Het evangelie onder de pygmeeën
- Interview
- Thema-artikelen
De Groningse professor Benno van den Toren werkte jarenlang samen met zijn vrouw als zendeling-docent in Afrika. Hoe wordt het (kerst)evangelie daar beleefd? En wat betekent dat voor de manier waarop je Gods goede nieuws probeert over te brengen?
Benno (Bernard) van den Toren (1966) stond als theologisch student al open voor zending, samen met zijn vrouw, die hij al vroeg had leren kennen tijdens een evangelisatie in Antwerpen. Hij wilde graag leren van de wereldkerk en werd geïnspireerd door predikanten met buitenlandervaring in de zending. Hij was hervormd, maar vond bij de CGK een vacature voor de theologische opleiding in Bangui, Centraal-Afrikaanse Republiek. Daar nam hij, naast zijn academisch werk, deel aan veldwerk, vanuit de overtuiging dat een docent niet met de rug naar de praktijk moet staan. Hij was betrokken bij het opstellen van een geloofsbelijdenis van en voor de Akapygmeeën. Momenteel is hij hoogleraar interculturele theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen.
In hoeverre mag je met het evangelie aansluiten bij een cultuur?
‘Het evangelie steekt altijd in op ons leven op onze plaats en in onze tijd. In Afrika betekent dat bijvoorbeeld dat Christus iets te maken heeft met de ervaring van ziekte. Er is een manier van verkondiging die zegt: Christus vergeeft je zonden en dan mag je in de hemel komen. Afrikanen kunnen dat niet relateren aan grote delen van hun leven. Van die aspecten kan Hij dan geen Heer en redder zijn. Het gevolg is dat ze bij de dood of bij conflicten terugvallen op andere manieren om daarmee om te gaan. Het leidt dus tot een gemengde religie. Op een vergelijkbare manier kun je in Nederland op zondag je geluk alleen in Christus vinden, maar in de week je geluk zoeken in een succesvolle carrière.
Contextualisering betekent dat je het aansprekende van het evangelie dicht bij de mensen brengt, maar ook de pijnpunten benoemt en de dwaasheid ervan laat zien. Hoe ver je mag gaan, kun je niet altijd van tevoren zeggen. Beslissend is of we recht doen aan Christus zoals Hij zich in het evangelie openbaart.
In een andere tijd doen zich weer andere uitdagingen voor. Zo stond de kerk van de Reformatie voor een andere uitdaging dan de oude kerk. Wat de oude belijdenissen betreft, zaten Rome en de Reformatie op één lijn: Christus is volledig God en volledig mens. Maar Luther zei: nu, in deze context, gaat het om de genade. Je kunt dus orthodox zijn ten opzichte van het verleden en toch het evangelie in het heden geen recht doen. In het begin van de kerkgeschiedenis was het nieuw dat heidenen zonder besnijdenis tot geloof kwamen, dat moest toen besproken worden.’
‘Vreemd is dat Christus, de meester, iedereen wil dienen’
U hebt in Afrika onder de pygmeeën gewerkt. Hoe vieren zij kerst?
‘Een kerstviering bij de pygmeeën heb ik niet meegemaakt, dat was te ver van waar wij woonden. Wel vierde ik kerst in één van de Afrikaanse dorpen rond Bangui. Kerkdiensten duren er twee tot drie uur, maar het gaat er veel relaxter aan toe: je mag te laat komen en je kunt even weggaan. Een kerstviering duurt wel vijf uur. Het is een gemeenschapsfeest. Allerlei groepen geven korte presentaties, zoals huisgroepen, jongeren en de vrouwenvereniging.
Rondom kerst zijn er ook veel activiteiten. De avond voor kerst is er een lange samenkomst waarin in toneelstukken de kerstgeschiedenis wordt nagespeeld. Dat is vaak hilarisch, er wordt veel gelachen, maar ook serieus. Het kerstverhaal komt dichtbij. Een ongetrouwd meisje dat een kind verwacht: dat herkennen ze, het komt daar veel voor.
