nauwelijks een eigen bestaan had? Deze en nog veel meer vragen heb ik op zak wanneer ik Binh ontmoet in haar appartement in Katwijk aan Zee. Ze is een warme, hartelijke vrouw. Haar twee dochters (44 en 37 jaar) zijn allebei getrouwd, zij is alleen, haar man is vijf jaar geleden overleden.
Jouw geboortedatum is een verhaal apart, maar je Chinese naam Ping Ping (Binh in het Vietnamees) ontving je ook op een bijzondere manier. Hoe ging dat?
‘Ik ben geboren op de keukenvloer van het restaurant van mijn oma. Mijn vader was maandenlang weg en mijn moeder wilde hem de eer laten om zijn dochter een naam te geven. Maar het kwam er niet van.
Op een dag kwam een monnik aan de deur voor een portie rijst. Mijn oma, die mijn moeder als slaaf behandelde, was weg. Hij vroeg aan mijn moeder hoe zij heette en het kind van 3 dat aan haar rokken hing. Mijn moeder stotterde dat ik geen naam had, dat ik Huilmonster werd genoemd. Vol liefde raakte hij mijn voorhoofd aan. Hij zei tegen mijn moeder dat ze mij voortaan Ping Ping moest noemen, dat betekent “vrede en veiligheid”. En dat ik over niet al te lange tijd een litteken op mijn voorhoofd zou krijgen en daarna zou stoppen met huilen.
Enkele maanden later gebeurde precies wat de monnik had voorspeld: ik viel op mijn voorhoofd en toen de wond eindelijk was genezen, bleef er een litteken zichtbaar en daarna huilde ik inderdaad niet meer. Die naam heeft mijn leven voorgoed veranderd, ook al begreep ik pas in Nederland de enorme impact en de diepere betekenis van vrede en veiligheid.’
Ook al hielden je vader en moeder veel van je, toch heb je in het communistische China van Mao Zedong een keiharde jeugd gehad. Met veel te veel verantwoordelijkheden voor een klein meisje. Hoe hield je dat vol?
‘Ik was een jaar of 11, 12. Mijn vader was net teruggekeerd uit een strafkamp. Op een dag vroeg hij mij of ik het leuk vond op school. Toen vertelde ik hem dat de Chinese kinderen mij hadden uitgescholden, omdat ik net als alle andere in China wonende Vietnamezen een vreemdelingenpas had die als identiteitsbewijs diende. Toen zei mijn vader: “Onthoud dit heel goed, kind, het leven is hard. Om te kunnen overleven moet je leren om niks te voelen. Laat je hart zo hard worden als graniet, dan kun je door alle ellende heen doorgaan met je leven.” Zo leerde ik al jong m’n gevoel uit te schakelen met een denkbeeldige knop in m’n hoofd. Dat deed ik later ook in Vietnam, toen er nieuwe vernederingen volgden.’
De Vietnamese Binh Tay Nguyen, rond 1947 geboren in de Chinese stad Kunming aan de grens met Vietnam, groeit op als tweederangs burger in het China van Mao Zedong. Ze besluit rond haar twintigste als overtuigd communiste in Vietnam mee te vechten tegen de Amerikanen. Daar ontdekt ze de corrupte kant van het communisme. Wanneer ze zich daaraan niet wil conformeren, moet ze vluchten. Totaal berooid komt Binh in 1991 met haar gezin via Tsjechië in Nederland terecht. Via de NGK in Katwijk leert zij God kennen.
Is jou uit je jeugd ook iets moois, iets dierbaars bijgebleven?
‘In diezelfde periode, rond mijn twaalfde, vluchtte ik in de middagpauzes van school naar een veldje net buiten de commune. Ik ging op mijn rug liggen en kreeg nooit genoeg van de wolken die voorbijdreven en waarin ik allerlei figuren ontwaarde. Dat troostte mij, ik genoot ervan en hoefde dan niet aan die knop in mijn hoofd te denken.’
Wat deed je besluiten in Vietnam te gaan vechten tegen de Amerikanen?
‘Ik was enorm geïnspireerd geraakt door de communistische ideeën van Marx en Lenin. Toen de in China geboren Vietnamese jongeren werden opgeroepen om voor ons vaderland te vechten tegen de Amerikanen, aarzelde ik geen moment en gaf ik me op. Ik was heel trots dat ik bij de dertig jongeren hoorde die waren geselecteerd uit een groep van vijfhonderd aanmelders. We werden getraind in het communistische gedachtegoed om als tolk Chinees-Vietnamees te worden ingezet. Maar ik kwam door een bizarre speling van het lot als nieuwslezer en journalist bij de staatsomroep van Vietnam terecht.’
Waarom moest je vluchten?
‘China steunde de communisten in Vietnam, om redenen die ik toen nog niet doorzag. In Vietnam ontdekte ik een heel andere kant van het communisme: de corruptie die op alle niveaus slachtoffers maakte. Hoge functionarissen konden beslissen wie mocht leven of sterven, wie projecten kreeg toebedeeld en wie niet, in ruil voor dollars. Ik was inmiddels getrouwd met Son en we hadden twee dochtertjes. Mijn man werkte in Tsjechië, als een soort vergoeding voor de financiële steun van dit Oostblokland aan de oorlog tegen de Amerikanen.
