‘Ik mag nu in vrijheid leven. Wat een rijkdom!’

Elze Riemer | 26 mei 2018
  • Interview
  • Ontmoeting

Voor Ad van der Lugt is de wereld een speeltuin. Als je die metafoor doortrekt, zit hij het liefst in de ontdekhoek van die tuin: een zandbak waarin je de mooiste dingen opgraaft en deelt met anderen. Dat is waar hij voor en uit leeft: verwondering, verbinding en samen oplopen in de reis naar huis, naar God.

Ad van der Lugt (59), geboren in Berkel en Rodenrijs, is opgeleid als chemisch analist. Later werkte hij bij de politie en volgde hij diverse gedragswetenschappelijke opleidingen. Als organisatieadviseur werkt hij onder meer voor Steunpunt KerkenWerk, het centrum dat de kerken binnen de CGK, de GKv en de NGK adviseert als het gaat om goed werkgeverschap. Ad van de Lugt is getrouwd en woont in Zwolle.

Als organisatieadviseur werkt Ad van der Lugt voor zowel de brandweer als het Steunpunt KerkenWerk. Bij beide werkgevers is hij bezig met het effectief en efficiënt blussen van brandjes. Hoewel hij dit graag doet, zou hij nog liever preventief bezig zijn. Zeker bij het Steunpunt KerkenWerk. Hij vindt het verdrietig om te zien hoeveel er intern misgaat in kerken. Als adviseur en bedrijfskundig professional begeleidt hij predikanten en kerkenraden. Vooral wil hij kerkenraden helpen om hun verantwoordelijkheid te nemen in het kader van personeelszorg. Een gesprek over wie hij is, zijn visie – op zijn werk, de kerk, op christen zijn en de wereld – en over de passie die daaraan ten grondslag ligt.

Wat betekent het voor jou om christen te zijn?
‘Het is voor mij vanzelfsprekend. Ik kan eigenlijk niet anders. Aan het bestaan van God heb ik nooit getwijfeld. Ook niet aan of ik Hem wil volgen. Niet dat ik het nooit moeilijk heb gehad. Natuurlijk ken ik ook periodes dat het niet goed gaat. Ik heb een burn-out gehad, en anderhalf jaar geleden ben ik ziek geweest, darmkanker. Maar het bracht geen geloofstwijfel. Wel heel veel roepen naar God, dat ik nog niet dood wil. Ik heb namelijk op één of andere manier toch het idee dat het na je dood gedaan is met de vrijheid die je hier kent, tot de opstanding dan. Ik wil graag nog van die vrijheid genieten en daarin anderen meenemen. Ik wil graag hier in dit leven en in deze wereld nog kind van God zijn in contact met anderen. En gelukkig mag ik nog even. Twee weken geleden ben ik nog weer geopereerd. Boos word ik hier allemaal niet van, zulke dingen gebeuren nu eenmaal. Ik denk dan vooral: gelukkig is God er.’

Wat houdt dat in: kind van God zijn?
‘Voor mij persoonlijk betekent het: als reiziger in dit leven op weg zijn naar huis, naar mijn Vader, al wandelend met Jezus. Eigenlijk net zoals de Emmaüsgangers. Terwijl zij op weg zijn naar Emmaüs sluit Jezus zich bij hen aan, “maar hun blik werd vertroebeld zodat ze Hem niet herkenden” (Lucas 24:16). Ze herkenden Hem dus niet als Jezus. Zo zie ik dat ook in mijn leven. Ik ben onderweg en Jezus loopt met mij mee, ook al zie ik Hem niet; Hij is in de mensen om mij heen. Hoe mooi is dat? Kind zijn van God betekent voor mij ook leven vanuit verwondering en verbazing. Er ligt zo veel moois in dit leven besloten, elke keer word ik daar weer enthousiast van. Wat dat betreft is het leven net een speeltuin. Ik zie het zo: Jezus heeft ons uit de ballingschap bevrijd. Dan mag ik nu dus in vrijheid leven. Wat een rijkdom! Laten we daar wat moois mee doen.’

