Hans van Seventer over kunst, filosofie en het geloof

Elise Lengkeek | 23 december 2017
  • Interview
  • Ontmoeting

De gure herfstwind jaagt goudgeel blad over het perron in Zuidhorn, in de richting van een wachtende gestalte met een hoed: Hans van Seventer. Ik kijk uit naar mijn eerste ontmoeting met deze kunstkenner en filmmaker. Al tijdens het autoritje naar zijn huis ontpopt Hans zich als verhalenverteller. Met zijn vrouw – de Amerikaanse vertaalster JoAnn Keltie – is hij neergestreken in dit mooie Groningse dorp: de vijftiende verhuizing op rij in hun vijftigjarig huwelijk.

Hans van Seventer (1942) studeerde filosofie en kunstgeschiedenis in Amsterdam. Werkte voor l’Abri Nederland en de EO. Startte het kunstagentschap Art Revisited en Art Revisited Productions (1985) en maakte onder meer filmportretten van hedendaagse kunstenaars (www.artistonfilm.nl). Won in 2011 de Garden State Film Festival Award voor een documentaire over Jaroslav Malina. Werkt nu aan de film Love in War & Peace (loveinwarandpeace.com/nl). Woont in Zuidhorn, is actief lid van de NGK Groningen.

Het huis ademt niet alleen aandacht voor kunstwerken van bevriende kunstenaars, maar bovenal warmte en gastvrijheid. ‘L’Abri Van Seventer’ biedt een schuilplaats van geborgenheid voor wie hier te gast is: tijdens de lunch maak ik terloops kennis met twee van de drie buitenlandse huisgenoten: een Duitse Libanees en een Joodse Iraniër. Alleen de inwonende Syriër is er niet.

Hans van Seventer: ‘Na het bijwonen van een lezing van Francis Schaeffer ging er een nieuwe wereld voor mij open. Hij bracht mij echt tot nieuwe inzichten in relatie tot mijn geloof.’ (beeld Ruben Timman)

Hans van Seventer: ‘Na het bijwonen van een lezing van Francis Schaeffer ging er een nieuwe wereld voor mij open. Hij bracht mij echt tot nieuwe inzichten in relatie tot mijn geloof.’ (beeld Ruben Timman)

Kunst, filosofie en een levende relatie met God betekenen veel voor je. Heb je de aandacht daarvoor van huis uit meegekregen?
‘Ik ben geboren in Leiden, in de oorlogsjaren, en woonde met mijn ouders en drie broers en drie zussen in een rijtjeshuis met een valse muur waarachter je je kon verbergen. We hadden toen een Joods meisje in huis als “meisje voor dag en voor nacht”, zoals dat toen heette. Ik kom uit een warm en gastvrij nest, dat nooit benauwd heeft aangevoeld. Mijn ouders werden in de oorlog gereformeerd-vrijgemaakt, hoewel mijn vader hervormd was opgegroeid. Verzetsvrienden waren voor hen even belangrijk als gemeenteleden. Er waren wel regels, maar ik kreeg de ruimte die ik nodig had.’

En hoe is in die ruimte, in een gereformeerde omgeving, jouw liefde voor film ontstaan?
‘In mijn vroege jeugd was ik veel thuis vanwege ziekte. Op m’n achtste las ik alles wat in m’n buurt lag. Mijn moeder kon het leesvoer niet aangesleept krijgen. Ik denk dat mijn aandacht voor verbeelding toen is ontstaan.

Mijn fascinatie voor het medium film begon toen ik als jochie met mijn eerste filmcamera de waterval van Schaffhausen probeerde vast te leggen. Het resultaat was te saai voor woorden, maar ik ontdekte zo wel dat film een manier van verhalen vertellen is. Via woord of beeld, dat maakt me niet uit. Bioscoopfilms leerde ik pas in mijn studententijd kennen, in mijn eerste jaar aan de VU in Amsterdam. Met mijn studievrienden dook ik de bioscoop in: benieuwd hoeveel films we op een dag konden bekijken. Vooral die van Ingmar Bergman vond ik inspirerend.

