Op het speelveld blijven staan
- Opinie
- Thema-artikelen
De samenleving vergrijst en nergens lijkt dat zo hard te gaan als in de kerk. Wat heeft dat voor gevolgen? En hoe kan die uitdijende groep ouderen een waardevolle plek blijven innemen in het gemeenteleven?
Als je je aan Christus kunt overgeven, zul je ook blijven meedoen. Je neemt niet plaats op de tribune, maar blijft op het speelveld staan. (beeld l i g h t p o e t/Shutterstock)
De feiten over de leeftijdsontwikkeling en de bevolkingsopbouw in Nederland spreken duidelijke taal: het aantal ouderen neemt toe, het aantal jongeren neemt af, we worden gemiddeld ouder en die trend zal zich alleen maar voortzetten. In 2015 was 18 procent van de bevolking ouder dan 65 jaar. Dat aandeel zal de komende jaren stijgen naar meer dan 25 procent.
De geboortegolf van na de Tweede Wereldoorlog bereikt nu de 65-jarige leeftijd. Daarmee behoren de babyboomers tot de oudere generatie. Ondertussen blijft de levensverwachting stijgen, door de verbeterde gezondheidszorg en de betere leefomstandigheden. In 1900 kende ons land 10 mensen die 100 jaar oud waren, in 1997 waren dat er 1.000 en in 2010 1.400.
We spreken van vergrijzing, ontgroening, dubbele vergrijzing en in de kerk zelfs van driedubbele vergrijzing. Die vergrijzing heeft een aantal gevolgen:
1. De verhouding tussen werkenden en niet-werkenden verandert. Minder mensen nemen deel aan het arbeidsproces.
2. Het platteland en de dorpen ontvolken, omdat jongeren naar de stad trekken. Daar is onderwijs en werkgelegenheid.
3. Veel taken in de samenleving worden door ouderen vervuld of vallen weg.
4. Ouderen blijven langer deelnemen aan het arbeidsproces en het maatschappelijke leven.
5. Het aantal zorgbehoeftige ouderen neemt toe, evenals de intensiteit en de duur van de zorg. Sommige ‘jongere’ ouderen (65+’ers) moeten hun eigen ouders (85+’ers) verzorgen.
6. Traditionele kerken lijden onder het verlies van leden. De gemiddelde leeftijd van kerkelijke gemeenten neemt toe.
Zwitserlevengevoel
Waar spreken we eigenlijk over als we het over ouderen hebben? Oude platen over de levensloop laten de mens zien als een zich oprichtend wezen; van baby naar kind naar jongere naar volwassene. Iemand is op 50-jarige leeftijd op de top van de levensberg en daalt vervolgens weer af, om uiteindelijk in het graf te eindigen.
In onze tijd lijkt die tekening niet meer op te gaan. De levensloop voltrekt zich niet meer op een voor velen vergelijkbare, rechtlijnige manier. Ieder mens schrijft zijn eigen levensverhaal, waarin het aankomt op zelfsturing en zelfverwerkelijking. Mensen blijven bovendien veel langer vitaal en leveren daardoor tot op hoge leeftijd bijdragen aan de samenleving. Het clichébeeld van de passieve oudere in bejaardentehuis Avondrood is allang verdwenen.
De commercie doet er ook alles aan om ouderen een leven vol rozengeur en maneschijn voor te spiegelen. Economie en geneeskunde gaan hand in hand bij het inpalmen van de nog levenslustige maar vergrijzende bevolking. Een cruise hier, een stedentrip daar, overwinteren in Spanje: de mogelijkheden lijken eindeloos. Maar ziet de werkelijkheid er werkelijk zo uit?
Het clichébeeld van de passieve oudere in bejaardentehuis Avondrood is allang verdwenen
Frits de Lange, hoogleraar theologie in Groningen en Stellenbosch, spreekt hierbij over ‘de armoede van het zwitserlevengevoel’. Hij bindt de strijd aan tegen het ‘grijze genieten’. Het zwitserlevengevoel is maar voor weinigen weggelegd, zegt hij. Het deugt niet als ideaal.