Jezus is in de mensen om mij heen. Hoe mooi is dat?’

Hoe vertaal je dat enthousiasme naar je werk voor Steunpunt KerkenWerk?
‘Een kerk zou een plek moeten zijn waar christenen bemoedigd worden en geïnspireerd raken om vervolgens buiten te spelen, de wereld in te gaan. Dat is wat mij ten diepste drijft. Kom op, die kerk uit! Tegelijkertijd is de praktijk weerbarstig. Er gaat veel energie zitten in interne problemen en thema’s, waardoor het belang van naar buiten gaan lijkt weg te vallen. We praten veel over binnen en gaan te weinig naar buiten. Dat geluid klinkt te weinig. We doen onszelf daarmee ondertussen wel tekort. Er ligt zo veel moois op ons te wachten, we zien het niet en ontdekken het niet. Het roer moet om. Dat lukt alleen als dit verhaal veel en vaak wordt verteld. Het verhaal van de wereld in, Gods schepping in. Een schepping met heel veel ruimte en vrijheid. Heel de wereld moet het weten! Ondertussen ben ik druk bezig met het blussen van brandjes, omdat er intern van alles misgaat. Soms lijk ik de enige te zijn die ziet dat het roer om moet. Dat vind ik jammer.’

Het klinkt ook eenzaam.
‘Dat klopt. Ik kan daar ook echt verdrietig van worden. Juist omdat het zich op zo’n fundamenteel niveau afspeelt. Die vrijheid waar ik het over had, zie ik zelden terug. We leven na Goede Vrijdag! God is weer koning van zijn schepping. Nu al. Waar zijn de vrije mensen, waar is het enthousiasme omdat we vrij zijn?’

Ad van der Lugt: ‘Het gaat mij om de verbinding, het samen ergens aan werken. Ik ben op zoek naar die energie, naar die beweging.’ (beeld Jaco Klamer)

Ad van der Lugt: ‘Het gaat mij om de verbinding, het samen ergens aan werken. Ik ben op zoek naar die energie, naar die beweging.’ (beeld Jaco Klamer)

En gooi je dan het bijltje erbij neer?
‘Nou, ik kan dit sowieso niet alleen. Kijk, als we het concreet maken zou ik het liefst het kerkgebouw verkopen en doorgaan in kleine kringen. Sterker nog, ik zou het wel goed vinden om weer helemaal opnieuw te beginnen. Maar zo werkt het op landelijke schaal natuurlijk niet. Ik zie het instituut kerk als beperkend; het zijn de muren die ons ervan weerhouden om daadwerkelijk naar buiten te gaan.’

Toch ben je de brandjes in dat gebouw aan het blussen. Waarom laat je het dan niet afbranden, zodat de mensen wel naar buiten móeten?
‘Ja, dat zou een manier zijn. Maar wel een weinig constructieve. Er komen dan een heleboel mensen onder het puin te liggen en dat lijkt mij niet de bedoeling. Dan komt er niemand meer naar buiten. Ik ben op zoek naar andere manieren om de beweging van binnen naar buiten in te zetten of te versterken. Uiteindelijk moet je roeien met de riemen die je hebt. Voor mij betekent dit dat ik inzet op preventieve maatregelen om brand te voorkomen en ideeën om in beweging te komen, binnen de structuren die er nu zijn.’

