Column: ‘Ik wil roest’
- Column
De laatste keer dat ze op dinsdag bij ons thuis kwam werken, maakte Anna (zo noem ik haar even) een gehaaste indruk. De wallen onder haar ogen waren dikker en donkerder dan normaal. ‘Chaos in mij huis’, antwoordde ze toen ik vroeg hoe het ging. Op datzelfde moment ging haar mobiel.
Sinds de Bulgaarse Anna wekelijks bij ons thuis schoonmaakt, hebben we letterlijk de arme kant van Nederland over de vloer. Nederlands spreekt ze nauwelijks, ze doet wel altijd vrolijk, maar alles aan haar ademt treurnis en verval. Ze moet eigenlijk naar de dokter. ‘Pijn bij lopen’, vertelde ze laatst, wijzend naar haar heup. Maar als niet-ingezetene zonder baan is ze hoogstwaarschijnlijk niet verzekerd tegen ziektekosten.
Anna’s aanwezigheid maakt mij altijd wat onrustig. Onverstoord aan m’n schrijfwerk zitten terwijl zij strijkt of de badkamer boent, lukt me niet. Ik sta op, vraag of ze koffie wil of een uitgeperste sinaasappel (‘Vitamines gezond voor jou’), haal schoon water en zeg dat ze niet te hard moet werken. De wekelijkse confrontatie met haar lamentabele situatie zet me blijkbaar in beweging.
En toch voelen de fooi en de vitamines
als een afkoopmanoeuvre, merk ik
Verwonderlijk is dat trouwens niet, las ik onlangs bij Henri Nouwen. De misère van een ander zien, zet ons aan tot helpen. We willen iets doen voor mensen in nood. Dus nemen we een Afrikaans sponsorkind, shoppen we niet meer bij de Zara, ruilen we onze iPhone in voor een Fairphone, geven we trouw de tienden en een fooi aan onze Bulgaarse werkster. Heel goed, schrijft Nouwen, blijf dat doen. En toch voelen de fooi en de vitamines als een afkoopmanoeuvre, merk ik. Is dit alles wat ik Anna te bieden heb?
Als zij die dinsdag in onze keuken haar mobiel opneemt, klinkt er boos mannengetier. Beschaamd kijkt Anna mij aan terwijl aan de andere kant van de lijn het geschreeuw doorgaat. ‘Man, drienken’, verontschuldigt ze zich even later. ‘Moeilijk voor jou’, zeg ik en ze knikt: ‘Ik wil roest’ (rust).
Op dat moment weet ik het zeker: naast vitamines, fooi en vriendelijkheid ga ik haar binnenkort een keer over Jezus vertellen.
Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.


