Weg met die sprong op maandagochtend
- Opinie
- Thema-artikelen
Op je werk zitten ze doorgaans niet op christenen te wachten. Je bent welkom, maar ga niet evangeliseren. Houd kerk en werk gescheiden. Geloof is immers iets van het privédomein? Christen zijn op je werk is niet makkelijk. Het is vaak alsof je tegen een muur van onwil en vooroordelen oploopt. Hoe ga je daarmee om?
Vaak wordt gezegd: het is genoeg om gewoon goed te zijn in je werk. Wees eerlijk, handel betrouwbaar en professioneel en laat zien dat je staat voor wat je doet. Meer wordt er niet van je verwacht. Het zou hinderlijk zijn om te pas en te onpas iets gelovigs te zeggen. Daar word je niet voor betaald en je zou er de verhoudingen mee verstoren. Bovendien is het veel te druk voor zoiets; je hebt amper tijd om elkaar te spreken.
Nu is niet alle werk gelijk. Er zijn wel degelijk situaties waarin je de gelegenheid hebt om een gesprek te voeren. Bij de kapper wordt bijvoorbeeld altijd gepraat, dat hoort er gewoon bij. En als je iemand verpleegt, is wat je zegt of vraagt bepalend voor de sfeer. Er is ook werk waarbij je alleen je handen nodig hebt; alle ruimte dus om ergens een boom over op te zetten. Toch lijkt het vaak het beste om zo neutraal mogelijk te blijven. Want je wilt de ander respecteren en niets opdringen.
In de verpleging geldt dat zelfs als een soort code, die al in de opleiding wordt meegegeven: beperk je tot professioneel handelen, want de patiënt ligt hier niet om jouw praatjes aan te horen. Jaren geleden werd een schoonmaakster in een ziekenhuis ontslagen, omdat ze al zwabberend onder de bedden zich ontpopte als een Jehova’s getuige. Dat afschrikwekkende voorbeeld doet het altijd nog: dit komt ervan als je van je werk een kerk maakt!
Horizon
Scheiding dus van werk en kerk. Heel wat christenen maken op maandagochtend een sprong over een onzichtbare kloof tussen hun kerk en hun werk. Maar voldoet dat? Neutraliteit kan heel fout aanvoelen als je een wereld van verschil ervaart tussen geloof en ongeloof, maar daar nooit iets over zegt. Schiet je dan niet tekort? Waarin ben je dan anders? Kan een goede humanist niet net zo professioneel en betrouwbaar zijn? Soms ontdek je pas na jaren samenwerken dat je collega ook een christen is. Wat raar, denk je dan, had hij dat niet eerder kunnen laten blijken? Maar hoe doe je het zelf? Die kloof tussen kerk en werk maakt dat je in twee werelden leeft. Maar heb je dan ook twee levens?
Is dit een te hoge gedachte voor het dagelijkse leven?
Het leven is één. Natuurlijk is het goed dat kerk en maatschappij afzonderlijk geregeerd worden, maar op beide terreinen behoren wij toe aan onze Heer Jezus Christus. De verbinding zit in ons hart. Weg dus met die sprong op maandagochtend, want wij dienen de Heer ook in ons werk. En dat is méér dan goed je best doen. Het is bezig zijn in vertrouwen en verbondenheid, met een andere horizon. Als Jezus komt in zijn koninklijke glans, wil Hij je een loon geven dat alle salarissen overstijgt!
Is dit een te hoge gedachte voor het dagelijkse leven? Welnee, het is toepassen wat je op zondag hebt gehoord. Het is bovendien je redding bij moeilijkheden en conflicten. Petrus schrijft aan werkgevers én werknemers dat ze een Heer in de hemel hebben. Hij zal ieder beoordelen en belonen naar werken. Als je hier en nu miskend wordt en onrecht lijdt, mag je je zaak aan Hem toevertrouwen. Zelfs de slaven werden op die manier gemotiveerd om hun werk primair voor God te doen, en zo voor hun bazen. Het hielp hen om trouw te blijven aan hun soms strenge meesters.
Proeftijd
Wij zijn geen slaven, maar we kunnen wel vastzitten in een systeem van beoordelingen dat steeds strakker en zakelijker wordt. Berucht zijn de bezuinigingen in de zorg. Maar ook breder geldt dat handelingen worden getimed, dat alles zo snel mogelijk moet en dat het menselijke daaronder lijdt. Maar juist daarom moet je op maandagochtend vooral niet over een kloof springen! Als je op zondag hoort dat je vrij bent, word je op maandag geen slaaf. De Geest van God houdt je hart vrij, dat is specifiek zijn werk. God heeft kinderen, geen slaven.
