Hoogstpersoonlijke navolging

Jan Mudde | 28 april 2018
  • Eyeopener

Toen Petrus hem zag vroeg hij Jezus: ‘En wat gebeurt er met hem, Heer?’ Maar Jezus antwoordde: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom. Maar jij moet Mij volgen.’
(Johannes 21:21-22)

Petrus en Johannes hebben beiden een bijzondere positie in de leerlingenkring rond Jezus en dat weten ze van elkaar. Vandaar die vraag van Petrus over Johannes’ toekomst. Maar Jezus maakt duidelijk dat ze ieder persoonlijk voor Hem zullen moeten kiezen en dat ze niet voor elkaar Hem kunnen navolgen.

(beeld Inbetween/Lightstock)

(beeld Inbetween/Lightstock)

In Het paard en de jongen, één van Lewis’ Narnia-verhalen, is de hoofdpersoon een weesjongen met een stevig minderwaardigheidscomplex. Hij heet Shasta en zijn lot raakt gaande het verhaal verstrengeld met dat van een pedante en bijdehante jongedame, Aravis genaamd. Een levensgevaarlijke leeuw echter – de lezer weet dat het Aslan is – verwondt Aravis, zodat Shasta alleen verder moet om een uiterst belangrijke missie te volbrengen. Later vraagt Shasta de leeuw waarom hij Aravis verwond heeft. De leeuw antwoordt: ‘Kind, ik vertel je jouw verhaal, niet het hare. Ik vertel iedereen alleen zijn eigen verhaal.’

Of Lewis bij het schrijven van deze zinnen aan Jezus’ gesprek met Petrus heeft gedacht, weet ik niet. Mocht het zo zijn, dan raakt hij aan enkele lagen die zeker in Jezus’ woorden zitten. Om te beginnen een ontroerende en vertroostende. Iedereen heeft zijn verhaal, jij het jouwe, ik het mijne. Ons leven is geen willekeurige aaneenschakeling van toevalligheden, het hangt niet van geluk en domme pech aan elkaar, nee, het is opgenomen in een plan waarvan God het fijne weet. ‘In uw boek stond reeds te lezen, wat eens mijn levensweg zou wezen’ (Psalm 139:9 berijmd). Dit te weten raakt me diep. In Jezus’ reactie op Petrus zit echter ook een kritische noot – net als in die van Aslan op Shasta.

Raadselachtig

Het slot van het evangelie naar Johannes heeft iets mysterieus. Petrus is net door de Heer in ere hersteld (Johannes 21:15-17). Direct daarop (vers 18-19) confronteert Hij Petrus met het gevolg daarvan. Hij vertelt hem ‘zijn verhaal’: ‘Wanneer je oud wordt zullen anderen over jouw lot beslissen. Ze zullen je handen grijpen, je je gordel omdoen en je brengen waar je niet naartoe wilt.’ De schrijver onthult vervolgens dat deze woorden betrekking hebben op Petrus’ sterven. Waarna hij vervolgt met wat Jezus nog meer tot Petrus te zeggen heeft: ‘Volg Mij.’ Doordat die woorden op zichzelf staan, krijgen ze een extra accent.

Dan ziet Petrus dat de leerling voor wie Jezus een bijzondere genegenheid heeft hen volgt en hij vraagt Jezus naar zíjn verhaal. Waarop Jezus zegt: ‘Het is niet jouw zaak of hij in leven blijft totdat Ik kom. Maar jij moet Mij volgen.’ Raadselachtige woorden, die dan ook voor misverstand vatbaar waren (zie vers 23).

Koppel

Om zicht te krijgen op wat hier speelt, is enig speurwerk nodig. Over Jezus’ ‘lievelingsleerling’ wordt vijf keer gesproken in het Johannesevangelie. Uit wat we over hem te weten komen, blijkt dat hij heel vertrouwd met Jezus was, meer dan de andere leerlingen. Niet voor niets draagt de gekruisigde Heer hem op om de zorg voor zijn moeder op zich te nemen (Johannes 19:25-27). Maar in vier van die vijf gevallen dat het over deze leerling gaat, speelt ook Petrus een rol (zie 13:23-25; 20:2-9; 21:7; 21:20-24).