‘Het resultaat was te saai voor woorden’

Enkele jaren later kon ik zelf gaan filmen. Via professor Rookmaker, bij wie ik het bijvak kunstgeschiedenis had gevolgd tijdens mijn studie filosofie, kwam ik bij de Evangelische Omroep terecht als assistent-regisseur. Ik leerde het vak van Shorty Yeaworth, die als Amerikaan was ingehuurd om de EO-tv op weg te helpen.’

Maar eerst werkte je drieënhalf jaar voor l’Abri Nederland. Hoe is deze klik ontstaan?
‘Ik groeide op met niet-christelijke vrienden, veelal afkomstig uit het Leidse universiteitsmilieu, waar geloven in God niets betekende. Hun vragen vond ik fascinerend en ik bestookte onze dominee ermee. Toen ik aan de VU in Amsterdam medicijnen ging studeren, was ik meer bezig met culturele dingen dan met studeren en met geloof. Op een dag las ik 1 Korintiërs 13. Dat werd een soort paulinische geloofservaring, die mij tot een diep schuldbesef bracht over mijn levensstijl.

Twee jaar later ging ik met mijn ouders op wintersport naar het Zwitserse dorp Huémoz. We bezochten daar ook l’Abri. Na het bijwonen van een lezing van Francis Schaeffer ging er een nieuwe wereld voor mij open. Wat mij enorm boeide, was dat Schaeffer mij en veel kritische jongeren aansprak, omdat hij de vragen van onze tijd wist te beantwoorden. Ik was door mijn studie filosofie al gegrepen door het gedachtegoed van de wijsbegeerte der wetsidee, maar Schaeffer bracht mij echt tot nieuwe inzichten in relatie tot mijn geloof.

Van over de hele wereld kwamen er studenten naar l’Abri toe, waaronder ook een zekere JoAnn uit Amerika. We vonden elkaar in zowel geloof als humor. Eind 1970 vroeg professor Rookmaker ons te gaan werken in l’Abri Nederland in Eck en Wiel, samen met Wim en Greta Rietkerk.’

Na l’Abri gaf je tien jaar maatschappijleer. Daarna koos je definitief voor de kunst. Vanwaar die switch?
‘Het was een moeilijk vak, dat ik elke dag moest verdedigen voor een klas vol kritische leerlingen. Intussen had ik dankzij ons werk bij l’Abri contacten met kunstenaars opgebouwd. De figuratie was op z’n retour. Abstract was in, maar daar had ik niet zo veel mee. Het realistische werk van hedendaagse kunstenaars als Henk Helmantel, Pit van Loo, Jan van Loon, Rein Pol, Jan van der Scheer en Jan Zwaan – de Zwiggeltegroep – trok mij aan. Ik wilde hun werk aan een breed internationaal publiek tonen: om te beginnen in het Smithsonian, in Washington, en daarna op zes andere plaatsen in Amerika. Na dit avontuur besloot ik kunst te gaan verkopen en kunstboeken en kaarten uit te geven via het bedrijf Art Revisited.’

‘Een goed ogende pizza die niet lekker is, mist gewoon kwaliteit’

Vervolgens werd je door de EO benaderd om filmportretten te maken…
‘Dat was zeven jaar later. Ze belden me op of ik tien kunstenaarsportretten wilde maken en lieten mij de vrije hand. Ik koos voor verschillende stijlen, figuratief en abstract, zo lang het maar kwaliteit had. Tien minuten per portret. Over het doel van het programma had ik inmiddels wel een vastomlijnd idee: gewone mensen interesseren voor kunstenaars, voor hun werk en hoe ze werken. Ik wilde die portretten bij wijze van spreken voor mijn buurvrouw maken. De kunstenaars lieten zich echter niet zomaar overtuigen. Het atelier is voor sommigen echt hun persoonlijk “heilige der heiligen” waar zelfs hun vrouw niet mag komen. Door ze te laten merken dat het mij alleen om de kunst ging, kreeg ik vertrouwen. Dat leverde uiteindelijk 160 mooie filmportretten op.’