In werkelijkheid ervaren ouderen dat twee factoren een steeds grotere rol in hun leven gaan spelen. Allereerst is dat regieverlies. Dat is een maatschappelijke, geestelijke en lichamelijke realiteit. Verantwoordelijkheden worden overgedragen aan de volgende generatie, kinderen worden volwassen en lichamelijke functies gaan langzaam maar zeker minder werken. De tweede factor is eindigheid. De ervaring dat dit de laatste levensfase hier op aarde is, speelt een bepalende rol. Om ouderen heen vallen mensen weg, tot aan de eigen partner toe. Ze worden steeds indringender geconfronteerd met hun eigen sterfelijkheid. In dit verband spoort Ad de Bruijne ouderen aan om levenskunst te ontwikkelen. Tegenover het zwitserlevengevoel stelt hij dat het Gods bedoeling is dat wij een ‘mooi leven’ leiden voor Hem (Romeinen 12).
Kleurenpalet
Veel mensen hebben de neiging om ontwikkelingen als de vergrijzing als een probleem te zien. Wat moeten we straks met al die ouderen in de kerk? Frits de Lange ziet de ‘grijze kerk’ echter als een uitdaging. Hij vindt dat we de driedubbele vergrijzing in de kerk met open vizier moeten benaderen. ‘Is de gemiddelde leeftijd van de Nederlandse bevolking 41 jaar, het actieve kernlid van een kerkgemeenschap is gemiddeld 53 jaar oud’, schrijft hij. Hij refereert daarbij aan de situatie in de PKN, maar dit kan op termijn ook van toepassing zijn op de GKv en de NGK. Ik sluit me bij De Lange aan: dat is een uitdaging. Maar ook een opdracht. De gemeente van Christus is veelkleurig en als daarin steeds meer tinten grijs oplichten, dan is het de opdracht van de hele gemeente om daarmee een mooi kleurenpalet te maken.
Ik stel voor om te beginnen met gezamenlijke Bijbelstudie. De Bijbel staat vol met wijsheden over jongeren en ouderen, en over de zegeningen en de vloek van ouderdom. Het lijkt me waardevol dat ouderen en jongeren zich samen over de Schrift buigen en met elkaar bespreken wat deze teksten met hen doen en hoe ze daar invulling aan geven. Thijs Tromp heeft daar een mooie voorzet voor gegeven in het artikel ‘Ouderen zijn onmisbaar in de gemeente’ (zie ook de leestips onderaan dit artikel). Aansprekend is zijn stelling dat ouderen wel traditioneel moeten zijn, maar zich niet conservatief mogen opstellen.
Tribune
Een volgende stap is om vooroordelen over elkaar af te breken. Ik generaliseer nu met de bedoeling om zaken duidelijk te maken. Bij jongeren in de kerk merk ik dat ze naar ouderen kijken als mensen:
– die hun tijd hebben gehad;
– die alleen maar bezig zijn met de besteding van hun pensioen;
– die niet geïnteresseerd zijn in wat jongeren bezighoudt;
– die alleen maar kunnen mopperen en overal tegen zijn;
– die niet van Opwekking houden en alleen maar psalmen willen zingen;
– die strak aan regels vasthouden;
– die niet luisteren, maar alleen praten en preken over vroeger;
– die het leven bekijken vanuit de achteruitkijkspiegel.
Ik denk dat ouderen er soms ook wel aanleiding toe geven dat deze vooroordelen ontstaan. Als ik naar mijn leeftijdsgenoten kijk, zie ik (wederom generaliserend) vier verschillende houdingen.
Ik zie allereerst ouderen die afhaken. Voor hen hoeft het allemaal niet meer. Ze zijn er wel klaar mee. Ze maken zich niet meer druk, want dat helpt toch niet. ‘Het is niet meer zoals vroeger, toen er nog naar je geluisterd werd’, hoor je hen zeggen. Ze voelen zich aan de kant gezet. Ze hebben plaatsgenomen op de tribune. Vanaf die positie geven ze hoofdschuddend commentaar op de gebeurtenissen en ontvangen ze instemmend geknik van ‘medetibunezitters’.