Het kerstverhaal wordt afgesloten met Herodes en de soldaten. In Nederland zouden we dat nooit doen, en in het begin vonden mijn vrouw en ik dat gek. Ze maakten er zelfs veel werk van, compleet met militaire uniformen. Soldaten die altijd proberen mensen geld uit de zak te kloppen, werden belachelijk gemaakt.
De mensen daar hebben regelmatig te maken met burgeroorlog, moord en verkrachting. Een scène over een koning die om zijn eigen zin door te drijven alle kinderen vermoordt (compleet met gillende vrouwen) is voor hen heel herkenbaar. De boodschap wordt wel vertolkt: daardoorheen verlost God de wereld. Je kunt niet in het hart van de mensen zien of dat ook bij iedereen overkomt. Maar dat geldt ook in een Nederlandse kerkdienst: nemen de mensen meer mee dan het spel van een mooie liturgie: orgelspel, toespraak, een mooi gebed?
Ook in Nederland vind ik het moeilijk om met kerst te preken. Aan de ene kant moet je niet de zweep leggen over al het consumentisme en zoeken naar spiritualiteit. Aan de andere kant moet je ook niet puur de verwachting van de kerstbeleving bevredigen.’
Benno van den Toren: ‘Maken wij duidelijk waarom Christus van beslissende betekenis is?’ (beeld Maarten Boersema)
U zei dat ook de pijnpunten van het evangelie overgebracht moeten worden. Waar liggen die voor de pygmeeën? Zij hebben samen met anderen een geloofsbelijdenis opgesteld (zie kader) en u bent daarbij betrokken geweest. Kunt u aan de hand daarvan een toelichting geven?
‘Om te beginnen: de pygmeeën hebben al een schepper-god. God heeft een naam; in elke stam weer een andere. Die naam, bij de pygmeeën Komba, is gebruikt in de Bijbelvertaling in hun taal. Maar Komba is de god van de pygmeeën. Religie gaat niet over de hele wereld, maar over je eigen stam en je eigen voorouders. Wat moeten ze dan met een verlosserfiguur uit een vreemd volk? Daarom wordt in hun geloofsbelijdenis de heilsgeschiedenis benadrukt: God is de God van alle volken en stammen, maar koos één familie en volk uit waaruit de redder voor alle stammen is voortgekomen. Abraham is onze adoptief-voorouder, wij zijn geadopteerd. Dat is een gedachte van de bekende Ghanese theoloog Kwame Bediako, die aansluit bij Bijbelse gegevens: de heidenen zijn geënt op Israël, God kan zelfs uit stenen kinderen van Abraham verwekken, Christus heeft schapen die niet van deze stal zijn.’
Kun je aan de pygmeeën duidelijk maken dat met kerst God in genade en liefde zich naar de mensen neerboog en zo ja, hoe?
‘De pygmeeën voelen zich niet schuldig. Ze weten wel dat ze van God verwijderd zijn geraakt. Er zijn verhalen over een oorspronkelijke goede schepping met een rechtstreekse verbinding tussen God en mensen. Maar er ging iets mis, er gebeurde iets ongelukkigs, en daarom trok God de touwladder op; dat kwam niet doordat de mens een gebod van God overtrad. De geloofsbelijdenis brengt de zonde wel onder de aandacht, maar niet vanuit een algemene wet. De mens is door God geroepen, maar is andere goden gaan dienen, op andere machten gaan vertrouwen en hulp bij ze gaan zoeken.
Er ligt veel nadruk op Gods liefde. De invalshoek is niet zozeer genade als antwoord op zonde, maar liefde als iets onverdiends, waar ik geen aanspraak op kan maken. Zoals een vader van zijn kind houdt, houdt God van ons. Dat spreekt de pygmeeën sterk aan: vaders brengen met hun kinderen, ook als ze nog klein zijn, veel tijd door, meer dan in de meeste andere culturen.’