Laat je aanvuren door de Geest, schrijft Paulus, ook als mensen tegenvallen. Het werk kan dan weliswaar zwaar zijn, de sfeer kan verzakelijken en je baan kan zelfs op de tocht staan, maar dat hoeft de manier waarop je in je werk staat niet aan te tasten. Waardering van mensen is prettig, maar je bent er niet van afhankelijk. Een slaaf kreeg nooit een dankjewel, maar hij mocht zich gemotiveerd weten door zijn Heer in de hemel.
Dit leven is een proeftijd. Of je nu over veel of weinig gesteld bent, of nog ergens voor studeert, de Heer wil zien wie je bent. Door alles heen denkt Hij aan de aanstellingen die Hij straks op de nieuwe aarde wil doen. Welke knechten zullen daarvoor in aanmerking komen? Als je daaraan denkt, is er een nieuwe, beloftevolle dimensie in je leven. Daar hoef je geen topfunctie voor te hebben, want alle werk, ook van de huisvrouw of -man, komt daardoor in het licht van het komende koninkrijk te staan.
Slavinnetje
Er is meer. Een christen is niet alleen verbonden met Christus als koning, maar ook met Christus als priester. Het lijkt erop dat die gedachte wat minder leeft. Je hoort mensen geregeld zeggen: ‘Jezus is mijn koning’, maar bijna niemand zegt: ‘Jezus is mijn priester.’ Ook onze kerkliederen bieden weinig mogelijkheden om Hem als hogepriester te bezingen. Toch belijden wij dat Jezus bij zijn hemelvaart niet alleen als koning naar zijn troon ging, maar ook als hogepriester naar zijn heiligdom. Hij vervult daar nu zijn dienst, zoals eeuwenlang bij wijze van afspiegeling te zien was in het heiligdom op aarde.
Een priester houdt de lijn open tussen God en mensen. Hij brengt God bij de mensen en de mensen bij God. Centraal daarin staat het offer, dat eeuwenlang werd afgebeeld en dat Christus eens en voor altijd heeft volbracht. In zijn menselijke lichaam brengt Hij dat offer zichtbaar voor de Vader, met de littekens er nog in. Hij bedekt daarmee onze schuld en ongerechtigheid. Steeds opnieuw is Hij daartoe bereid, met geen andere bedoeling dan dat wij nu ook naderen tot God, met heel ons leven.
Neutraliteit kan heel fout aanvoelen als je een wereld van verschil ervaart tussen geloof en ongeloof, maar daar nooit iets over zegt. (beeld Dooder/Shutterstock)
Als christenen ontvangen wij hiermee een buitengewoon voorrecht, schrijft Petrus. En in één adem benoemt hij dat we hierdoor zelf priesters worden, om op onze plek de lijnen open te houden tussen hemel en aarde, tussen God en mensen. Christus is daarop uit, in ons, door zijn Geest.
Al in het Oude Testament lezen we hier verrassende voorbeelden van. Als de koning van Babel Daniël en zijn vrienden ontvoert om hen op te voeden als zijn dienaren, maakt hij ook kennis met de God van Daniël. Die krijgt hij er automatisch bij, om zo te zeggen. Vervolgens gebeuren er dingen van hogerhand, waarbij Daniël kan vertellen over de allerhoogste God.
Bij Jozef gaat het net zo. Als Potifar hem koopt als slaaf, komt in zijn bedrijf de sfeer van de Heer. In de gevangenis gebeurt dat opnieuw, tot bij de farao toe. Waar Jozef is, daar is God ook, daar komen kansen en openingen voor de mensen om te delen in het heil.
Naäman kwam op het spoor van Israëls God door een ontvoerd slavinnetje. Door een enkele opmerking deed zij de poort naar het leven voor hem open. Zo eenvoudig kan het zijn. Wie jou in dienst neemt, krijgt jouw God erbij. Je wordt ter plekke een contactpersoon tussen hemel en aarde.
Hoe dat werkt? Geen idee. Dat wisten Jozef en Daniël ook niet. Maar het gebeurde, doordat zij hun werk deden met God. En ze baden erom. Van Daniël en zijn vrienden staat opgetekend hoe zij God smeekten om een openbaring, en hoe zij Hem daar uitvoerig voor dankten. Zo’n gebed is voluit priesterlijk. Geen spoor van neutraliteit is hierbij te bekennen. Ze waren voortdurend alert op de kansen die God geeft.
Schaars
Wat als er geen schokkende of opzienbarende dingen gebeuren, die een gesprek uitlokken of kansen geven om iets te zeggen? Dan nog zit het priesterlijke in je. Je kunt bidden voor je collega’s en God vragen om een opening. Je kunt je in stilte afvragen hoe gelukkig al die anderen zijn. Misschien krijg je de kans om dit iemand ook eens echt te vragen.