Ik zie ten tweede ouderen die volharden. Deze mensen ontkennen dat ze ouder zijn; ze gaan op dezelfde voet verder. Waarom zou je boven de 70 moeten stoppen met kerkenraadswerk en allerlei bestuursfuncties? Trouwens, wie moet het van hen overnemen? Iedereen zit te springen om mensen als zij. Van tijd tot tijd verheffen ze hun stem om duidelijk te zeggen waar het op aankomt in kerk en samenleving. Ook zij ontvangen instemmend geknik van de omstanders.
Ik zie ten derde ouderen die zich overgeven. ‘Loslaten’ is een modewoord geworden. Als je ouder wordt, moet je leren loslaten. Ik vind dat geen goed taalgebruik. Een hond laat je los. Ik beroep me liever op Bonhoeffer, die ons overgave leert. Overgave aan Hem, bij wie mijn zorgen en noden veilig zijn. Zo zijn er ouderen in de gemeente die durven overgeven aan de volgende generatie. Zij hebben verantwoordelijkheid genomen en durven die nu af te staan. Ze zijn ervan overtuigd dat een volgende generatie verantwoordelijkheid kan dragen. Zoals Ad de Bruijne schrijft: ‘Ouderen moeten een schakel zijn naar Gods grote werken. (…) Ze moeten met hun geloofservaring de jongere generaties voorgaan. Je moet uitstralen: ik geef door wat waardevol is.’
Vaak hoor je van jongeren die bij ouderen op bezoek zijn geweest dat ze veel geleerd hebben van hun levenskunst
Ik zie tot slot ouderen die deelnemen. Als je je aan Christus kunt overgeven, zul je ook blijven meedoen. Je neemt niet plaats op de tribune, maar blijft op het speelveld staan. Ik zie ouderen die meebewegen met ontwikkelingen. Zij zoeken en vinden een nieuw evenwicht in een veranderende tijd en in een nieuwe levensfase. Ze blijven niet op hun strepen staan, maar dragen verantwoordelijkheden over. Ze stellen de vraag: willen jullie als nieuwe generatie aangeven hoe wij nu dienstbaar kunnen zijn?
Deelnemer aan de kerk blijf je tot je dood toe. Ik verwonder me er steeds meer over hoelang ouderen kunnen blijven meedoen in de kerk. Ook al zijn er fysieke problemen en nemen de krachten af, dan nog kunnen oudere broeders en zusters hun bijdrage leveren. Vaak hoor je van jongeren die bij ouderen op bezoek zijn geweest dat ze veel geleerd hebben van hun levenskunst.
Eerder noemde ik twee factoren die een grote rol spelen in het leven van ouderen: regieverlies en eindigheidsbesef. In de komende tijd ligt er een opdracht voor de kerk om dit tot thema te maken in het beleid, de prediking en het pastoraat. Jong en oud zullen zich met elkaar moeten afvragen hoe je in elke leeftijd levenskunst kunt ontwikkelen.
Begrijpen
In het nadenken over de verhouding tussen oud en jong is de leeftijdsopbouw en omvang van een gemeente van groot belang. In een kleine gemeente op het platteland waar de gemiddelde leeftijd boven de 50 ligt, is het vaak noodzaak dat ouderen lang blijven meedoen in allerlei taken. De vraag of een 70+’er nog ouderling kan zijn, is daar vaak eenvoudig met ja te beantwoorden (hoewel het ook hier sterk van de vitaliteit van de persoon afhangt). In een gemeente van gemiddelde grootte waarvan de gemiddelde leeftijd onder de 40 ligt, is het antwoord op die vraag eerder negatief. In zo’n situatie zou ik er eerder voor pleiten dat ouderen ingezet worden in adviserende rollen of praktische, minder belastende en kortdurende zaken.
De plaats die ouderen in de gemeente innemen, hangt ook samen met het beeld dat anderen en wijzelf van onze gemeente hebben. Hoe willen we bekendstaan? Als een kerk waar de ouderen het nog steeds voor het zeggen hebben? Of, tegenovergesteld, als een kerk waar ouderen uitgerangeerd zijn? Wat willen we uitstralen?
Mij staat een beeld voor ogen van een kerk waar mensen gebruikmaken van elkaars kwaliteiten, ongeacht leeftijd en geslacht. Een gemeente waar de generaties met elkaar in gesprek gaan door elkaar eerst te begrijpen, voordat ze zelf begrepen willen worden. Een gemeente waar de koers gezamenlijk wordt bepaald, zonder dat mensen uitgesloten worden. Een gemeente waar ouderen met overgave verantwoordelijkheden aan jongeren overdragen, omdat ze geloven dat niet zij de eigenaar van de kerk zijn, maar Christus.