Zoom je vervolgens in op de verhouding tussen Petrus en Johannes, dan blijken beiden zich bewust te zijn van de bijzondere positie van de ander binnen de leerlingenkring. Zo ligt de geliefde leerling tijdens Jezus’ laatste maaltijd direct naast Hem aan tafel. Als Jezus zegt dat één van de leerlingen Hem verraden zal, wil Petrus weten wie. Maar, hij laat het Johannes aan Jezus vragen! Waaruit blijkt dat hij de bevoorrechte plaats van deze leerling erkent en respecteert.

Johannes op zijn beurt respecteert het primaat van Petrus. Op de dag van de opstanding snellen zij beiden naar het graf. De geliefde arriveert het eerst, maar wacht op Petrus, waarop die als eerste het graf betreedt.

Wij kunnen niet in plaats van een ander geloven, bidden of Jezus navolgen

Opvallend is ook de gang van zaken tijdens de visvangst na de opstanding. De geliefde herkent als eerste de heiland en fluistert dat Petrus in. Waarop Petrus overboord springt en naar de wal zwemt.

Petrus en Johannes vormen een koppel. Johannes aanvaardt Petrus’ leidinggevende rol en Petrus respecteert Johannes’ vertrouwenspositie. Tussen haakjes: is dat geen prachtig plaatje van hoe leidinggevenden in de kerk met elkaar om zouden moeten gaan?

Terug naar onze tekst. Jezus stelt Petrus aan als herder van zijn kudde. Vervolgens bereidt Hij Petrus erop voor dat hij als martelaar sterven zal. En met klem voegt Hij daaraan toe: ‘Volg Mij!’ Dan, direct daarop, vraagt Petrus naar Johannes’ lot. In het licht van wat we inmiddels over de relatie tussen Petrus en Johannes weten is dit niet alleen een blijk van nieuwsgierigheid, maar ook van aan- en afhankelijkheid. Ik hoor er dit in: ‘Heer, ik moet deze weg gaan, maar… ga ik die alleen, of gaan we ‘m samen?’

Verkeerd gericht

Het is zo herkenbaar. Mannen steunen op hun vrouw en omgekeerd. Ouders steunen op hun kinderen en omgekeerd. Vrienden steunen elkaar. Zo is het goed, en zo heeft God het ook gewild. Ook voor ons leven met de Heer hebben we de steun van anderen nodig. In je eentje geloven, hopen en liefhebben valt niet mee. En toch, als Petrus’ blik zich direct na Jezus’ woorden op Johannes richt, roept Jezus hem tot de orde. Petrus’ aandacht is blijkbaar verkeerd gericht. ‘Volg jij Mij’, benadrukt de Heer. In mijn woorden: ‘Petrus, juist nu Ik het met jou heb over je leiderschap, je lijdensweg en je levenseinde, komt het erop aan dat je je op Mij alleen richt.’

Allicht staat de Heer niet afkeurend tegenover de bijzondere rol die Johannes in het leven van Petrus speelt. Hij stond zelf ook in een bijzondere relatie tot deze discipel. Die was Hem tot steun aan de vooravond van zijn sterven. Maar dat belemmerde Hem niet om volkomen op God gericht te blijven. En door volkomen op God gericht te zijn kon Hij zijn roeping volbrengen, zijn weg tot aan het kruis gaan. Dat wil Hij op Petrus overbrengen, temeer daar Petrus een vergelijkbare weg heeft te gaan. Om die weg te gaan zal Petrus’ blik toch echt gericht moeten zijn op Jezus, de grondlegger en voltooier van het geloof. En inzitten over het lot van Johannes is ook niet nodig: dat is uiteindelijk niet zijn zaak, maar een zaak van de Heer zelf.