Als je belangstelling oprecht is, maak je met een vraag niet zo gauw brokken. Een vraag uit een oprecht hart kan wonderen doen. Alleen al omdat er zo enorm veel eenzaamheid is. Mensen doen zaken, maar ze hebben geen oog meer voor elkaar. Aandacht wordt schaars, terwijl iedereen daar behoefte aan heeft. Soms hoef je maar een vraag te stellen en is het alsof je de kurk van een fles hebt gehaald.
Wie jou in dienst neemt, krijgt jouw God erbij
Dat geldt ook voor de zorg. Ik geloof niet in die neutrale opstelling. Uiteraard moet je professioneel zijn, maar het is wezenlijk voor de medische zorg om oog te hebben voor de mens, en niet alleen voor het lichaam. Je mag kijken met de ogen van een priester, bij wie de ander met zijn lijden terechtkan. ‘Vindt u het moeilijk om ziek te zijn?’ Het is een eenvoudige vraag, die je stellen kunt tijdens het leggen van een verband. En dan goed luisteren en waardevol reageren. Want het moment is bijzonder. Die ander vroeg niet om een christen aan zijn bed, maar God, die alle dingen regeert, zorgde voor deze ontmoeting. Wat zou Hij daarmee willen? Je ontdekt het als je een opening biedt.
Dit principe geldt overal waar mensen jou ontmoeten, ook in de straat en op de sportvereniging. Steeds is daar de vraag: waarom brengt God hem of haar op mijn weg? Welke opening wil Hij hier geven? En zie je die ander wel?
Boterhammen
De priester brengt God dank voor zijn trouw en goede gaven. Hij dankt God voor zichzelf en voor anderen. En hij gaat daarmee door als anderen zwijgen. Want die dank komt God toe, vanuit heel de schepping.
De tijd ligt niet heel ver achter ons dat een huisvader, als priester in zijn gezin, in een restaurant om een moment stilte vroeg aan de mensen aan omringende tafeltjes, zodat hij een zegen kon vragen over de maaltijd. Soms las hij dan ook nog voor uit de Schrift. In onze dagen is dat haast onvoorstelbaar; het zou irritatie oproepen en als grensoverschrijdend worden ervaren. Het zij zo. Maar betekent dat dat we ook niet meer een stil gebed kunnen uitspreken in een restaurant of kantine?
Het lijkt erop dat christenen die conclusie voor zichzelf trekken. Een veelgehoord argument daarbij is dat ze in al die herrie niet rustig kunnen bidden. Maar het gaat niet om lengte of rust, de vraag is of je God wilt danken waar anderen bij zijn. Nergens was er zo veel herrie als vroeger op een veemarkt. En toch zag je de mannen even achter de pet gaan, om God te danken voor hun boterhammen.
Priesters houden de lofprijzing gaande, juist als anderen ermee ophouden. Zo zijn we het zout van de aarde. Als in Sodom tien priesters hadden geleefd, was de stad niet verwoest. Dan was daar de weg tussen hemel en aarde open gebleven.
Christen zijn op je werk en overal, is het niet een geweldig avontuur? Want Jezus zelf houdt de lijnen nog open. Als je oog hebt voor je naaste, krijg je Hem te zien.
Webtips
www.cgmv.nl/home
De website van cGMV, vakorganisatie voor christenen, met veel aandacht voor verschillende leeftijden en beroepsgroepen.www.christenzijnopjewerk.nl, www.spoorchristenen.nl en www.bedrijfsgebed.nl
Drie aan elkaar gelinkte websites om christenen op hun werk te ondersteunen en te motiveren. Dit zijn waardevolle websites: wie ze bezoekt, zal zich op zijn werkplek een stuk minder alleen voelen. Christenzijnopjewerk.nl biedt onder meer de nodige literatuurtips en op Spoorchristenen.nl is een uitleg te vinden hoe je in een middagpauze een Alphacursus kunt geven.www.geloofinjewerk.nl
Een website met een keur aan relevante artikelen, waaronder een artikel over passief en actief getuigen.Leestips
Stefan Paas, Vreemdelingen en priesters. Christelijke missie in een postchristelijke omgeving, Zoetermeer (Boekencentrum), 2015. Zie met name hoofdstuk 5.
Agendatip
Op 6 november 2016 vindt de themazondag voor christen zijn op het werk plaats. Zie www.christenzijnopjewerk.nl/themazondag.
Bas Luiten is predikant van de GKv Amersfoort-De Horsten.