Leestips
J.I. Packer, Met vreugde ouder worden, Heerenveen (Jongbloed), 2016.
Theoloog J.I. Packer vergelijkt ouderdom met een langeafstandsloop. Zoals hardlopers krachten sparen voor de eindsprint, zo zouden ook christenen de laatste ronde van het leven op volle kracht moeten afleggen.Wil Doornenbal, Reizen door een nieuw land. Ouder worden met perspectief, Zoetermeer (Boekencentrum), 2015.
Wat valt er, naast het verlies dat wordt geleden, met het ouder worden te winnen en welke vruchten kan ouderdom opleveren?Joan Chittister, Groeien met de jaren. De weldaad van het ouder worden, Kampen/Leuven (Kok), 2010.
Tjerk de Reus en Lars Bovenberg, De balans van Bovenberg. Economie en geloof in crisistijd, Kampen (Kok), 2009. Zie hoofdstuk 9: ‘Ouderen zijn de gasbel van de economie van de toekomst’.
Frits de Lange, De mythe van het voltooide leven. Over de oude dag van morgen, Zoetermeer (Boekencentrum), 2007.
Frits de Lange, De armoede van het zwitserlevengevoel. Pleidooi voor beter ouder worden, Zoetermeer (Boekencentrum), 2008.
Frits de Lange, Waardigheid. Voor wie oud wil worden, Amsterdam (SWP), 2010.
Webtips
- www.eo.nl/radio5/programmas/eo-live/fragment/artikel/wil-doornenbal-over-haar-boek-reizen-door-nieuw-land
Radio-interview met Wil Doornenbal over haar boek Reizen door een nieuw land. - www.steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%202003/okttromp.pdf
Het artikel ‘Ouderen zijn onmisbaar in de gemeente’ van Thijs Tromp, in 2003 verschenen in WegWijs. - www.fritsdelange.nl
De website bevat verschillende bijdragen over ouder worden van deze hoogleraar ethiek van de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. - www.baptisten.nl/images/seminarium/publicaties/artikelen/artikel_oudisout_wh.pdf
De breed opgezette notitie Oud is out van Wout Huizing gaat over de plaats van ouderen in de Baptistengemeenten in Nederland. Goed bruikbaar voor de GKv en de NGK. - www.diaconaalsteunpunt.nl/gemeente/doelgroepen/ouderen
Hier is Oud Goud, een brochure over diaconaat aan ouderen in de gemeente, te downloaden. - www.steunpuntbijbelstudie.nl/ouderen-in-de-kerk
Een uitgave van het Steunpunt Bijbelstudie, met onder meer een Bijbelstudie over ouder worden naar Gods beeld en artikelen over de vraag hoe de kerk de gaven van ouderen beter kan gebruiken.
Diversen
Het blad Lichtspoor, uitgegeven door de IZB in de Protestantse Kerk, verschijnt zesmaal per jaar in een oplage van 25.000. Het richt zich op ouderen in de christelijke gemeente en wordt vooral in de PKN veelvuldig gebruikt bij het pastoraat en het ouderenbezoekwerk. Zie www.izb.nl/bestellen/lichtspoor.
De redactie van Lichtspoor organiseert op 29 oktober in de Nieuwe Kerk in Amersfoort de toerustingsbijeenkomst ‘Voorbij koetjes en kalfjes’. De bijeenkomst is bedoeld voor wie betrokken is bij het pastoraat aan ouderen. Het is gericht op het voeren van een goed pastoraal gesprek. Sprekers zijn psychologe Wil Doornenbal en emeritus predikant Henk de Graaff. De bijeenkomst is gratis toegankelijk. Er wordt een vrijwillige bijdrage gevraagd voor de lunch en de bestrijding van de onkosten. Aanmelden is verplicht, via info@izb.nl.
Henk Schaafsma (GKv) is een babyboomer in zijn 70ste levensjaar en nog werkzaam als adviseur, coach, docent en mediator.