Hoe geef je dat preventieve vorm?
‘Ik probeer open te zijn over de dingen die ik tegenkom en over wat je aan de voorkant kunt doen om het beter te regelen, om zo die brandjes te voorkomen. Het wordt tijd dat we die brandjes voor zijn. Eén veroorzaker heeft te maken met dominees die vastlopen in hun werk, om allerlei redenen. Dit moeten we veel serieuzer nemen en beter begeleiden. Wat ik de kerken hierin zou gunnen, is dat de kerkenraad de leiding krijgt en dat de dominee alleen een adviserende functie heeft in het geheel – en dan vooral op het pastorale vlak, op de prediking en de catechese. Dat is een preventieve slag die je kunt maken als kerk. Een andere veroorzaker, die daarmee verbonden is, is hoe de kerkenraad omgaat met het personeel in de kerk: de dominee, de koster, de pastoraal werker enzovoort. Het zou zo goed zijn als ze zich als een zorgvuldige werkgever tot hen verhouden. Een wat meer bedrijfskundig model, met meer aandacht voor een gezond hr-beleid, zou de kerk echt goed doen.’

Je zei zojuist dat je het liefst opnieuw zou beginnen. Waar komt dat eigenlijk vandaan?
‘Vooral vanuit mijn eigen ervaring. Een grote logge kerk, dat werkt gewoon niet meer voor mij. Ik hoor geen vragen naar nieuwe en frisse ideeën. Ik heb het idee dat het oude meubilair opnieuw geschuurd en gelakt wordt en meer niet. Dat is voor mij niet genoeg. Ik houd er erg van om nieuwe dingen te doen, ik kan slecht tegen elke dag hetzelfde – dat speelt ook mee.’

‘Een wat meer bedrijfskundig model, met meer aandacht voor een goed hr-beleid, zou de kerk echt goed doen’

Wat let je om weg te gaan en ergens opnieuw te beginnen?
‘Dat is een goede vraag. Ik denk vooral een concreet iets om naartoe te gaan. Weggaan omdat iets je niet zint, is niet zo’n goed idee. Weggaan omdat je ergens heen wilt, omdat je ergens warm voor loopt, wel. Begrijp me niet verkeerd: het gaat mij er niet om de vorm of de contouren concreet te krijgen van dat opnieuw beginnen. Het gaat mij om de verbinding, het samen ergens aan werken. Ik ben op zoek naar die energie, naar die beweging.’

Wie is God voor jou in dit alles?
‘Schepper, Vader, koning – zo veel! Maar uiteindelijk gaat het “naar God kijken” over emoties. God is mijn hartslag, mijn tranen, of die nu van blijdschap zijn of van verdriet. Als ik de Bijbel lees, die gaat over het verhaal van God en zijn schepping, vind ik het zo bijzonder om te beseffen dat jij en ik een plek hebben gekregen in die schepping. Dat we gezien worden, belangrijk zijn. Dan ervaar ik zo veel vreugde en vrijheid. Met dat verhaal zou ik wel op stap willen, met een lekenpreek bijvoorbeeld: dat jij, ongeacht wat je mee hebt gemaakt of wie je bent, gezien wordt. Als je mijn vrouw of kinderen zou vragen wie ik ben, dan zouden zij zeggen: een man met een verhaal. Nou, dit is mijn verhaal. Voor mij persoonlijk, maar ook wat ik aan anderen door wil geven. En dat doe ik in zekere zin ook in mijn werk; in de contacten die ik heb, probeer ik mensen te laten merken dat ze echt gezien worden.’

Het leven is net een speeltuin, zei je eerder. Wat zou je hierin willen nalaten?
‘Als je even doordenkt in die metafoor is het eerste woord waar ik op kom: een ontdekhoek. Een zandbak waarin van alles verstopt ligt en waarin we gaan graven, samen. Op een gegeven moment vind jij of ik iets moois en we roepen anderen erbij: “Kijk eens wat ik hier heb, zullen we er samen mee spelen?” Het gaat mij om het leven vanuit die verbazing en verwondering over wat er allemaal besloten ligt in het leven. Ik hoef niet iets concreets na te laten. Daar gaat het me niet om. Voor mij gaat het om de ontdekkingstocht, die wij, door Jezus, in vrijheid en met het enthousiasme van een kind mogen aangaan. Kom, naar buiten! Die prachtige wereld in.’

Over de auteur
Elze Riemer

Elze Riemer is godsdienstwetenschapper en journalist.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief