Grensgangers: vervreemd van de kerk op zoek naar God
- Opinie
Onlangs was ik bij Groot Nieuws Radio om te praten over kerkverlating. Aan het einde van het gesprek werd ineens gevraagd: ‘Hoop je dat mensen altijd weer de weg naar de kerk terugvinden?’ Ik viel even stil en zei toen maar eerlijk: ‘Nee, ik geloof niet dat dat is wat ik hoop.’ Er volgde een ongemakkelijk moment. Het was vermoedelijk niet het gewenste antwoord.
Kerkverlating is een thema dat ik momenteel aan het uitdiepen ben. En dan met name kerkverlating door gelovigen die vervreemd raken van de kerk zoals we die kennen, maar wel degelijk God blijven zoeken. Zulke ‘grensgangers’, op de grens van geloof en kerk, zijn niet voor niets vervreemd van de bestaande kerken. Ik zie hen dan ook niet zo snel terugkeren. Daarmee is niet gezegd dat ik weinig hoop heb, maar ik voel wel een drang om hun verhaal helderder voor het voetlicht te krijgen en hun zoektocht te begrijpen. Uiteindelijk geloof ik zeker dat elke gelovige een geloofsgemeenschap nodig heeft, al is de vraag hoe dat er in de komende jaren uit gaat zien. Grensgangers kunnen zich twee kanten op bewegen, maar voor velen is er geen weg terug naar bestaande kerkvormen.
Verwevenheid
Kerkverlating dus? Ja en nee. Misschien wel vooral nee. In dit blad was al eerder aandacht voor zowel geloofsverlating als kerkverlating. Het thema leeft. Dat merk ik ook als ik als begeleider/coach met kerkenraden aan het werk ben. In bijna elk contact komt het ter sprake: wat doen we met afhakende jeugd? Ik word me daarbij steeds meer bewust van wat de jeugd ervan weerhoudt om aan te haken en daardoor heb ik minder de neiging om het gelijk te bestempelen als het loslaten van God en het geloof.
Ik zie hen niet zo snel terugkeren
In het klassieke beeld van kerkverlating is er een sterke verwevenheid tussen kerkverlating en geloofsverlating. Mensen haken af van de kerk, vaak na de nodige negatieve ervaringen, maar met daaronder ook een vervreemding van God, Jezus en de Bijbel. Maar wat als dat laatste niet aan de orde is? Wat als iemand van harte gelooft, bidt, de Bijbel koestert en God zoekt in zijn of haar leven, maar intussen niet meer uit de voeten kan met de kerk?
Grensgebied
Met de term grensganger probeer ik de verwarring tussen kerkverlating en geloofsverlating te voorkomen. Mij valt op dat een groeiende groep mensen zich in een soort grensgebied bevindt. Soms nog lid van een kerk, soms zelfs nog betrokken, maar intussen volledig vervreemd van hoe het er binnen de gemeente aan toegaat. Dat kan op allerlei vlakken zijn: van de zondagse samenkomst tot de onderlinge gesprekken of de thema’s die spelen.
Een zichtbaarder deel van de grensgangers heeft de grens van de kerk al gepasseerd en vertoeft ‘buiten’ – zonder dat ze zich nu ongelovig voelen of gedragen. God is aanwezig in hun leven. Zo had ik een aantal gesprekken over geloof en Bijbellezen met een jonge vrouw met een rooms-katholieke achtergrond. Ze had in diverse kerken rondgekeken, maar niet gevonden wat ze zocht. Intussen ging er geen dag voorbij zonder dat ze tot God bad. Ze twijfelde geen moment aan God en dat geloof was voor haar levend en echt.
Diversiteit
Momenteel werk ik aan een project om de verhalen van grensgangers te verwerken en te koppelen aan wat ik zie gebeuren en ook bij mezelf proef. Het is nog te vroeg om al inzicht te krijgen in getallen, motieven en oplossingen. Mijn eerste doel is luisteren en begrijpen. Wat bezielt deze zoekers tussen kerk, wereld en geloven? Deze dakloze gelovigen, kerknomaden, kerklozen of gelovige afhakers?
Wat laat God ons momenteel zien?
Wat ik proef, is een enorme diversiteit. Dat mag geruststellend klinken, maar dat is het niet. Dat aspect kenmerkt ook de ‘gewone’ kerkgangers binnen de kerkmuren steeds meer: diversiteit in denken en doen, in uitingsvormen en behoeften. Het collectieve, dat juist orthodoxe kerken kenmerkte, staat onder druk. Een tijd lang leek het erop dat meer liturgische diversiteit voldoende ruimte kon bieden aan al die verschillende mensen. De opkomst van de grensgangers laat volgens mij zien dat het dieper zit dan liturgische diversiteit. Ik proef vervreemding van veel meer elementen van onze kerkcultuur.
Is dat een gevolg van de secularisatie en de invloed van de postchristelijke cultuur om ons heen? Ja, vast, maar daarmee is nog geen enkele vraag beantwoord, laat staan iets opgelost. Zou de kerk van alle eeuwen niet bestand moeten zijn tegen wat post-christelijke verschuivingen in de omringende cultuur? Was de christelijke kerk niet juist een thuisbasis voor diverse culturen, te midden van een volstrekt niet-christelijke omgeving? Waarom lukt dat dan nu steeds minder?
Netflixgeneratie
Het is te gemakkelijk om deze afhakers oppervlakkigheid na te dragen of een gebrek aan geloof of aan kennis van de geschiedenis. Het is wijzer om zelf in de spiegel van de tijd te kijken: wat laat God ons momenteel zien? Dan zie ik de kerk in een grensgebied komen waar we vaak nog onvoldoende raad mee weten. Sommigen haken nu al zodanig af dat ze buiten de zichtbare en georganiseerde kring van de gemeenschap raken. Ze kiezen hun eigen route en hun eigen manier. Dat is typisch postmodern en past bij een netwerksamenleving waarin mensen constant hun eigen netwerken kiezen en bijstellen; bij de Netflixgeneratie zeg maar.
Het heeft iets van een cultuurbreuk. Werelden die zo uit elkaar groeien zie ik ook niet zomaar weer bij elkaar komen. Wat moeten we daarmee als kerk? Op z’n minst het verschijnsel erkennen en niet gelijk veroordelen of oplossingen verzinnen. En evenmin gewoon doorgaan alsof er niets aan de hand is. De grensgangers zijn in zekere zin ook een baken in zee: zij kunnen helpen om het grensgebied waar we allemaal in terechtgekomen zijn te verkennen en opnieuw te zoeken naar waar het werkelijk om gaat. Wat is kerk? Wat is samen geloven? Wat hebben we nodig om Jezus te volgen in deze tijd waarin bestaande kerkvormen onder druk staan? Dat zijn essentiële vragen; ze helpen ons om God te zoeken op onverwachte plekken en manieren.
Remmelt Meijer is teamleider bij Nederland Zoekt, theoloog en coach.



