De keerzijde van managementdenken in de kerk

Pieter Dirk Dekker | 23 juni 2018
  • Opinie

Hoe zorgen we ervoor dat de kerk nog vitaal en relevant is in 2030? Dat er dan nog jongeren in de kerk zijn? Regelmatig stellen gemeenteleden, kerkleiders en opiniemakers elkaar dit soort vragen. Bij de beantwoording ervan moeten we echter niet kijken naar ‘wereldse’ criteria, maar naar de eigen aard van de kerk.

De vitaliteit van de kerk laat zich niet afmeten aan de maatstaven van de wereld. (beeld Arthimedes/Shutterstock)

De vitaliteit van de kerk laat zich niet afmeten aan de maatstaven van de wereld. (beeld Arthimedes/Shutterstock)

Het gesprek over een vitale kerk staat vaak in het teken van onze inzet voor ‘de kerk van de toekomst’. De fusie van de GKv en NGK wordt bijvoorbeeld wel gezien als een kans om de kerk weer klaar te krijgen ‘voor de toekomst’. Als ik het goed zie, past deze gedachtegang in een trend van managementdenken in de kerk. In navolging van de Nederlandse theoloog Abraham Kuyper wordt in veel kerken over de eigen muren heen gekeken naar ‘de wereld’, om te zien of de kerk haar winst kan doen met sociologische, managementtechnische en andere aardse wijsheid. Terecht, de Geest is immers niet gebonden aan de ruimte van de kerk. Dat betekent dat gelovigen alles mogen onderzoeken om te proeven of de Geest erin aan het werk is, en zo mogen ze al het goede dienstbaar maken aan het evangelie.

Vanuit het managementdenken krijgt de kerkenraad steeds meer de vorm en functie van een dagelijks bestuur. Op basis van de ervaringen van andere kerken en organisaties wordt het jeugdwerkbeleid opgetuigd, in de hoop zo jongeren betrokken te krijgen en te houden. Dit kijken naar de kerk vanuit managementoogpunt heeft veel goeds opgeleverd. Het heeft bijvoorbeeld geholpen om de opleiding van predikanten te verbeteren. Daarnaast voorkomt het bijvoorbeeld dat kerken naïef de ogen sluiten voor allerlei ontwikkelingen binnen en buiten de kerk, zoals de toenemende digitalisering van sociale netwerken en de bijbehorende toenemende behoefte aan betekenisvolle analoge relaties. Wanneer het de verspreiding van het evangelie dient, is het managementdenken iets om dankbaar voor te zijn.

Vitaal

Helaas beïnvloedt het managementdenken op een dieper niveau ook ons theologische denken over de kerk. Al te snel is de vraag: hoe zorgen wij ervoor dat de kerk nog vitaal en relevant is in 2030? Zoals een manager of een bestuur verantwoordelijk is voor de toekomst van een bedrijf, zo is de mens verantwoordelijk voor de kerk en haar voortbestaan. Wanneer er weinig jongeren in de kerk zijn, dan is dat een gevolg van menselijk falen. Wij moeten dan het roer omgooien. Wij moeten het jeugdwerk beter opzetten. Maar waar is God in dit verhaal?

Ik ben blij dat het voortbestaan van de kerk
niet van mij afhangt

‘Als de HEER het huis niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers’ (Psalm 127:1). Als het van mensen af zou hangen, dan zou de kerk allang een eendagsvlieg gebleken zijn. Een interessante sekte uit de eerste eeuw (zouden we dan eigenlijk wel spreken over de eerste eeuw?), maar ook niet meer dan dat. Een kerk die eerlijk in de spiegel kijkt, ziet dat het eigen werk vol van gebrokenheid en hoogmoed is. Als ik in de spiegel kijk, dan ben ik erg blij dat het voortbestaan van de kerk niet van mij afhangt. Godzijdank bewaart God de kerk ondanks haar leden.

Criteria

Het managementdenken over ‘de kerk van de toekomst’ plaatst niet alleen de mens in de positie van eindverantwoordelijke. Het is ook een indicator van een misschien nog wel schadelijkere trend: het afmeten van de kerk aan de maatstaven van de wereld. Criteria voor een vitale kerk zijn dan zaken als financiële gezondheid, groeipercentage en verhouding jongeren-ouderen. Maar zijn dit niet vooral zaken die belangrijk zijn voor ‘de wereld’? Vervreemden deze criteria de kerk niet van haar eigenlijke roeping, van haar eigen aard? Ik vrees dat ze dat inderdaad doen.

