Column: Stoepfeestjes
- Column
Bier drinken op de stoep en ondertussen meedeinen op een liedje waarmee Nederland het Eurovisie Songfestival hoopt te winnen is aan mij niet besteed. Maar sinds we naast een buurman wonen die het liefst dagelijks zijn muziekinstallatie naar buiten sleept en z’n pils ruimhartig deelt met buren en voorbijgangers, ontkom ik er niet aan. Zo stond ik dus laatst op de stoep met een wildvreemde meneer te babbelen over caravans.
Een paar uur eerder waren we thuisgekomen van een week vakantie, na een kleine 1100 kilometer met drie korte plasstops. Uitpakken en daarna ons bed in was de bedoeling. Maar iets drong me om toch even naar de rumoerige stoep te gaan.
En het is gezellig. Na de caravanman volgt een vrouw, paar jaartjes ouder, nog één kind thuis, de rest op eigen benen. Van de huis-, tuin- en keukenzaken komen we op opvoeden en loslaten; ze zegt: ‘Ik ben ervan overtuigd dat kinderen hun ouders al vóór ze geboren zijn zelf uitkiezen.’
Zoekers naar meer tussen hemel en aarde vind je blijkbaar op bevrijdingsfestivals en stoepfeestjes
Met Douwe Bob uit de speaker en te veel lege bierflesjes op de statafels ontmoet ik iemand die duidelijk op zoek is naar meer. Ik voel kippenvel als ze vertelt over wat ze meemaakte: hun peuter overleed, zij kreeg kanker, haar moeder ook. ‘Ze was een trouwe kerkganger maar brak met het geloof toen ze kanker kreeg. Waarom liet God dit gebeuren?’
Geef geen antwoorden zonder eerst vragen te stellen, las ik ooit en ik onthield het. Dus luister ik vooral, vraag door en vertel uit eigen ervaring hoe God er was op moeilijke momenten in mijn leven.
De volgende dag is het zondag. ‘Nederland vierde afgelopen week de bevrijding, niet met een dankdienst maar met bevrijdingsfestivals’, bidt de gastpredikant. De verwereldlijking van ons land valt hem duidelijk zwaar. Ik denk aan de vrouw. Ze was die week ook op zo’n festival geweest.
Zoekers naar meer tussen hemel en aarde vind je blijkbaar op bevrijdingsfestivals en stoepfeestjes. Laten we die plekken als gelovige kerkgangers dus niet mijden, maar er af en toe present zijn. Want juist daar kunnen we naar hen luisteren, doorvragen en nieuwsgierig maken naar een antwoord.
Esther de Hek is tekstschrijver en hoofdredacteur van OnderWeg.