Op een gegeven moment had ik zo genoeg van de corruptie dat ik een aanklachtbrief schreef tegen dit systeem. Daarna werd ik gearresteerd en zat ik twee dagen gevangen. Ik werd ontslagen bij de nieuwsdienst. Gelukkig vond ik snel werk als tolk-vertaler bij een Chinese zakenman. Ik moest hem bespioneren van de geheime dienst, maar dat wilde ik niet. Tijdens een groot zakendiner werd ik geschaduwd door een man van de geheime politie. Deze functionaris was de hele avond handtastelijk en ik deed al het mogelijke om contact te vermijden. Ik wist echter niet dat die kerel het hoofd was van de geheime politie.Na afloop van het diner wilde hij me buiten aanranden. Om mezelf te verdedigen gaf ik hem een klap in zijn gezicht en daarna rende ik weg.
De volgende dag vertelde een goedgezinde geheime agent mij dat mijn aanrander bezig was een rapport over mij op te maken en dat ik binnen afzienbare tijd gearresteerd zou worden. Ik wist dat hij me zou laten martelen en dat ik mijn kinderen nooit meer terug zou zien. De agent raadde mij aan te vluchten. Ik voelde dat ik geen keuze had: de toekomst van mijn kinderen stond op het spel.’
Binh Nguyen: ‘Ik dacht: als de God van de westerlingen zo goed voor ons wil zijn, dan wil ik meer over Hem weten.’ (beeld familie Nguyen)
Hoe ben je in Nederland terechtgekomen?
‘Mijn informant regelde valse paspoorten waarmee we naar Tsjechië konden vluchten, maar daar mochten we slechts tien dagen blijven. We zouden naar Denemarken gaan, naar familie. Maar onze chauffeur zette ons af in Nederland, net over de grens bij Budel, in Noord-Brabant. Son voegde zich daar bij ons en zo stonden we op 8 oktober 1991 om twee uur ’s nachts in het politiebureau van Budel. Daarna kwamen we in het asielzoekerscentrum in Katwijk aan Zee terecht. Pas vier jaar later kregen we een verblijfsvergunning, mede dankzij de inspanningen van meneer Van der Linden, een oud-politieman die we ontmoetten via Vluchtelingenwerk.’
Via hem leerde je God kennen en vielen er puzzelstukjes op hun plek. Wat gebeurde er precies?
‘Ik vroeg hem een keer waarom hij zich zo voor ons inspande, terwijl daar van onze kant niets tegenover kon staan. Hij wees naar boven en zei: “Ik doe slechts wat God van mij vraagt.” Ik vroeg nieuwsgierig wie die God was, want ik besefte maar al te goed dat ik zowel in China als in Vietnam tot drie maal toe op een heel bijzondere manier door iets of iemand voor de dood was weggerukt en dat hield mij nog altijd bezig. Hij zei: “Hij is ook jullie God, Binh. Ja, zelfs voor iedereen op aarde.” Ik was verwonderd en dacht: als deze man zo goed voor ons is, en de God van de westerlingen ook zo goed voor ons wil zijn, dan wil ik meer over Hem weten. Was Hij het die mij meermalen had gered?
We kregen een Vietnamese Bijbel en werden liefdevol opgenomen in de NGK in Katwijk. Zo leerden we Jezus kennen, via dominee Peter Strating en vele anderen die ons veel liefde, vriendschap en hulp gaven. Zoiets hadden wij nooit eerder meegemaakt. In 1993 is ons gezin gedoopt. Ook mijn moeder en mijn zus zijn later tot geloof gekomen. Mijn broers zijn helaas allebei overleden voordat het evangelie hen had bereikt.’
Je besloot op hoge leeftijd jouw levensverhaal alsnog te delen met anderen. Waarom? Je moest daarvoor immers al die ellende opnieuw oprakelen.
‘In Nederland heb ik niet alleen een nieuw leven gekregen, maar ook een nieuw hart. God zei tegen mij: Ik zal je een ander hart geven en een nieuwe geest, je hart van steen zal ik vervangen door een teder hart van liefde (Ezechiël 11:19). Dat geschenk kan en wil ik niet voor mezelf houden. Ik móet het delen met anderen. Ik word heel verdrietig als ik denk aan mijn Vietnamese vrienden die God niet kennen. Ik geloof echt dat God ook voor al die mensen die nu nog in het duister leven, kan doen wat Hij voor ons heeft gedaan. Persoonlijk contact met mijn vrienden is helaas niet mogelijk door de vele barrières van de regimes in China en Vietnam, maar ik hoop en bid vurig dat ik hen via mijn boek toch mag bereiken.’
Samen met auteur Cees Smit heeft Binh Tay Nguyen een biografische roman over haar opmerkelijke levensverhaal geschreven: Nieuw leven (Zwolle 2018). Het boek is verkrijgbaar via de boekhandel en www.scholtenuitgeverij.nl.
Elise Lengkeek publiceert literaire non-fictie, is tekstschrijver en journalist.



