Kunst als vingerwijzing naar boven
- Opinie
- Thema-artikelen
Kunnen we ons maar beter verre houden van kunst en cultuur? Het is geen onbekend geluid in christelijke kringen. Maurice Hoogendoorn bepleit echter een positievere en opener houding. Omdat je op de meest onverwachte plekken glimpen van God kunt opvangen.
Harry Potter, hier op een muurschildering in Montreal, toont hoe verdeeld christenen kunnen zijn in hun houding tegenover de cultuur. (beeld meunierd/Shutterstock.com)
Ongeveer twee jaar geleden las ik de toen net verschenen Nederlandse vertaling van een essay van de Russische schrijver Tolstoi. De titel: Wat is kunst? Over die vraag kan een mens lang nadenken. Maar meer nog raakte ik gebiologeerd door een zinnetje uit het voorwoord dat de schrijver Arnon Grunberg erbij had geschreven.
Ik citeer: ‘Sommige religieuze splintergroeperingen hebben het niet zo op kunst, maar in het Westen, meer in het bijzonder Nederland, waar de voorman van de ChristenUnie kan twitteren dat hij een prachtige roman heeft gelezen, Stoner (waarin overspel, alcoholisme en hysterie een belangrijke rol spelen), staat de heiligheid van kunst naast, tegenwoordig misschien zelfs boven die van God.’
Grunberg bedoelde trouwens André Rouvoet, die van 2002 tot 2007 fractievoorzitter van de ChristenUnie was. En laat ik direct maar bekennen dat ik zelf ook genoten heb van Stoner.
Het gaat me nu echter om de suggesties in het zinnetje van Grunberg. De schrijver lijkt het bijvoorbeeld vreemd te vinden dat een christen een roman waarin overspel wordt gepleegd toch prachtig vindt. Waarom hij dat vreemd vindt, ontgaat me. Want wie leest over overspel, keurt het daarmee toch niet goed? Overigens, de auteur van Stoner, John Williams, schrijft in zijn roman ook niet over alcoholisme en overspel als waren het prijzenswaardige zaken.
Een tweede vreemde suggestie in Grunbergs zinnetje is dat kunst voor christenen een concurrent van God is of kan zijn. Nu zal kunst voor sommigen inderdaad de rol van religie hebben overgenomen – naar een schilderij van Rothko kijken is voor bepaalde mensen een soort religieuze ervaring – maar voor mijzelf is kunst, en schoonheid, juist een verwijzing naar God. Ik zie er sporen in terug van zijn liefde, goedheid en genade.
Toch begrijp ik wel hoe Grunberg aan zijn suggestie komt. Christenen hebben zelf vaak genoeg gedaan alsof kunst en God inderdaad vijanden zijn. Denk alleen maar aan hoe fel, defensief en afwijzend veel christenen reageerden op de boeken over de tovenaarsleerling Harry Potter. Schrijfster J.K. Rowling – een christen nota bene – werd voor een deel van de christenheid niet veel minder dan de personificatie van de antichrist.
Goede fictie
Het voorbeeld van Harry Potter toont hoe verdeeld christenen kunnen zijn in hun houding tegenover de cultuur. Zo schrijft de katholieke auteur Willem-Jan Otten in zijn essaybundel Onze Lieve Vrouwe van de Schemering – essays over poëzie, film en geloof lyrisch over de verhalen van Rowling. Schoolhoofd Perkamentus is voor hem de wijsheid zelve en in menig detail ziet hij Bijbelse symboliek verscholen.
Hetzelfde geldt voor priester Roderick Vonhögen, ontdekte ik toen ik hem onlangs interviewde voor het Nederlands Dagblad. Hij grijpt kunst en cultuur aan om met niet-gelovigen in gesprek te komen. Zoals kunst en cultuur voor bepaalde groepen christenen bedreigend zijn, zo kan de kerk (ook een cultuur op zich) dat voor ongelovigen zijn. Vonhögens pleidooi: ontmoet elkaar.
‘Luister goed naar de ander. Wat raakt iemand die fan is van Star Wars? Waarom wordt iemand zo enthousiast van de verhalen van Tolkien? Ga vervolgens op zoek naar de waarden die jullie gezamenlijk hebben. Dat betekent dus niet dat je het met alles eens hoeft te zijn. Ik zie de Harry Potter-boeken echt niet als een katholiek traktaat. Maar ik lees er wel in dat zelfopoffering en vriendschap belangrijker en krachtiger zijn dan magie. En dat snap ik! Vervolgens kan ik daarover doorpraten met een Potterfan: waar denk je dat J.K. Rowling die inspiratie vandaan heeft?’
God is niet afhankelijk van het geloof van een schrijver, schilder of regisseur om zijn schoonheid aan ons te laten zien
Priester Vonhögen gebruikt verhalen die in onze cultuur aanslaan met een missionair doel. Maar ook zonder dat doel hebben ze wat mij betreft hun waarde. De verhalen van Tolkien over Midden-Aarde, van C.S. Lewis over Narnia en van Rowling over Harry Potter: ze zijn in de eerste plaats gewoon erg leuk om te lezen. Hoewel de Narniaverhalen nu vaak als een allegorie worden gelezen (men ziet de leeuw Aslan bijvoorbeeld als Jezus), had Lewis als eerste prioriteit goede fictie te schrijven. De verhalen moesten goede verhalen zijn; daarnaast konden ze de lezer helpen om ‘de dingen op een andere manier te bekijken’.
