Droom en Vreesman
- Special 2016
- Thema-artikelen
V&D was een begrip. Iedereen kwam in de vertrouwde, centraal geplaatste warenhuizen. Toch is het bedrijf nu failliet, want er kwamen steeds minder bezoekers. Vooral jongeren herkenden zich niet in de formule en voelden zich ongezien. Te laat groeide bij de leiding het besef dat er veel grondig mis was.
Terugkijkend zeggen we dat:
ze onvoldoende inspeelden op trends, bijvoorbeeld op de ontwikkeling dat klanten als partner benaderd willen worden;
ze medewerkers soms belangrijker vonden dan klanten;
ze geen duidelijke eigen geur en kleur meer hadden;
ze te weinig visie etaleerden.
En dus is het einde oefening. De eigenaar zag onvoldoende return on investment en dus ging de kogel door de kerk.
Gelukkig is de vrees van de één de droom van anderen. En ja, Droom & Vreesman staat hier model voor veel gevestigde kerken. Ook dat waren huizen van vertrouwen, begrip en cohesie. Maar voor deze kerken is er echt hoop. Die verken ik met V&D als spiegel. Ik droom van drie soorten doorstarts: de strategische groep, het sterke merk en de start-up.
Voor het behouden van de traditionele klanten (die trouwens geen klanten maar medewerkers zijn) bieden we een oude, vertrouwde sfeer aan, omdat we deze groep ook serieus nemen. We zouden een oudernevendienst kunnen inrichten.
Voor het aantrekken van nieuwe bezoekers gaan we strategische groepen onderscheiden. Er is zo veel winst te halen als we jongeren of stedelijke armen of singles of moslims of … tot het brandpunt van ons vuur maken.
Veel mensen identificeren zich graag met sterke merken. Hillsong slaagt erin om een kerk te zijn waar de betrokkenen trots op zijn. Bij New Wine dragen mensen met plezier shirts van de organisatie. Ik zie vergelijkbare dingen bij Vrij Zijn, Youth for Christ, IJM en Tear. Is het toeval dat alle hier genoemde organisaties ‘vernieuwingsbewegingen’ met goede doelen en waardevolle innovaties zijn? Bij sterke kerken willen ook in 2016 mensen betrokken zijn.
De grootste droom heb ik voor start-ups. Wendbare wondernemers, die de samenleving induiken en als alternatieve organisatievorm weer opduiken. Huis-, buurt- en werkgemeenten, geleid door apostelen, profeten en evangelisten, die het voorbereidende werk doen voor de herders en de leraars. Kleine gemeenschappen, waarin ‘kerk’ niet beperkt is tot speciale tijden, speciale plaatsen en speciale mensen. Kerk zijn wordt dan meer een gezamenlijke levensstijl, waar we anderen bij willen betrekken.
Het zijn, hoe dan ook, kortdurende projecten. Bij ‘mislukking’ gaan we het anders proberen, bij zegen dragen we het over aan een gevestigde kerk, om zelf een nieuwe start-up te beginnen. De Eigenaar wil immers return on investment. Zelf spreekt Hij van dertig-, zestig- en honderdvoud.
Jan Lok (56) is betrokken bij vijf soorten kerken, vanouds GKv. Verder is hij docent bedrijfskunde aan de Christelijke Hogeschool Ede. Meer weten: waargemaakt.wordpress.com.
De toekomst van de kerk, dat zijn wij, de nieuwe generatie. Wij moeten zorgen dat mensen bij de kerk niet aan iets saais denken – goh, we moeten weer de kerkbanken in; kijk, het orgel staat al klaar – maar dat het een levendig gevoel geeft. Iets waar je mensen gemakkelijk mee naartoe kunt nemen: voor iedereen toegankelijk, zonder grote drempel. Ook moeten we in praktijk brengen hoe Jezus leefde. Dus niet uren naar een preek luisteren en er daarna niets mee doen. Mijn droom is dat we net als Jezus mensen mogen aanraken. De kerk heeft de laatste jaren veel vergrijzing meegemaakt, maar ik geloof dat wij als nieuwe generatie gaan strijden en de kerk nieuw leven gaan inblazen!
Nadine, 18 jaar





