Depressie mag er zijn, ook in de kerk
- Opinie
In januari was de landelijke campagne ‘Hey! Het is oké’. De overheid wil dat depressie bespreekbaar wordt. Een goed idee, want het is niet iets waar je makkelijk over praat, zeker niet in een maatschappij waar alles leuk moet zijn en succes belangrijk is. Hoe is dat in de kerk? En wat zegt de Bijbel?
In de kerk, en vooral in de kerkdiensten, is er weinig aandacht voor depressiviteit. In een pastorale context of in een kring zal dit onderwerp misschien besproken worden, maar hoeveel mensen spreek je na de dienst die aangeven depressief te zijn? Een gebroken been is makkelijk te zien. Bij een depressie is dat lastiger. Juist door ermee door te blijven lopen (wat bij een depressie ook makkelijker gaat dan bij een gebroken been) blijft het probleem bestaan.
Neerslachtig
Hoewel ik zelf geen depressie heb gehad, ben ik weleens neerslachtig. De afgelopen jaren ben ik dingen uit het verleden gaan verwerken waar ik lang aan voorbij ben gegaan. Op onverwachte momenten kan ik me verdrietig voelen. Na het overlijden van mijn vader vorig jaar komt dit vaker voor. Het is een verlammend gevoel van verdrietig zijn, soms zonder te kunnen aangeven waarover.
Maar diep van binnen ben ik een optimist. Ik zie altijd wel iets positiefs, vroeger of later. Er zijn gewoon te veel mooie dingen in het leven om van te genieten. De neerslachtigheid kom ik steeds weer te boven. En het wordt makkelijker om die neerslachtige momenten toe te laten, gewoon er te laten zijn.
Ik wil gehoord worden of met rust gelaten
Ik hoor ook verhalen van mensen die helemaal onderdoor gaan aan neerslachtigheid. Die alleen nog maar thuis zitten, bijna niets meer ondernemen. Ze hebben er de kracht niet voor. Ik word verdrietig als ik dit hoor en ben dankbaar voor wat ik heb. Ik voel me machteloos en wil geen goedkoop antwoord geven, zoals: het komt wel goed. Daar zit iemand op zo’n moment niet op te wachten. Ik in ieder geval niet. Ik wil gehoord worden of met rust gelaten.
Diepe kuil
In de Bijbel komt depressiviteit ook voor, zoals in de Psalmen en het boek Klaagliederen. Als je je ellendig wilt voelen, is dit laatste boek daar uitermate geschikt voor. De val van Jeruzalem en het lot van het volk stemden Jeremia, de schrijver, niet bepaald vrolijk. Maar soms zijn de omstandigheden minder duidelijk en lezen we alleen over de persoonlijke ervaring. Psalm 88 is hiervan het beste voorbeeld. In deze psalm komt ellende op ellende voor.
De psalmist zeg dat hij door rampen bezocht wordt, de dood in de ogen ziet, door zijn vrienden en zelfs door God in de steek is gelaten. Met beeldspraak benadrukt hij hoe erg het is: hij is aan het eind van zijn krachten, een gesneuvelde, in een duistere diepe kuil gelegd, geslagen door golven, uitzichtloos ingesloten. Het is voor hem duidelijk wiens schuld dat is: God. God heeft hem in de kuil gelegd, Gods toorn drukt op hem, de golven komen van God. Het is Gods schuld dat bekenden zich van hem vervreemd hebben. De HEER heeft hem verstoten. Verbijsterd ondergaat hij Gods woede.
De pijn verdwijnt niet als je die ontkent
Wat er precies aan de hand was, weten we niet. Maar het speelt al sinds zijn kindertijd. De psalmist rekent zichzelf geen schuld aan. Die legt hij bij God. Er klinkt bijna geen hoop door in het lied. Het enige sprankje hoop klinkt door in het eerste vers, waar hij God ‘mijn redder’ noemt. Helemaal zeker of zijn gebed God bereikt, is hij trouwens niet. De psalm eindigt deprimerend: ‘mijn enige metgezel is de duisternis’.
Zou God hem echt in de steek hebben gelaten? Zou het echt Gods schuld zijn? Dat is wel zijn beleving. De kracht van deze psalm ligt volgens mij in het feit dat er geen oplossing gegeven wordt, alleen de rauwe werkelijkheid van iemand die door een duister dal gaat. Er is dan weinig behoefte aan goedbedoelde adviezen. Je wilt gehoord worden, serieus genomen worden. Dat is precies wat deze psalm doet: onder woorden brengen wat voor iemand die midden in de ellende zit vaak moeilijk te uiten is.
Serieus
De pijn verdwijnt niet als je die ontkent. Soms moet je door de pijn heen, iets waar de schrijver van Psalm 88 ook de tijd voor neemt. De momenten dat ik neerslachtig ben, leer ik te accepteren, er de tijd voor te nemen. Niet doorgaan met wat voor bezigheid dan ook, gewoon even erbij stilstaan. Ik heb zelfs een playlist op Spotify die ik ’melancholische liedjes’ heb genoemd. Door dat verdriet toe te laten, soms verwoord in een lied, voel ik me al beter.
Net zoals ik mezelf serieus moet nemen, is het ook belangrijk dat we elkaar in de kerk serieus nemen. Dat er een veilige sfeer is, waarin ook ruimte is voor de donkere kanten van het leven. Die krijg je niet als je alleen de positieve kanten van het geloofsleven benadrukt en de negatieve kanten liever wegstopt. Dat betekent dat er in de eredienst ook ruimte voor moet zijn, daar komen we als gemeente immers elke week samen. Niet alleen bidden voor de zieken, maar ook voor mensen die door een moeilijke tijd gaan, depressief zijn, in een scheiding zitten, alleen zijn, iemand verloren hebben, enzovoort. Een lied zingen dat aandacht heeft voor het lijden. Een preek houden waarin ruimte is voor deze thematiek. En het avondmaal is bij uitstek een moment om zowel het lijden als de overwinning daarop te beleven en te vieren.
En na de dienst? Hoe ga je om met iemand met van wie je weet dat het niet goed gaat? Toon interesse, maar vermijd dooddoeners (‘Alles goed?’). Luister naar iemands verhaal, help iemand zonder opdringerig te zijn, zonder dubbele agenda. Verwacht niet te veel, en zeker niet te snel. Accepteer dat herstel met vallen en opstaan gaat. Wees een vriend(in), geen therapeut. Huil met hen die huilen, en geef samen God alle eer.
Marc Volgers is theoloog, programmeur en muzikant. Hij schrijft over muziek in de kerk en de eredienst op zijn blog: www.gloriaenkyrie.nl.