En hoe zit dat met het element dat Christus zichzelf vernederde? Is de cultuur in Afrika niet, zoals vaak gezegd wordt, een schaamtecultuur in plaats van een schuldcultuur, zoals de onze?
‘Nederigheid neemt bij de pygmeeën een grote plaats in. Maar dat is dan nederigheid van een ondergeschikte tegenover een meerdere: zoon tegenover vader, vrouw tegenover man, knecht tegenover baas. Vreemd is dat Christus – die de hoogste is, de meester – iedereen wil dienen. Sommigen hebben dat wel door, anderen niet.
‘Bij ons is het geloof in de voorzienigheid afgekalfd’
In Afrika is macht het belangrijkste, tegenover zwakheid. Schaamte speelt een grote rol, maar dan tegenover andere mensen: de Afrikaan ziet zichzelf altijd in relaties. Schaamte is een kwestie van gezichtsverlies, niet een gevoel van persoonlijke schuld. Bij ons was in de zestiende eeuw schuld belangrijk, maar nu gaat het toch ook meer over eer en schaamte: hoe sta je bekend op Facebook. De Afrikaan ziet Christus vooral als koning. De geloofsbelijdenis heeft veel aandacht voor Christus als overwinnaar van dood, ziekte en boze geesten. Een vreemd element in hun cultuur is dat Jezus ook koning was in zwakte. De geloofsbelijdenis benadrukt dat ziekte en dood in het christelijk leven nog wel een rol spelen.’
Wat kunnen wij van de pygmeeën leren, speciaal op de punten waar we het over gehad hebben?
‘In de spiegel van de pygmeeën moeten wij kijken naar onszelf. In hoeverre is het evangelie zoals wij het verwoorden voldoende in gesprek met de cultuur? Maken wij duidelijk waarom Christus van beslissende betekenis is? De God van de pygmeeën heeft nadrukkelijk te maken met het alledaagse leven: zijn zorg, zijn voorzienigheid, genezing. Bij ons is het geloof in de voorzienigheid afgekalfd. Dat heeft te maken met de natuurwetenschap; dat is een gegeven. Maar wij hebben het ook minder nodig: wij hebben ons leven op orde. Geloof is bij ons geworden tot betekenis geven. We verliezen dan ook veel. We zijn de link met zwakkere sociale lagen verloren.
Ik ben betrokken bij een pioniersplek in Groningen waar het leven veel moeilijker is. Traditionele kerken maken zich zorgen over Doorbrekers en Mozaïek0318, maar die brengen God wel heel dicht bij het dagelijks leven. In preken over Zondag 10 (over Gods voorzienigheid, PH) hoor ik vooral zeggen dat wij dat vandaag moeilijk kunnen geloven. Als dominees op ziekenbezoek gaan, zeggen ze niet veel meer dan: God is erbij. Vanuit het evangelie van kerst kunnen we spreken over Christus’ zwakheid én kracht voor ons.’
Uit de geloofsbelijdenis van de Akapygmeeën
4. God heeft een plan voor de hele mensheid. Voor Hem zijn alle stammen en alle families gelijk. Toch begon Hij een bijzondere geschiedenis met één familie en één volk: de familie van Abraham en het volk van Israël. Hij deed dit opdat door dit volk alle volken van de aarde zijn zegen ontvangen.
5. Uit dit volk Israël werd de Zoon van God geboren als een mensenkind, Jezus van Nazaret. De Zoon van God werd mens om de mensheid terug te brengen bij God. Hij was een zoon van Israël, maar Hij is redder van de hele mensheid. Hij is geen biologische voorouder van de pygmeeën, maar Hij kwam van de schepper van de pygmeeën en van alle volken. Wij zijn allemaal uitgenodigd om zusters en broeders van Jezus van Nazaret te worden.
Overgenomen uit: Benno van den Toren, Growing Disciples in the Rainforest. A Contextualized Confession for Pygmy Christians, vertaald door Piet Houtman. Zie media.web.britannica.com/ebsco/pdf/038/43862038.pdf.
Piet Houtman is theoloog, voorganger en journalist.