De kerk is een gemeenschap van mensen die dankzij God ontdekt hebben dat wijzelf nooit de hemel op aarde kunnen brengen. Sterker nog, wij zijn van onszelf door de zonde niet eens waardig in de nabijheid van de Heilige te zijn. Samen vieren wij rondom de avondmaalstafel dat wij desondanks door God in genade aangenomen zijn, door het bloed van Christus. Dáár ligt de kern van de kerk. Dat is de kerk van nu. De kerk is een gemeenschap die excelleert in zwakheid, in de erkenning van het eigen onvermogen. Daarom laat haar vitaliteit zich niet afmeten aan de maatstaven van de wereld. ‘Succes’ is precies het criterium dat niet past bij de aard van de kerk, omdat de kerk bestaat uit mensen die de dwaasheid van het kruis verkondigen, een dwaasheid waar de wereld niets van snapt (1 Korintiërs 1).

Gemeenteleden zijn geen ‘investeerders’ of ‘stakeholders’

De kerk is een gemeenschap van zondaars, die niet streeft naar de succesvolste, zuiverste, sterkste kerk (mogelijk met bijbehorende selectieprocedures), maar die een ieder aanvaardt, omdat zij zichzelf in Christus aanvaard weet. Omgekeerd zijn gemeenteleden geen ‘investeerders’ of ‘stakeholders’, die zoeken naar de gemeente met de beste predikant of het mooiste jeugdwerk. Het zijn mensen die mild zijn voor hen die tekortschieten, omdat ze weten dat ze zelf geen haar beter zijn.

Verwachting

Gemeenteleden en kerkenraden hoeven zich dus niet blind te staren op groeipercentages en op de ‘successen’ van andere kerken. Het gaat niet allereerst om de kerk van de toekomst, maar om de kerk van nu. Als God het wil, zal er ook in 2030 een kerk zijn. Zoals de wereld ernaar kijkt, zal dat misschien geen succesvolle kerk zijn. Gelukkig zal het wel Gods kerk zijn.

Dit betekent in geen geval dat we in de kerk alleen maar moeten afwachten wat God doet. Integendeel, er zijn tal van voorbeelden in de Bijbel waarin God juist zondige mensen inschakelt om zijn wil ten uitvoer te brengen. Dat is zogezegd zijn stijl. Als gelovige mag je enthousiast jouw gaven en kennis inbrengen om zo een bijdrage te leveren in de gemeente, in een spiritualiteit van gebed, mildheid, afhankelijkheid en verwachting. God is de eindverantwoordelijke. Wie weet zeggen wij in 2030: ‘Wij deden ons best, met al onze talenten en zondige eigen belangen en verlangens – maar dat dít eruit kwam, dat kan alleen maar te danken zijn aan Gods zegen!’

Over de auteur
Pieter Dirk Dekker

Pieter Dirk Dekker is promovendus theologie aan de VU Amsterdam.

Meest gelezen

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Gods stem herkennen: manieren waarop God spreekt

Ronald Westerbeek
  • Opinie

God spreekt graag met ons. Verwachten we zijn stem te horen? Zijn we aandachtig? En herkennen we de verschillende manieren waarop Hij tot ons spreekt?

Lees artikel
Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Belijdenis doen: waarvoor, waarover, voor wie?

Jos de Kock
  • Opinie
  • Thema-artikelen

Waar is het goed voor, belijdenis doen? Waar gaat het eigenlijk over? En voor wie is het bedoeld? Een praktische analyse van deze vragen.

Lees artikel
Waarom sport van weinig nut is

Waarom sport van weinig nut is

Rob van Houwelingen
  • Opinie
  • Thema-artikelen

'Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst', schrijft Paulus in 1 Timoteüs 4:7b-8 (NBG-vertaling 1951). Anders gezegd: we kunnen beter ophouden te sporten. Of toch niet?

Lees artikel
Over de kerk als bruid van Christus

Over de kerk als bruid van Christus

Hans Schaeffer
  • Opinie
  • Thema-artikelen

In de uitdrukking ‘gemeente van Jezus Christus’ klinkt door dat de gemeente van Jezus is, zoals een bruid van haar bruidegom is. De gemeente is bruid van Christus. Dat beeld heeft diepe, oudtestamentische wortels. Hoogleraar praktische theologie Hans Schaeffer bespreekt verscheidene aspecten van dat Bijbelse beeld van het verlangen naar de bruiloft als bruid van Christus.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief