Als het oordeel wijkt, wordt God een lieve opa
- Interview
- Thema-artikelen
Kerken die in hun evangelieverkondiging het oordeel verzwijgen, maken zichzelf overbodig, zegt predikant en internetevangelist Marten Visser. ‘We zijn bang geworden om iets te zeggen dat de seculiere samenleving tegen de haren in strijkt.’
Wat verstaat u eigenlijk onder het oordeel?
‘Dat deze wereld niet eeuwig duurt, dat er een laatste dag komt waarop Christus zal oordelen over de levenden en de doden. Mensen gaan naar de eeuwige gelukzaligheid of naar het eeuwige verderf.’
Is er ook sprake van een oordeel door de tijd heen?
‘Ook nu oordeelt God inderdaad. Ik geloof dat deze wereld zo in elkaar zit dat je het oordeel over jezelf afroept als je je niet houdt aan Gods geboden, zonder dat God daar zelf nog bijzonder voor moet ingrijpen. Maar ik word niet enthousiast van mensen die menen met de autoriteit van God zijn oordelen te kunnen interpreteren. Ik zou graag enige terughoudendheid betrachten in de duiding daarvan.’
Waarom? Veel Bijbelse figuren wisten de oordelen van God tamelijk nauwkeurig te interpreteren.
‘Misschien is het belangrijkste argument wel dat ik geen Bijbelse figuur ben.’
Maar wel iemand die als predikant dienaar is van het goddelijke Woord.
‘Jazeker. En vanuit het goddelijke Woord weet ik dat er een dag des oordeels komt, waarvoor ik mensen moet waarschuwen. In die zin voel ik geen aarzeling. Het is een belangrijke opdracht voor elke predikant om over het oordeel te spreken.’
‘Zolang Jezus alleen maar de kers op de taart is,
heb je helemaal geen Jezus nodig’
In hoeverre brengt u spreken over het oordeel in verband met het tot geloof komen van mensen?
‘Mijn ervaring in Nederland is vrij beperkt; voordat ik vijftien jaar als kerkplanter in Thailand uitgezonden was, heb ik in Nederland vooral onder asielzoekers gewerkt. Eenmaal terug in Nederland richt ik me vooral op internetevangelisatie wereldwijd. Ik heb vooral veel bewondering voor mensen die in Nederland het evangelie verkondigen.
In Thailand hebben we het evangelie gebracht door altijd te proberen huisgroepen op te starten waar we mensen konden laten kennismaken met het brede verhaal van de Bijbel. Schepping, zondeval, de roeping van Abraham, de wetgeving, Israël, de profeten, het leven en sterven van Jezus, de apostelen – dat brede verhaal. Als je daar helemaal doorheen gaat, ontdek je dat Gods oordeel een belangrijke plaats inneemt. Adam en Eva worden het paradijs uitgejaagd, de aarde wordt verzwolgen door de zondvloed, de Egyptenaren vinden de dood in de Rode Zee en ga maar door. Gods oordeel over de zonde keert telkens in alle toonaarden terug.’
Wat wil dat volgens u zeggen?
‘Pas als je het probleem van de zonde en het dreigende oordeel ziet, ga je de noodzaak van een redder begrijpen. “Redden” is een behoorlijk wanhopig woord. Zolang Jezus alleen maar de kers op de taart is, heb je helemaal geen Jezus nodig. Hij krijgt pas betekenis als je Hem wilt aanvaarden als degene die je redt uit je zonden, uit de macht van Satan en van de toorn van God. In mijn evangelisatiewerk in Thailand heb ik de aankondiging van het oordeel altijd nadrukkelijk gebruikt. Ik zag het functioneren in hoe mensen tot geloof kwamen.’
U ordent het Bijbelverhaal volgens het schema schepping, zondeval, verlossing. Staat u open voor andere manieren van lezen?
‘Nee, daar sta ik niet voor open. Schepping, zondeval, verlossing – dat is het. Daarbinnen is het oordeel één van de lijnen. Niet de enige natuurlijk. Er loopt ook een rode draad van Gods liefde, om maar wat te noemen. In veel kerken vandaag is dat het enige verhaal dat nog wordt verteld; als het even kan, is God een lieve opa. Wat mij opvalt aan de vier toespraken van Petrus en Paulus in Handelingen is dat Gods liefde er niet in naar voren komt. Bij de joden niet, bij de heidenen niet, op de pinksterdag niet, bij Cornelius niet, in de synagoge van Antiochië niet en op de Areopagus niet. Alle keren spreken de apostelen over het oordeel van God en over Jezus die als rechtvaardige rechter over levenden en doden is aangesteld. Je moet wel heel veel zelfvertrouwen hebben als je die notie aan de kant wilt schuiven.’
‘Voor vrede en gerechtigheid kun je toch ook prima bij Boeddha terecht? Toffe kerel, goeie ideeën’
Pedagogisch redenerend klinkt het nogal ongezond. Een oordeel kan toch geen drijfveer zijn om mensen tot ‘het goede’ te bewegen?
‘Petrus en Paulus dachten er kennelijk anders over. Het perspectief is en blijft dat Gods rechtvaardig oordeel komt en daarna breekt de nieuwe aarde aan. Dat vind ik geen ongezond, maar een hoopvol perspectief.’
Betekent dit dat het leven pas zinvol is als we onze toegang tot de eeuwigheid hebben veiliggesteld? Of kan het evangelie bijvoorbeeld ook worden uitgelegd als een opdracht om vrede en gerechtigheid voor alle mensen hier en nu te bewerkstellingen?
‘Ja, dat kan, en dat is een foute uitleg. Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn we de ellendigste van alle mensen, zegt Paulus.’
Maar het hier en nu dóét er toch toe?
‘Ik vertel mensen graag over de Heer Jezus, zodat ze niet ten prooi hoeven vallen aan het vlammend vuur waarmee Hij wraak komt oefenen. Lees daarover bijvoorbeeld 2 Tessalonicenzen 1. Daarover vertellen geeft toch veel zin aan mijn leven?’
Daar zou ik zeker niet over willen oordelen. Maar geeft het universele zin aan het leven van mensen als dat in het teken staat van het toekomstig oordeel?
‘Het is ieders opdracht over de liefde van Jezus te vertellen en om mensen de weg te wijzen hoe de komende toorn van God ontvlucht kan worden. Als je uitziet naar het eeuwige geluk dat God zijn kinderen heeft beloofd, kan het niet anders dan dat iedere christen dit als een persoonlijke roeping ervaart. Zo niet, dan is er iets mis.’
Marten Visser: ‘Het perspectief is en blijft dat Gods rechtvaardig oordeel komt. Dat vind ik een hoopvol perspectief.’ (beeld Hendrick Visser)
Maar dit dan: kleed de behoeftigen, geef de hongerigen te eten, de dorstigen te drinken…
‘Dat is geen evangelie, het is goed advies. Het is belangrijk om te doen, en zo hoort het christenleven eruit te zien. Maar het evangelie is iets anders. In 1 Korintiërs 15 zegt Paulus heel precies wat het evangelie is: Jezus is gestorven, Hij is opgestaan uit de doden, naar de Schriften, voor onze zonden. Dat is evangelie. De rest is goed advies.’
Christenen die tegen de hebzucht en het egoïsme in een beweging maken van vrede en gerechtigheid voor alle mensen zijn volgens u niet per se volgelingen van Christus?
‘Voor dat soort zaken kun je toch ook prima bij Boeddha terecht? Toffe kerel, goeie ideeën.’
Reageren mensen in Thailand anders op gesprekken over het oordeel dan Nederlanders?