In die twee functies zijn al deze schrijvers met vlag en wimpel geslaagd. Wie In de ban van de ring leest, leest een waanzinnig goed verhaal. Een verhaal dat appelleert aan de diepste menselijke verlangens en angsten. Een verhaal dat ons een spiegel voorhoudt en dat ons bijvoorbeeld durft aan te spreken op ons verlangen naar macht.
Glimp
Nu zullen de meeste christenen niet veel problemen hebben met de verhalen van C.S. Lewis, omdat ze weten dat hij een christen was (vanuit zijn non-fictie) en omdat de christelijke symboliek moeilijk te missen is in de verhalen van Narnia. Het wordt spannender wanneer over de auteur of regisseur minder bekend is, of zelfs bekend is dat die niet christelijk is. Kan kunst dan nog steeds een vingerwijzing naar boven zijn?
Zeker niet altijd natuurlijk, maar dat het kan en gebeurt, daarvan ben ik overtuigd. De bekende uitspraak van Abraham Kuyper (‘Er is geen duimbreed waarvan Christus niet zegt: het is mijn!’) doet anno 2015 wat oubollig aan, maar heeft aan waarde niets ingeboet. Gods liefde en genade zijn overal te vinden. De hele wereld is van Hem. Ook in onze hedendaagse cultuur is daarom, voor wie goed kijkt, zijn hand te zien. God is niet afhankelijk van het geloof van een schrijver, schilder of regisseur om zijn schoonheid aan ons te laten zien.
Dat betekent niet dat je alles aan kunst en cultuur zou moeten opsnuiven. Beter van niet zelfs; er wordt ook een hoop kitsch gemaakt. Maar angst lijkt me geen goede raadgever in de houding van christenen ten opzichte van de cultuur van vandaag.
Ik pleit voor een positief-kritische houding. Kritisch, want niet alles is goed voor een mens. Maar ook positief, want ook al is deze wereld gecorrumpeerd, het is nog steeds Gods wonderschone wereld. En daardoor zie je soms een glimp van Hem op een plek waar je het niet had verwacht.
Angst lijkt me geen goede raadgever in de houding van christenen ten opzichte van de cultuur van vandaag
In een film als Magnolia (1999) bijvoorbeeld, waarin de paden van een stervende vader, zijn jonge vrouw, een verpleger, een beroemde verloren zoon, een politieagent die wanhopig op zoek is naar liefde, een nieuw en voormalig wonderkind, een tv-presentator en zijn aan cocaïne verslaafde dochter elkaar kruisen.
Toegegeven: toen ik de film de eerste keer zag, tien jaar geleden, heb ik hem niet eens uitgekeken, omdat ik dacht dat ik er beter niet naar kon kijken. In het eerste deel van de film worden namelijk zo’n beetje alle tien geboden overtreden. Veel van de personages zijn ongelukkig en richten zichzelf en hun naasten te gronde. Maar later ben ik er nog eens aan begonnen, omdat christelijke vrienden er enthousiast over waren. En nu geef ik hun gelijk. De tragische drama’s in het begin monden uit in een indringend verhaal over zonde, schuld en vergeving.
Is de regisseur van Magnolia een christen? Ik weet het niet. Maar de film die hij maakte, slaagt erin het evangelie over te brengen. Magnolia hielp mij om het evangelie als nieuw te ervaren.
Wereldlijk
Sinds mijn ervaring met Magnolia waak ik ervoor om God al te gemakkelijk in een hokje te stoppen, alsof christelijke kunstenaars een patent hebben op het tonen van het goede, ware en schone. Steeds vaker ontdek ik op de vreemdste plaatsen kieren waar het licht doorheen schijnt.
Onlangs vroeg ik aan de Amerikaanse christelijke schrijfster Marilynne Robinson of haar laatste roman, Lila, is samen te vatten als een verhaal over twee beschadigde mensen die liefde en genade vinden waar zij dat niet hadden verwacht. ‘Ja’, zei ze. En ze voegde er veelbetekenend aan toe: ‘Is dat niet altijd zo, dat we onverwacht genade vinden?’
In hetzelfde interview vertelde Robinson dat ze moeite heeft met de manier waarop bepaalde christenen het woord ‘wereldlijk’ gebruiken. Alsof deze wereld slechts één en al zonde en verderf is, alsof hij níet van God is. En daarom besluiten ze de wereld, en de cultuur, te mijden, in afwachting van de goede wereld die ooit zal komen. ‘Jammer’, vond Robinson. Ik ben het met haar eens. Want ook al is er veel verdriet en slechtheid op deze wereld, er is ook immens veel goedheid en schoonheid. Omdat het Gods wereld is.
Maurice Hoogendoorn (GKv) is historicus en journalist bij het Nederlands Dagblad.