Wanneer heeft kunst kwaliteit?
‘Je moet veel gezien hebben om een besef van kwaliteit te ontwikkelen. Het gaat daarbij om compositie, kleur en de manier waarop het materiaal behandeld wordt. De stijl van de kunstenaar bepaalt het tempo waarmee zijn werk tot stand komt. Jan van Loon schildert soms portretten in een uur. Rein Pol doet er veel langer over. Art is self-explanatory: het werk verklaart zichzelf en hoeft niet nader te worden uitgelegd. Je weet dan ook meteen of het kwaliteit heeft. Het is net als met een perfecte pizza: hij ziet er goed uit én hij is lekker. Een goed ogende pizza die niet lekker is, mist gewoon kwaliteit.’

Wat wilde je met je filmportretten bereiken?
‘Opvattingen over portretten zijn altijd cultureel bepaald, maar ik wilde bovenal recht doen aan de kunstenaar met wie ik werk en het materiaal dat ik uiteindelijk laat zien. Verder is het zo dat wat je laat zien heel sterk tot de verbeelding kan spreken. Dat schept een zekere verantwoordelijkheid.’

Hans van Seventer: ‘Wat mij onderscheidt van mijn niet-christelijke vrienden is dat ik voor ze bid. Wat God daarmee doet, is zijn zaak.’ (beeld Ruben Timman)

Hans van Seventer: ‘Wat mij onderscheidt van mijn niet-christelijke vrienden is dat ik voor ze bid. Wat God daarmee doet, is zijn zaak.’ (beeld Ruben Timman)

Heeft kunst met geloof, schoonheid en waarheid te maken of meer met ordening van chaos, zoals de Duitse filosoof Theodor Adorno beweert?
‘In alles wat wij doen zit een ordening. De relatie met geloof is dat je als beelddrager van God doet wat Hij in je heeft gelegd. Wij kunnen alleen herscheppen, vorm geven aan materiaal. En daaruit groeit iets. Kunst wordt geïnspireerd door onze eigen ervaring van deze werkelijkheid. Als daarin de relatie met God meespeelt, is dat echter niet per se beter. Er zijn geen christelijke schilderijen. Wel schilderijen met een christelijk thema. Als je christen bent én schilder, moet je gewoon goed schilderen. Die invloed van je geloof is er wel, maar dat hoeft niet expliciet uitgedrukt te worden. Het wordt dan al snel propagandakunst.’

Welk inzicht is leidend voor jou geworden in je leven?
‘De rol van het gebed. Ik breng allerlei dingen voor de Heer. Wat mij onderscheidt van mijn niet-christelijke vrienden is dat ik voor ze bid. Wat God daarmee doet, is zijn zaak. Ik word altijd zeer bemoedigd door de antwoorden die God zelf geeft. Ooit bad ik voor een jongen die maandenlang kanker had. Op gegeven moment kreeg ik het gevoel dat ik God in de weg zat, dat ik moest loslaten. Ook dat kan een antwoord zijn, hoe moeilijk ook om te aanvaarden op dat moment.’

Zijn er wat jou betreft ‘heilige huisjes’ gesneuveld?
‘Kerkisme. Voor je het weet, word je bepaald door cultuurgebonden regels die door kerk en gelovigen zijn opgelegd. L’Abri is voor mij een belangrijke vorming geweest. Zodra je internationaal werkt, ga je letten op wat je verbindt in plaats van wat je scheidt. Ik ben veel opener geworden voor allerlei vormen van christelijk geloof – van zwaar hervormd tot charismatisch.’