‘In Nederland kun je het oordeel beter ter sprake brengen dan veel mensen denken, is me opgevallen. Ooit sprak ik een kerkverlater die nog wel “met het geloof bezig was”. Hij vroeg zich af waarom zijn ouders er zo over bleven doorzeuren dat hij niet meer naar de kerk ging, want, zei hij, hij had hun gevraagd of ze dachten dat hij naar de hel zou gaan en toen hadden ze nee gezegd. Nou, wat maakte het dan uit? Ik zei: ik denk wel dat je onderweg bent naar de hel en ik wil er graag met je over praten.’
Dat riekt naar een zekere oordeelsvorming over zijn leven. Daar gaat u toch niet over?
‘Nee hoor, dat was het zeker niet. Want ik geloof niet dat je door goed te leven naar de hemel kunt gaan.’
Maar wel dat je door slecht te leven naar de hel gaat.
‘Ja.’
Ik bespeur een kleine disbalans.
‘O, zeker niet! Dit is de kernboodschap van de Reformatie: niet door goede werken word je gered, maar door Gods genade, ondanks je zonde. We zijn prima in staat slecht te leven en als we niet verzoend worden met het bloed van Christus, zijn we allemaal op weg naar de hel. Daar zit geen enkele disbalans in.’
Hoe zit dat precies in Nederland: wordt spreken over het oordeel begrepen in onze postchristelijke samenleving?
‘Ik zit hier niet als iemand die weet hoe je seculiere Nederlanders moet bereiken. Ik durf daar geen antwoord op te geven. Maar als je vraagt of het moet gebeuren, dan zeg ik: ja. Zolang je Jezus presenteert als iemand die je leven compleet maakt, zal Hij uiteindelijk overbodig blijken. Bovendien vind ik het een arrogante voorstelling van zaken. Iemands leven, zo zeg je eigenlijk, kan een stuk beter, want Jezus is nog niet toegevoegd. In Thailand vroeg iemand eens aan me: als ik nu in Jezus ga geloven, wat krijg ik dan? Heel spontaan antwoordde ik: ontzettend veel problemen. Dat was misschien niet de beste evangelisatietechniek ever, maar ik weet uit ervaring dat het klopt. God belooft geen beter leven hier en nu.’
En hoe staat het er in de Nederlandse kerken voor met de oordeelsprediking?
‘Omdat ik zelf vaak preek, kan ik daar niet zo goed iets over zeggen. In meer dan de helft van mijn eigen preken gebruik ik woorden als “hel” en “oordeel”. Vaak krijg ik dan na afloop terug: hé, dat horen we eigenlijk nooit meer.’
In het Nederlands Dagblad schreef u vorig jaar dat een kerk die het evangelie niet meer uitlegt volgens de lijn ‘verzoening door voldoening’ nooit relevant kan zijn in een seculiere samenleving. Geldt dat ook voor de zwijgcultuur rondom het oordeel?
‘De kerk is relevant wanneer ze de boodschap brengt dat er vergeving van zonden is door het bloed van de Heer Jezus. Eén van de grote gevaren van de Nederlandse kerken is dat ze het ingewikkeld vinden om dingen te zeggen die de seculiere samenleving tegen de haren in strijken. We zitten in een heel positieve flow met z’n allen. Het is hartstikke leuk om tegen iemand te zeggen: God houdt van je. Ja, tuurlijk houdt God van me, zal hij denken, ik ben ook best een toffe peer. Wil het evangelie echt tot klinken komen, dan moet op de één of andere manier het oordeel ter sprake worden gebracht.’
Zitten mensen daarop te wachten?
‘Ik leid een internationaal onderzoek naar kerkgroei onder nieuwe gelovigen in elf Oost-Aziatische landen. We krijgen net de eerste resultaten binnen. Op de vraag wat de mensen motiveerde christen te worden, antwoordt tot nog toe meer dan de helft: het eeuwige leven. In Nederland vragen veel christenen zich af of hemel en hel en eeuwigheid en oordeel er allemaal nog toe doen. Voor deze gelovigen kennelijk wel.’
Jasper van den Bovenkamp is journalist bij Tekstbureau Vakmaten.