Onoverdraagbaar

Allemaal bevinden we ons in een netwerk van kostbare en betekenisvolle relaties. Die kunnen ons helpen op de Heer gericht te blijven. Maar we kunnen er zo afhankelijk van worden dat de mate van onze toewijding aan de Heer correspondeert met die van anderen. Binnen de betrekkelijk vaste, veilige context van de familie en kerkelijke gemeenschap is het nog wel te doen om op Jezus gericht te zijn, maar daarbuiten, daar waar sprake is van een diepe vervreemding van het evangelie, kan het opeens heel problematisch worden om Jezus te volgen.

Jezus zegt: ‘Volg jij Mij.’ In het volgen van Jezus zit ook iets hoogstpersoonlijks, iets onoverdraagbaars. Wij kunnen niet in plaats van een ander geloven, bidden, of Jezus navolgen. Een vrouw kan niet voor haar man, kinderen kunnen niet voor hun ouders, vrienden kunnen niet voor elkaar geloven, hopen en liefhebben. Dat is altijd zo geweest, maar in onze ontkerkelijkte, diepseculiere tijd krijgt dat weer een eigen actualiteit. Die vraagt van ons dat we onszelf erin oefenen om persoonlijk te wandelen met God en op Jezus gericht te blijven – tot op zekere hoogte onafhankelijk van anderen, zelfs van onze geliefden. We zullen moeten leren ‘op onszelf’ te geloven en we zullen een nieuwe generatie moeten helpen om dat te doen. Zodat we Jezus blijven volgen, ook als er omstandigheden of levensfases zijn dat we onze weg alleen moeten gaan.

Om over door te praten of na te denken

  • ‘Jouw leven heeft een verhaal.’ Wat doet een zin als deze met jou?
  • Welke betekenis hebben naaste familie, vrienden en de gemeente voor jouw geloof?
  • Jezus navolgen buiten de betrekkelijk vaste en veilige context van de familiekring en de gemeente, hoe geef jij dat vorm? Herken je het dat dat zijn vanzelfsprekendheid kan verliezen?
  • Hoe oefen jij je erin om persoonlijk op Jezus gericht te blijven?
Over de auteur
Jan Mudde

Ds. Jan Mudde is als predikant verbonden aan de NGK Enschede-Lasonderkerk. Hij is ook kernredacteur van Onderweg.

Meest gelezen

God begint, Jakob wint

God begint, Jakob wint

Maurits Oldenhuis
  • Eyeopener

Het is een van de meest mysterieuze verhalen in de Bijbel. Jakob vecht op de oever van de Jabbok met een vreemdeling die later God blijkt te zijn. Dat is al vreemd. Maar alsof het niet genoeg is: Jakob wint ook nog. Dit verhaal is niet alleen mysterieus, het is bizar en ongehoord.

Lees artikel
Elkaar bemoedigen in het geloof

Elkaar bemoedigen in het geloof

Jeroen Sytsma
  • Eyeopener

Stel dat je de grote apostel Paulus tegenkomt, hoe zou jij hem dan bemoedigen? Ja, je leest het goed: Paulus heeft bemoediging nodig en hij gaat ervan uit dat jij die kunt geven. Dat schrijft hij zelf aan het begin van zijn brief aan de christenen te Rome.

Lees artikel
Toeval bestaat…

Toeval bestaat…

Almatine Leene
  • Eyeopener

Christenen zijn geneigd te zeggen dat toeval niet bestaat. God bestuurt alles en toeval staat daarmee in contrast. Maar staat toeval eigenlijk wel tegenover Gods leiding?

Lees artikel
3:16

3:16

Rob van Houwelingen
  • Eyeopener

Johannes 3:16 staat onbetwistbaar boven aan de top tien van meest geliefde Bijbelteksten. Het is de tekst waarnaar het meest verwezen wordt op internet. Een Bijbelstudie van Rob van Houwelingen.

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief