De monsters van onze angst
- Thema-artikelen
Hoewel ze in de Bijbel meermaals voorkomen, zal vandaag de dag niemand meer in monsters geloven. Toch hebben ze ons wat te vertellen, schrijft Jaap Dekker. Monsters hebben nog steeds een grote symboolwaarde.
Leviatan op het fresco ‘Het Laatste Oordeel’ van Giacomo Rossignolo. Leviatan zal voorgoed overwonnen moeten worden. (beeld Castrocane/Wikimedia Commons)
Op verschillende plaatsen in de Bijbel komen monsters voor. Soms dragen ze een naam. Leviatan bijvoorbeeld, of Tannin of Rahab. Leviatan en Tannin komen ook voor in buitenbijbelse teksten uit de Kanaänitische wereld. Het gaat om mythische monsters die vaak als een zevenkoppige zeeslang werden voorgesteld. Ze werden als een bedreiging gezien voor al het leven op aarde. Het waren antischeppingsmachten die steeds weer de kop opstaken. Deze monsters moesten worden verslagen om het leven voortgang te laten vinden. In de Kanaänitische wereld keek men daarvoor naar de god Baäl. In de Bijbel wordt de overwinning op deze chaosmonsters aan de HEER toegeschreven.
Moderne mensen denken al gauw dat dit primitieve voorstellingen zijn. Zulke monsters bestaan nu eenmaal niet. Maar dat is te snel gedacht. Deze monsters gaven uitdrukking aan een angst die op de bodem van elk mensenhart leeft. Angst voor natuurkrachten die een verwoestend monster kunnen zijn, zoals aardbevingen en overstromingen. Maar ook angst voor chaosmachten die het wereldgebeuren in hun greep kunnen krijgen en dictators voortbrengen die dood en verderf zaaien.
Volgens Bob Becking, auteur van Zonder monsters gaat het niet, kunnen ook wij niet zonder deze voorstelling. Monsters hebben nog steeds een grote symboolwaarde. De mens moet namelijk altijd weer antwoord vinden op een diepgevoelde angst voor dat wat het leven bedreigt, maar vaak onbenoembaar is. Door aan deze angst de naam van een mythisch symbool te verbinden, kan de mens zijn angst hanteerbaar maken. Zo verricht de mens een rituele handeling die hem helpt om de gebrokenheid van het leven te aanvaarden.
Indringende vragen
Daarmee is echter nog niet alles gezegd. Leviatan is meer dan een symbool. Het Nieuwe Testament herkent de boze zelf in hem, de duivel (Openbaring 12). Met rituele handelingen alleen redden we het dan ook niet. Leviatan zal voorgoed overwonnen moeten worden (Jesaja 27:1).
Tegenover de angst voor de chaosmachten komt de Bijbel daarom met een boodschap van verlossing en hoop. De profetie van Jesaja 51:9-16 is daar een prachtig voorbeeld van. Die begint met een wake-upcall aan het adres van God (vers 9-11). Het rijk van Babel is bezig ineen te storten en de Perzische koning Cyrus trekt als veroveraar rond. In de politiek chaotische situatie van dat moment smeken Israëls ballingen om hulp bij God. Ze beroepen zich op wie God is: ‘Ontwaak! Ontwaak! Bekleed U met macht, arm van de HEER! Ontwaak als in vroeger dagen, als in lang vervlogen tijden! Bent U niet de neerhakker van Rahab, de doorboorder van Tannin?’ (eigen vertaling). Het is een smeekbede waaruit geloof spreekt. Maar er klinkt ook angst in door. Angst om verzwolgen te worden: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!’
In zijn reactie (vers 12-16) is het God zelf die deze angst benoemt. Hij stelt drie indringende vragen: ‘Ik, Ik ben het die jullie troost. Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling (…)? Hoe kun je de HEER vergeten (…)? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst (…)?’ De angst wordt getypeerd als het vergeten van de Heer. Een vorm van kleingeloof dus. Want als de ballingen toch werkelijk zouden geloven wat ze zojuist beleden! Tegenover de angst stelt de Heer dan zijn scheppings- en verlossingsmacht. Hij presenteert zich als degene die zijn volk gemaakt heeft. De verbinding die God daarmee is aangegaan, is net zo verstrekkend als de hemel die Hij heeft uitgespannen en net zo duurzaam als de aarde die Hij gegrondvest heeft (vers 13).
Angst is een slechte raadgever. De ballingen zullen zich door geloof moeten laten leiden. Omdat God daar veel aan gelegen is, herhaalt Hij het nog eens aan het slot: ‘(…) Ik die de hemel geplant heb en de aarde gegrondvest, die tegen Sion zeg: “Mijn volk ben jij”’ (vers 16b).
Rumoer
Eén vers is bijzonder sprekend in dit verband, maar dan moet ik het wat anders vertalen dan de meeste Bijbelvertalingen doen: ‘Ik ben de HEER, jullie God, de tot-rust-brenger van de zee, wanneer zijn golven bruisen – HEER van de hemelse machten is zijn naam’ (vers 15). Zonder Rahab en Tannin opnieuw te noemen, zinspelen deze woorden op de angst die de ballingen hadden uitgesproken door God aan te spreken als ‘neerhakker van Rahab’ en ‘doorboorder van Tannin’. De Heer bevestigt hiermee zijn reputatie en presenteert zichzelf als degene die de zee tot bedaren brengt.
De bruisende golven zijn in de Bijbel een beeldspraak voor het rumoer van de volkenwereld (Jesaja 17:12-13). Ze veronderstellen de mythische voorstelling van de zee als chaosmacht en symboliseren opnieuw de angst van de ballingen. Maar de golven van de angst mogen bruisen, de Heer is bij machte om ze tot bedaren te brengen. Zelfs voorgoed.
Jesaja 51:9-16 is het evangelie tegen de angst. Een oudtestamentische versie van het verhaal van Jezus en de storm op het meer (Matteüs 8:26). Angst is een werkelijkheid waar elk mens mee te maken heeft. Het is ook niet gering wat er allemaal in de wereld gebeurt. Daar gaat ook vandaag dreiging van uit. Maar wanneer de angst de proporties van een monster krijgt, is het heilzaam om te horen wie de profetie daartegenover stelt: de neerhakker van Rahab, de doorboorder van Tannin, de tot-rust-brenger van de zee. Nieuwtestamentisch gesproken: Jezus Christus is zijn naam.
Binnenkort verschijnt een Engelstalige bundel over monsters in de Bijbelse wereld, met onder meer bijdragen van Koert van Bekkum en Jaap Dekker: Playing with Leviatan. Interpretation and Reception of Monsters from the Biblical World. Volgend jaar volgt een Nederlandse vertaling.
Dr. Jaap Dekker is bijzonder hoogleraar ‘Bijbelonderzoek en christelijke identiteit’ aan de Theologische Universiteit Utrecht.