Love in War & Peace heet je nieuwe film over twee niet-kunstenaars. Waarom wil je juist dit verhaal voor het voetlicht halen?
‘De eerste hoofdpersoon, Malcolm Morris, is de vader van een Australische vriendin. Met zijn ongelofelijke en bijzondere oorlogsverhaal richt ik me op de jeugd. Op bewustwording van wat oorlog teweegbrengt. Wat kost het je als je eraan gaat meedoen? Wat doet dat met je relatie? Malcolm verloor zo de liefde van zijn leven. Maar… het eindigt met een wonder!’

Ten slotte: je hebt honderden portretten van anderen gemaakt. Welk beeld heb je van jezelf?
‘Ach, daar denk ik eerlijk gezegd nooit over na. Ik ben een beetje eigenwijs, dat wel. Maar verder ben ik nauwelijks met mezelf bezig.’

Schuilplaats
L’Abri (‘onderdak, schuilplaats’) begon als christelijk studiecentrum te Huémoz (Zwitserland). L’Abri werd opgericht in 1955 door filosoof en theoloog Francis Schaeffer en zijn vrouw Edith om een Bijbelse, op Christus gerichte benadering van leven en leren te delen met bezoekers. Kernwoorden: gastvrijheid, cultureel bewustzijn, groei in gemeenschap met God en met elkaar, door de kracht van de Geest. L’Abri is inmiddels vertegenwoordigd in zeven landen, waaronder Nederland. Nog steeds trekt l’Abri wereldwijd duizenden jongeren aan.

Over de auteur
Elise Lengkeek

Elise Lengkeek publiceert literaire non-fictie, is tekstschrijver en journalist.

Meest gelezen

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Willem Griffioen: ‘Ik verlang dat Jezus recht maakt wat krom is’

Elze Riemer
  • Interview
  • Ontmoeting

De vrijheid en blijdschap van het evangelie uitdragen – daar leeft voorganger Willem Griffioen voor. Dwars door tegenslag en tegenwerking heen blijft dit zijn drijfveer, als kerkelijk opbouwwerker in Zuid-Afrika, als gemeentepredikant en op dit moment als voorganger en pionier in Amsterdam.

Lees artikel
Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Frans Korpershoek: ‘Ik ben gaan omarmen wie ik ben’

Wilfred Hermans
  • Achtergrond
  • Interview
  • Ontmoeting

Kijk je hem diep in het hart, dan is Frans Korpershoek een ondernemende wereldverbeteraar. In Maassluis en omstreken staat hij bekend als de oprichter van een goedlopende kringloopwinkel, al kent christelijk Nederland hem vooral als zanger van Sela. ‘Ik voel me nog steeds geen geweldige zanger, maar ik weet wel dat ik een boodschap goed kan overbrengen.’

Lees artikel
‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

‘Een homo is meer dan zijn seksuele verlangens’

OnderWeg
  • Achtergrond
  • Interview
  • Thema-artikelen

Wolter Rose weet al sinds de jaren tachtig dat hij homo is. ‘Overtuigd door het evangelie van Christus’ koos hij voor een celibatair levenspad. En lange tijd was dat in de gereformeerde wereld de geëigende route, maar het tij keert. ‘Vroeger had je wat uit te leggen als je als homo een relatie aanging, nu ben ik degene die wat uit te leggen heeft.’

Lees artikel
Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Gertjan van Harten: ‘Ik ben niet gespaard, nee’

Wilfred Hermans
  • Interview
  • Ontmoeting

In de muziek verkiest Gertjan van Harten – predikant van de GKv Spakenburg-Zuid – een rauwe schreeuw vol oprechte pijn boven een zoetsappig verhaaltje dat haaks op het leven staat. Hij kan het weten. ‘Ze zei: “Mama, ik ben zo bang.” Ik dacht: wij ook, meissie.’

Lees artikel

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief